Een gericht studieplan opbouwen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a classroom, two adults review uneven language-study progress and decide to focus on listening practice with a weekly check..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Een gericht studieplan opbouwen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I study every day, but my progress still feels uneven.

Ai stuhdai evrie dee, bət mai prohgres stil fielz un-ie-vun. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.
B

Which part breaks down most when you talk with people?

Witsj paart breeks daun moust wen joe tok wid piepul? Welk onderdeel gaat het meest mis als je met mensen praat?
A

Listening does, especially when people speak at a natural speed.

Lissen-ing duz, es-pesjəli wen piepul spiik at ə netsjurəl spiid. Luisteren gaat het minst goed, vooral wanneer mensen op natuurlijke snelheid spreken.
B

Then give listening more time before adding new grammar exercises.

Dhen giv lissen-ing moor taim bifoor eding njoe gremmer eksər-sai-ziz. Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
A

How can I tell whether I am improving without taking tests all the time?

Hau ken ai tel wedhər ai əm impruving widaut teeking tests ol dhə taim? Hoe kan ik merken of ik vooruitga zonder steeds toetsen te maken?
B

Use the same short recording twice and compare what you understood.

Joez dhə seem sjort rikording twais ən kompéér wot joe anderstoed. Gebruik twee keer dezelfde korte opname en vergelijk wat je hebt begrepen.
A

That gives me a clearer measure than changing materials every day.

Dhæt givz mie ə klierər mejhər dhen tsjeendzjing mətieriejlz evrie dee. Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag van materiaal wisselen.
B

It also shows whether your strategy is working, not just how long you studied.

It olso shouz wedhər jor stratedzjie iz wurking, not dzjast hau long joe stuhdid. Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoelang je hebt gestudeerd.
A

I could check my notes once a week and adjust from there.

Ai kud tsjek mai noots wans ə wiek ən ə-dzjast from dher. Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en van daaruit bijsturen.
B

A small review like that can keep your practice focused.

Ə smol rivjoe laik dhæt kən kiip jor prektis fookəst. Een kleine evaluatie als deze kan je oefening doelgericht houden.

Woord voor woord

I "I" verwijst hier naar de spreker zelf, die vertelt over zijn of haar studie. De vorm staat vaak vooraan in een zin met een handeling van de spreker, zoals in "I study every day".
study "study" betekent hier een onderwerp leren of oefenen. In "I study every day" volgt het op "I" en beschrijft het de dagelijkse activiteit; je gebruikt deze vorm om over je eigen studie te vertellen.
every "every" geeft aan dat iets bij elk onderdeel van een herhaalde reeks gebeurt. In "every day" betekent het dat de spreker op elke dag studeert; de gebruikelijke combinatie is "every" gevolgd door een enkelvoudige tijdsaanduiding.
day "day" verwijst hier naar een dagelijkse periode. In "every day" bepaalt het woord hoe vaak de spreker studeert; zo kun je een vaste dagelijkse frequentie aangeven.
but "but" verbindt twee ideeën met een tegenstelling: de spreker studeert dagelijks, maar de vooruitgang blijft wisselend. Je gebruikt "but" om na een eerste mededeling een afwijkend of beperkend punt toe te voegen.
my "my" geeft aan dat iets bij de spreker hoort. In "my progress" verwijst het naar de vooruitgang van de spreker; de vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort.
progress "progress" betekent hier ontwikkeling of verbetering tijdens het leren. In "my progress" gaat het om de ontwikkeling van de spreker; je gebruikt het om resultaten over een langere periode te bespreken.
still "still" betekent hier dat een toestand tot nu toe voortduurt. In "still feels uneven" blijft de vooruitgang volgens de spreker nog steeds wisselend aanvoelen; je gebruikt het om een aanhoudend probleem of een aanhoudende toestand te markeren.
feels "feels" betekent hier "lijkt aan te voelen" en beschrijft een indruk, niet noodzakelijk een lichamelijk gevoel. De vorm "feels" komt van "feel" en staat in "progress still feels uneven" bij het onderwerp "progress"; een bruikbaar patroon is een onderwerp gevolgd door "feels" en een beschrijving.
uneven "uneven" betekent hier niet constant of niet gelijkmatig. In "feels uneven" beschrijft het de wisselende kwaliteit van de vooruitgang; je gebruikt het om resultaten te karakteriseren die niet stabiel verlopen.
Which "Which" vraagt hier om één onderdeel uit een aantal mogelijke onderdelen te kiezen. In "Which part" staat het vóór het zelfstandig naamwoord; je gebruikt de combinatie om een specifiek aspect te laten aanwijzen.
part "part" betekent hier een onderdeel of aspect van een grotere vaardigheid. In "Which part" vraagt de spreker welk aspect van het praten het grootste probleem vormt; je gebruikt het om een onderdeel van een taak of proces te benoemen.
breaks In "breaks down" draagt "breaks" samen met "down" de betekenis dat iets niet goed werkt. De vorm "breaks" komt van "break" en staat hier bij "part"; je gebruikt de combinatie om een punt aan te geven waarop een proces faalt.
down In "breaks down" voltooit "down" samen met "breaks" de uitdrukking voor falen of niet goed werken. Het is hier geen aanwijzing voor een richting; de volledige combinatie "breaks down" past bij het bespreken van een onderdeel dat problemen geeft.
most "most" geeft hier de hoogste mate aan. In "breaks down most" vraagt het welk onderdeel het vaakst of het sterkst problemen geeft; je gebruikt het om één punt als het grootste probleem aan te wijzen.
when "when" introduceert hier het moment of de situatie waarin iets gebeurt. In "when you talk with people" begrenst het de vraag tot gesprekken met andere mensen; je gebruikt "when" vóór een volledige situatie.
you "you" verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In "when you talk with people" gaat het om de leerling; de vorm staat vóór het werkwoord om diens handeling te beschrijven.
talk "talk" betekent hier met iemand spreken. In "talk with people" geeft het een gesprek met andere personen aan; je gebruikt "talk with" gevolgd door de gesprekspartner of gesprekspartners.
with "with" geeft in "talk with people" aan met wie de spreker praat. De combinatie "talk with people" is bruikbaar wanneer je een gesprekspartner of groep noemt.
people "people" verwijst hier naar andere personen met wie de leerling praat. De vorm "people" is het meervoud dat in "talk with people" een niet nader genoemde groep aanduidt; je gebruikt het om over personen in het algemeen te spreken.
Listening "Listening" benoemt hier de activiteit van gesproken taal begrijpen. De vorm hangt samen met "listen" en staat in "Listening does" als het onderdeel dat wordt besproken; je gebruikt zo'n activiteit als onderwerp van een beoordeling.
does In "Listening does" staat "does" voor de eerder genoemde handeling "breaks down" en voorkomt het herhalen van de hele uitdrukking. De vorm komt van "do" en wordt gebruikt in een kort antwoord wanneer de handeling al duidelijk is.
especially "especially" betekent hier "in het bijzonder" en beperkt de aandacht tot een specifieke omstandigheid. In "especially when people speak at a natural speed" noemt het de situatie die het luisteren extra moeilijk maakt; je gebruikt het om een belangrijk geval uit te lichten.
speak "speak" betekent hier gesproken taal gebruiken. In "people speak at a natural speed" gaat het om de manier waarop mensen praten; je gebruikt deze vorm om een spreker of groep te beschrijven.
at "at" geeft in "at a natural speed" het tempo aan waarop iets gebeurt. De combinatie "at" met een snelheid of niveau is bruikbaar om een uitvoeringssnelheid te beschrijven.
a "a" introduceert in "a natural speed" één niet nader bepaalde snelheid. De vorm staat vóór de beschrijving en het enkelvoudige zelfstandig naamwoord; zo geef je een algemene, niet-specifieke mogelijkheid aan.
natural "natural" betekent hier normaal voor echte gesprekken en niet bewust vertraagd of versneld. In "a natural speed" beschrijft het de snelheid van het spreken; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een gebruikelijke vorm te typeren.
speed "speed" betekent hier het tempo waarop mensen spreken. In "at a natural speed" beschrijft het de snelheid van de gesproken taal; je gebruikt het om een tempo of ritme aan te geven.
Then "Then" betekent hier "als gevolg daarvan" of "op basis van dat punt". Aan het begin van het advies "Then give listening more time" verbindt het de eerdere diagnose met de voorgestelde volgende stap.
give "give" betekent hier tijd ergens aan besteden of die tijd ervoor beschikbaar maken. In "give listening more time" krijgt de luisteractiviteit extra tijd; een bruikbaar patroon is een activiteit of persoon met "more time".
more "more" geeft een grotere hoeveelheid aan. In "more time" betekent het dat luisteren extra tijd moet krijgen; je gebruikt het vóór een hoeveelheid wanneer je die wilt vergroten.
time "time" verwijst hier naar de hoeveelheid tijd die aan luisteren wordt besteed. In "give listening more time" is het datgene wat wordt uitgebreid; je gebruikt het om duur of beschikbare tijd voor een activiteit te bespreken.
before "before" geeft aan dat één actie eerder moet gebeuren dan een andere. In "before adding new grammar exercises" moet er eerst meer tijd aan luisteren worden besteed; deze vorm kan gevolgd worden door een activiteit met "-ing".
adding "adding" betekent hier nieuwe oefeningen invoeren of erbij nemen. De vorm hangt samen met "add" en staat in "before adding new grammar exercises" na "before"; je gebruikt haar om een volgende toevoeging aan een plan te beschrijven.
new "new" betekent hier nog niet eerder gebruikte of bestudeerde oefeningen. In "new grammar exercises" beschrijft het de oefeningen; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om iets als nieuw voor de leerling aan te duiden.
grammar "grammar" verwijst hier naar het taalsysteem en de regels daarvan. In "grammar exercises" bepaalt het welk soort oefeningen bedoeld wordt; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het onderwerp van de oefening te specificeren.
exercises "exercises" betekent hier activiteiten om grammatica te oefenen. De vorm "exercises" is het meervoud van "exercise" en staat in "new grammar exercises"; je gebruikt het voor meerdere oefenactiviteiten.
How "How" vraagt hier naar de manier waarop de spreker iets kan vaststellen. In "How can I tell" opent het een vraag naar een methode; je gebruikt deze vorm vaak vóór een hulpwerkwoord en een onderwerp.
can "can" drukt hier de mogelijkheid of vaardigheid uit om iets vast te stellen. In "can I tell" vraagt de spreker of dat mogelijk is; je gebruikt "can" vóór de basisvorm van een werkwoord.
tell "tell" betekent hier herkennen of bepalen, niet iemand iets vertellen. In "tell whether I am improving" gaat het om vaststellen of de vooruitgang werkelijk plaatsvindt; je gebruikt het hier vóór een vraag naar een ja-of-nee-kwestie.
whether "whether" introduceert hier de kwestie of de spreker wel of niet vooruitgaat. In "whether I am improving" volgt een volledige zin; je gebruikt het om onzekerheid tussen twee mogelijkheden te bespreken.
am "am" is de vorm van "be" die bij "I" hoort en vormt hier samen met "improving" een beschrijving van een lopende verandering. In "I am improving" gaat het om de vraag of de spreker beter wordt; je gebruikt het patroon "I am" met een werkwoordsvorm op "-ing" voor een activiteit of ontwikkeling.
improving "improving" betekent hier beter worden in de taalstudie. De vorm hangt samen met "improve" en staat in "I am improving" na "am"; je gebruikt haar om een ontwikkeling te beschrijven die op dat moment relevant is.
without "without" geeft hier aan dat iets niet wordt gedaan of gebruikt. In "without taking tests all the time" vraagt de spreker hoe vooruitgang kan worden beoordeeld zonder voortdurend toetsen af te leggen; deze vorm staat hier vóór een activiteit met "-ing".
taking "taking" betekent hier toetsen afleggen. De vorm hangt samen met "take" en staat in "taking tests" na "without"; je gebruikt de combinatie wanneer iemand een toets maakt of aflegt.
tests "tests" verwijst hier naar formele controles van kennis of vaardigheid. De vorm "tests" is het meervoud van "test" en staat in "taking tests"; je gebruikt het om meerdere toetsmomenten aan te duiden.
all In "all the time" draagt "all" samen met "the time" de betekenis van voortdurend of telkens opnieuw. Het benadrukt hier dat toetsen niet bij iedere gelegenheid nodig zouden moeten zijn; je gebruikt de hele uitdrukking om een zeer hoge frequentie aan te geven.
the In "all the time" verwijst "the" naar de tijd als geheel binnen een vaste uitdrukking. Samen met "all" maakt het duidelijk dat de handeling voortdurend plaatsvindt; de combinatie is bruikbaar om een voortdurende frequentie aan te geven.
Use "Use" betekent hier iets inzetten voor een bepaald doel en is de directe vorm van een advies. In "Use the same short recording" staat het aan het begin van een instructie; je gebruikt "Use" gevolgd door het hulpmiddel dat iemand moet inzetten.
same "same" betekent hier identiek en niet vervangen door ander materiaal. In "the same short recording" moet precies dezelfde opname opnieuw worden gebruikt; je gebruikt de combinatie "the same" vóór het zelfstandig naamwoord.
short "short" betekent hier niet lang in duur. In "a short recording" beschrijft het de opname die tweemaal wordt beluisterd; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte duur aan te geven.
recording "recording" betekent hier een geluidsopname. De vorm hangt samen met "record" en staat in "the same short recording" als het materiaal dat opnieuw wordt gebruikt; je gebruikt het voor vastgelegd audio- of ander opgenomen materiaal.
twice "twice" betekent hier twee keer. In "Use the same short recording twice" geeft het aan hoe vaak dezelfde opname moet worden gebruikt; je gebruikt het na de handeling om het aantal herhalingen aan te geven.
and "and" verbindt hier twee opdrachten: de opname gebruiken en daarna vergelijken. In "Use the same short recording twice and compare" koppelt het twee handelingen binnen één instructie; je gebruikt het om acties of ideeën naast elkaar te plaatsen.
compare "compare" betekent hier onderzoeken wat iemand de eerste en tweede keer heeft begrepen. In "compare what you understood" volgt de informatie waarmee de vergelijking wordt gemaakt; je gebruikt het om resultaten of waarnemingen naast elkaar te leggen.
what "what" introduceert in "what you understood" de informatie die iemand heeft begrepen. De combinatie verwijst naar datgene wat de leerling uit de opname heeft gehaald; je gebruikt "what" om zulke informatie als onderdeel van een zin te noemen.
understood "understood" betekent hier de betekenis van de opname hebben begrepen. De vorm hangt samen met "understand" en staat in "what you understood"; je gebruikt haar om te verwijzen naar wat iemand uit gesproken of geschreven informatie heeft gehaald.
That "That" verwijst hier naar de zojuist voorgestelde methode van dezelfde opname gebruiken en vergelijken. In "That gives me a clearer measure" maakt het die eerdere methode tot onderwerp; je gebruikt de vorm om naar een voorafgaand idee of resultaat te verwijzen.
gives "gives" betekent hier opleveren of verschaffen. De vorm komt van "give" en staat in "That gives me a clearer measure" bij het onderwerp "That"; je gebruikt de combinatie om aan te geven welk resultaat een methode iemand oplevert.
me "me" verwijst naar de spreker als ontvanger van het resultaat. In "gives me a clearer measure" is de spreker degene die de duidelijkere maatstaf krijgt; je gebruikt het na een werkwoord zoals "gives" wanneer iets aan de spreker wordt gegeven.
clearer "clearer" betekent hier gemakkelijker te begrijpen of te beoordelen. De vorm komt van "clear" en vergelijkt de maatstaf met het dagelijks wisselen van materiaal; in "a clearer measure than" leidt zij een vergelijking in.
measure "measure" betekent hier een manier om vooruitgang te beoordelen. In "a clearer measure" verwijst het naar de vergelijking van wat de leerling heeft begrepen; je gebruikt het om een beoordelingsmiddel of maatstaf te benoemen.
than "than" introduceert hier waarmee de duidelijkheid wordt vergeleken. In "clearer measure than changing materials every day" volgt de andere optie; je gebruikt het na een vergelijkende vorm zoals "clearer".
changing "changing" betekent hier het ene leermateriaal door ander materiaal vervangen. De vorm hangt samen met "change" en staat in "changing materials every day"; je gebruikt haar om een activiteit of gewoonte als proces te beschrijven.
materials "materials" verwijst hier naar leermiddelen of studiemateriaal. De vorm "materials" is het meervoud van "material" en staat in "changing materials every day"; je gebruikt het voor de bronnen waarmee iemand studeert.
It "It" verwijst hier naar de methode of maatstaf die in de vorige zin is genoemd. In "It also shows whether your strategy is working" is die methode het onderwerp; je gebruikt de vorm om naar een eerder genoemd ding of idee terug te verwijzen.
also "also" betekent hier bovendien of daarnaast. In "It also shows" voegt het een tweede voordeel van dezelfde methode toe; het staat hier tussen het onderwerp en het werkwoord.
shows "shows" betekent hier aantonen of zichtbaar maken. De vorm komt van "show" en staat in "shows whether your strategy is working"; je gebruikt het om te zeggen dat een methode informatie over een resultaat geeft.
your "your" geeft aan dat iets bij de aangesproken persoon hoort. In "your strategy" verwijst het naar de studiemethode van de leerling; de vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord.
strategy "strategy" betekent hier een geplande manier om een leerdoel te bereiken. In "your strategy" gaat het om de gekozen aanpak van de leerling; je gebruikt het om een planmatige methode te bespreken.
is "is" is een vorm van "be" en verbindt in "your strategy is working" de strategie met de beoordeling ervan. De vorm staat bij "your strategy"; je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat een aanpak op dit moment het bedoelde resultaat lijkt te geven.
working "working" betekent hier het gewenste resultaat opleveren. De vorm hangt samen met "work" en staat in "your strategy is working" na "is"; je gebruikt haar om te beoordelen of een plan of aanpak effectief is.
not "not" maakt in "not just how long you studied" een beperking negatief. Samen met "just" zegt het dat niet alleen de studieduur telt; je gebruikt "not" om een bewering of onderdeel daarvan te ontkennen.
just "just" betekent hier alleen. In "not just how long you studied" beperkt het de aandacht tot één criterium, dat vervolgens wordt afgewezen als het enige criterium; de combinatie "not just" is bruikbaar wanneer je een bredere beoordeling wilt aangeven.
long In "how long you studied" verwijst "long" naar de duur van het studeren. Samen met "how" vraagt het hoeveel tijd de activiteit in beslag nam; je gebruikt de combinatie om naar een tijdsduur te vragen.
studied "studied" verwijst hier naar de tijd die de leerling aan leren heeft besteed. De vorm hangt samen met "study" en staat in "how long you studied"; je gebruikt haar om naar een eerdere studieactiviteit te verwijzen.
could "could" drukt hier een mogelijke aanpak of voornemen uit. In "I could check my notes" stelt de spreker voor om de aantekeningen te bekijken; je gebruikt "could" vóór de basisvorm van een werkwoord om een mogelijkheid te formuleren.
check "check" betekent hier bekijken en beoordelen. In "check my notes" is het doel om de aantekeningen regelmatig na te gaan; je gebruikt "check" gevolgd door datgene wat je onderzoekt.
notes "notes" verwijst hier naar geschreven aantekeningen over de studie. De vorm "notes" is het meervoud van "note" en staat in "my notes"; je gebruikt het voor schriftelijke herinneringen of studiegegevens.
once "once" betekent hier één keer. In "once a week" geeft het aan dat de controle wekelijks één keer plaatsvindt; je gebruikt deze combinatie om een vaste frequentie te beschrijven.
week "week" verwijst hier naar een periode van zeven dagen. In "once a week" bepaalt het de periode waarbinnen één controle plaatsvindt; je gebruikt het om een wekelijkse frequentie aan te geven.
adjust "adjust" betekent hier de studieaanpak enigszins veranderen op basis van de controle. In "adjust from there" verwijst het naar bijsturen vanaf het gevonden resultaat; je gebruikt het wanneer een plan na beoordeling wordt aangepast.
from "from" geeft in "from there" het uitgangspunt van de volgende aanpassing aan. Hier is dat uitgangspunt de wekelijkse controle en wat die oplevert; je gebruikt de combinatie om verder te gaan op basis van een eerder punt.
there In "from there" verwijst "there" niet naar een concrete plaats, maar naar het punt of resultaat dat net is bereikt. Samen met "from" betekent het dat de leerling vanaf die beoordeling verdergaat; deze uitdrukking is bruikbaar om een volgende stap op een eerdere basis te laten volgen.
small "small" betekent hier beperkt in omvang of hoeveelheid. In "A small review" beschrijft het een korte, beperkte evaluatie; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de omvang ervan aan te geven.
review "review" betekent hier een korte evaluatie of controle van de studie. In "A small review like that" verwijst het naar het opnieuw bekijken van de aantekeningen en resultaten; je gebruikt het om een moment van beoordeling te benoemen.
like "like" betekent hier vergelijkbaar met. In "like that" vergelijkt het de kleine evaluatie met de eerder voorgestelde wekelijkse controle; je gebruikt "like" gevolgd door iets waarmee je een overeenkomst aangeeft.
keep "keep" betekent hier ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft. In "keep your practice focused" vormt het samen met het object en "focused" de betekenis dat de oefening doelgericht blijft; dit patroon is bruikbaar voor het behouden van een gewenste toestand.
practice "practice" betekent hier herhaalde oefenactiviteit om beter te worden. In "your practice" gaat het om de manier waarop de leerling oefent; je gebruikt het om een leer- of trainingsroutine te bespreken.
focused "focused" betekent hier gericht op een duidelijk doel. De vorm hangt samen met "focus" en staat in "keep your practice focused" als de toestand waarin de oefening moet blijven; je gebruikt haar om doelgerichte studie of activiteit te beschrijven.

Grammatica

break down → breaks down

The recording breaks down.

Dhə rikording breeks daun.

De opname werkt niet goed.

In de tegenwoordige tijd krijgt een werkwoord -s bij he, she of it: break down wordt breaks down.

clear → clearer

The recording is clearer.

Dhə rikording iz klierər.

De opname is duidelijker.

Voor een vergelijking krijgt een kort bijvoeglijk naamwoord vaak -er: clear wordt clearer.

Engels woordenschat

add werkwoord
ed toevoegen adding
break down uitdrukking
breek daun misgaan; niet goed functioneren breaks down
grammar exercises zelfstandig naamwoord
gremmer eksər-sai-ziz grammaticaoefeningen
improve werkwoord
impruuv verbeteren; vooruitgaan improving
listening zelfstandig naamwoord
lissen-ing luisteren
natural speed uitdrukking
netsjurəl spiid natuurlijke snelheid
progress zelfstandig naamwoord
prohgres vooruitgang
recording zelfstandig naamwoord
rikording opname
same bepaler
seem dezelfde
take werkwoord
teek afleggen; maken taking
tell werkwoord
tel merken; zeggen
uneven bijvoeglijk naamwoord
un-ie-vun ongelijkmatig

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

ongelijkmatig

Antwoord tonenuneven

merken; zeggen

Antwoord tonentell

luisteren

Antwoord tonenlistening

vooruitgang

Antwoord tonenprogress