Een eenvoudige manier om een les te herhalen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After class, two classmates compare review methods and agree on a simple routine that balances notes, examples, and speaking practice..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een eenvoudige manier om een les te herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to review today's lesson.

Ai wont tuh rivjoe tuhdeez lessun. Ik wil de les van vandaag herhalen.
A

But I am not sure where to start.

Bat ai em nat sjoer weer tuh start. Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.
B

Start with the notes that connect directly to real situations.

Start widh dhuh noots dhat kuhnekt dərektli tuh riel sitsjoe-ee-sjuns. Begin met de aantekeningen die direct met echte situaties te maken hebben.
A

I usually reread everything, but that takes too much time.

Ai joezjoeli rieried evrithing, bat dhat teeks toe mutsj taim. Meestal lees ik alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.
B

Choose the parts you can use in a short conversation.

Tsjoez dhuh paarts joe ken jooz in uh sjort konverséêsjun. Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.
A

We could write example sentences before we practice speaking.

Wie koed rait igzaampul sentensiz bifoor wie prektis spieking. We kunnen voorbeeldzinnen opschrijven voordat we gaan spreken.
B

Saying the example sentences aloud will show whether you can use the phrases in conversation.

Sejing dhi igzaampul sentensiz uhlaud wil sjou wedər joe ken jooz dhuh freeziz in konverséêsjun. Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, merk je of je de zinnen in een gesprek kunt gebruiken.
A

That sounds more useful than copying the whole page again.

Dhat saundz moor joesful dhan kopieing dhuh hool peej uhgen. Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw overschrijven.
B

It also shows which points are clear and which ones need more practice.

It olsou sjouz witsj points ar klier and witsj wanz nied moor prektis. Je ziet dan ook welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.
A

Let's each choose a few useful phrases and test them after class.

Lets ietsj tsjoez uh fjoe joesful freeziz and test dhem after klas. Laten we allebei een paar nuttige zinnen kiezen en ze na de les testen.
B

A short routine will be easier to repeat than a long review plan.

Uh sjort roetien wil bie ieziër tuh ripiet dhan uh long rivjoe plen. Een korte routine is gemakkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.

Uitleg van de zinnen

  1. I want to review today's lesson.

    Ik wil de les van vandaag herhalen.

    I want
    ik wil
    review
    herhalen
    today's
    van vandaag
    lesson
    les
    Uitgebreide uitleg

    I want betekent hier dat de spreker een wens of voornemen uitdrukt. I is het onderwerp voor de spreker zelf; want is de tegenwoordige vorm bij I van het werkwoord want. Een veelbruikbaar patroon is I want to + werkwoord: I want to learn. — Ik wil leren. Het woord to hoort bij het volgende werkwoord, niet bij de betekenis van want alleen. review is hier een werkwoord en betekent de stof opnieuw doornemen of herhalen. De basisvorm is review; na to blijft die vorm onveranderd: to review. In een gewone tegenwoordige zin met he, she of it krijgt het werkwoord meestal -s: She reviews the lesson. — Zij herhaalt de les. today's bestaat uit today en de bezitsvorm 's. Hier verbindt die vorm today met het volgende zelfstandig naamwoord: de les hoort bij vandaag, dus “de les van vandaag”. Dit is geen meervoudsvorm; 's markeert hier de relatie tussen de twee woorden. lesson is een zelfstandig naamwoord voor een les of leeronderdeel. Het meervoud is lessons: I review two lessons. — Ik herhaal twee lessen. Samen vormen de delen I want to review today's lesson. De spreker wil de les die bij vandaag hoort opnieuw doornemen: Ik wil de les van vandaag herhalen.

  2. But I am not sure where to start.

    Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.

    But
    maar
    am not sure
    ben er niet zeker van
    where to start
    waar te beginnen
    Uitgebreide uitleg

    But verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat en geeft een tegenstelling aan: de spreker wil de les herhalen, maar weet niet goed hoe die moet beginnen. Het staat hier aan het begin van de zin. Voorbeeld: I understand the idea, but I need more practice. — Ik begrijp het idee, maar ik heb meer oefening nodig. am not sure is de vorm van be voor I: I am; de ontkenning wordt gevormd met not. sure betekent hier dat iemand vertrouwen heeft in zijn of haar kennis of beslissing. I am sure betekent “ik weet het zeker”; I am not sure betekent “ik weet het niet zeker”. Voorbeeld: I am not sure about the answer. — Ik weet het antwoord niet zeker. where to start is een beknopte vraagconstructie: where + to + de basisvorm start. Where vraagt naar een plaats of, zoals hier, naar het punt of de stap waarmee iets begint. In deze constructie staat geen apart onderwerp bij start; de persoon die moet beginnen wordt uit de hoofdzin begrepen, namelijk I. Vergelijk de volledige vraag Where should I start? — Waar moet ik beginnen? De vorm start blijft na to de basisvorm. Samen betekent I am not sure where to start: de spreker weet niet zeker met welk punt of welke stap hij of zij moet beginnen. But maakt daar een tegenstelling van met de voorafgaande wens om de les te herhalen: “Maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen.”

  3. Start with the notes that connect directly to real situations.

    Begin met de aantekeningen die direct met echte situaties te maken hebben.

    Start with
    begin met
    notes
    aantekeningen
    connect
    verband houden
    directly
    direct
    real
    echt
    situations
    situaties
    Uitgebreide uitleg

    Start with staat hier aan het begin als een aansporing: begin met iets. Het werkwoord start heeft in deze vorm geen zichtbare persoonsuitgang, omdat dit de gebiedende wijs is; het onuitgesproken onderwerp is de aangesprokene. with geeft aan waarmee je begint. Voorbeeld: “Start with the first question.” = “Begin met de eerste vraag.” Dit is een bruikbaar patroon: Start with + zelfstandig naamwoord. notes betekent hier aantekeningen: korte geschreven informatie die je hebt genoteerd. Het is het meervoud van note; a note is één aantekening en notes zijn meerdere aantekeningen. Voorbeeld: “I reviewed my notes.” = “Ik bekeek mijn aantekeningen opnieuw.” connect betekent hier verband houden met of verbonden zijn met. De vorm is de basisvorm van het werkwoord. In that connect ... is that het onderwerp van de bijzin en verwijst het hier naar notes; daarom staat het werkwoord in de meervoudsvorm zonder uitgang: notes connect. Bij één onderwerp komt de vorm connects: “This note connects to the topic.” = “Deze aantekening houdt verband met het onderwerp.” directly is een bijwoord dat aangeeft dat het verband rechtstreeks is, zonder tussenstap. Het hoort hier bij connect: de aantekeningen houden direct verband met de situaties. Het bijvoeglijk naamwoord is direct, zoals in “a direct connection” = “een direct verband”. real beschrijft situations en betekent hier echt of werkelijk, niet denkbeeldig. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud: a real situation en real situations. Voorbeeld: “Use a real example.” = “Gebruik een echt voorbeeld.” situations is het meervoud van situation; het enkelvoud is a situation en het meervoud krijgt -s. Voorbeeld: “These situations are common.” = “Deze situaties komen vaak voor.” Samen vormt Start with the notes de aansporing om met de aantekeningen te beginnen. De bijzin that connect directly to real situations beperkt welke aantekeningen bedoeld zijn: het gaat om de aantekeningen die rechtstreeks verband houden met echte situaties. De volledige betekenis is daarom: “Begin met de aantekeningen die direct met echte situaties te maken hebben.”

  4. I usually reread everything, but that takes too much time.

    Meestal lees ik alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.

    I
    ik
    usually
    meestal
    reread
    opnieuw lezen
    everything
    alles
    but
    maar
    that
    dat
    takes
    kost
    too much
    te veel
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier de spreker. Dit is de eerste persoon enkelvoud; als onderwerp staat het vóór de werkwoordsgroep. Vergelijk: I reread it. = Ik lees het opnieuw. usually betekent dat iets in de meeste gevallen gebeurt, maar niet altijd. Het staat hier vóór het hoofdwerkwoord reread. Voorbeeld: I usually walk to work. — Meestal loop ik naar mijn werk. reread betekent hier opnieuw lezen. Het basiswerkwoord is read; re- geeft aan dat de handeling opnieuw gebeurt. Reread is de tegenwoordige vorm bij I; met een derde persoon enkelvoud staat er rereads: She rereads the message. — Zij leest het bericht opnieuw. everything betekent alle dingen of de volledige inhoud waarnaar de spreker verwijst. Het is een onbepaald voornaamwoord en kan als lijdend voorwerp na reread staan. Voorbeeld: He checked everything. — Hij controleerde alles. but verbindt hier twee uitspraken met een tegenstelling: de spreker leest alles opnieuw, maar noemt daarna een nadeel daarvan. Het Nederlandse equivalent is hier maar. that verwijst in deze zin naar de vooraf genoemde activiteit, namelijk alles opnieuw lezen. Het is dus niet nodig om that aan één zelfstandig naamwoord te koppelen. Als aanwijzend woord kan that ook naar één verder weg gelegen zaak verwijzen, bijvoorbeeld: That looks useful. — Dat ziet er nuttig uit. takes betekent hier kost in de betekenis van tijd in beslag nemen. Het basiswerkwoord is take; takes is de tegenwoordige vorm voor een derde persoon enkelvoud. Het onderwerp van deze bijzin is that, en daarom staat er takes, niet take. Voorbeeld: The task takes an hour. — De taak kost een uur. too much betekent hier te veel, dus meer dan wenselijk of aanvaardbaar is. Much wordt gebruikt bij een niet-telbare hoeveelheid; time wordt in deze betekenis als niet-telbaar behandeld. Vergelijk too much time — te veel tijd met too many pages — te veel pagina's, waar pages telbaar meervoud is. time betekent hier tijd als hoeveelheid die een activiteit in beslag neemt. In take time vormt het samen met takes de gebruikelijke uitdrukking voor tijdsduur of tijdskosten. Voorbeeld: This takes time. — Dit kost tijd. Samen betekent I usually reread everything dat de spreker gewoonlijk alles opnieuw leest. but zet daar de tweede mededeling tegenover: that takes too much time, waarbij that terugwijst naar die hele activiteit en niet naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. De volledige betekenis is daarom: Meestal lees ik alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.

  5. Choose the parts you can use in a short conversation.

    Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.

    Choose
    kies
    the parts
    de delen
    you can
    je kunt
    use
    gebruiken
    short
    kort
    conversation
    gesprek
    Uitgebreide uitleg

    Choose staat hier als gebiedende wijs: de spreker geeft de opdracht om iets te selecteren. De basisvorm is choose; de belangrijke vormen zijn choose – chose – chosen. Voorbeeld: Choose one. — Kies er één. the parts betekent hier de delen. Parts is het meervoud van het telbare zelfstandig naamwoord part (part – parts). The maakt duidelijk dat het om bepaalde, in de context herkenbare delen gaat; het zegt op zichzelf niet hoeveel delen het zijn. Voorbeeld: These parts are useful. — Deze delen zijn nuttig. you can geeft aan dat de aangesprokene iets kan of daartoe in staat is. You is hier het onderwerp en can is een modaal werkwoord. Na can komt de basisvorm van het volgende werkwoord, zonder to: you can use. Can krijgt bij he, she en it ook geen uitgang: She can help. — Zij kan helpen. use betekent hier gebruiken: de delen kunnen in een gesprek worden gebruikt. Het is de basisvorm na can; de vorm verandert dus niet naar bijvoorbeeld uses. Buiten deze constructie kan de tegenwoordige tijd wel uses hebben bij he, she of it: He uses this word. — Hij gebruikt dit woord. short beschrijft conversation en betekent hier kort, dus met een beperkte duur of omvang. Engelse bijvoeglijke naamwoorden krijgen hier geen meervoudsuitgang: a short conversation, short conversations. De vergrotende trap is shorter en de overtreffende trap the shortest. conversation is een zelfstandig naamwoord voor een gesprek. Het is hier enkelvoud en staat na a: a conversation betekent een gesprek. Voorbeeld: We had a short conversation. — We hadden een kort gesprek. Samen vormt Choose the parts you can use in a short conversation een opdracht: selecteer de bepaalde delen die je kunt gebruiken in een kort gesprek. The parts is het object van choose; you can use beschrijft welke delen bedoeld zijn, en in a short conversation geeft de situatie aan waarin je ze kunt gebruiken.

  6. We could write example sentences before we practice speaking.

    We kunnen voorbeeldzinnen opschrijven voordat we gaan spreken.

    We
    we
    could
    zouden kunnen
    write
    opschrijven
    example sentences
    voorbeeldzinnen
    before
    voordat
    practice
    oefenen
    speaking
    spreken
    Uitgebreide uitleg

    We betekent hier wij: de spreker rekent zichzelf mee met minstens één andere persoon. Het is de onderwerpvorm; vergelijk us in een positie als voorwerp, bijvoorbeeld: They help us. — Zij helpen ons. could maakt van write een mogelijkheid of voorzichtige suggestie: We could write ... betekent hier dat schrijven een mogelijke stap is. Could is een modaal hulpwerkwoord en wordt gevolgd door de basisvorm: could write, niet could writes of could to write. Het kan in andere contexten ook verleden tijd van can aanduiden, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. write betekent hier opschrijven of schrijven. De basisvorm is write; belangrijke vormen zijn write – wrote – written. Na could blijft de vorm de basisvorm write. Voorbeeld: We could write a short note. — We zouden een kort briefje kunnen schrijven. example sentences betekent voorbeeldzinnen. Sentence is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is sentences. Example beschrijft hier welk soort zinnen het zijn. Het Engelse meervoud krijgt in deze woorden de uitgang -s: one example sentence, maar two example sentences. before verbindt de hoofdgedachte met wat eerder gebeurt. In before we practice speaking betekent het voordat; het leidt hier een bijzin met een volledige onderwerp-werkwoordcombinatie in: we practice .... Voorbeeld: Wash your hands before you eat. — Was je handen voordat je eet. practice betekent hier oefenen. Na het onderwerp we staat de tegenwoordige basisvorm: we practice. Bij he, she of it krijgt deze tegenwoordige vorm meestal -s: She practices every day. — Zij oefent elke dag. Let op het verschil tussen het werkwoord practice en het zelfstandig naamwoord practice; in deze zin is practice een werkwoord. speaking is de -ing-vorm van speak, hier gebruikt voor de activiteit spreken. De relevante vormreeks is speak – spoke – spoken; speaking is dus niet de verleden tijd. Na practice kan een activiteit als speaking worden genoemd. Voorbeeld: They practice speaking slowly. — Zij oefenen langzaam spreken. Samen betekent We could write example sentences before we practice speaking.: We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan spreken. Het eerste deel stelt het opschrijven als mogelijkheid voor. Before plaatst de activiteit we practice speaking daarna in de tijd: eerst kunnen we de voorbeeldzinnen opschrijven, en vervolgens oefenen we het spreken.

  7. Saying the example sentences aloud will show whether you can use the phrases in conversation.

    Als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, merk je of je de zinnen in een gesprek kunt gebruiken.

    Saying
    zeggen
    example sentences
    voorbeeldzinnen
    aloud
    hardop
    will show
    zal laten zien
    whether
    of
    you can
    je kunt
    use
    gebruiken
    the phrases
    de zinnen
    conversation
    gesprek
    Uitgebreide uitleg

    Saying is hier de -ing-vorm van say (zeggen), gebruikt als zelfstandig onderwerp: “Saying ... will show ...” betekent “Door ... te zeggen, zal blijken ...”. Als werkwoordsvormen: say–said–said; saying beschrijft hier de handeling als activiteit, niet een aparte tijd. Voorbeeld: “Saying the word slowly helps.” — “Het woord langzaam zeggen helpt.” example sentences betekent voorbeeldzinnen. Sentence is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is sentences. Het samengestelde woord example sentence benoemt een zin die als voorbeeld dient. Voorbeeld: “Write two example sentences.” — “Schrijf twee voorbeeldzinnen.” aloud betekent hardop: de woorden worden hoorbaar uitgesproken. Het verschilt van silently (“in stilte”). Voorbeeld: “Read the sentence aloud.” — “Lees de zin hardop.” will show bestaat uit will plus de basisvorm show. Show betekent hier aantonen of zichtbaar maken; will show plaatst die uitkomst in de toekomst. Na will blijft het werkwoord in de basisvorm: will show, niet een verbogen vorm. Voorbeeld: “Practice will show what you remember.” — “Oefening zal laten zien wat je onthoudt.” whether leidt hier een indirecte ja/nee-vraag in: het gaat erom of iets wel of niet het geval is. Het is geen vraagwoord voor een specifiek persoon, ding of plaats. Voorbeeld: “We will see whether it works.” — “We zullen zien of het werkt.” you can gebruikt het modale werkwoord can met you. Het drukt hier bekwaamheid of mogelijkheid uit: je bent in staat de handeling uit te voeren. Na can staat de basisvorm zonder to, zoals in can use. Can verandert hier niet voor het onderwerp; I can, you can en she can hebben dezelfde vorm. Voorbeeld: “You can ask a question.” — “Je kunt een vraag stellen.” use is de basisvorm na can en betekent gebruiken. De vorm verandert bijvoorbeeld in uses bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en in used voor de verleden tijd. Voorbeeld: “They use the new words.” — “Zij gebruiken de nieuwe woorden.” the phrases betekent de zinnen of uitdrukkingen waarnaar in deze context wordt verwezen. Phrase is een zelfstandig naamwoord; phrases is het meervoud. Het lidwoord the markeert deze als bepaalde, herkenbare zinnen of uitdrukkingen, zonder zelf een aantal aan te geven. Voorbeeld: “Use the phrases in a dialogue.” — “Gebruik de zinnen in een dialoog.” conversation betekent gesprek, hier in de algemene uitdrukking in conversation: tijdens een gesprek. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; a conversation betekent één gesprek en conversations meerdere gesprekken. Voorbeeld: “She used the expression in conversation.” — “Ze gebruikte de uitdrukking in een gesprek.” De hele zin heeft de structuur [activiteit] will show whether [persoon] can [handeling]: “Saying the example sentences aloud” is de activiteit die als onderwerp dient. Die activiteit zal aantonen of je the phrases kunt use in conversation. De vaste betekenis is dus: als je de voorbeeldzinnen hardop zegt, merk je of je de zinnen in een gesprek kunt gebruiken. De formulering is geschikt voor neutrale uitleg over oefenen en toepassen.

  8. That sounds more useful than copying the whole page again.

    Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw overschrijven.

    That
    dat
    sounds
    klinkt
    more useful
    nuttiger
    copying
    overschrijven
    whole
    hele
    page
    pagina
    again
    opnieuw
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp. Het verwijst naar een eerder genoemde gedachte of handeling; samen met de vaste vertaling is de betekenis hier dat. Vergelijk: That is useful. = Dat is nuttig. sounds komt van sound en heeft hier de betekenis klinkt in de zin van lijkt of komt over als, niet alleen van iets dat hoorbaar is. De vorm sounds is de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud: I sound, maar it sounds. In sound + adjective beschrijft het bijvoeglijk naamwoord de indruk: It sounds clear. = Het klinkt duidelijk. more useful is de vergrotende trap van useful: useful — more useful — the most useful. More useful betekent hier nuttiger; more hoort bij het bijvoeglijk naamwoord useful, niet bij een zelfstandig naamwoord. De vergelijking wordt verder uitgewerkt door than: iets klinkt nuttiger dan de activiteit die daarna genoemd wordt. copying komt van het werkwoord copy en betekent hier overschrijven. De vorm op -ing benoemt de activiteit als geheel. Na than kan zo'n activiteit als vergelijkingspunt volgen: Reading is easier than copying. = Lezen is gemakkelijker dan overschrijven. In deze zin gaat het niet om een vervoegde hoofdwerkwoordsvorm; sounds draagt de persoons- en tijdsvorm. whole betekent hele of volledige. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het nader bepaalt: the whole page = de hele pagina. Het benadrukt de pagina als één volledige eenheid. page is een zelfstandig naamwoord voor een pagina. Met the wordt hier een bepaalde pagina aangeduid, maar uit de vaste zin en de context blijkt niet welke pagina dat precies is. Page heeft als meervoud pages: one page, two pages. again is een bijwoord met de betekenis opnieuw of weer. Het geeft aan dat het overschrijven nogmaals gebeurt. In deze zin hoort het bij copying: het gaat om opnieuw de pagina overschrijven. De zin bouwt zo op: That is het onderwerp, sounds more useful geeft de beoordeling of indruk, en than copying the whole page again noemt waarmee die beoordeling wordt vergeleken. The whole page betekent de hele pagina, en again voegt opnieuw toe. Het geheel betekent: Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw overschrijven.

  9. It also shows which points are clear and which ones need more practice.

    Je ziet dan ook welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.

    It also shows
    het laat ook zien
    points
    punten
    clear
    duidelijk
    need
    nodig hebben
    practice
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    It also shows It is het onderwerp en verwijst naar iets dat in de context al bekend is; de zin zelf benoemt niet precies waarnaar. Als enkelvoudig onderwerp krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de vorm shows: It shows, maar They show. Also betekent hier ‘ook’ en voegt deze waarneming toe aan wat al genoemd is. Voorbeeld: The exercise also shows the difference. — De oefening laat het verschil ook zien. points Points betekent hier ‘punten’ in de zin van afzonderlijke aandachtspunten of onderdelen. Het is het meervoud van point; het enkelvoud is dus one point en het meervoud two points. Voorbeeld: We discussed three points. — We bespraken drie punten. clear Clear betekent hier dat de punten duidelijk of goed begrijpelijk zijn. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na are staat: the points are clear. Het heeft hier geen betekenis van bijvoorbeeld ‘vrij van obstakels’; de context gaat over begrijpelijkheid. Voorbeeld: This explanation is clear. — Deze uitleg is duidelijk. need In which ones need ... betekent need ‘nodig hebben’. Het onderwerp is hier which ones, dus meervoud; daarom staat de vorm need en niet needs. Bij een enkelvoudig onderwerp wordt dat needs: This point needs practice. — Dit punt heeft oefening nodig. practice Practice is hier een zelfstandig naamwoord voor oefening of het oefenen van een vaardigheid. In need more practice betekent more dat er extra oefening nodig is; het zegt niet hoeveel. Practice kan ook als werkwoord voorkomen: We practice every day. — We oefenen elke dag. Geheel: It also shows geeft aan dat iets bovendien zichtbaar maakt of laat zien. Daarna volgen twee met which ingeleide delen: which points are clear — welke punten duidelijk zijn — en which ones need more practice — welke meer oefening nodig hebben. Ones neemt hier het eerder genoemde zelfstandig naamwoord points over, zodat het niet opnieuw hoeft te worden herhaald. Samen betekent de zin: ‘Je ziet dan ook welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.’

  10. Let's each choose a few useful phrases and test them after class.

    Laten we allebei een paar nuttige zinnen kiezen en ze na de les testen.

    Let's
    laten we
    each
    ieder afzonderlijk
    choose
    kiezen
    a few
    een paar
    useful
    nuttig
    phrases
    zinnen
    test
    testen
    them
    ze
    after class
    na de les
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel waaraan de spreker en andere deelnemers meedoen: “laten we …”. De vaste vertaling maakt hier duidelijk dat het om de twee deelnemers van allebei gaat. Voorbeeld: Let's start now. — “Laten we nu beginnen.” each verdeelt de handeling over de deelnemers: ieder kiest afzonderlijk. In deze vaste vertaling verwijst dat naar elk van de twee deelnemers. Het woord staat vóór choose en verandert de vorm van het werkwoord niet. Voorbeeld: They each have a notebook. — “Ze hebben ieder een notitieboek.” choose is de basisvorm van het werkwoord “kiezen”. Na let gebruikt het Engels de basisvorm: let us choose, niet een vorm met to. De verleden tijd is chose en het voltooid deelwoord is chosen. a few betekent een klein, niet nader bepaald aantal. Het wordt gebruikt met telbare meervoudige zelfstandige naamwoorden, zoals phrases; het beweert hier geen exact aantal. Voorbeeld: I chose a few examples. — “Ik koos een paar voorbeelden.” useful betekent “nuttig” of “bruikbaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en beschrijft hier phrases; de vorm verandert niet voor enkelvoud of meervoud. Het tegengestelde is useless — “nutteloos”. phrases is het meervoud van phrase, “zin” of “uitdrukking”. Hier gaat het om zinnen die de deelnemers kunnen kiezen en later testen. Het meervoud krijgt hier de uitgang -s. test is hier een werkwoord in de basisvorm: de gekozen zinnen uitproberen of ermee oefenen. Het staat in de tweede, door and verbonden handeling bij het gezamenlijke voorstel; de onderliggende vorm blijft de basisvorm, net als na let: Let's ... test. Als zelfstandig naamwoord kan test ook “toets” of “test” betekenen, maar dat is niet de functie in deze zin. Voorbeeld: We test the new method. — “We testen de nieuwe methode.” them is de objectsvorm van they. Het verwijst hier naar de gekozen phrases: “ze testen die”. Vergelijk: They test them. — they is degene(n) die testen, terwijl them datgene is wat getest wordt. Them verandert niet op basis van het grammaticale geslacht van het bedoelde meervoud. after class geeft het tijdstip aan: na de les. After leidt hier een tijdsbepaling in; class staat zonder lidwoord in deze vaste uitdrukking voor de les als onderwijsactiviteit. Voorbeeld: We talk after class. — “We praten na de les.” Samen betekent Let's each choose a few useful phrases and test them after class.: “Laten we allebei een paar nuttige zinnen kiezen en ze na de les testen.” Let's introduceert het gezamenlijke voorstel, each maakt duidelijk dat iedere deelnemer afzonderlijk kiest, en and verbindt de twee handelingen choose en test. Them verwijst terug naar de gekozen zinnen; after class plaatst het testen na de les.

  11. A short routine will be easier to repeat than a long review plan.

    Een korte routine is gemakkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.

    short
    kort
    routine
    routine
    will be
    zal zijn
    easier
    gemakkelijker
    to repeat
    herhalen
    long
    lang
    review
    herhaling
    plan
    plan
    Uitgebreide uitleg

    short betekent hier “kort” in omvang of duur. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; het tegenovergestelde is long. routine betekent een vaste, herhaalde werkwijze of reeks handelingen. Het is een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: My morning routine is simple. — “Mijn ochtendroutine is eenvoudig.” will be bestaat uit will plus de basisvorm be. Samen plaatsen ze de toestand in de toekomst: “zal/zullen zijn”. Na will blijft be onveranderd, ongeacht het onderwerp. Voorbeeld: The task will be simple. — “De taak zal eenvoudig zijn.” easier betekent hier “gemakkelijker”. Dit is de vergelijkende vorm van easy: easy → easier → the easiest. De vorm vergelijkt de routine met het plan dat daarna wordt genoemd. to repeat is de infinitief “herhalen”. Na to staat hier de basisvorm repeat. Het onderwerp van deze handeling is niet opnieuw uitgedrukt: de routine is datgene wat herhaald wordt. Voorbeeld: This exercise is easy to repeat. — “Deze oefening is gemakkelijk te herhalen.” long betekent hier “lang” in omvang of duur. Het beschrijft review plan, niet routine. De vergelijkende vorm is longer; de overtreffende trap is the longest. review is hier een zelfstandig naamwoord dat plan nader bepaalt: het gaat om een plan voor herhaling of het doornemen van leerstof. In andere contexten kan review ook een werkwoord zijn, maar in review plan is het geen handeling die als werkwoord optreedt. plan betekent “plan”: een voorgenomen aanpak of reeks stappen. In a long review plan is het de kern van de naamwoordgroep; long beschrijft het plan en review specificeert het soort plan. De volledige structuur is: A short routine als onderwerp + will be easier voor de toekomstige vergelijking + to repeat voor wat gemakkelijker is + than a long review plan als vergelijkingspunt. De zin betekent dus: een korte routine zal gemakkelijker te herhalen zijn dan een lang plan voor herhaling. De formulering is neutraal en bruikbaar wanneer je twee leer- of werkmethoden met elkaar vergelijkt.

Grammatica

usually + main verb

I usually review the lesson.

Ai joezjoeli rivjoe dhuh lessun.

Ik herhaal de les meestal.

Usually staat meestal vóór het hoofdwerkwoord. Het is een bijwoord en beschrijft hoe vaak iets gebeurt.

verb-ing + is + comparative adjective

Copying example sentences is easier.

Kopieing igzaampul sentensiz iz ieziër.

Voorbeeldzinnen overschrijven is gemakkelijker.

Een werkwoord op -ing kan als onderwerp dienen. Easier is de vergrotende trap van easy.

Engels woordenschat

connect werkwoord
kuhnekt verbinden

Start with the notes that connect directly to real situations.

directly bijwoord
duhrektli direct

Start with the notes that connect directly to real situations.

everything voornaamwoord
evrithing alles

I usually reread everything, but that takes too much time.

lesson zelfstandig naamwoord
lessun les

I want to review today's lesson.

not sure uitdrukking
nat sjoer niet zeker

But I am not sure where to start.

notes zelfstandig naamwoord
noots aantekeningen

Start with the notes that connect directly to real situations.

reread werkwoord
rieried opnieuw lezen

I usually reread everything, but that takes too much time.

review werkwoord
rivjoe herhalen

I want to review today's lesson.

situations zelfstandig naamwoord
sitsjoe-ee-sjuns situaties

Start with the notes that connect directly to real situations.

start werkwoord
start beginnen

But I am not sure where to start.

too much uitdrukking
toe mutsj te veel

I usually reread everything, but that takes too much time.

usually bijwoord
joezjoeli meestal

I usually reread everything, but that takes too much time.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil de les van vandaag herhalen.

Antwoord tonenI want to review today's lesson.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

herhalen

Antwoord tonenreview

les

Antwoord tonenlesson

situaties

Antwoord tonensituations

direct

Antwoord tonendirectly