I
'I' betekent hier 'ik' en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór 'remember' en wordt gebruikt om over jezelf te spreken.
remember
'remember' betekent hier iets onthouden of in gedachten houden. In 'I remember new words' is 'new words' datgene wat de spreker onthoudt; je kunt het ook gebruiken voor informatie die je niet wilt vergeten.
new
'new' beschrijft 'words' als woorden die de spreker nog maar kort kent of leert. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in 'new words'.
words
'words' betekent hier 'woorden' en is de meervoudsvorm van 'word'. In 'new words' gaat het om meerdere afzonderlijke taalelementen die iemand leert.
during
'during' betekent hier 'tijdens' en geeft aan wanneer iets gebeurt. Het staat vóór de tijdsaanduiding 'study time'; een vergelijkbaar gebruik is een activiteit tijdens een bepaalde periode.
study
'study' betekent hier 'studie' of studeren als onderdeel van 'study time'. In 'study time' beschrijft het welk soort tijd bedoeld wordt: tijd om te leren.
time
'time' betekent hier een periode waarin iets gebeurt, namelijk 'study time'. Het woord staat na 'study' en maakt samen met die vorm een tijdsaanduiding.
But
'But' betekent hier 'maar' en leidt een tegenstelling in. De spreker onthoudt woorden tijdens het studeren, maar vergeet ze later tijdens het spreken.
forget
'forget' betekent hier 'vergeten' of iets niet meer kunnen oproepen. In 'I forget them' verwijst 'them' naar de nieuwe woorden; je gebruikt 'forget' ook voor informatie of afspraken.
them
'them' verwijst hier naar de nieuwe woorden en betekent 'ze'. Het staat na 'forget' als datgene wat vergeten wordt.
when
'when' betekent hier 'wanneer' en introduceert het moment waarop de spreker probeert te spreken. In 'when I try to speak' verbindt het de hoofdgedachte met die tijdsbepaling.
try
'try' betekent hier 'proberen'. In 'I try to speak' volgt na 'try' de constructie 'to speak', waarmee de handeling wordt genoemd die iemand probeert uit te voeren.
to
'to' is hier geen woord voor een richting, maar markeert in 'to speak' de handeling die iemand probeert uit te voeren. De vorm staat direct vóór 'speak'.
speak
'speak' betekent hier spreken. In 'try to speak' noemt het de communicatieve handeling die de spreker probeert uit te voeren.
The
'The' verwijst hier naar specifieke woorden die al in het gesprek bekend zijn. In 'The words' staat het vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord om die bekende woorden aan te duiden.
may
'may' geeft hier een mogelijkheid aan: de woorden kunnen misschien niet met situaties verbonden zijn. In 'may not be connected' staat het vóór 'be' en maakt het de uitspraak minder stellig.
not
'not' maakt de uitspraak ontkennend. In 'may not be connected' betekent het dat de woorden mogelijk niet verbonden zijn met de genoemde situaties.
be
'be' verbindt in 'be connected' het onderwerp met de eigenschap 'connected'. Na 'may' staat hier de vorm 'be'.
connected
'connected' betekent hier verbonden of gekoppeld aan iets. In 'connected to situations' geeft het aan waarmee de woorden verband zouden kunnen houden.
situations
'situations' betekent hier 'situaties' en is de meervoudsvorm van 'situation'. In 'connected to situations' gaat het om verschillende omstandigheden waarin woorden gebruikt kunnen worden.
where
'where' betekent hier 'waarin' en verwijst naar de genoemde situaties. In 'situations where you would actually use them' leidt het een beschrijving in van wat er in die situaties gebeurt.
you
'you' betekent hier 'je' of 'jij' en verwijst naar de aangesproken persoon. In 'you would actually use them' is het de persoon die de woorden zou gebruiken.
would
'would' geeft hier een voorwaardelijke of voorgestelde mogelijkheid aan: situaties waarin je de woorden daadwerkelijk zou gebruiken. Het staat vóór 'use' in 'would actually use them'.
actually
'actually' betekent hier 'echt' of 'daadwerkelijk' en benadrukt dat het om werkelijk gebruik gaat. In 'would actually use them' versterkt het de tegenstelling met alleen woorden uit het hoofd leren.
use
'use' betekent hier 'gebruiken', namelijk woorden in echte situaties gebruiken. In 'would actually use them' staat het na 'would' en krijgt het 'them' als object.
usually
'usually' betekent hier 'meestal' en beschrijft wat de spreker doorgaans doet. Het staat in 'I usually write the translation' bij de gewone studieroutine.
write
'write' betekent hier 'schrijven' of opschrijven. In 'write the translation' is 'the translation' wat de spreker opschrijft; hetzelfde patroon kan voor notities of zinnen worden gebruikt.
translation
'translation' betekent hier 'vertaling', dus de vertaalde betekenis van een woord. In 'write the translation' is het de informatie die naast of bij een woord wordt opgeschreven.
and
'and' betekent 'en' en verbindt hier twee activiteiten: 'write the translation' en 'review the same list later'. Het laat zien dat beide handelingen deel uitmaken van dezelfde routine.
review
'review' betekent hier een lijst opnieuw doornemen of herhalen. In 'review the same list later' verwijst het object 'the same list' naar de lijst die eerder is gebruikt.
same
'same' betekent hier 'dezelfde' en geeft aan dat het om precies de eerder genoemde lijst gaat. Het staat vóór 'list' in 'the same list'.
list
'list' betekent hier 'lijst', een geordende verzameling woorden. In 'the same list' gaat het om de eerder genoemde woordenlijst die later opnieuw wordt bekeken.
later
'later' betekent hier op een later moment dan het schrijven of de huidige studietijd. In 'review the same list later' geeft het aan wanneer de herhaling plaatsvindt.
adding
'adding' betekent hier toevoegen en verwijst naar de handeling van iets bij een bestaande lijst of notitie zetten. In 'Try adding one simple example sentence' volgt het na 'Try' en noemt het wat de leerling kan proberen.
simple
'simple' betekent hier eenvoudig en beschrijft 'example sentence'. De zin hoeft dus niet ingewikkeld te zijn om nuttig te zijn.
example
'example' betekent hier 'voorbeeld' en beschrijft in 'example sentence' een zin die laat zien hoe een woord gebruikt wordt. Het woord staat vóór 'sentence'.
sentence
'sentence' betekent hier 'zin', een volledige taalkundige formulering waarin een woord in context staat. In 'one simple example sentence' is het iets dat de leerling voor elk nuttig woord schrijft.
for
'for' betekent hier 'voor' en koppelt de voorbeeldzin aan het woord waarvoor die bedoeld is. In 'for each useful word' geeft het aan dat ieder nuttig woord zo'n zin krijgt.
each
'each' betekent hier 'elk' en benadrukt dat de instructie afzonderlijk voor ieder woord geldt. In 'each useful word' staat het vóór de woordgroep die het bepaalt.
useful
'useful' betekent hier 'nuttig' en beschrijft woorden die de leerling praktisch kan gebruiken. In 'each useful word' staat het vóór 'word'.
word
'word' betekent hier 'woord' en verwijst naar één taalelement dat de leerling leert. In 'each useful word' staat de enkelvoudsvorm na 'each'.
can
'can' geeft hier aan dat de spreker iets kan of in staat is te doen. In 'I can write sentences' staat het vóór 'write' en noemt het de mogelijke activiteit.
sentences
'sentences' betekent hier 'zinnen' en is de meervoudsvorm van 'sentence'. In 'write sentences about work' gaat het om meerdere zinnen met verschillende onderwerpen.
about
'about' betekent hier 'over' en geeft het onderwerp van de zinnen aan. In 'sentences about work, shopping, or messages to friends' volgt na 'about' een reeks onderwerpen.
work
'work' betekent hier 'werk' als onderwerp van persoonlijke voorbeeldzinnen. Het staat na 'about' in de opsomming 'about work, shopping, or messages to friends'.
shopping
'shopping' betekent hier boodschappen doen of winkelen als dagelijkse activiteit. In de opsomming 'work, shopping, or messages to friends' is het een mogelijk onderwerp voor een voorbeeldzin.
or
'or' betekent 'of' en verbindt alternatieven in een opsomming. In 'work, shopping, or messages to friends' worden drie mogelijke onderwerpen genoemd.
messages
'messages' betekent hier 'berichten' en is de meervoudsvorm van 'message'. In 'messages to friends' gaat het om berichten die aan vrienden worden gestuurd.
friends
'friends' betekent hier 'vrienden' en is de meervoudsvorm van 'friend'. In 'messages to friends' zijn zij de ontvangers van de berichten.
Those
'Those' verwijst hier naar de eerder genoemde situaties: werk, boodschappen doen en berichten aan vrienden. In 'Those situations' staat het vóór 'situations' en wijst het terug naar die voorbeelden.
will
'will' geeft hier een verwachting over een toekomstig effect aan. In 'Those situations will make the meaning easier to recall' wordt verwacht dat de situaties het onthouden gemakkelijker maken.
make
'make' betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaald effect heeft. In 'make the meaning easier to recall' leidt het tot de toestand die wordt beschreven door 'easier to recall'.
meaning
'meaning' betekent hier de betekenis van een woord. In 'make the meaning easier to recall' is datgene wat door praktische situaties gemakkelijker teruggehaald kan worden.
easier
'easier' betekent hier 'gemakkelijker' en vergelijkt het terughalen van de betekenis met een minder gemakkelijke situatie. In 'make the meaning easier to recall' beschrijft het het effect van de situaties.
recall
'recall' betekent hier een betekenis uit het geheugen terughalen of zich die weer herinneren. In 'easier to recall' benoemt het de handeling die door de situaties gemakkelijker wordt.
conversation
'conversation' betekent hier 'gesprek', dus een mondelinge uitwisseling met iemand anders. In 'during conversation' geeft het de context aan waarin de leerling de woorden wil kunnen gebruiken.
should
'should' geeft hier een advies of verstandige keuze aan: de spreker zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren. In 'should probably study fewer words' staat het vóór de werkwoordgroep.
probably
'probably' betekent hier 'waarschijnlijk' en maakt het advies minder absoluut. In 'should probably study fewer words' geeft het aan dat de spreker dit als vermoedelijk verstandig ziet.
fewer
'fewer' betekent hier 'een kleiner aantal' en verwijst naar minder woorden. In 'study fewer words' wordt het aantal woorden vergeleken met een groter aantal dat de spreker anders zou kunnen leren.
more
'more' betekent hier 'meer' en geeft een grotere mate of frequentie aan. In 'use them more often' versterkt het samen met 'often' de gedachte dat de woorden vaker gebruikt moeten worden.
often
'often' betekent hier 'vaak' en beschrijft hoe regelmatig de woorden gebruikt worden. In 'use them more often' gaat het om een hogere gebruiksfrequentie.
Repeated
'Repeated' betekent hier 'herhaald' en beschrijft 'use' als gebruik dat meerdere keren terugkomt. In 'Repeated use' staat het vóór 'use' en vormt het samen een zelfstandig naamwoordelijk begrip.
help
'help' betekent hier helpen of bijdragen aan een resultaat. In 'Repeated use will help the words become part of your active vocabulary' wordt herhaald gebruik als oorzaak van dat resultaat beschreven.
become
'become' betekent hier 'worden' of een nieuwe toestand krijgen. In 'help the words become part of your active vocabulary' beschrijft het hoe woorden onderdeel van de actieve woordenschat gaan vormen.
part
'part' betekent hier 'deel' of onderdeel. In 'part of your active vocabulary' wordt aangegeven dat de woorden binnen de actieve woordenschat gaan behoren.
of
'of' betekent hier 'van' en verbindt 'part' met datgene waarvan iets een onderdeel is. In 'part of your active vocabulary' geeft het de relatie tussen een deel en het geheel aan.
your
'your' betekent hier 'jouw' of 'je' en geeft aan dat de actieve woordenschat bij de aangesproken persoon hoort. In 'your active vocabulary' staat het vóór de beschrijvende woordgroep.
active
'active' betekent hier actief beschikbaar voor gebruik, niet alleen herkenbaar tijdens het leren. In 'active vocabulary' beschrijft het het soort woordenschat waarin de woorden gebruikt kunnen worden.
vocabulary
'vocabulary' betekent hier 'woordenschat', de verzameling woorden die iemand kent en gebruikt. In 'your active vocabulary' gaat het om woorden die de leerling zelf kan inzetten.
choose
'choose' betekent hier kiezen of selecteren. In 'I will choose a small set' kiest de spreker een beperkte groep woorden om mee te oefenen.
a
'a' verwijst hier naar één niet nader bepaalde groep in 'a small set'. Het staat vóór 'small set' om die groep voor het eerst te introduceren.
small
'small' betekent hier klein en beschrijft de omvang van 'set'. In 'a small set' gaat het om een beperkte groep woorden.
set
'set' betekent hier een groep of verzameling woorden die samen gekozen wordt. In 'a small set' verwijst het naar de beperkte selectie waarmee de spreker na de les gaat werken.
personal
'personal' betekent hier persoonlijk en beschrijft voorbeelden die aansluiten bij het eigen leven van de spreker. In 'personal examples' worden zulke voorbeelden onderscheiden van algemene of losstaande voorbeelden.
examples
'examples' betekent hier 'voorbeelden' en is de meervoudsvorm van 'example'. In 'write personal examples' gaat het om meerdere eigen voorbeelden die de leerling na de les opschrijft.
after
'after' betekent hier 'na' en geeft aan dat iets later gebeurt dan een bepaalde gebeurtenis. In 'after class' verwijst het naar het moment na de les.
class
'class' betekent hier 'les' of de onderwijsbijeenkomst waaraan de spreker deelneemt. In 'after class' geeft het de gebeurtenis aan waarna de voorbeelden worden geschreven.
That
'That' verwijst hier naar de zojuist besproken routine van een kleine woordenset kiezen en persoonlijke voorbeelden schrijven. In 'That routine' wijst het terug naar die hele aanpak.
routine
'routine' betekent hier een vaste werkwijze die regelmatig wordt herhaald. In 'That routine' gaat het om de afgesproken manier van woordenschat oefenen.
practice
'practice' betekent hier oefening of het oefenen van woordenschat. In 'vocabulary practice' staat het na 'vocabulary' en verwijst het naar de activiteit waarbij de leerling de woorden actief oefent.
practical
'practical' betekent hier praktisch en bruikbaar in echte dagelijkse situaties. In 'make your vocabulary practice more practical' beschrijft het hoe de nieuwe routine de oefening verandert.