I
"I" verwijst hier naar de spreker en betekent "ik". Het staat als onderwerp vóór de werkwoorden in de zin. Je gebruikt "I" wanneer je over jezelf spreekt.
want
"want" drukt hier een wens of bedoeling uit: de spreker wil doelen stellen. Het staat in de vaste combinatie "I want to". Je gebruikt "want" vaak met "to" en een werkwoord.
to
"to" markeert hier het werkwoord in de infinitief in "want to set". Samen geeft "want to" de betekenis "willen doen". Je gebruikt het patroon want to + werkwoord voor een gewenste handeling.
set
"set" betekent hier doelen formuleren en vastleggen in "set clearer professional growth goals". Het is het werkwoord na "to". Je gebruikt "set" ook met andere concrete doelen of afspraken.
clearer
"clearer" betekent hier "duidelijkere" en beschrijft de doelen als beter afgebakend. Het is de vergelijkende vorm van "clear" en staat vóór "goals". Je gebruikt het wanneer je iets duidelijker wilt maken dan een eerdere versie.
professional
"professional" betekent hier "professioneel" en beschrijft de soort groei. In "professional growth goals" staat het vóór de zelfstandige naamwoorden die het nader bepaalt. Je gebruikt het zo bij onderwerpen die met werk of een beroep te maken hebben.
growth
"growth" betekent hier groei of ontwikkeling in het werk. In "professional growth goals" bepaalt het samen met "professional" wat voor doelen bedoeld zijn. Je gebruikt "growth" vaak voor ontwikkeling in een vaardigheid, rol of loopbaan.
goals
"goals" betekent hier doelen die de spreker voor professionele groei wil vastleggen. De meervoudsvorm verwijst naar meer dan één doel. Je gebruikt "goals" voor gewenste resultaten die je kunt formuleren of evalueren.
for
"for" betekent hier "voor" en verbindt de doelen met de functie waarvoor ze bedoeld zijn. In "goals for my current role" staat het vóór de persoon of situatie waarop de doelen betrekking hebben. Je gebruikt "for" vaak om doel, bestemming of relevantie aan te geven.
my
"my" betekent hier "mijn" en geeft aan dat de functie van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "current role". Je gebruikt "my" vóór iets dat bij jezelf hoort of met jezelf verbonden is.
current
"current" betekent hier "huidige" en beschrijft de functie die de spreker nu heeft. Het staat vóór "role". Je gebruikt "current" vóór een situatie, baan of verantwoordelijkheid die op dit moment geldt.
role
"role" betekent hier de functie of rol van de spreker binnen het werk. In "my current role" verwijst het naar de positie waarin de spreker nu werkt. Je gebruikt "role" ook wanneer je iemands taak of verantwoordelijkheid in een groep beschrijft.
Start
"Start" is hier een directe aansporing om ergens mee te beginnen. In "Start by identifying one strength" volgt daarna de manier waarop je begint. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld om iemand een eerste stap te adviseren.
by
"by" geeft hier de manier aan waarop iemand moet beginnen: door iets vast te stellen. In "Start by identifying" staat het vóór een werkwoordsvorm op -ing. Je gebruikt het patroon start by + werkwoord op -ing om een eerste aanpak te beschrijven.
identifying
"identifying" betekent hier vaststellen of herkennen welke sterke en zwakke punten iemand heeft. Het volgt op "by" in "by identifying one strength and one weakness". Je gebruikt deze vorm na "by" om de manier van handelen aan te geven.
one
"one" betekent hier "één" en bepaalt zowel "strength" als "weakness". Het maakt duidelijk dat de spreker van elk precies één punt moet kiezen. Je gebruikt "one" vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord.
strength
"strength" betekent hier een sterk punt of vaardigheid van de persoon. In "one strength" gaat het om één positieve eigenschap die je kunt benoemen. Je gebruikt "strength" bij persoonlijke of professionele kwaliteiten.
and
"and" verbindt hier twee punten van hetzelfde soort: "one strength" en "one weakness". Het betekent "en". Je gebruikt "and" om woorden, zinsdelen of ideeën samen te voegen.
weakness
"weakness" betekent hier een zwak punt of gebied dat verbetering nodig heeft. In "one weakness" gaat het om één persoonlijke of professionele beperking. Je gebruikt "weakness" vaak wanneer je een ontwikkelpunt bespreekt.
is
"is" verbindt hier de sterke kant van de spreker met de activiteit die die kant vormt. In "My strength is organizing tasks" introduceert het een uitleg van de sterke kant. Je gebruikt "is" om een persoon, zaak of activiteit aan een beschrijving te koppelen.
organizing
"organizing" betekent hier het organiseren van taken en benoemt de activiteit waarin de spreker sterk is. Het staat na "is" in "My strength is organizing tasks". Je gebruikt deze -ing-vorm hier als naam voor een activiteit.
tasks
"tasks" betekent hier taken die georganiseerd worden. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere werkzaamheden. Je gebruikt "tasks" voor afzonderlijke opdrachten of werkzaamheden binnen een rol.
but
"but" introduceert hier een tegenstelling tussen een sterke kant en een moeilijkheid. Het verbindt "organizing tasks" met "I tend to avoid presenting ideas". Je gebruikt "but" om een afwijkend of tegengesteld punt toe te voegen.
tend
"tend" betekent hier de neiging hebben om iets meestal te doen. In "I tend to avoid presenting ideas" beschrijft het een terugkerend patroon, niet één enkele gebeurtenis. Je gebruikt het patroon tend to + werkwoord.
avoid
"avoid" betekent hier vermijden of proberen niet te doen. In "avoid presenting ideas" krijgt het direct een activiteit op -ing als aanvulling. Je gebruikt avoid vaak met een activiteit of situatie die je uit de weg gaat.
presenting
"presenting" betekent hier ideeën aan anderen voorstellen of uitleggen. Het volgt op "avoid" in "avoid presenting ideas". Na "avoid" gebruik je voor de vermeden activiteit een werkwoordsvorm op -ing.
ideas
"ideas" betekent hier ideeën die in een werkomgeving aan anderen kunnen worden gepresenteerd. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere gedachten of voorstellen. Je gebruikt "ideas" vaak met werkwoorden als present, discuss of share.
Then
"Then" betekent hier "dan" en verwijst naar de conclusie op basis van wat net is gezegd. Het leidt het advies over presentatievaardigheden in. Je gebruikt "then" om een gevolg of volgende stap aan te kondigen.
presentation
"presentation" verwijst hier naar het presenteren van informatie of ideeën aan anderen. In "presentation skills" beschrijft het soort vaardigheden dat ontwikkeld kan worden. Je gebruikt "presentation" voor een formele voordracht of het geven van informatie.
skills
"skills" betekent hier vaardigheden die nodig zijn om goed te presenteren. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere onderdelen van die bekwaamheid. Je gebruikt "skills" vaak na een gebied, bijvoorbeeld presentation skills.
would
"would" drukt hier een voorzichtige beoordeling of suggestie uit: presentatievaardigheden zouden een nuttig ontwikkelgebied zijn. Het staat vóór "be" in "would be a useful area". Je gebruikt "would" om een voorstel minder stellig te formuleren.
be
"be" betekent hier "zijn" en koppelt "presentation skills" aan een mogelijk nuttig ontwikkelgebied. Het volgt op het modale werkwoord "would". Na "would" gebruik je de basisvorm "be".
a
"a" is hier het onbepaalde lidwoord bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord "area". Het verwijst naar één mogelijk ontwikkelgebied zonder dat dit al eerder is vastgelegd. Je gebruikt "a" vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord.
useful
"useful" betekent hier nuttig of geschikt om professionele groei te ondersteunen. Het beschrijft "area" in "a useful area to develop". Je gebruikt "useful" vóór iets dat praktisch voordeel kan opleveren.
area
"area" betekent hier een gebied of aandachtspunt waarin iemand zich kan ontwikkelen. In "an area to develop" gaat het om presentatievaardigheden als ontwikkelonderwerp. Je gebruikt "area" ook voor een specifiek onderdeel van werk of leren.
develop
"develop" betekent hier een vaardigheid verder ontwikkelen. In "an area to develop" geeft het aan wat iemand met dat gebied kan doen. Je gebruikt "develop" vaak met vaardigheden, kennis of professionele kwaliteiten.
Should
"Should" introduceert hier een vraag om advies over de beste volgende stap. In "Should I ask for a mentor" vraagt de spreker of die actie verstandig is. Je gebruikt "Should I" om advies of aanbevelingen te vragen.
ask
"ask" betekent hier vragen om ondersteuning van een mentor. In "ask for a mentor" staat "for" vóór datgene waarnaar gevraagd wordt. Je gebruikt het patroon ask for + persoon of zaak wanneer je iets vraagt of verzoekt.
mentor
"mentor" betekent hier iemand die begeleiding geeft bij professionele ontwikkeling. In "ask for a mentor" is het de persoon om wie de spreker vraagt. Je gebruikt "mentor" in een werk- of leercontext voor een begeleider.
or
"or" verbindt hier twee alternatieven: een mentor vragen of oefenen tijdens teamvergaderingen. Het betekent "of". Je gebruikt "or" wanneer je tussen mogelijkheden kiest.
practice
"practice" betekent hier oefenen met presenteren tijdens teamvergaderingen. In deze zin is het een werkwoord na "I" en vormt het het tweede alternatief. Je gebruikt "practice" voor herhaalde oefening van een vaardigheid.
during
"during" betekent hier "tijdens" en plaatst het oefenen binnen de periode van teamvergaderingen. Het staat vóór "team meetings". Je gebruikt "during" met een gebeurtenis of periode waarin iets plaatsvindt.
team
"team" beschrijft hier de vergaderingen als bijeenkomsten van een team. Het staat vóór "meetings" en bepaalt wat voor vergaderingen bedoeld zijn. Je gebruikt "team" vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat bij een team hoort.
meetings
"meetings" betekent hier teamvergaderingen of bijeenkomsten met collega's. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere vergadermomenten. Je gebruikt "meetings" voor geplande momenten waarop mensen samen over werk praten.
Both
"Both" verwijst hier naar de twee eerder genoemde mogelijkheden: een mentor vragen en oefenen. Het betekent "beide" en staat aan het begin van het antwoord. Je gebruikt "both" wanneer precies twee personen, zaken of opties samen bedoeld zijn.
could
"could" drukt hier een mogelijkheid uit: beide opties zouden kunnen helpen. Het staat vóór de basisvorm "help". Je gebruikt "could" om een mogelijke uitkomst of voorzichtige inschatting te geven.
help
"help" betekent hier bijdragen aan de ontwikkeling van de presentatievaardigheden. Het volgt op "could" in "could help". Na "could" gebruik je de basisvorm van het werkwoord.
choose
"choose" betekent hier selecteren welk doel eerst wordt genomen. In "choose one measurable goal first" is het een directe aansporing. Je gebruikt "choose" met de optie of het doel dat je selecteert.
measurable
"measurable" betekent hier dat het doel op een concrete manier beoordeeld kan worden. Het beschrijft "goal" in "one measurable goal". Je gebruikt "measurable" voor een doel waarvan je later kunt vaststellen of het bereikt is.
goal
"goal" betekent hier één concreet doel voor professionele groei. Het staat in "one measurable goal" en verwijst naar het gekozen resultaat. Je gebruikt "goal" voor iets dat iemand wil bereiken.
first
"first" betekent hier "eerst" in "choose one measurable goal first" en geeft de volgorde aan. In "My first goal" betekent hetzelfde woord "eerste". Je gebruikt "first" dus voor de eerste plaats of de eerste stap in een reeks.
will
"will" geeft hier aan wat het eerste doel in de toekomst zal zijn. In "My first goal will be" koppelt het dat toekomstige doel aan de daaropvolgende activiteit. Je gebruikt "will" om een toekomstige beslissing, bedoeling of verwachting uit te drukken.
give
"give" betekent hier een korte mondelinge update verzorgen. Het staat in de constructie "give a short update". Je gebruikt "give" vaak met woorden als update, presentation of explanation voor een mondelinge bijdrage.
short
"short" betekent hier kort en beschrijft de beperkte lengte van de update. Het staat vóór "update". Je gebruikt "short" vóór iets dat weinig tijd of ruimte inneemt.
update
"update" betekent hier een korte mededeling over de voortgang of de huidige stand van zaken. In "give a short update" is het iets dat de spreker tijdens een vergadering geeft. Je gebruikt "update" vaak in werkoverleg om anderen over recente ontwikkelingen te informeren.
in
"in" betekent hier "in" en plaatst de update binnen een teamvergadering. In "in a team meeting" geeft het de context van de activiteit aan. Je gebruikt "in" vaak met een bijeenkomst, situatie of omgeving waarin iets gebeurt.
meeting
"meeting" betekent hier één vergadering waarin de spreker een update zal geven. Het staat in "a team meeting" en wordt nader bepaald door "team". Je gebruikt "meeting" voor een gepland overlegmoment.
soon
"soon" betekent hier "binnenkort" en geeft aan dat de update niet ver in de toekomst ligt. Het bepaalt wanneer de spreker het doel wil uitvoeren. Je gebruikt "soon" voor een gebeurtenis die in de nabije toekomst plaatsvindt.
That
"That" verwijst hier naar het zojuist genoemde doel, namelijk een korte update geven in een teamvergadering. Het staat aan het begin van de zin als onderwerp. Je gebruikt "That" om naar een eerder genoemde zaak, handeling of situatie te verwijzen.
specific
"specific" betekent hier voldoende duidelijk afgebakend om later te beoordelen. Het beschrijft het doel in "specific enough to evaluate later". Je gebruikt "specific" voor iets dat precies genoeg omschreven is.
enough
"enough" betekent hier "genoeg" en geeft aan dat het doel voldoende specifiek is. Het staat ná het bijvoeglijk naamwoord in "specific enough". Je gebruikt het patroon adjective + enough om voldoende mate aan te geven.
evaluate
"evaluate" betekent hier later beoordelen of het doel duidelijk en uitvoerbaar was. Het staat in "to evaluate later" als de activiteit die daarna mogelijk is. Je gebruikt "evaluate" voor een doelgerichte beoordeling aan de hand van informatie of maatstaven.
later
"later" betekent hier op een later moment dan het gesprek. Het bepaalt wanneer het doel geëvalueerd kan worden. Je gebruikt "later" om naar een toekomstig moment te verwijzen zonder het precies te benoemen.
also
"also" betekent hier "ook" en voegt feedback over duidelijkheid toe aan het al genoemde doel. Het staat vóór "want" in "I also want feedback". Je gebruikt "also" om extra informatie of een extra wens toe te voegen.
feedback
"feedback" betekent hier terugkoppeling over de kwaliteit van de presentatie. In "feedback on clarity" wordt precies aangegeven waarop de terugkoppeling betrekking heeft. Je gebruikt "feedback on" gevolgd door het aspect waarover iemand opmerkingen wil.
on
"on" betekent hier "over" of "met betrekking tot" en verbindt de feedback met duidelijkheid. In "feedback on clarity" staat het vóór het onderwerp van de terugkoppeling. Je gebruikt "feedback on" om het beoordeelde aspect te noemen.
clarity
"clarity" betekent hier duidelijkheid van de presentatie of uitleg. In "feedback on clarity" is het het eerste aspect waarop de spreker feedback wil. Je gebruikt "clarity" wanneer je bespreekt hoe begrijpelijk iets wordt uitgedrukt.
not
"not" maakt hier een ontkenning en beperkt de wens niet tot zelfvertrouwen. In "not just confidence" vormt het samen met "just" een tegenstelling tussen één aspect en een extra aspect. Je gebruikt "not" om een woord of zinsdeel te ontkennen.
just
"just" betekent hier "alleen maar" en benadrukt dat zelfvertrouwen niet het enige gewenste beoordelingspunt is. Het staat in de combinatie "not just confidence". Je gebruikt "not just" om aan te geven dat er meer dan één aspect belangrijk is.
confidence
"confidence" betekent hier zelfvertrouwen tijdens het presenteren. In "not just confidence" noemt de spreker dit als één aspect, maar niet als het enige aspect. Je gebruikt "confidence" voor zekerheid of vertrouwen in je eigen kunnen.
Clear
"Clear" betekent hier duidelijk en beschrijft de criteria als goed begrijpelijk en afgebakend. Het staat aan het begin van "Clear criteria". Je gebruikt "clear" vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets gemakkelijk te begrijpen of precies omschreven is.
criteria
"criteria" betekent hier maatstaven waarmee je de professionele groeidoelen kunt beoordelen. Het is het onderwerp van "make" in "Clear criteria make professional growth goals more concrete and practical". Je gebruikt "criteria" wanneer je meerdere punten noemt waaraan iets wordt getoetst.
make
"make" betekent hier ervoor zorgen dat de doelen concreter en praktischer worden. In "make professional growth goals more concrete and practical" krijgt het een object en daarna een beschrijving van het resultaat. Je gebruikt het patroon make + object + adjective om een verandering in een eigenschap te beschrijven.
more
"more" geeft hier een hogere mate aan in "more concrete and practical". Het versterkt beide bijvoeglijke naamwoorden en vergelijkt de doelen met hun eerdere, minder concrete vorm. Je gebruikt "more" vóór langere of vergelijkende beschrijvingen.
concrete
"concrete" betekent hier duidelijk omschreven en praktisch afgebakend. In "more concrete" beschrijft het hoe de doelen door duidelijke criteria veranderen. Je gebruikt "concrete" voor plannen of doelen die niet vaag blijven.
practical
"practical" betekent hier bruikbaar en uitvoerbaar in de werksituatie. In "more concrete and practical" is het een tweede eigenschap van de professionele groeidoelen. Je gebruikt "practical" voor iets dat in de praktijk kan worden toegepast.