Doelen voor professionele groei | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, two colleagues discuss professional growth goals and choose a measurable target for presentation skills..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Doelen voor professionele groei oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to set clearer professional growth goals for my current role.

ai wont tuh set klierur pruhfeshunul grouth goulz fur mai kurrent rool. Ik wil duidelijkere doelen voor professionele groei stellen voor mijn huidige functie.
B

Start by identifying one strength and one weakness.

start bai aidentifaiing wan streng-th ən wan wieknes. Begin met het benoemen van één sterke en één zwakke kant.
A

My strength is organizing tasks, but I tend to avoid presenting ideas.

mai streng-th iz orguhnaizing tesks, bat ai tend tuh uhvoid prizenting aidiez. Mijn sterke kant is het organiseren van taken, maar ik vermijd meestal het presenteren van ideeën.
B

Then presentation skills would be a useful area to develop.

dhen prezunteisjun skils wud bi uh joesful eeriuh tuh divelup. Dan zouden presentatievaardigheden een nuttig ontwikkelgebied zijn.
A

Should I ask for a mentor or practice during team meetings?

sjud ai esk fur uh mentur or prektis djoering tiem mietings? Zal ik om een mentor vragen of oefenen tijdens teamvergaderingen?
B

Both could help, but choose one measurable goal first.

bouth kud help, bat tsjoez wan mezhurubul goul furst. Beide kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.
A

My first goal will be to give a short update in a team meeting soon.

mai furst goul wil bi tuh giv uh sjort apdeit in uh tiem mieting soen. Mijn eerste doel is om binnenkort een korte update te geven tijdens een teamvergadering.
B

That is specific enough to evaluate later.

dhet iz spuhsifik inuf tuh ivaljoe-eit leitur. Dat is specifiek genoeg om het later te evalueren.
A

I also want feedback on clarity, not just confidence.

ai oolsoow wont fiedbek on kleruh-tai, not dzjast konfidens. Ik wil ook feedback op duidelijkheid, niet alleen op zelfvertrouwen.
B

Clear criteria make professional growth goals more concrete and practical.

klier kraitiriuh meik pruhfeshunul grouth goulz mor konkriet ən praktikul. Duidelijke criteria maken doelen voor professionele groei concreter en praktischer.

Uitleg van de zinnen

  1. I want to set clearer professional growth goals for my current role.

    Ik wil duidelijkere doelen voor professionele groei stellen voor mijn huidige functie.

    want
    willen
    set
    stellen
    clearer
    duidelijker
    professional
    professioneel
    growth
    groei
    goals
    doelen
    current
    huidig
    role
    functie
    Uitgebreide uitleg

    want staat hier in de constructie I want to + werkwoord: de spreker geeft aan iets te willen doen. Na want volgt hier to set; want zelf krijgt geen uitgang voor de derde persoon in deze zin. Voorbeeld: I want to learn. — Ik wil leren. set betekent hier “stellen” of “formuleren”, namelijk doelen formuleren. Het is een onregelmatig werkwoord: set – set – set; de vorm verandert dus niet tussen tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord. Voorbeeld: We set clear goals. — We stellen duidelijke doelen. clearer betekent hier “duidelijker”. Dit is de vergrotende trap van clear: clear – clearer – clearest. De vorm clearer vergelijkt de doelen met een minder duidelijke eerdere of mogelijke formulering; dat vergelijkingspunt wordt in de zin niet verder benoemd. professional beschrijft wat met werk of een beroep te maken heeft. In professional growth bepaalt het bijvoeglijk naamwoord het soort groei: groei in een professionele context. Het onveranderlijke Engelse bijvoeglijk naamwoord krijgt hier geen uitgang voor getal. growth is een zelfstandig naamwoord voor ontwikkeling of vooruitgang. In professional growth gaat het om professionele ontwikkeling. Het woord is ontelbaar wanneer het dit algemene ontwikkelingsproces aanduidt; daarom staat er hier geen meervoudsuitgang. goals betekent “doelen”. De enkelvoudsvorm is goal; goals is het regelmatige meervoud. Een doel is iets dat iemand wil bereiken of waarvoor iemand een plan kan maken. Voorbeeld: Her goal is to improve. — Haar doel is verbeteren. current betekent “huidig” of “op dit moment geldend”. In my current role beperkt het de betekenis van role tot de functie die de spreker nu heeft, niet noodzakelijk een vroegere of toekomstige functie. role betekent hier “functie” of “rol” in een werkcontext. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a role, several roles. Voorbeeld: This role requires patience. — Voor deze functie is geduld nodig. Samen vormen I want to set en clearer professional growth goals de betekenis “ik wil duidelijkere doelen voor professionele groei stellen”. for my current role geeft aan waarop die doelen betrekking hebben: de huidige functie van de spreker. De volledige zin betekent dus: “Ik wil duidelijkere doelen voor professionele groei stellen voor mijn huidige functie.”

  2. Start by identifying one strength and one weakness.

    Begin met het benoemen van één sterke en één zwakke kant.

    Start by
    begin met
    identifying
    benoemen
    one
    één
    strength
    sterke kant
    weakness
    zwakke kant
    Uitgebreide uitleg

    Start by staat hier aan het begin van een instructie. Start is de gebiedende wijs van start: de spreker geeft aan wat eerst moet gebeuren. Na by volgt hier een werkwoordsvorm op -ing; het patroon is start by + werkwoord-ing, bijvoorbeeld: “Start by opening the document.” — “Begin met het openen van het document.” identifying komt van identify. In deze zin betekent het niet alleen iets herkennen, maar het expliciet vaststellen of benoemen. De vorm op -ing past na by; by identifying betekent dus “door te benoemen” of, in deze instructie, “met het benoemen van”. one maakt hier duidelijk dat van elke soort precies één exemplaar wordt gevraagd. Het staat bij enkelvoudige telbare zelfstandige naamwoorden: one strength en one weakness. Het is hier dus meer dan een onbepaald lidwoord: de vertaling en de zin drukken expliciet “één” uit. strength is een zelfstandig naamwoord voor een sterke kant of vaardigheid. Het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord is strong: a strong skill betekent “een sterke vaardigheid”. In de vaste zin gaat het om een persoonlijke kwaliteit, niet om fysieke kracht. weakness is het zelfstandig naamwoord voor een zwakke kant of een gebied waarin iemand minder sterk is. Het bijvoeglijk naamwoord is weak: a weak point betekent “een zwak punt”. Weakness is niet hetzelfde als strength; de twee woorden benoemen hier de positieve en negatieve kant die samen moeten worden genoemd. De volledige structuur is Start by identifying one strength and one weakness. Het verbindingswoord and koppelt de twee gevraagde naamwoordgroepen: one strength en one weakness. Samen betekent de zin: “Begin met het benoemen van één sterke en één zwakke kant.”

  3. My strength is organizing tasks, but I tend to avoid presenting ideas.

    Mijn sterke kant is het organiseren van taken, maar ik vermijd meestal het presenteren van ideeën.

    strength
    sterke kant
    organizing
    organiseren
    tasks
    taken
    tend to
    de neiging hebben om
    avoid
    vermijden
    presenting
    presenteren
    ideas
    ideeën
    Uitgebreide uitleg

    strength betekent hier een vaardigheid of eigenschap waarin iemand goed is. Het zelfstandig naamwoord heeft de meervoudsvorm strengths. Voorbeeld: “Patience is one of her strengths.” = “Geduld is een van haar sterke kanten.” organizing verwijst hier naar de activiteit van ordenen en plannen. De vorm op -ing kan na is een activiteit als onderwerp of omschrijving voorstellen; de basisvorm is organize. Voorbeeld: “Organizing files takes time.” = “Bestanden ordenen kost tijd.” tasks betekent hier concrete opdrachten of werkzaamheden. Het is het meervoud van task; het enkelvoud is task. Voorbeeld: “I have three tasks today.” = “Ik heb vandaag drie taken.” tend to geeft een terugkerende neiging aan: iets gebeurt vaak, maar niet noodzakelijk altijd. Na to staat de basisvorm van het werkwoord: tend to avoid, niet tend to avoiding. Voorbeeld: “They tend to arrive early.” = “Ze hebben de neiging vroeg aan te komen.” avoid betekent iets vermijden of ervoor zorgen dat je iets niet doet. Na avoid volgt voor een activiteit gewoonlijk een vorm op -ing, zoals in avoid presenting; niet avoid to present. Voorbeeld: “She avoids driving at night.” = “Ze vermijdt ’s nachts rijden.” presenting betekent hier ideeën aan anderen presenteren of toelichten. Het is de -ing-vorm van present; in deze zin staat het na avoid als de activiteit die men probeert te vermijden. Voorbeeld: “He is presenting the results.” = “Hij presenteert de resultaten.” ideas betekent gedachten, voorstellen of concepten die iemand naar voren brengt. Het is het meervoud van idea; het enkelvoud is idea. Voorbeeld: “These ideas could help.” = “Deze ideeën zouden kunnen helpen.” De zin begint met My strength is organizing tasks: de spreker noemt het organiseren van taken als een sterke kant. Daarna contrasteert but dit met I tend to avoid presenting ideas: de spreker heeft de neiging het presenteren van ideeën te vermijden. Samen betekent de hele uiting: “Mijn sterke kant is het organiseren van taken, maar ik vermijd meestal het presenteren van ideeën.”

  4. Then presentation skills would be a useful area to develop.

    Dan zouden presentatievaardigheden een nuttig ontwikkelgebied zijn.

    Then
    dan
    presentation skills
    presentatievaardigheden
    would be
    zouden zijn
    useful
    nuttig
    area
    gebied
    to develop
    ontwikkelen
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan en koppelt deze beoordeling aan wat eerder is gezegd. Het verwijst niet naar een exact tijdstip; het kan ook een gevolgtrekking of volgende stap in een gesprek markeren. presentation skills betekent hier vaardigheden om ideeën of informatie mondeling te presenteren. Skills is het meervoud van skill; het meervoud past bij een geheel van vaardigheden, niet bij één afzonderlijke vaardigheid. Een bruikbaar patroon is communication skills voor communicatieve vaardigheden. would be bestaat uit would plus de basisvorm be. Hier maakt would de uitspraak voorwaardelijk of voorzichtig: presentatievaardigheden zouden een nuttig ontwikkelgebied zijn. Na would blijft het werkwoord in de basisvorm: would be, niet would are. In deze zin gaat het niet om een gewone verleden tijd van be. useful betekent nuttig of bruikbaar. Het beschrijft area. De vergrotende trap is more useful (nuttiger), en de overtreffende trap is the most useful (het nuttigst): This exercise is useful. = Deze oefening is nuttig. area betekent hier een gebied of ontwikkelpunt binnen iemands vaardigheden. Het gaat niet om een fysieke plaats. Het patroon an area to improve betekent een verbeterpunt; het onbepaalde lidwoord an markeert hier een niet nader bepaald gebied en drukt op zichzelf geen aantal uit. to develop is de infinitief van develop en betekent hier ontwikkelen of verder ontwikkelen. De infinitief specificeert welk soort gebied wordt bedoeld: een gebied dat men kan ontwikkelen. Develop kan ook een vaardigheid als lijdend voorwerp hebben, bijvoorbeeld: I want to develop my presentation skills. = Ik wil mijn presentatievaardigheden ontwikkelen. Samen betekent presentation skills would be a useful area to develop: presentatievaardigheden zouden een nuttig gebied zijn om verder te ontwikkelen. Met Then ervoor ontstaat de volledige betekenis: Dan zouden presentatievaardigheden een nuttig ontwikkelgebied zijn. De zin beoordeelt presentatievaardigheden als een zinvol mogelijk ontwikkelpunt, zonder te beweren dat ze al ontwikkeld zijn.

  5. Should I ask for a mentor or practice during team meetings?

    Zal ik om een mentor vragen of oefenen tijdens teamvergaderingen?

    Should I
    Zal ik …?
    ask for
    vragen om
    mentor
    mentor
    practice
    oefenen
    during
    tijdens
    team meetings
    teamvergaderingen
    Uitgebreide uitleg

    Should I opent hier een vraag over een mogelijke handeling van de spreker. Should drukt vooral advies of een passende keuze uit: “Zal ik …?” Het onderwerp I staat na het hulpwerkwoord, zoals in vragen met should: Should I wait? = “Zal ik wachten?” In een gewone mededelende zin staat de volgorde anders: I should wait = “Ik zou moeten wachten.” In deze uiting wordt de vraag vervolgens een keuze tussen twee mogelijkheden, niet alleen een ja-neevraag. ask for betekent hier dat je om iets of iemand vraagt. Het vaste patroon is ask for + zelfstandig naamwoord: I asked for help. = “Ik vroeg om hulp.” Ask zonder for kan ook een vraag aan iemand betekenen: I asked my colleague a question. = “Ik stelde mijn collega een vraag.” De betekenis “om een mentor vragen” gebruikt dus specifiek for. mentor is een persoon die begeleiding of advies geeft. Het woord kan als zelfstandig naamwoord worden gebruikt: She is a mentor. = “Zij is mentor.” In deze zin staat het na for als datgene waar de spreker om wil vragen. Het onbepaalde lidwoord a past bij een enkelvoudig, niet nader bepaald zelfstandig naamwoord; het stelt op zichzelf niet als hoofdboodschap een numerieke telling voor. practice betekent hier oefenen: een vaardigheid herhaald gebruiken om er beter in te worden. Als werkwoord heeft het de basisvorm practice; na should blijft die basisvorm staan: Should I practice? = “Zal ik oefenen?” Het kan ook een zelfstandig naamwoord zijn, maar in deze zin is het een tweede handeling naast ask for a mentor. during plaatst een gebeurtenis binnen de tijdsduur van iets anders. Het patroon is during + zelfstandig naamwoord: We practiced during the meeting. = “We oefenden tijdens de vergadering.” Het zegt niet noodzakelijk dat de hele vergadering werd gebruikt, alleen dat het oefenen binnen die periode plaatsvond. team meetings betekent vergaderingen van een team. Meetings is het meervoud van meeting; team specificeert welk soort vergaderingen het zijn. Het meervoud verwijst hier naar teamvergaderingen in het algemeen of naar meerdere zulke vergaderingen: I practice during team meetings. = “Ik oefen tijdens teamvergaderingen.” De vraag zet twee mogelijke handelingen naast elkaar: ask for a mentor of practice during team meetings. Het hulpwerkwoord should geldt voor beide delen, ook al staat het maar één keer aan het begin. Samen betekent de uiting: “Zal ik om een mentor vragen of oefenen tijdens teamvergaderingen?”

  6. Both could help, but choose one measurable goal first.

    Beide kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.

    Both
    beide
    could
    zou kunnen
    help
    helpen
    choose
    kiezen
    one
    één
    measurable
    meetbaar
    goal
    doel
    first
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Both betekent hier “beide” en verwijst, met de voorafgaande context, naar de twee genoemde mogelijkheden: om een mentor vragen en oefenen tijdens teamvergaderingen. Het is een meervoudig voornaamwoord voor precies twee zaken. Voor meer dan twee gebruik je meestal all. Could drukt hier een mogelijkheid uit: beide mogelijkheden kunnen helpen, maar dat staat niet vast. Als modaal werkwoord verandert could niet voor persoon of getal en wordt het gevolgd door de basisvorm: could help. Vergelijk can help voor een directere mogelijkheid en could help voor een minder stellige mogelijkheid. Help is hier de basisvorm van het werkwoord, omdat het na het modale could staat. Het betekent “helpen”. Zonder modaal verandert de vorm bijvoorbeeld in helps bij it: This helps. — “Dit helpt.” Choose is hier de basisvorm in een directe aansporing of opdracht; het onuitgesproken onderwerp is you. Dezelfde vorm staat bijvoorbeeld in Choose a clear example. — “Kies een duidelijk voorbeeld.” In de vaste zin wordt choose gecombineerd met one measurable goal. One geeft hier expliciet het aantal één aan en bepaalt goal: er moet één doel worden gekozen, niet meerdere. Het is dus meer dan alleen een onbepaald lidwoord. One kan ook zelfstandig staan: Choose one. — “Kies er één.” Measurable is een bijvoeglijk naamwoord en betekent “meetbaar”: je kunt het doel aan een waarneembare maatstaf toetsen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord goal, zoals in a measurable result — “een meetbaar resultaat”. Goal is een zelfstandig naamwoord voor iets dat iemand wil bereiken. Hier is het enkelvoud, omdat het door one wordt bepaald; het meervoud is goals. Een bruikbaar voorbeeld is My goal is to speak briefly. — “Mijn doel is om kort te spreken.” First is hier een bijwoord van volgorde en betekent “eerst”. Het zegt dat het kiezen van één doel vóór de andere vervolgstappen komt. Vergelijk Choose one first — “Kies er eerst één” — met Choose another goal later — “Kies later een ander doel.” Samen vormen Both could help en but choose one measurable goal first de hele uiting. Eerst wordt gezegd dat beide eerder genoemde mogelijkheden kunnen helpen; daarna volgt de aansporing om eerst precies één meetbaar doel te kiezen. De hele uiting betekent daarom: “Beide kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.”

  7. My first goal will be to give a short update in a team meeting soon.

    Mijn eerste doel is om binnenkort een korte update te geven tijdens een teamvergadering.

    first
    eerste
    goal
    doel
    will be
    zal zijn
    to give
    geven
    short
    kort
    update
    update; korte stand van zaken
    team meeting
    teamvergadering
    soon
    binnenkort
    Uitgebreide uitleg

    first geeft hier de rangorde aan: het doel komt op nummer één. Het is de rangtelwoordvorm van one; vergelijk second voor nummer twee. Voorbeeld: This is my first attempt. = Dit is mijn eerste poging. goal betekent hier een doel dat iemand wil bereiken. Het meervoud is goals. In de vorige zin staat hetzelfde woord in one measurable goal: measurable beschrijft daar welk soort doel het is. will be bestaat uit will plus de basisvorm be. Samen plaatst het deze toestand of identificatie in de toekomst: het doel zal iets zijn. Na will blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: will be, niet will is. Voorbeeld: The meeting will be short. = De vergadering zal kort zijn. to give benoemt wat het doel inhoudt: een update geven. Na to staat hier de basisvorm give; give heeft als verleden tijd gave en als voltooid deelwoord given. Voorbeeld: I want to give an example. = Ik wil een voorbeeld geven. short beschrijft update: de update is beperkt van lengte of omvang. De vergelijkingsvormen zijn shorter en the shortest. Voorbeeld: We need a shorter report. = We hebben een korter rapport nodig. update is hier een korte stand van zaken of mededeling over recente informatie. Als zelfstandig naamwoord kan het meervoud updates hebben. Het woord kan ook als werkwoord voorkomen, bijvoorbeeld Please update the list. = Werk de lijst alstublieft bij; dat is een ander gebruik dan het zelfstandig naamwoord in deze zin. team meeting is een vaste nominale combinatie voor een vergadering van een team. Team specificeert het soort vergadering en meeting is het hoofdzelfstandig naamwoord. Voorbeeld: The team meeting starts at nine. = De teamvergadering begint om negen uur. soon betekent dat iets in de nabije toekomst gebeurt: binnenkort. Het zegt niet precies wanneer. Voorbeeld: I will reply soon. = Ik zal binnenkort antwoorden. Samen vormen de delen de structuur My first goal will be to ...: het eerste doel van de spreker zal bestaan uit de handeling na to. Die handeling is give a short update, dus een korte stand van zaken geven. in a team meeting plaatst die handeling tijdens een teamvergadering, en soon geeft aan dat dit binnenkort zal gebeuren. De volledige betekenis is: Mijn eerste doel zal zijn om binnenkort een korte update te geven tijdens een teamvergadering.

  8. That is specific enough to evaluate later.

    Dat is specifiek genoeg om het later te evalueren.

    That
    dat
    specific
    specifiek
    enough
    genoeg
    to evaluate
    evalueren
    later
    later
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier dat: een aanwijzend voornaamwoord dat naar iets verwijst zonder dat de zin zelf precies benoemt waarnaar. De vorm that kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, maar in deze zin staat hij zelfstandig en vormt hij het onderwerp. Voor een meervoudig onderwerp wordt doorgaans those gebruikt. Specific betekent hier specifiek of duidelijk afgebakend. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de basisvorm is specific. De gewone vergrotende trap is more specific, en de overtreffende trap is most specific. Bijvoorbeeld: The instructions are more specific now. = De instructies zijn nu specifieker. Enough betekent hier genoeg: de mate van specificiteit bereikt de benodigde grens. In het patroon adjective + enough staat enough na het bijvoeglijk naamwoord: clear enough = duidelijk genoeg. Met een zelfstandig naamwoord staat het meestal ervoor: enough time = genoeg tijd. To evaluate betekent evalueren of beoordelen. To markeert hier de infinitief; het is geen voorzetsel met een zelfstandig naamwoord erna. Het werkwoord heeft dus de basisvorm evaluate. In andere tijden verandert het werkwoord, bijvoorbeeld evaluated = evalueerde/heeft geëvalueerd en will evaluate = zal evalueren. Bijvoorbeeld: We need time to evaluate the results. = We hebben tijd nodig om de resultaten te evalueren. Later betekent later, dus op een later moment dan het moment waarover nu wordt gesproken. Het is hier een bijwoord en bepaalt wanneer het evalueren plaatsvindt. Bijvoorbeeld: I will check it later. = Ik zal het later controleren. Samen vormt specific enough to evaluate later het patroon adjective + enough + to + verb + time adverb: iets heeft voldoende van een bepaalde eigenschap om een handeling mogelijk of passend te maken, waarbij die handeling later gebeurt. De volledige zin That is specific enough to evaluate later. betekent daarom: Dat is specifiek genoeg om het later te evalueren. De infinitiefgroep to evaluate later legt uit waarvoor het voldoende specifiek is; later hoort bij het evalueren, niet bij de beoordeling van de specificiteit.

  9. I also want feedback on clarity, not just confidence.

    Ik wil ook feedback op duidelijkheid, niet alleen op zelfvertrouwen.

    want
    willen
    feedback
    feedback
    clarity
    duidelijkheid
    not just
    niet alleen
    confidence
    zelfvertrouwen
    Uitgebreide uitleg

    want betekent hier “willen” en staat in de tegenwoordige tijd voor de spreker: I want = “ik wil”. Na I staat de basisvorm want; bij he, she of it krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal wants. Voorbeeld: They want more time. = “Ze willen meer tijd.” feedback is een zelfstandig naamwoord voor terugkoppeling die iemand helpt iets te beoordelen of te verbeteren. In het Engels is feedback normaal een ontelbaar zelfstandig naamwoord: some feedback = “wat feedback” en a piece of feedback = “een stukje feedback”. Zeg normaal niet a feedback voor één reactie. clarity betekent “duidelijkheid”. Het is het zelfstandig naamwoord dat de eigenschap benoemt; het verwante bijvoeglijk naamwoord is clear (“duidelijk”). The instructions are clear. = “De instructies zijn duidelijk.” not just betekent “niet alleen”. Hier maakt het duidelijk dat de feedback niet uitsluitend over confidence moet gaan. Vaak kan daarna but also volgen, maar in deze zin staat alleen not just. confidence betekent hier “zelfvertrouwen”: vertrouwen in de eigen bekwaamheid of het eigen optreden. Het verwante bijvoeglijk naamwoord is confident (“zelfverzekerd”). Voorbeeld: Practice can build confidence. = “Oefening kan zelfvertrouwen opbouwen.” Samen betekent I also want feedback on clarity, not just confidence.: “Ik wil ook feedback op duidelijkheid, niet alleen op zelfvertrouwen.” also voegt dit verlangen toe aan iets dat al in de context aan de orde is. In feedback on clarity geeft on aan waarop de feedback betrekking heeft. Het slot maakt duidelijk dat de feedback niet beperkt moet blijven tot zelfvertrouwen.

  10. Clear criteria make professional growth goals more concrete and practical.

    Duidelijke criteria maken doelen voor professionele groei concreter en praktischer.

    Clear
    duidelijk(e)
    criteria
    criteria
    make
    maken
    professional
    professioneel
    growth
    groei
    goals
    doelen
    more concrete
    concreter
    practical
    praktisch
    Uitgebreide uitleg

    Clear betekent hier dat de criteria gemakkelijk te begrijpen of te beoordelen zijn. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud: a clear criterion en clear criteria. Voor het tegenovergestelde kun je bijvoorbeeld unclear gebruiken. criteria is hier het meervoud van criterion: één criterion, meerdere criteria. Het verwijst naar maatstaven waarmee je iets beoordeelt. Voorbeeld: The criteria are easy to understand. — De criteria zijn gemakkelijk te begrijpen. make betekent hier dat iets een verandering veroorzaakt: duidelijke criteria zorgen ervoor dat de doelen concreter en praktischer worden. Omdat criteria het meervoudige onderwerp is, staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd als make; bij een enkelvoudig onderwerp zou dat makes zijn: A clear criterion makes the goal more concrete. — Een duidelijk criterium maakt het doel concreter. professional beschrijft het soort groei: groei die met werk of een beroep te maken heeft. Het verandert hier niet voor enkelvoud of meervoud. Het kan vóór een zelfstandig naamwoord staan, zoals in professional skills — professionele vaardigheden. growth is een zelfstandig naamwoord voor ontwikkeling of vooruitgang. In professional growth vormt het samen met professional een vaste betekenisgroep: professionele ontwikkeling. Het is hier geen werkwoord; het verwante werkwoord grow betekent groeien. Voorbeeld: Professional growth takes time. — Professionele groei kost tijd. goals betekent de doelen die iemand wil bereiken. Het is het meervoud van goal: one goal, two goals. De groep professional growth goals betekent doelen voor professionele groei: professional growth bepaalt hier welk soort doelen het zijn. Voorbeeld: She set two growth goals. — Zij stelde twee groeidoelen vast. more concrete is de vergrotende trap van concrete: concrete, more concrete, most concrete. More concrete betekent dat de doelen duidelijker uitgewerkt en specifieker zijn dan daarvoor of dan een vergelijkingpunt. Voorbeeld: The plan is more concrete now. — Het plan is nu concreter. practical betekent dat de doelen bruikbaar en uitvoerbaar zijn. In combinatie met more concrete wordt ook voor dit gecoördineerde bijvoeglijk naamwoord een verbetering bedoeld: de doelen worden concreter en praktischer. De expliciete vorm voor een afzonderlijke vergelijking is more practical: This advice is more practical. — Dit advies is praktischer. Samen is de structuur: Clear criteria is het meervoudige onderwerp, make geeft het veroorzaakte effect aan, en professional growth goals is wat door die criteria verandert. More concrete and practical beschrijft het resultaat: de doelen worden concreter en praktischer. De volledige zin betekent dus dat duidelijke maatstaven doelen voor professionele groei concreter en beter uitvoerbaar maken.

Grammatica

tend to + verb

I tend to avoid presenting ideas.

ai tend tuh uhvoid prizenting aidiez.

Ik heb de neiging om het presenteren van ideeën te vermijden.

Na tend to gebruik je de basisvorm van het werkwoord. Na avoid volgt vaak een werkwoord op -ing.

Engels woordenschat

clear bijvoeglijk naamwoord
klier duidelijk clearer
current role uitdrukking
kurrent rool huidige functie
idea zelfstandig naamwoord
aidiuh idee ideas
identify werkwoord
aidentifai identificeren identifying
organize werkwoord
orguhnaiz organiseren organizing
present werkwoord
prizent presenteren presenting
professional growth goals uitdrukking
pruhfeshunul grouth goulz doelen voor professionele groei
set werkwoord
set stellen
strength zelfstandig naamwoord
streng-th sterk punt
task zelfstandig naamwoord
tesk taak tasks
tend to avoid uitdrukking
tend tuh uhvoid de neiging hebben om te vermijden
weakness zelfstandig naamwoord
wieknes zwak punt

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

organiseren

Antwoord tonenorganizing

identificeren

Antwoord tonenidentifying

taak

Antwoord tonentasks

sterk punt

Antwoord tonenstrength