I
I verwijst hier naar de persoon die online heeft ingeschreven. Als onderwerp staat het vóór de persoonsvorm, zoals in I registered.
registered
registered betekent hier dat de spreker zich heeft ingeschreven voor de conferentie; het is de verleden vorm van register. Je gebruikt het met een evenement of activiteit waarvoor iemand zich inschrijft.
online
online geeft hier aan dat de registratie via het internet gebeurde. Het kan vóór of na het werkwoord staan, zoals in registered online, en past bij digitale activiteiten.
for
for verbindt registered met het evenement waarvoor de spreker zich heeft ingeschreven. In deze betekenis staat het vóór de naam van het evenement, zoals in for today's conference.
today's
today's betekent hier ‘van vandaag’ en geeft aan dat de conferentie vandaag plaatsvindt. De vorm met 's verbindt today met een zelfstandig naamwoord, zoals in today's conference.
conference
conference verwijst hier naar het professionele evenement waarvoor de spreker zich heeft geregistreerd. Het kan na for staan om het evenement van de registratie te noemen.
can
can geeft hier aan dat de medewerker in staat is om te helpen. Het staat vóór de werkwoordsvorm in I can help you en wordt gebruikt om hulp of mogelijkheid uit te drukken.
help
help betekent hier iemand bijstaan tijdens het inchecken. In help you check in staat het vóór de persoon en de handeling waarbij hulp wordt aangeboden.
you
you verwijst naar de bezoeker die door de medewerker wordt geholpen. In help you check in is you de persoon die de hulp ontvangt.
check
check draagt in de uitdrukking check in bij aan de betekenis ‘inchecken’ bij aankomst. Samen met in verwijst het naar het voltooien van de registratie bij de balie.
in
in vormt samen met check de uitdrukking check in voor het inchecken bij een evenement. Het is hier geen losse plaatsaanduiding, maar onderdeel van die handeling.
Please
Please maakt confirm your registration tot een beleefd verzoek. Het staat hier aan het begin van de zin en is bruikbaar wanneer je een bezoeker of klant iets vriendelijk vraagt.
confirm
confirm betekent hier controleren en bevestigen dat de registratie klopt. Het staat vóór het object your registration en wordt gebruikt wanneer iemand gegevens moet verifiëren.
your
your geeft aan dat de registratie bij de aangesproken persoon hoort. Het staat vóór registration en kan zo bezit of verbondenheid met een zaak aangeven.
registration
registration verwijst hier naar het registratiegegeven van de bezoeker. Het is het object van confirm en past bij situaties waarin een inschrijving of aanmelding wordt gecontroleerd.
on
on geeft hier aan dat de registratie op het scherm staat. Het staat vóór this screen om de plaats of het oppervlak van de informatie aan te wijzen.
this
this verwijst naar een scherm dat zich bij de gesprekspartners bevindt. Het staat vóór screen om één nabij, specifiek object aan te wijzen.
screen
screen is hier het display waarop de registratie moet worden bevestigd. Het kan na on staan om aan te geven waar informatie zichtbaar is.
It
It verwijst hier naar het scherm of het systeem dat de registratiegegevens toont. Als onderwerp staat het vóór shows wanneer een apparaat of systeem informatie weergeeft.
shows
shows betekent hier dat het scherm de registratie en workshop weergeeft; het is de vorm van show bij It. Je gebruikt het vóór de informatie die op een scherm of in een systeem zichtbaar is.
my
my geeft aan dat de registratie en workshop bij de spreker horen. Het staat vóór registration en kan vóór een zelfstandig naamwoord staan om bezit of betrokkenheid aan te geven.
and
and verbindt hier my registration met the afternoon workshop. Het wordt gebruikt om twee gelijkwaardige zaken samen te noemen.
the
the verwijst hier naar een specifieke workshop die op de registratie staat. Het staat vóór afternoon workshop wanneer de gesprekspartners weten over welke workshop het gaat.
afternoon
afternoon geeft aan dat de workshop in de middag plaatsvindt. Het staat vóór workshop om het tijdstip of dagdeel van die sessie te preciseren.
workshop
workshop verwijst hier naar een praktische sessie binnen de conferentie. Het kan na afternoon staan om een specifieke conferentieactiviteit aan te duiden.
chose
chose betekent hier dat de spreker de workshop heeft geselecteerd; het is de verleden vorm van choose. Je gebruikt het met het gekozen onderwerp, zoals in the workshop I chose.
see
see betekent hier dat de medewerker de workshop in de registratie opmerkt of kan bekijken. In I see that workshop staat het vóór het object en kan het worden gebruikt bij zichtbare informatie.
that
that verwijst hier naar de specifieke workshop waarover al is gesproken. In see that workshop staat het vóór workshop om die bepaalde workshop aan te wijzen.
listed
listed geeft hier aan dat de workshop in een weergegeven lijst is opgenomen; het komt van list. Het wordt gebruikt voor informatie die in een overzicht, systeem of document voorkomt.
with
with geeft hier aan dat de workshop samen met de badgegegevens wordt weergegeven. Het staat vóór badge details om aanvullende of begeleidende informatie te verbinden.
badge
badge verwijst hier naar het identificatiekaartje dat bij de conferentie hoort. Het staat in badge details vóór details om aan te geven dat de informatie bij het badge hoort.
details
details betekent hier specifieke informatie over het badge; het is het meervoud van detail. Je gebruikt het na een zelfstandig naamwoord, zoals in badge details, om nadere informatie te benoemen.
Is
Is begint hier de vraag of er een geprinte agenda aanwezig is. In Is there ...? vormt het samen met there een vraag naar het bestaan of de aanwezigheid van iets.
there
there maakt in Is there a printed agenda? duidelijk dat er naar aanwezigheid of bestaan wordt gevraagd. Het staat na Is en vóór wat mogelijk aanwezig is.
a
a verwijst hier naar één nog niet nader bepaalde geprinte agenda. Het staat vóór printed agenda wanneer niet naar een specifieke eerder genoemde agenda wordt verwezen.
printed
printed betekent hier dat de agenda op papier is geproduceerd; het komt van print. Het staat vóór agenda om het soort agenda te beschrijven.
agenda
agenda verwijst hier naar het programma met de conferentiesessies. Het kan na printed of online staan om verschillende vormen van hetzelfde programma te benoemen.
or
or introduceert hier het alternatief voor een geprinte agenda: de online agenda gebruiken. Het verbindt twee mogelijke keuzes in een vraag.
should
should vraagt hier welke keuze of handeling het meest geschikt is. In should I use the online one? staat het vóór het onderwerp en de handeling waarover advies wordt gevraagd.
use
use betekent hier de online agenda raadplegen of ermee werken. Het staat na should en vóór het object the online one.
one
one vervangt hier the online agenda, zodat agenda niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Het verwijst naar één eerder genoemde zaak die door de context duidelijk is.
agendas
agendas verwijst hier naar meerdere geprinte programma's; het is het meervoud van agenda. Het staat na Printed om de beschikbare papieren programma's te benoemen.
are
are geeft hier aan dat de geprinte agenda's zich op een bepaalde plaats bevinden. Het hoort bij het meervoud agendas en staat vóór here in de zin.
here
here betekent hier dat de geprinte agenda's op de plek van de medewerker beschikbaar zijn. Het staat na are om de locatie aan te wijzen.
but
but introduceert hier een tegenstelling tussen de beschikbare papieren agenda's en de recentere informatie in de online versie. Het verbindt twee delen van de mededeling.
version
version verwijst hier naar de online vorm van de agenda. Het staat na the online en wordt gebruikt om een bepaalde vorm of uitvoering van een document aan te duiden.
has
has betekent hier dat de online versie de nieuwste zaalindelingen bevat. Het is de vorm van have bij the online version en staat vóór de informatie die die versie bevat.
latest
latest betekent hier ‘meest recent’ en verwijst naar de nieuwste beschikbare zaalindelingen. Het staat vóór room assignments om aan te geven dat die informatie actueel is.
room
room verwijst hier naar een ruimte waarin een conferentiesessie plaatsvindt. Het staat vóór assignments in room assignments om de toegewezen ruimtes te specificeren.
assignments
assignments betekent hier de toewijzingen van sessies aan zalen; het is het meervoud van assignment. In room assignments benoemt het de informatie over welke sessie in welke zaal plaatsvindt.
I'll
I'll betekent hier dat de spreker van plan is de online agenda te gebruiken; het is de samentrekking van I will. Het staat vóór use om een voorgenomen handeling uit te drukken.
so
so introduceert hier het doel van het gebruik van de online agenda: geen updates missen. In so I don't miss any updates verbindt het de voorgenomen handeling met dat doel.
don't
don't betekent hier do not en maakt miss negatief. In I don't miss any updates staat het vóór miss om aan te geven dat de spreker geen updates wil missen.
miss
miss betekent hier een update niet ontvangen of niet opmerken. Het staat na don't en vóór any updates en wordt gebruikt wanneer iemand iets belangrijks niet wil mislopen.
any
any verwijst hier zonder specificatie naar één of meer updates. Het staat vóór het meervoud updates in de ontkennende zin I don't miss any updates.
updates
updates betekent hier nieuwe informatie of wijzigingen over de conferentie; het is het meervoud van update. Het kan na any staan wanneer niet wordt gespecificeerd om welke updates het gaat.
materials
materials verwijst hier naar documenten of andere spullen voor de conferentie. Het staat samen met badge na your om aan te geven wat de bezoeker ontvangt.
Which
Which vraagt hier om één zaal te kiezen uit de beschikbare zalen. In Which room should I go to first? staat het vóór room om naar een bepaald lid van een bekende groep te vragen.
go
go betekent hier zich naar een zaal begeven. Het staat na should en vóór to first in de vraag over de eerste bestemming.
to
to geeft hier de bestemming van go aan: de zaal waar de bezoeker naartoe moet. Het staat vóór de bestemming, zoals in go to a room.
first
first betekent hier ‘als eerste’ en bepaalt de volgorde waarin de bezoeker naar een zaal gaat. Het staat aan het einde van Which room should I go to first?
opening
opening geeft hier aan dat de sessie het programma opent of begint. Het staat vóór session om de eerste sessie van de conferentie te beschrijven.
session
session verwijst hier naar een geplande bijeenkomst binnen de conferentie. Het staat na opening en is het onderwerp van The opening session is in the main hall.
main
main betekent hier de belangrijkste of centrale zaal van de conferentie. Het staat vóór hall om die specifieke grote ruimte te beschrijven.
hall
hall verwijst hier naar de grote ruimte waar de openingssessie plaatsvindt. Het staat na main in main hall en benoemt de bestemming van de bezoeker.
straight
straight betekent hier dat de bezoeker direct rechtdoor moet gaan zonder af te slaan. Het staat vóór down this corridor als onderdeel van de routeaanwijzing.
down
down geeft hier aan dat de bezoeker verder langs de gang moet gaan. Samen met straight en this corridor vormt het de routeaanwijzing straight down this corridor.
corridor
corridor verwijst hier naar de gang waardoor de bezoeker naar de grote zaal loopt. Het staat na this om de specifieke doorgang van de route aan te wijzen.