Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Nieuwe woorden oefenen met voorbeeldzinnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
I remember new words during study time.
ai ri-MEM-bur njoo wördz DJOER-ing STU-di taim. Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het studeren.But I forget them when I try to speak.
but ai fur-GET dhem wen ai trai tuh spiek. Maar ik vergeet ze wanneer ik probeer te praten.The words may not be connected to situations where you would actually use them.
dhuh wördz mei not bie kuh-NEK-tid tuh sitjoe-EI-shənz weər joe wud AK-tjoe-uh-li jooz dhem. De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.I usually write the translation and review the same list later.
ai JOO-zjoe-uh-li rait dhuh trens-LEE-sjun ənd ri-VJOO dhuh see-m leיסט later. Meestal schrijf ik de vertaling op en bekijk ik dezelfde lijst later opnieuw.Try adding one simple example sentence for each useful word.
trai ED-ing wun SIM-pul ig-ZAM-pul SEN-tens fur ietch JOO-sfəl wörd. Probeer voor elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin toe te voegen.I can write sentences about work, shopping, or messages to friends.
ai ken rait SEN-ten-siz uh-BAUT wörk, SHOP-ing, or MES-ij-iz tuh frendz. Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.Those situations will make the meaning easier to recall during conversation.
dhooz sitjoe-EI-shənz wil meik dhuh MIE-ning IE-zi-ur tuh ri-KOL DJOER-ing kon-vur-SEI-sjun. Door die situaties kun je de betekenis tijdens een gesprek gemakkelijker terughalen.I should probably study fewer words and use them more often.
ai sjud PROB-uh-bli STU-di FJOO-ur wördz ənd jooz dhem mor OF-ən. Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.Repeated use will help the words become part of your active vocabulary.
ri-PIE-tid joes wil help dhuh wördz bih-KUM part uhv jor AK-tiv vo-KAB-juh-lè-ri. Door herhaald gebruik worden de woorden een deel van je actieve woordenschat.I will choose a small set and write personal examples after class.
ai wil tjoez uh smol set ənd rait PUR-suh-nəl ig-ZAM-pulz AF-tur klas. Ik kies een kleine groep woorden en schrijf na de les persoonlijke voorbeelden.That routine should make your vocabulary practice more practical.
dhet roe-TIEN sjud meik jor vo-KAB-juh-lè-ri PRAK-tis mor PRAK-ti-kəl. Die routine zou je woordenschatoefening praktischer moeten maken.Uitleg van de zinnen
I remember new words during study time.
Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het studeren.
- I
- ik
- remember
- onthouden
- new
- nieuw
- words
- woorden
- during
- tijdens
- study time
- studietijd
Uitgebreide uitleg
I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook midden in een zin. In een voorbeeld als I learn quickly betekent het eveneens “ik”. In de onderwerpfunctie is de vorm I; als voorwerp gebruikt het Engels de vorm me, zoals in They help me (“Ze helpen mij”). remember betekent hier “onthouden”: informatie in het geheugen houden. De vorm is de basisvorm, die na I in de tegenwoordige tijd wordt gebruikt. Bij he/she/it krijgt het werkwoord in deze tijd -s: I remember, maar she remembers. In andere contexten kan remember ook “zich herinneren” betekenen; de vaste vertaling maakt hier de betekenis “onthouden” duidelijk. new betekent “nieuw” en beschrijft words. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het Engels geen meervoudsvorm: a new word en new words gebruiken beide new. Een bruikbaar contrast is new words tegenover old words. words is het meervoud van word, “woord”. Het meervoud is regelmatig: word → words. In deze zin gaat het dus om woorden als leerinhoud; new specificeert dat ze nieuw zijn. during betekent “tijdens” en introduceert een periode waarin iets gebeurt. Het wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord of naamwoordgroep, zoals during the lesson (“tijdens de les”). Hier verbindt het de handeling van onthouden met de periode study time. study time is een naamwoordgroep voor “studietijd”: de tijd die voor studeren bestemd is. study bepaalt hier welk soort time wordt bedoeld; het is niet het hoofdwerkwoord van de zin. Een vergelijkbaar patroon is reading time, wat “leestijd” betekent. Samen vormen de delen de structuur I + werkwoord + bijvoeglijk naamwoord + meervoudig zelfstandig naamwoord + during + periode: “Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het studeren.” De zin zegt dat de spreker nieuwe woorden onthoudt binnen de periode die voor studie is bestemd.
But I forget them when I try to speak.
Maar ik vergeet ze wanneer ik probeer te praten.
- But
- maar
- I
- ik
- forget
- vergeten
- them
- ze
- when
- wanneer
- try
- proberen
- speak
- spreken
Uitgebreide uitleg
But verbindt deze zin met een tegenstelling of beperking: eerder worden woorden onthouden, maar tijdens het spreken worden ze vergeten. Een vergelijkbaar verbindingswoord is and (“en”), zonder tegenstelling. I is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. Het blijft in deze vorm gelijk ongeacht of het volgende werkwoord tegenwoordige of verleden tijd heeft: I forget = “ik vergeet”, I forgot = “ik vergat / ik ben vergeten”. forget is hier de tegenwoordige tijd van forget na I. De basisvorm is ook forget; bij he, she of it krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: She forgets names = “Zij vergeet namen.” Het betekent hier dat de spreker de woorden niet meer kan herinneren wanneer die probeert te spreken. them is het objectvoornaamwoord in het meervoud. In deze context verwijst het, ondersteund door de omliggende zinnen, naar de eerder genoemde nieuwe woorden. Vergelijk I forget them (“ik vergeet ze”) met I forget it (“ik vergeet het”) voor één zaak. Them staat hier als datgene wat vergeten wordt, niet als onderwerp. when leidt hier een tijdsbepaling in: het vergeten gebeurt op het moment of tijdens de situatie die daarna wordt genoemd. Een herbruikbaar patroon is when + onderwerp + werkwoord: I feel nervous when I speak = “Ik word nerveus wanneer ik spreek.” try is de basisvorm na I; de tegenwoordige vorm is dus I try. Het betekent hier “proberen” en krijgt vervolgens to speak: try to + werkwoord beschrijft een poging om iets te doen. In de derde persoon wordt het She tries to speak; de spelling verandert dan van try in tries. to speak bestaat uit to plus de basisvorm speak. Speak betekent hier mondeling praten of een taal gebruiken. Na to blijft deze vorm onvervoegd: They try to speak slowly = “Zij proberen langzaam te spreken.” In I speak English staat speak zonder to, omdat het daar het gewone hoofdwerkwoord is. Samen vormen de delen: But markeert de tegenstelling; I forget them zegt wat de spreker niet meer kan herinneren; when I try to speak geeft aan wanneer dat gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Maar ik vergeet ze wanneer ik probeer te praten.”
The words may not be connected to situations where you would actually use them.
De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.
- words
- woorden
- may not
- misschien niet
- connected
- verbonden
- situations
- situaties
- where
- waarin
- would
- zou
- actually
- echt
- use
- gebruiken
- them
- ze
Uitgebreide uitleg
words is het meervoud van word en betekent hier “woorden”. Het meervoud krijgt geen extra uitgang op dit zelfstandig naamwoord: one word, two words. may not drukt hier mogelijkheid uit: “misschien niet”. Het gaat dus niet om een stellige ontkenning. may staat vóór het werkwoord; in may not be connected geldt de ontkenning voor de mogelijkheid dat de woorden verbonden zijn. Voorbeeld: She may not come. — “Ze komt misschien niet.” connected is het voltooid deelwoord van connect en betekent hier “verbonden”. In be connected to vormt het met be een passieve constructie: de woorden zijn verbonden met iets. connect kan ook actief worden gebruikt: This example connects the word to a situation. — “Dit voorbeeld verbindt het woord met een situatie.” situations is het meervoud van situation, “situatie”. Het voorzetsel to hoort bij connected: connected to situations betekent “verbonden met situaties”. where verwijst hier naar situations en leidt de bijzin in die uitlegt om welke situaties het gaat. In deze niet-ruimtelijke betekenis kan het in het Nederlands “waarin” zijn: situations where people need help — “situaties waarin mensen hulp nodig hebben”. would staat vóór use in de bijzin you would actually use them. Hier maakt het de situatie hypothetisch: het gaat om situaties waarin je de woorden daadwerkelijk zou gebruiken, niet om een bewering dat je ze daar al gebruikt. De vorm would blijft gelijk voor de verschillende personen: I would, you would, they would. actually is een bijwoord met de betekenis “echt” of “daadwerkelijk”. Het benadrukt het werkelijke gebruik van de woorden: gebruik in situaties waarin je ze echt nodig hebt of zou inzetten, niet alleen herkennen of leren. use is het werkwoord “gebruiken”. Na would blijft het in de basisvorm: would use, niet would uses of would used. Andere nuttige vormen zijn uses bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en used als verleden tijd of voltooid deelwoord. Voorbeeld: I would use this phrase at work. — “Ik zou deze zin op het werk gebruiken.” them is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp in het meervoud. Hier verwijst het, in overeenstemming met de vaste vertaling en de voorafgaande context, naar the words: “ze”. Het staat na use, omdat het de dingen aanduidt die gebruikt zouden worden. Vergelijk: I use them — “Ik gebruik ze”; voor één mannelijk persoon of ding zou de vorm bijvoorbeeld him of it zijn. Samen betekent The words may not be connected to situations where you would actually use them: “De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.” De hoofdzin zegt voorzichtig dat er mogelijk geen verbinding is; where you would actually use them specificeert welke situaties bedoeld zijn. De combinatie situations where ... is herbruikbaar voor situaties waarin een bepaalde handeling plaatsvindt.
I usually write the translation and review the same list later.
Meestal schrijf ik de vertaling op en bekijk ik dezelfde lijst later opnieuw.
- usually
- meestal
- write
- schrijven; hier: opschrijven
- translation
- vertaling
- review
- bekijken; hier: nakijken
- same
- dezelfde
- list
- lijst
- later
- later
Uitgebreide uitleg
usually geeft aan dat iets regelmatig gebeurt, maar niet altijd. Het staat hier vóór de werkwoordgroep write ... and review ...; zo kun je bijvoorbeeld zeggen: I usually study in the evening. — Meestal studeer ik 's avonds. write is de basisvorm van het werkwoord. Met I gebruik je in de tegenwoordige tijd deze vorm: I write, niet I writes. In deze zin betekent write door de combinatie met the translation dat je de vertaling opschrijft. Voorbeeld: I write new words in a notebook. — Ik schrijf nieuwe woorden in een schrift. translation is een zelfstandig naamwoord voor een vertaling. Het enkelvoud staat hier na the, omdat het om een bepaalde vertaling gaat. Voorbeeld: This translation is clear. — Deze vertaling is duidelijk. review is hier een werkwoord. Het betekent dat je de lijst later opnieuw bekijkt of nakijkt; het is niet het zelfstandig naamwoord in a review. In I review my notes blijft de werkwoordsvorm hetzelfde bij I; bij he wordt het he reviews. same betekent dat iets identiek is aan iets dat al als referentie dient. In the same list verwijst het naar diezelfde lijst, niet naar zomaar een andere lijst. Same verandert niet van vorm voor enkelvoud of meervoud: the same list en the same lists. list is een zelfstandig naamwoord voor een geordende reeks items. Het enkelvoud staat hier na the same; het meervoud is lists. Voorbeeld: I review the list later. — Ik bekijk de lijst later opnieuw. later betekent op een later moment dan het moment waarover je spreekt. Het kan achteraan staan, zoals hier: I will read it later. — Ik zal het later lezen. De twee werkwoorden zijn verbonden door and: I usually write the translation beschrijft de eerste handeling, en review the same list later de tweede handeling. Het onderwerp I geldt voor beide werkwoorden. Samen betekent de hele zin: meestal schrijf ik de vertaling op en bekijk ik dezelfde lijst later opnieuw. Usually maakt de gewoonte minder absoluut, terwijl later de tweede handeling naar een later moment verplaatst.
Try adding one simple example sentence for each useful word.
Probeer voor elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin toe te voegen.
- Try
- probeer
- adding
- toevoegen
- simple
- eenvoudig
- example sentence
- voorbeeldzin
- for each
- voor elk
- useful
- nuttig
- word
- woord
Uitgebreide uitleg
Try is hier de gebiedende wijs van to try: “probeer”. Het is een directe, maar op zichzelf neutrale aansporing. Voor een beleefder verzoek kun je bijvoorbeeld zeggen: Please try again. — “Probeer het opnieuw, alstublieft.” adding komt van to add en betekent hier iets extra's ergens bij doen. Na try staat -ing in de constructie try + -ing wanneer je voorstelt een handeling als mogelijke aanpak te proberen: Try adding more detail. — “Probeer meer details toe te voegen.” Dit verschilt van try to add, dat meer nadruk legt op de poging of inspanning om iets toe te voegen. simple betekent hier “niet ingewikkeld”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. De vergrotende trap is simpler, de overtreffende trap simplest. example sentence is een zelfstandig naamwoordelijk geheel: een zin die als voorbeeld dient. Sentence betekent “zin”; example beschrijft welk soort zin het is. In het meervoud wordt dit example sentences. for each geeft aan dat iets afzonderlijk geldt voor ieder lid van een groep. Each verwijst grammaticaal naar afzonderlijke leden en wordt doorgaans gevolgd door een enkelvoudig zelfstandig naamwoord: for each student — “voor elke leerling”. Het drukt hier niet alleen een algemene hoeveelheid uit, maar koppelt één voorbeeldzin aan ieder nuttig woord. useful betekent “nuttig” of “bruikbaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier vóór word om dat zelfstandig naamwoord te beschrijven. Het tegenovergestelde is useless: “nutteloos”. word betekent hier “woord”. Het meervoud is words. In deze zin gaat het om elk afzonderlijk woord waarvoor een voorbeeldzin wordt toegevoegd. Samen vormen de delen: Try + adding ... = “Probeer ... toe te voegen”. one simple example sentence specificeert wat er moet worden toegevoegd, en for each useful word specificeert dat dit afzonderlijk voor ieder nuttig woord gebeurt. De volledige betekenis is daarom: “Probeer voor elk nuttig woord een eenvoudige voorbeeldzin toe te voegen.”
I can write sentences about work, shopping, or messages to friends.
Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.
- I can
- ik kan
- write
- schrijven
- sentences
- zinnen
- work
- werk
- shopping
- boodschappen doen
- messages
- berichten
- friends
- vrienden
Uitgebreide uitleg
I can geeft hier aan dat de spreker iets kan of in staat is te doen. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: I can write, niet I can writes of I can to write. Het onderwerp is hier I; can verandert niet mee met persoon of aantal: She can write. write betekent hier ‘schrijven’. De basisvorm is write; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn wrote en written. Na can blijft de basisvorm staan. Voorbeeld: I can write a short note. — Ik kan een kort briefje schrijven. sentences betekent ‘zinnen’. Het enkelvoud is sentence, het meervoud sentences. De uitgang -s markeert hier het meervoud. In write sentences is sentences datgene wat geschreven wordt. work betekent hier ‘werk’ en wordt in deze betekenis als een ontelbaar zelfstandig naamwoord gebruikt: about work. Daarom staat er geen meervoudsuitgang. Het kan in andere constructies ook een werkwoord zijn, zoals in I work at home — Ik werk thuis; dat is een ander gebruik dan het zelfstandig naamwoord in de vaste zin. shopping betekent hier ‘boodschappen doen’. Het is de -ing-vorm van shop, maar in about shopping functioneert het als een activiteit of bezigheid. Voorbeeld: I enjoy shopping. — Ik doe graag boodschappen. messages betekent ‘berichten’. Het enkelvoud is message, het meervoud messages. In about messages to friends is messages het zelfstandig naamwoord dat het onderwerp van about vormt: de zinnen gaan over berichten. to friends specificeert voor wie die berichten bedoeld zijn. friends betekent ‘vrienden’. Het enkelvoud is friend, het meervoud friends. De combinatie messages to friends betekent ‘berichten aan vrienden’: to geeft hier de ontvangers aan. Het Engelse meervoud maakt geen onderscheid naar grammaticaal geslacht. De voorzetselgroep about work, shopping, or messages to friends noemt drie mogelijke onderwerpen: werk, boodschappen doen, of berichten aan vrienden. or verbindt alternatieven. Samen bouwen de delen de betekenis op: I can write sentences = ‘Ik kan zinnen schrijven’, en about ... geeft aan waarover die zinnen gaan. De volledige uiting betekent dus: ‘Ik kan zinnen schrijven over werk, boodschappen doen of berichten aan vrienden.’
Those situations will make the meaning easier to recall during conversation.
Door die situaties kun je de betekenis tijdens een gesprek gemakkelijker terughalen.
- Those
- die
- situations
- situaties
- will
- zullen
- make
- maken
- meaning
- betekenis
- easier
- gemakkelijker
- to recall
- terughalen
- during
- tijdens
- conversation
- gesprek
Uitgebreide uitleg
Those betekent hier die en verwijst, zoals de vaste vertaling aangeeft, naar de situaties. Het is een meervoudige aanwijzer; vergelijk this voor één ding dichtbij en those voor meerdere dingen die als verder weg of al bekend worden aangewezen. Voorbeeld: Those books are useful. — Die boeken zijn nuttig. Situations is het meervoud van situation (“situatie”). Het woord kan verwijzen naar omstandigheden of een bepaalde stand van zaken. Het meervoud past hier bij those en bij de betekenis “die situaties”. Voorbeeld: This situation is difficult. — Deze situatie is moeilijk. Will maakt hier een toekomstige bewering: de situaties zullen later een bepaald effect hebben. Het is een hulpwerkwoord en verandert niet met het onderwerp: I will, she will, they will. Na will staat de basisvorm van het werkwoord, dus will make, niet will makes. Make betekent hier niet alleen “maken” in de zin van iets produceren. In de constructie make + object + adjective betekent het “ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt”. Hier zorgen de situaties ervoor dat the meaning gemakkelijker wordt om te onthouden. Voorbeeld: Practice makes pronunciation clearer. — Oefening maakt de uitspraak duidelijker. Meaning betekent hier “betekenis” en is het zelfstandig naamwoord bij wat iemand uit een woord of uitdrukking begrijpt. De vorm is enkelvoud; het meervoud is meanings. Verwissel het niet met het werkwoord mean, dat “bedoelen” of “betekenen” kan betekenen. Easier is de vergrotende trap van easy: easy — easier — easiest. Het woord easier vergelijkt deze manier van terughalen met een eerdere of andere manier, zonder die vergelijking expliciet te noemen. Voorbeeld: Pictures make new words easier to remember. — Plaatjes maken nieuwe woorden gemakkelijker te onthouden. To recall gebruikt de infinitief met to en betekent hier “terughalen” of “zich herinneren”. Na make + object + adjective beschrijft deze infinitief wat gemakkelijker wordt: the meaning is easier to recall. Recall klinkt iets formeler dan het alledaagse remember; beide kunnen in geschikte contexten “zich herinneren” betekenen. During is een voorzetsel dat een periode aangeeft waarin iets gebeurt. Het wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord of naamwoordgroep: during the conversation betekent “tijdens het gesprek”. Het is anders dan while, dat gewoonlijk een bijzin met een onderwerp en werkwoord inleidt. Voorbeeld: She took notes during the lesson. — Ze maakte aantekeningen tijdens de les. Conversation betekent “gesprek”, meestal een uitwisseling waarbij mensen met elkaar praten. Het enkelvoud staat hier na during; het meervoud is conversations. Voorbeeld: We had a short conversation. — We hadden een kort gesprek. Samen vormt Those situations will make the meaning easier to recall during conversation de structuur subject + will + make + object + comparative adjective + to-infinitive + time phrase. Het onderwerp is Those situations; dat onderwerp zal ervoor zorgen dat the meaning gemakkelijker to recall is, en dit gebeurt during conversation. De volledige betekenis is dus: “Door die situaties kun je de betekenis tijdens een gesprek gemakkelijker terughalen.”
I should probably study fewer words and use them more often.
Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.
- I should
- ik zou moeten
- probably
- waarschijnlijk
- study
- leren; bestuderen
- fewer
- minder
- words
- woorden
- use
- gebruiken
- them
- ze; hen
- more often
- vaker
Uitgebreide uitleg
I should drukt hier een persoonlijke aanbeveling of verwachting uit: de spreker vindt dat dit waarschijnlijk verstandig is. Should wordt gevolgd door de basisvorm van het werkwoord: I should study, niet een vervoegde vorm. Het is hier geen verleden tijd van shall. Probably verzacht de uitspraak: de spreker presenteert het als waarschijnlijk, niet als volledige zekerheid. In deze zin staat het vóór het hoofdwerkwoord study. Study betekent hier doelgericht leren of bestuderen. Na een modaal werkwoord zoals should blijft het werkwoord in de basisvorm. Voorbeeld: You should practice every day. — Je zou elke dag moeten oefenen. Fewer betekent minder bij telbare meervoudige zaken. Het contrasteert met less, dat typisch bij niet-telbare hoeveelheden staat: fewer words, maar less time. De vorm fewer bepaalt dus niet zelf hoeveel woorden het precies zijn; alleen dat het om een kleinere hoeveelheid telbare woorden gaat. Words is het meervoud van word: one word, two words. In deze zin verwijst het volgens de vertaling naar woorden die de spreker leert. Use betekent hier iets gebruiken of toepassen. Na should zou ook dit werkwoord in de basisvorm staan: should use. Voorbeeld: Use the new words in a sentence. — Gebruik de nieuwe woorden in een zin. Them is de meervoudige objectsvorm voor personen of zaken. Hier verwijst het naar words, zoals ook uit de vertaling met ze blijkt. Het onderwerp is I, maar het gebruikte object is them: I use them, niet I use they. More often betekent vaker. Het is de vergelijkende vorm van often: often — vaak, more often — vaker, most often — het vaakst. Het vergelijkt de voorgestelde gebruiksfrequentie met een minder frequente manier van gebruiken. Samen vormen de delen de structuur I should probably + basiswerkwoord + fewer + meervoudig telbaar zelfstandig naamwoord + and + basiswerkwoord + object + more often. De volledige betekenis is: de spreker zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en de woorden die de spreker leert vaker moeten gebruiken. De parallelle werkwoorden study en use hangen allebei samen met should: should study ... and use .... Dit is een bruikbaar patroon voor advies over twee handelingen.
Repeated use will help the words become part of your active vocabulary.
Door herhaald gebruik worden de woorden een deel van je actieve woordenschat.
- Repeated
- herhaald
- use
- gebruik
- help
- helpen
- words
- woorden
- become
- worden
- part
- deel
- active
- actieve
- vocabulary
- woordenschat
Uitgebreide uitleg
Repeated beschrijft hier use: het gaat om gebruik dat opnieuw of regelmatig plaatsvindt. Het is de vorm van repeat als voltooid deelwoord die hier vóór een zelfstandig naamwoord als bijvoeglijke bepaling staat. Voorbeeld: repeated practice = herhaalde oefening. use betekent hier ‘gebruik’ en is een zelfstandig naamwoord, niet het werkwoord ‘gebruiken’. Als werkwoord heeft hetzelfde woord de vorm use: I use these words often. = Ik gebruik deze woorden vaak. In repeated use benoemt het een activiteit of proces. help betekent ‘helpen’. In deze zin krijgt het een object en daarna een werkwoord in de basisvorm: help someone do something. Daarom volgt op help het onvervoegde become, niet bijvoorbeeld een vorm met to. Voorbeeld: Practice helps me remember. = Oefening helpt me herinneren. words is het meervoud van word, dus ‘woorden’. Het bepaalde lidwoord the maakt in de volledige zin duidelijk dat het om bepaalde woorden gaat; words zelf draagt alleen de meervoudsvorm. Voorbeeld: These words are useful. = Deze woorden zijn nuttig. become betekent hier ‘worden’ of ‘gaan deel uitmaken van’. Het is de basisvorm na help; de vorm blijft dus become, ook al verwijst het onderwerp van dit werkwoord naar the words. Andere belangrijke vormen zijn become (tegenwoordige vorm voor onder meer I, you, we, they), becomes (derde persoon enkelvoud) en became (verleden tijd). Voorbeeld: The idea became clear. = Het idee werd duidelijk. part betekent hier ‘deel’. In de vaste combinatie be/become part of something geeft het aan dat iets tot een groter geheel gaat behoren. of verbindt part met dat geheel. Voorbeeld: This habit became part of my routine. = Deze gewoonte werd een deel van mijn routine. active beschrijft vocabulary: het gaat om woordenschat die je actief kunt gebruiken, niet alleen om woorden die je misschien herkent. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord; het verandert in het Engels niet volgens enkelvoud of meervoud. Het tegenovergestelde in deze betekenis kan passive zijn: active vocabulary = actieve woordenschat, passive vocabulary = passieve woordenschat. vocabulary betekent ‘woordenschat’. Het is in deze betekenis meestal een ontelbaar zelfstandig naamwoord: my vocabulary, niet gewoonlijk my vocabularies voor de woordenschat van één persoon. Een telbare formulering is bijvoorbeeld a set of words = een reeks woorden. In de volledige zin is Repeated use het onderwerp. will help plaatst de verwachting in de toekomst en betekent dat het herhaalde gebruik een helpende factor zal zijn. Na help volgt de constructie the words become part of your active vocabulary: de woorden zullen deel gaan uitmaken van de actieve woordenschat van de aangesprokene. Samen betekent de zin: ‘Door herhaald gebruik worden de woorden een deel van je actieve woordenschat.’
I will choose a small set and write personal examples after class.
Ik kies een kleine groep woorden en schrijf na de les persoonlijke voorbeelden.
- I
- ik
- will
- zal
- choose
- kiezen
- small
- klein
- set
- groep; verzameling
- write
- schrijven
- personal
- persoonlijk
- examples
- voorbeelden
- after
- na
- class
- les; klas
Uitgebreide uitleg
I verwijst hier naar de spreker en is de onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. In een andere positie staat bijvoorbeeld me: She helps me. — Zij helpt mij. will maakt de handeling hier toekomstgericht en kan ook een voornemen uitdrukken. Het verandert niet met de persoon: I will, she will, they will. De gebruikelijke verkorte vorm is I'll. choose betekent hier selecteren. De basisvorm is choose; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn chose en chosen: I choose one. — Ik kies er één. Na will staat de basisvorm: will choose, niet will chose of will chosen. small beschrijft een beperkte omvang. De vergelijkingsreeks is small — smaller — the smallest: I chose a smaller set. — Ik koos een kleinere groep. Small hoort grammaticaal bij set, niet bij choose. set betekent hier een verzameling of groep; volgens de vaste vertaling gaat het om een kleine groep. Als zelfstandig naamwoord heeft het meervoud sets. Als werkwoord heeft set in de hoofdvormen dezelfde vorm: set — set — set; dat is een ander gebruik dan het zelfstandig naamwoord in deze zin. A set of words — een groep woorden. and verbindt twee handelingen van dezelfde spreker. Het onderwerp wordt niet herhaald: I will choose ... and (I will) write .... De plaatsing na choose maakt niet op zichzelf een tijdsvolgorde tussen de twee handelingen verplicht. write betekent schrijven. De basisvorm is write, de verleden tijd is wrote en het voltooid deelwoord is written: I wrote an example. — Ik schreef een voorbeeld. Na will blijft het write, niet wrote of written. personal betekent hier persoonlijk: verbonden met de eigen persoon of ervaring van de schrijver. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert in het Engels niet mee met enkelvoud of meervoud: a personal example, personal examples. examples betekent voorbeelden. Het enkelvoud is example; de uitgang -s markeert hier het meervoud: one example, two examples. Een voorbeeld kan een zin of situatie zijn die iets illustreert. after geeft hier een tijdsrelatie aan: de handeling na after gebeurt later dan de gebeurtenis die door class wordt genoemd. In after class betekent dat dus dat het kiezen en schrijven na de les plaatsvindt. Vergelijk: before class — vóór de les. After zegt hier niet precies hoe lang na de les. class betekent hier les, niet noodzakelijk een groep leerlingen. In after class is de betekenis dus na de les. Het zelfstandig naamwoord staat hier zonder lidwoord; after class is een gebruikelijke Engelse tijdsuitdrukking. Samen betekent de zin: de spreker zal een kleine groep woorden kiezen en persoonlijke voorbeelden schrijven; het schrijven vindt na de les plaats. De structuur is I will + basiswerkwoord ... and + basiswerkwoord ... after + tijdsgebeurtenis: I will read and write after class. — Ik zal na de les lezen en schrijven. De Nederlandse vertaling gebruikt kies en schrijf, terwijl will in het Engels het toekomstgerichte of voorgenomen karakter expliciet maakt.
That routine should make your vocabulary practice more practical.
Die routine zou je woordenschatoefening praktischer moeten maken.
- That
- die/dat
- routine
- routine
- should
- zou moeten
- make
- maken
- your
- jouw/je
- vocabulary
- woordenschat
- practice
- oefening
- more practical
- praktischer
Uitgebreide uitleg
That staat hier vóór routine en wijst op een bepaalde routine: “die routine”. In het Engels verandert deze vorm niet voor grammaticaal geslacht; het meervoud is those. Voorbeeld: That plan is useful. — “Dat plan is nuttig.” routine betekent hier een vaste werkwijze of reeks handelingen. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is routines. Voorbeeld: My morning routine is short. — “Mijn ochtendroutine is kort.” should geeft hier een verwachte of bedoelde uitkomst weer: de routine hoort je oefening praktischer te maken. Het is een modaal hulpwerkwoord en krijgt geen uitgang bij he, she of it: it should, niet it shoulds. Na should staat de onverbogen vorm van het werkwoord: should make. make betekent hier “ervoor zorgen dat iets wordt” of “iets maken”. In het patroon make + object + adjective beschrijft het bijvoeglijk naamwoord het resultaat bij het object: make your practice more practical. Voorbeeld: This tool makes the task easier. — “Dit hulpmiddel maakt de taak gemakkelijker.” your geeft bezit of betrokkenheid van de aangesprokene aan: “jouw/je”. De vorm verandert niet voor één of meer personen; het zelfstandig naamwoord erna maakt het aantal duidelijk. your is anders dan you’re, de verkorte vorm van you are. vocabulary betekent “woordenschat”. In vocabulary practice staat het vóór practice en specificeert het het soort oefening. Het kan ook zelfstandig worden gebruikt: I want to improve my vocabulary. — “Ik wil mijn woordenschat verbeteren.” practice betekent hier “oefening” of “het oefenen”; in deze context gaat het om activiteiten waarmee je woordenschat oefent. In het Engels is practice meestal het zelfstandig naamwoord, terwijl practise in Brits Engels het werkwoord is. Voorbeeld: Regular practice helps. — “Regelmatig oefenen helpt.” more practical is de vergelijkende vorm van het bijvoeglijk naamwoord practical: practical — more practical — most practical. Het betekent hier “praktischer”, dus beter bruikbaar voor de woordenschatoefening. More hoort bij practical, niet bij practice. Voorbeeld: This method is more practical. — “Deze methode is praktischer.” Samen vormen your vocabulary practice en vervolgens make ... more practical de betekenis “je woordenschatoefening praktischer maken”. That routine is het onderwerp, should drukt de verwachte uitkomst uit, en make verbindt die routine met het resultaat more practical: “Die routine zou je woordenschatoefening praktischer moeten maken.”
Grammatica
fewer + plural countable noun
Fewer messages are usually more useful.
FJOO-ur MES-ij-iz ar JOO-zjoe-uh-li mor JOO-sfəl.Minder berichten zijn meestal nuttiger.
Gebruik “fewer” voor een kleiner aantal telbare zelfstandige naamwoorden in het meervoud.
Engels woordenschat
where you would actually use them
Try adding one simple example sentence.
The words may not be connected to situations.
But I forget them when I try to speak.
I remember new words during study time.
review the same list later
one simple example sentence
situations where you would actually use them
I try to speak.
I usually write the translation.
when I try to speak
I usually write the translation.
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
spreken
Antwoord tonen
speakonthouden
Antwoord tonen
remembervergeten
Antwoord tonen
forgetvertaling