Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een gericht studieplan opbouwen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
I study every day, but my progress still feels uneven.
Ai stuhdai evrie dee, bət mai prohgres stil fielz un-ie-vun. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.Which part breaks down most when you talk with people?
Witsj paart breeks daun moust wen joe tok wid piepul? Welk onderdeel gaat het meest mis als je met mensen praat?Listening does, especially when people speak at a natural speed.
Lissen-ing duz, es-pesjəli wen piepul spiik at ə netsjurəl spiid. Luisteren gaat het minst goed, vooral wanneer mensen op natuurlijke snelheid spreken.Then give listening more time before adding new grammar exercises.
Dhen giv lissen-ing moor taim bifoor eding njoe gremmer eksər-sai-ziz. Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.How can I tell whether I am improving without taking tests all the time?
Hau ken ai tel wedhər ai əm impruving widaut teeking tests ol dhə taim? Hoe kan ik merken of ik vooruitga zonder steeds toetsen te maken?Use the same short recording twice and compare what you understood.
Joez dhə seem sjort rikording twais ən kompéér wot joe anderstoed. Gebruik twee keer dezelfde korte opname en vergelijk wat je hebt begrepen.That gives me a clearer measure than changing materials every day.
Dhæt givz mie ə klierər mejhər dhen tsjeendzjing mətieriejlz evrie dee. Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag van materiaal wisselen.It also shows whether your strategy is working, not just how long you studied.
It olso shouz wedhər jor stratedzjie iz wurking, not dzjast hau long joe stuhdid. Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoelang je hebt gestudeerd.I could check my notes once a week and adjust from there.
Ai kud tsjek mai noots wans ə wiek ən ə-dzjast from dher. Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en van daaruit bijsturen.A small review like that can keep your practice focused.
Ə smol rivjoe laik dhæt kən kiip jor prektis fookəst. Een kleine evaluatie als deze kan je oefening doelgericht houden.Uitleg van de zinnen
I study every day, but my progress still feels uneven.
Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselend aan.
- study
- studeren
- every day
- elke dag
- progress
- vooruitgang
- still
- nog steeds
- feels
- voelt aan
- uneven
- wisselend
Uitgebreide uitleg
study betekent hier dat de spreker studeert of leert. De basisvorm is study; met I blijft de tegenwoordige tijd study, terwijl de derde persoon enkelvoud studies heeft. Voorbeeld: I study English. — Ik studeer Engels. every day is een tijdsbepaling met de betekenis “elke dag”. Het verwijst naar een terugkerende gewoonte. Vergelijk every day (elke dag) met everyday (alledaags, gewoon), dat als één woord meestal een bijvoeglijk naamwoord is. Voorbeeld: She reads every day. — Zij leest elke dag. progress is hier het zelfstandig naamwoord voor vooruitgang in het leerproces. In deze betekenis wordt het in het Engels doorgaans niet als een telbaar meervoud gebruikt: some progress betekent “enige vooruitgang”. Het kan ook als werkwoord voorkomen, maar dat is niet de functie in deze zin. Voorbeeld: I am making progress. — Ik maak vooruitgang. still betekent hier “nog steeds”. Het geeft aan dat de beschreven toestand tot dit moment voortduurt. In deze zin staat het vóór feels, dus vóór het werkwoordelijke deel waarin de toestand wordt beschreven. feels is de vorm van het werkwoord feel in de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is my progress, en daarom krijgt het werkwoord de uitgang -s: progress feels, niet progress feel. Na feel kan een bijvoeglijk naamwoord volgen om een indruk of toestand te beschrijven, zoals in The plan feels uncertain. — Het plan voelt onzeker aan. uneven beschrijft hier vooruitgang die niet gelijkmatig of consistent aanvoelt: sommige delen lijken beter te gaan dan andere. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de vergelijkende vorm is more uneven en de overtreffende vorm most uneven. Voorbeeld: Her improvement is uneven. — Haar verbetering verloopt wisselend. Samen vormen de delen: I study every day zegt dat de spreker dagelijks studeert. but zet daar een tegenstelling naast: ondanks die dagelijkse studie voelt my progress still feels uneven de vooruitgang op dit moment nog steeds wisselend aan. De volledige betekenis is dus: de spreker studeert elke dag, maar ervaart de eigen vooruitgang nog niet als gelijkmatig.
Which part breaks down most when you talk with people?
Welk onderdeel gaat het meest mis als je met mensen praat?
- Which part
- welk onderdeel
- breaks down
- gaat mis
- most
- het meest
- talk
- praten
- people
- mensen
Uitgebreide uitleg
Which part vraagt welk onderdeel bedoeld wordt. Which is een vraagwoord voor een keuze uit een bekende of begrensde reeks; what vraagt algemener naar wat iets is. Hier wordt gevraagd welk onderdeel van de taalvaardigheid het moeilijkst verloopt. breaks down betekent hier dat iets niet goed verloopt of misgaat. Het is de tegenwoordige tijd van break down; bij he/she/it krijgt het werkwoord breaks de uitgang -s. De betekenis is hier niet letterlijk ‘in stukken breken’. Bijvoorbeeld: The machine breaks down often. — ‘De machine valt vaak uit.’ most geeft hier de hoogste mate aan: van de mogelijke onderdelen verloopt één onderdeel het slechtst. Het is de superlatieve vorm in de reeks much/many — more — most, en werkt hier bij breaks down als bijwoord. Het gaat in deze zin om de grootste mate waarin iets misgaat, niet specifiek om de hoogste frequentie. when you talk geeft de situatie aan waarin het probleem optreedt: wanneer je praat. Talk is de basisvorm; na you blijft die vorm gelijk. Bijvoorbeeld: I talk with my teacher every week. — ‘Ik praat elke week met mijn leraar.’ De combinatie talk with betekent hier praten met iemand; with verbindt de spreker met de gesprekspartners. people betekent mensen in het algemeen. Het is het meervoud van person: one person, two people. People is dus niet de bezittelijke vorm; daarvoor staat bijvoorbeeld people's in people's opinions (‘de meningen van mensen’). Samen vormt de vraag de structuur Which part breaks down most when you talk with people?: ‘Welk onderdeel gaat het meest mis wanneer je met mensen praat?’ Which part vraagt naar het onderdeel, breaks down most zegt dat juist daar de grootste moeilijkheid ligt, en when you talk with people begrenst de situatie tot gesprekken met mensen. In de gegeven context sluit dit aan bij de vraag welk onderdeel van de taalvaardigheid het meest problematisch is; het antwoord erna noemt luisteren als specifiek onderdeel.
Listening does, especially when people speak at a natural speed.
Luisteren gaat het minst goed, vooral wanneer mensen op natuurlijke snelheid spreken.
- Listening
- luisteren
- does
- doet dat
- especially
- vooral
- people
- mensen
- speak
- spreken
- at a
- op een
- natural
- natuurlijk
- speed
- snelheid
Uitgebreide uitleg
Listening is hier een gerundium: de -ing-vorm van listen die als onderwerp van de zin werkt. Het betekent hier de activiteit luisteren, niet een persoon die luistert. Vergelijk: Listening takes practice. — Luisteren vereist oefening. does verwijst in deze context terug naar de handeling uit de vorige vraag: luisteren is het onderdeel dat het meest misgaat. Het vervangt daar de herhaalde werkwoordelijke uitdrukking; het betekent hier dus ongeveer “doet dat” of “gaat inderdaad zo”. Dit is niet het gewone hoofdwerkwoord do in de betekenis “doen” met een zelfstandig object. In een bevestigend antwoord kan Engels zo’n vorm gebruiken om herhaling te vermijden. especially beperkt de nadruk: vooral in de situatie die volgt. Het kan ook vóór een ander zinsdeel staan, bijvoorbeeld I especially like this song. — Ik vind dit lied vooral leuk. people is het meervoud van person: mensen tegenover één persoon. Na het meervoudige onderwerp staat speak in de basisvorm: people speak, niet people speaks. De vorm speak betekent hier spreken of praten. at a natural speed geeft aan onder welke omstandigheid mensen spreken. at hoort hier bij de uitdrukking voor spreektempo; a is een onbepaald lidwoord en stelt op zichzelf geen aantal vast. natural is een bijvoeglijk naamwoord bij speed, en speed betekent snelheid of tempo. Samen betekent de woordgroep “op natuurlijke snelheid”, dus op een normaal, niet kunstmatig vertraagd spreektempo. Een vergelijkbaar voorbeeld is They speak at a slow speed. — Zij spreken op een laag tempo. De delen vormen samen: Listening does = luisteren doet dat inderdaad, especially = vooral, en when people speak at a natural speed = wanneer mensen op natuurlijke snelheid spreken. De volledige bedoeling is daarom: luisteren gaat het minst goed, vooral wanneer mensen op natuurlijke snelheid spreken. De bijzin met when beschrijft de situatie waarin dit gebeurt; speak staat in de tegenwoordige tijd voor een algemene, herhaalde situatie.
Then give listening more time before adding new grammar exercises.
Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
- Then
- dan
- give
- geven; besteden
- listening
- luisteren
- more
- meer
- time
- tijd
- adding
- toevoegen
- new
- nieuw(e)
- grammar exercises
- grammaticaoefeningen
Uitgebreide uitleg
Then betekent hier “dan” en plaatst deze aanbeveling als volgende stap in de volgorde. Aan het begin van een instructie kan het samenhangen met wat eerder is gezegd: “Dan, besteed …”. give is de basisvorm van het werkwoord give. Hier is het een gebiedende zin: het onderwerp you wordt niet uitgesproken. De constructie give [iets] more time betekent dat je iets meer tijd laat krijgen of eraan besteedt. Bijvoorbeeld: Give the task more time. — “Geef de taak meer tijd.” listening komt van listen en benoemt hier de activiteit “luisteren”. De uitgang -ing maakt van het werkwoord een vorm die als zelfstandig naamwoord kan functioneren. In give listening more time is luisteren datgene waaraan meer tijd wordt besteed. more drukt een grotere hoeveelheid uit dan een eerder genoemde of impliciet vergeleken hoeveelheid. Het hoort hier bij time, niet bij listening: more time betekent “meer tijd”. time betekent hier tijd als hoeveelheid en is in deze betekenis meestal ontelbaar. Daarom staat er more time, niet more times; times betekent doorgaans afzonderlijke keren of momenten. Bijvoorbeeld: I need more time. — “Ik heb meer tijd nodig.” adding is de -ing-vorm van add (“toevoegen”). Na before kan zo’n -ing-constructie een handeling aangeven die later plaatsvindt: before adding … betekent “voordat je … toevoegt”. Het niet-uitgesproken onderwerp van deze constructie wordt hier natuurlijk hetzelfde begrepen als het onderwerp van de instructie: de aangesprokene. new is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “nieuw”. Het beschrijft grammar exercises, dus niet adding. De gewone vergrotende vorm is newer, maar die vergelijking is in deze zin niet bedoeld. grammar exercises is een zelfstandig naamwoordelijk geheel: oefeningen voor grammatica. Exercises is het meervoud van exercise; grammar specificeert het soort oefeningen. Het meervoud laat zien dat het om oefeningen als afzonderlijke opdrachten gaat, zonder een bepaald aantal vast te leggen. Samen vormt de zin de instructie: besteed vervolgens meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt. De volgorde is eerst extra tijd aan luisteren geven en pas daarna nieuwe grammaticaoefeningen toevoegen. De toon is direct en praktisch, omdat de zin een gebiedende vorm gebruikt.
How can I tell whether I am improving without taking tests all the time?
Hoe kan ik merken of ik vooruitga zonder steeds toetsen te maken?
- How can I
- hoe kan ik
- tell
- merken; weten
- whether
- of
- I am improving
- of ik vooruitga
- without
- zonder
- taking tests
- toetsen maken
- all the time
- steeds; voortdurend
Uitgebreide uitleg
How can I is een vraagpatroon voor de manier waarop de spreker iets kan doen: “Hoe kan ik …?”. can drukt hier mogelijkheid of een beschikbare manier uit; het werkwoord erna blijft in de basisvorm. Voorbeeld: “How can I remember new words?” — “Hoe kan ik nieuwe woorden onthouden?” tell betekent hier “merken” of “vaststellen”, niet “vertellen”. Het gaat om informatie kunnen herkennen of beoordelen. De basisvorm is tell; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn beide told. Voorbeeld: “I can tell that she is tired.” — “Ik kan merken dat ze moe is.” whether leidt hier de indirecte vraag whether I am improving in. In deze betekenis komt het overeen met “of” wanneer je wilt vaststellen of iets het geval is. Het is niet hetzelfde als het voegwoord if in elke context, hoewel if I am improving in veel gewone zinnen ook mogelijk zou zijn. I am improving beschrijft een verandering die nu gaande is: de spreker wordt beter of gaat vooruit. improving is de vorm op -ing van improve, met am voor het onderwerp I; samen vormen ze de present continuous. De basisvorm is improve, en improved is de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Voorbeeld: “I am improving at listening.” — “Ik word beter in luisteren.” without betekent “zonder” en leidt hier een activiteit in die niet nodig is of wordt weggelaten. Na without kan een -ing-vorm staan wanneer het onderwerp van die activiteit niet opnieuw wordt genoemd. Voorbeeld: “She learned the words without writing them down.” — “Ze leerde de woorden zonder ze op te schrijven.” taking tests betekent hier “toetsen maken”. taking is de -ing-vorm van take; in de vaste uitdrukking take a test betekent take niet letterlijk “nemen”, maar een toets of examen afleggen. In het meervoud tests gaat het om toetsen in het algemeen, zonder dat een bepaald aantal wordt genoemd. Voorbeeld: “He is taking a test today.” — “Hij maakt vandaag een toets.” all the time betekent “steeds” of “voortdurend”. Het versterkt de frequentie van taking tests: de vraag gaat over toetsen maken als voortdurende of zeer frequente methode, niet over één specifieke toets. Samen vormt de zin de vraag: “Hoe kan ik merken of ik vooruitga zonder steeds toetsen te maken?” How can I tell vraagt naar een manier om iets vast te stellen; whether I am improving benoemt wat de spreker wil vaststellen; without taking tests all the time beperkt die manier door voortdurend toetsen maken uit te sluiten. De voorafgaande en volgende context passen bij leren en bij andere manieren om vooruitgang te beoordelen, maar de zin zelf zegt niet welke alternatieve methode uiteindelijk gekozen wordt.
Use the same short recording twice and compare what you understood.
Gebruik twee keer dezelfde korte opname en vergelijk wat je hebt begrepen.
- Use
- gebruik
- the same
- dezelfde
- short
- kort
- recording
- opname
- twice
- twee keer
- compare
- vergelijk
- understood
- begrepen
Uitgebreide uitleg
Use staat hier als gebiedende wijs: de spreker geeft de instructie om iets te gebruiken. De vorm is gelijk aan de basisvorm use; het onderwerp you wordt in een Engelse gebiedende zin meestal niet uitgesproken. Voorbeeld: Use this example. — Gebruik dit voorbeeld. the same betekent hier dat het om precies dezelfde opname gaat als eerder bedoeld of gebruikt. same staat vóór het zelfstandig naamwoord en krijgt in deze constructie geen meervouds- of persoonsuitgang. Voorbeeld: Read the same text again. — Lees dezelfde tekst opnieuw. short beschrijft recording: de opname heeft een korte duur of omvang. Het bijvoeglijk naamwoord verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: It is a short recording. — Het is een korte opname. recording is hier een zelfstandig naamwoord voor een gemaakte audio- of andere vastgelegde opname. Het komt van het werkwoord record, maar in deze zin benoemt het een ding, niet de handeling. Het meervoud is recordings. Voorbeeld: The recording is clear. — De opname is duidelijk. twice betekent dat de handeling twee keer gebeurt. Het is een bijwoord en staat hier na de woordgroep voor wat gebruikt moet worden: Use the same short recording twice. Voorbeeld: Listen to it twice. — Luister er twee keer naar. compare is opnieuw een gebiedende wijs, met you als niet-uitgesproken onderwerp. Het betekent dat je twee waarnemingen of resultaten naast elkaar legt om verschillen of overeenkomsten te beoordelen. Voorbeeld: Compare your answers. — Vergelijk je antwoorden. what you understood is een naamwoordelijke bijzin: what verwijst hier naar de inhoud die je hebt begrepen, en you understood zegt wie dat begrijpen uitvoerde. understood is de verleden tijd én het voltooid deelwoord van het onregelmatige werkwoord understand; de basisvorm is understand, niet understood. In deze zin staat het in de verleden tijd omdat het begrip betrekking heeft op wat er tijdens het luisteren al tot stand kwam. Voorbeeld: Tell me what you understood. — Vertel me wat je hebt begrepen. Samen vormt Use the same short recording twice de eerste instructie: gebruik dezelfde korte opname twee keer. Daarna geeft and compare een tweede, gekoppelde instructie. what you understood is datgene wat je moet vergelijken: vergelijk wat je hebt begrepen. De volledige betekenis is dus: gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk vervolgens wat je hebt begrepen.
That gives me a clearer measure than changing materials every day.
Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag van materiaal wisselen.
- That
- dat
- gives
- geeft
- me
- mij
- clearer
- duidelijker
- measure
- maatstaf
- changing
- wisselen
- materials
- materiaal
- every day
- elke dag
Uitgebreide uitleg
That is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’. De grammaticale vorm verandert niet voor enkelvoud of meervoud; de precieze verwijzing wordt door de context bepaald en hoeft hier niet apart ingevuld te worden. gives komt van give. In de tegenwoordige tijd krijgt give bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud de vorm gives; bij andere onderwerpen blijft de vorm give: They give me useful feedback. — ‘Ze geven me nuttige feedback.’ Het patroon give someone something betekent ‘iemand iets geven’. me is de vorm voor ‘mij’ wanneer die persoon ontvanger of object is. Vergelijk het onderwerp I in I compare two recordings met het object me in That gives me a measure. clearer is de vergelijkende vorm van clear: clear → clearer → clearest. Hier betekent het ‘duidelijker’ in vergelijking met de handeling die daarna met than wordt genoemd. This test gives a clearer result. — ‘Deze test geeft een duidelijker resultaat.’ measure is hier een zelfstandig naamwoord: een maatstaf of manier om iets te beoordelen, niet noodzakelijk een fysieke meting. Het kan ook letterlijk een hoeveelheid of meting aanduiden; in deze zin gaat het om een duidelijkere beoordelingsmaatstaf. changing komt van het werkwoord change en heeft hier de vorm van een gerundium: changing materials betekent ‘van materiaal wisselen’ of ‘materiaal veranderen’. In de vergelijking staat deze -ing-vorm voor een activiteit. Changing the method every week makes comparison harder. — ‘Elke week van methode wisselen maakt vergelijken moeilijker.’ materials is het meervoud van material. Hier verwijst het algemeen naar materiaal of materialen die voor het leren worden gebruikt. Het meervoud laat zien dat er meer dan één soort of een verzameling materialen bedoeld kan zijn; de zin specificeert niet welke materialen dat zijn. every day is een bijwoordelijke bepaling van frequentie: ‘elke dag’. Het staat tegenover bijvoorbeeld once a week, ‘één keer per week’. Let op het verschil met het aaneengeschreven bijvoeglijke naamwoord everyday, zoals in everyday practice (‘alledaagse oefening’). Samen vormt That gives me a clearer measure de hoofdmededeling: ‘Dat geeft me een duidelijkere maatstaf’. than changing materials every day noemt waarmee die maatstaf wordt vergeleken: ‘dan elke dag van materiaal wisselen’. De volledige betekenis is dus: ‘Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag van materiaal wisselen.’
It also shows whether your strategy is working, not just how long you studied.
Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoelang je hebt gestudeerd.
- It
- het
- also
- ook
- shows
- laat zien
- whether
- of
- strategy
- strategie
- working
- werkt
- not just
- niet alleen
- how long
- hoelang
- studied
- gestudeerd
Uitgebreide uitleg
It is een persoonlijk voornaamwoord als onderwerp. Hier verwijst het volgens de vaste vertaling naar iets dat als het wordt aangeduid; de precieze referent wordt niet verder benoemd. It heeft hier geen zichtbare meervouds- of naamvalsvariant. also voegt deze informatie toe aan iets dat al genoemd is: “ook”. Het staat vóór shows en benadrukt dat dit nog een extra functie of resultaat is. shows is de vorm van het werkwoord show in de tegenwoordige tijd bij het onderwerp it: show → shows. In deze zin betekent het “laten zien” of “aantonen”. Vergelijk: “The result shows the difference.” = “Het resultaat laat het verschil zien.” whether leidt een ingebedde ja/nee-vraag aan. whether your strategy is working betekent hier “of je strategie werkt”. Het is niet zelf het onderwerp; de hele daaropvolgende bijzin is de informatie die wordt getoond. Een vergelijkbaar patroon is: “I don’t know whether she agrees.” = “Ik weet niet of ze akkoord gaat.” strategy is een zelfstandig naamwoord voor een geplande aanpak om een doel te bereiken. De vorm is in deze zin enkelvoudig en wordt voorafgegaan door your, dat bezit of verbondenheid met de aangesprokene uitdrukt. Een bruikbaar contrast is strategy tegenover method: een strategie is het bredere plan, terwijl een methode een concrete werkwijze kan zijn. working is hier de vorm van work die samen met is een lopende toestand vormt: is working. Bij een strategie betekent working niet letterlijk “aan het werk zijn”, maar “effectief zijn” of “resultaat opleveren”. “The plan is working.” = “Het plan werkt.” not just beperkt de eerste informatie niet tot het enige criterium. Het patroon not just X kondigt aan dat ook iets anders relevant is; hier wordt de werking van de strategie tegenover de studieduur geplaatst. just alleen kan “alleen maar” betekenen, maar de combinatie not just heeft hier de betekenis “niet alleen”. how long vraagt naar een tijdsduur. In how long you studied is het een ingebedde vraag naar de duur van het studeren, niet naar het tijdstip waarop iemand studeerde. Vergelijk: “How long did you wait?” = “Hoelang heb je gewacht?” en “When did you wait?” vraagt juist naar het moment. studied is de verleden-tijdsvorm van study: study → studied. De spelling verandert y in i vóór -ed. Hier verwijst de vorm naar het studeren van de aangesprokene in het verleden; how long vraagt hoe lang die activiteit duurde. In een gewone hoofdzin staat bijvoorbeeld: “I studied for two hours.” = “Ik studeerde twee uur.” Samen vormt It also shows whether your strategy is working de mededeling dat het onderwerp ook laat zien of de strategie effectief is. not just how long you studied voegt de beperking toe dat niet alleen de duur van het studeren wordt gemeten of getoond. De volledige betekenis is daarom: “Het laat ook zien of je strategie werkt, en niet alleen hoelang je hebt gestudeerd.”
I could check my notes once a week and adjust from there.
Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en van daaruit bijsturen.
- I could
- ik zou kunnen
- check
- bekijken; controleren
- my notes
- mijn aantekeningen
- once a week
- één keer per week
- adjust
- bijsturen; aanpassen
- from there
- van daaruit
Uitgebreide uitleg
I could drukt hier samen met het werkwoord een haalbare mogelijkheid of voorgestelde aanpak uit: could + basisvorm. Het is dus niet automatisch een verleden tijd. Vergelijk: I can check my notes. = Ik kan mijn aantekeningen bekijken; I could check my notes. = Ik zou mijn aantekeningen kunnen bekijken. check betekent hier doelgericht bekijken of controleren. De basisvorm is check; na could blijft die vorm onveranderd. Voorbeeld: You can check the answer. = Je kunt het antwoord controleren. my notes betekent de aantekeningen van de spreker. my is een bezittelijk woord en verandert in het Engels niet mee met enkelvoud of meervoud: my note en my notes. Het zelfstandig naamwoord is notes, het meervoud van note. once a week geeft de frequentie aan: één keer per week. once betekent hier één keer, en a week vormt samen de periode waarbinnen die frequentie geldt. Voorbeeld: We meet once a week. = We komen één keer per week bijeen. adjust betekent hier bijsturen of aanpassen op basis van wat de controle oplevert. Het is een zelfstandig werkwoord; de basisvorm blijft na could onveranderd. In de tegenwoordige tijd krijgt de derde persoon enkelvoud wel de vorm adjusts: She adjusts the plan. = Zij stuurt het plan bij. from there betekent van daaruit: vanaf het eerder genoemde uitgangspunt of op basis van de informatie die daaruit komt. there verwijst hier niet noodzakelijk naar een concrete plaats; samen met from kan het een vertrekpunt voor de volgende stap aanduiden. Voorbeeld: Start with the first result and work from there. = Begin met het eerste resultaat en ga van daaruit verder. Samen vormt I could check my notes once a week het voorstel om de eigen aantekeningen wekelijks één keer te bekijken. and adjust from there voegt de vervolgstap toe: op basis van dat vertrekpunt bijsturen. De volledige betekenis is daarom: Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en van daaruit bijsturen.
A small review like that can keep your practice focused.
Een kleine evaluatie als deze kan je oefening doelgericht houden.
- small
- klein
- review
- evaluatie
- like that
- als deze
- can
- kan
- keep
- houden
- practice
- oefening
- focused
- doelgericht
Uitgebreide uitleg
small beschrijft hier review: het gaat om een beperkte evaluatie. De gewone vorm is small; de vergrotende trap is smaller en de overtreffende trap smallest. Voorbeeld: a small change — een kleine verandering. review is hier een zelfstandig naamwoord voor een evaluatie of terugblik. Het kan ook een werkwoord zijn: to review betekent iets opnieuw bekijken of evalueren. like that vergelijkt de bedoelde evaluatie met een aangeduid of als voorbeeld opgevat type evaluatie. In deze zin betekent like ‘zoals’, niet ‘leuk vinden’. That is een aanwijzend woord; de precieze referent wordt hier niet zelfstandig benoemd. Voorbeeld: I want a bag like that. — Ik wil een tas zoals deze. can geeft hier aan dat iets mogelijk is of een bepaald effect kan hebben. Het modale werkwoord blijft in de tegenwoordige tijd onveranderd voor verschillende personen: I can, she can, they can. Na can komt de basisvorm van het volgende werkwoord: can keep, niet can keeps of can to keep. Voorbeeld: A short break can help. — Een korte pauze kan helpen. keep betekent hier ‘houden’ in de zin van ‘ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft’. Het is de basisvorm na can. De constructie keep + object + adjective beschrijft zo’n toestand: keep your practice focused. In de verleden tijd is de vorm kept. Voorbeeld: This plan keeps me organized. — Dit plan houdt me georganiseerd. practice is hier een zelfstandig naamwoord voor het oefenen of de oefenactiviteit van de aangesprokene. Het woord kan ook een werkwoord zijn: to practice betekent oefenen. In your practice geeft your aan dat de activiteit bij de aangesprokene hoort; practice zelf krijgt daardoor geen meervoudsuitgang. Voorbeeld: Daily practice builds confidence. — Dagelijks oefenen bouwt zelfvertrouwen op. focused is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘gericht’ of ‘geconcentreerd’. Het is gevormd bij focus; de vorm focused beschrijft hier de toestand waarin de oefening blijft. Na keep staat het als aanvulling bij your practice. Het tegenovergestelde is vaak distracted (‘afgeleid’), afhankelijk van de context. Voorbeeld: She stayed focused. — Zij bleef geconcentreerd. Het onbepaalde lidwoord a introduceert een niet nader bepaalde evaluatie; op zichzelf legt het geen afzonderlijk numeriek accent. A small review like that is het onderwerp. Can keep zegt dat zo’n evaluatie de oefening in een bepaalde toestand kan laten blijven; your practice is wat in die toestand blijft en focused benoemt die toestand. Samen betekent de zin: ‘Een kleine evaluatie zoals deze kan ervoor zorgen dat je oefening doelgericht blijft.’
Grammatica
break down → breaks down
The recording breaks down.
Dhə rikording breeks daun.De opname werkt niet goed.
In de tegenwoordige tijd krijgt een werkwoord -s bij he, she of it: break down wordt breaks down.
clear → clearer
The recording is clearer.
Dhə rikording iz klierər.De opname is duidelijker.
Voor een vergelijking krijgt een kort bijvoeglijk naamwoord vaak -er: clear wordt clearer.
Engels woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
ongelijkmatig
Antwoord tonen
unevenmerken; zeggen
Antwoord tonen
tellluisteren
Antwoord tonen
listeningvooruitgang