Een verloren portemonnee veilig beschrijven | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After losing a wallet, one adult gets help preparing safe identifying details before calling the cafe..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Een verloren portemonnee veilig beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I can't find my wallet, and I last had it at the cafe.

Ai kent faind mai wolit, en ai lest hed it et dhuh kefee. Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.
B

Before you call, prepare a description of what the wallet looks like.

Bifohr joe kool, pripeer uh diskripsjun uhv wot dhuh wolit luks laik. Maak voordat je belt een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.
A

It's a small black wallet with a worn corner.

Its uh smool blek wolit widh uh woorn koorner. Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoekje.
B

That should help the staff check without asking for private details.

Dhet sjud help dhuh stef tsjek widhawt esking fur praivut dieetee lz. Daarmee zou het personeel kunnen controleren of ze hem hebben zonder naar privégegevens te vragen.
A

I'll call and explain when I noticed it was missing.

Ail kool en ekspleen wen ai nootist it wuz mising. Ik bel en leg uit wanneer ik merkte dat hij weg was.
B

Mention a few items inside, but don't share details from personal documents.

Mensjun uh fjoe aitumz insaid, but dount sjeer dieetee lz frum pursunul dokjumunts. Noem een paar dingen die erin zitten, maar deel geen informatie uit persoonlijke documenten.
A

It has a photo and a folded note inside.

It hez uh footoo en uh fouldid noot insaid. In de portemonnee zitten een foto en een opgevouwen briefje.
B

Those details should be enough to identify it safely.

Dhohz dieetee lz sjud bie inuf tuh aidentifai it seefli. Die details zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te herkennen.
A

If they have it, I can arrange a time to pick it up.

If dhei hev it, ai ken ureendzj uh taim tuh pik it ap. Als ze hem hebben, kan ik een tijd afspreken om hem op te halen.
B

Call now, and I'll check your bag again while you wait.

Kool naw, en ail tsjek jor beg ugein wail joe weit. Bel nu, dan controleer ik je tas nog een keer terwijl je wacht.

Woord voor woord

I “I” verwijst naar de persoon die spreekt; hier is dat degene die zijn portemonnee niet kan vinden. Je gebruikt “I” als onderwerp wanneer je over jezelf vertelt, bijvoorbeeld in “I can't find my wallet”.
can't “can't” betekent hier dat de spreker de portemonnee niet kan vinden of lokaliseren. Het is de verkorte vorm van “cannot” en staat vóór het werkwoord in “can't find”; je gebruikt het om onvermogen of een onmogelijkheid uit te drukken.
find “find” betekent hier iets lokaliseren dat gezocht wordt. In “can't find my wallet” staat het na “can't”; je gebruikt “find” bijvoorbeeld voor een voorwerp, persoon of oplossing die je probeert te lokaliseren.
my “my” geeft aan dat de portemonnee van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in “my wallet”; je gebruikt “my” om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
wallet “wallet” betekent hier een kleine portemonnee waarin geld, kaarten of andere spullen zitten. In “my wallet” benoemt het precies het voorwerp dat kwijt is; je gebruikt het voor een portemonnee die je bijvoorbeeld zoekt of terug wilt krijgen.
and “and” verbindt hier twee stukken informatie: de spreker kan de portemonnee niet vinden en had hem voor het laatst in het café. Je gebruikt “and” om gelijkwaardige informatie of handelingen aan elkaar te koppelen.
last “last” betekent hier voor het laatst of meest recent. In “I last had it at the cafe” geeft het aan wanneer de spreker het voorwerp voor het laatst bij zich had; je gebruikt het om het meest recente moment of de meest recente plaats aan te geven.
had “had” geeft hier aan dat de spreker de portemonnee op een eerder moment bij zich had. Het is de verleden vorm van “have” en staat in “last had it” voor bezit of het bij zich hebben in het verleden.
it “it” verwijst in “I last had it at the cafe” naar de eerder genoemde portemonnee; in “It has a photo” verwijst “It” opnieuw naar die portemonnee. Je gebruikt “it” voor een genoemd voorwerp wanneer je het niet opnieuw wilt benoemen.
at “at” geeft hier de plaats aan waar de spreker de portemonnee voor het laatst had: “at the cafe”. Je gebruikt “at” vaak vóór een specifieke plaats, locatie of ontmoetingsplek.
the “the” verwijst naar een specifieke plaats die in deze situatie als bekend wordt behandeld: “the cafe”. Je gebruikt “the” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaalde zaak of plaats verwijst.
cafe “cafe” betekent hier de horecazaak waar de spreker de portemonnee voor het laatst had. In “at the cafe” volgt het op een plaatsaanduiding; je gebruikt het voor een plek waar mensen eten of drinken.
Before “Before” betekent hier eerder dan de handeling van bellen. In “Before you call” leidt het een tijdsrelatie in; je gebruikt het om aan te geven wat eerst moet gebeuren.
you “you” verwijst hier naar de persoon tegen wie B spreekt. In “Before you call” is die persoon degene die zal bellen; je gebruikt “you” voor één of meer aangesproken personen.
call “call” betekent hier iemand telefonisch contacteren. In “Before you call” gaat het om het telefoongesprek met het café, terwijl “Call now” een directe aansporing is; je gebruikt “call” bij telefonisch contact.
prepare “prepare” betekent hier iets gereedmaken voordat de spreker belt. In “prepare a description” krijgt het een lijdend voorwerp; je gebruikt het bijvoorbeeld om informatie, een voorwerp of een gesprek voor te bereiden.
a “a” introduceert in “a description” één niet eerder genoemde beschrijving. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; je gebruikt het wanneer je een niet-specifiek exemplaar noemt.
description “description” betekent hier informatie over hoe de portemonnee eruitziet. In “a description of what the wallet looks like” volgt de inhoud van de beschrijving; je gebruikt het wanneer je kenmerken van een voorwerp of situatie uitlegt.
of “of” verbindt “a description” met de inhoud ervan in “a description of what the wallet looks like”. Je gebruikt “of” hier om aan te geven waar een beschrijving over gaat.
what “what” introduceert hier de informatie over het uiterlijk van de portemonnee in “what the wallet looks like”. Je gebruikt het om binnen zo’n zin te verwijzen naar wat iets is of hoe iets eruitziet.
looks “looks” verwijst hier naar het uiterlijk van de portemonnee in “what the wallet looks like”. De vorm staat bij “the wallet”; samen met “like” vormt zij de uitdrukking voor hoe iets eruitziet.
like “like” maakt in “what the wallet looks like” deel uit van de uitdrukking die het uiterlijk beschrijft. Je gebruikt deze vorm na “looks” wanneer je vraagt of uitlegt hoe iets eruitziet.
It's “It's” identificeert en beschrijft hier de portemonnee: “It's a small black wallet”. Het is de verkorte vorm van “It is”; je gebruikt het om een voorwerp te benoemen of kenmerken ervan te geven.
small “small” beschrijft de portemonnee als niet groot. In “a small black wallet” staat het vóór “wallet” en geeft het een uiterlijk kenmerk; je gebruikt het om de afmeting van iets te beschrijven.
black “black” geeft de kleur van de portemonnee aan. In “a small black wallet” staat het vóór “wallet” als beschrijving; je gebruikt het om een voorwerp aan de hand van zijn kleur te identificeren.
with “with” geeft hier aan dat de portemonnee een versleten hoek heeft: “with a worn corner”. Je gebruikt “with” om een kenmerk, onderdeel of aanwezige eigenschap aan een voorwerp toe te voegen.
worn “worn” beschrijft de hoek als beschadigd of veranderd door gebruik in “a worn corner”. Het staat vóór “corner” en geeft een zichtbaar kenmerk; je gebruikt het voor iets dat sporen van gebruik vertoont.
corner “corner” betekent hier het hoekpunt van de portemonnee. In “a worn corner” benoemt het welk onderdeel versleten is; je gebruikt het voor een hoek van een voorwerp of ruimte.
That “That” verwijst naar de beschrijving die zojuist is gegeven: de kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek. In “That should help” gebruikt de spreker het om naar eerder genoemde informatie te verwijzen.
should “should” drukt hier de verwachting uit dat de beschrijving het personeel zal helpen. In “That should help” staat het vóór “help”; je gebruikt het om een verwachte of waarschijnlijke uitkomst aan te geven.
help “help” betekent hier iets gemakkelijker maken voor het personeel bij het controleren van de portemonnee. In “should help the staff check” staat het vóór de persoon of groep die geholpen wordt; je gebruikt het voor hulp bij een handeling of doel.
staff “staff” verwijst hier naar de mensen die in het café werken. In “help the staff check” is het personeel degene die de portemonnee kan controleren; je gebruikt “staff” voor de medewerkers van een organisatie of zaak.
check “check” betekent hier controleren of het café de portemonnee heeft. In “help the staff check” volgt het na “help” en beschrijft het de handeling van nakijken; je gebruikt het wanneer je iets wilt verifiëren.
without “without” geeft hier aan dat iets niet gebeurt: het personeel controleert zonder naar privégegevens te vragen. In “without asking for private details” staat het vóór de handeling die wordt weggelaten; je gebruikt het om een ontbrekende handeling of voorwaarde aan te geven.
asking “asking” betekent hier om informatie vragen, namelijk privégegevens. In “without asking for private details” volgt het op “without”; je gebruikt deze vorm om een handeling als onderdeel van een situatie te beschrijven.
for “for” introduceert in “asking for private details” de informatie waarnaar gevraagd wordt. Je gebruikt “ask for” als vaste combinatie wanneer iemand iets vraagt of probeert te verkrijgen.
private “private” beschrijft de details als persoonlijke informatie die niet gedeeld moet worden. In “private details” staat het vóór “details”; je gebruikt het voor informatie die niet voor anderen bestemd is.
details “details” betekent hier specifieke stukjes informatie over persoonlijke documenten. In “private details” benoemt het wat niet gedeeld moet worden; je gebruikt het wanneer precieze informatie relevant is.
I'll “I'll” geeft aan dat de spreker zelf iets zal doen: bellen en uitleggen. Het is de verkorte vorm van “I will”; je gebruikt het om een toekomstige handeling of voornemen aan te kondigen.
explain “explain” betekent hier duidelijk vertellen wanneer de spreker merkte dat de portemonnee weg was. In “I'll call and explain” volgt het op “and” als tweede handeling; je gebruikt het wanneer je informatie of een situatie begrijpelijk maakt.
when “when” introduceert het moment waarop de spreker merkte dat de portemonnee ontbrak in “when I noticed it was missing”. Je gebruikt het om een tijdstip of tijdsrelatie aan een handeling te koppelen.
noticed “noticed” betekent hier dat de spreker zich ervan bewust werd dat de portemonnee ontbrak. Het is de verleden vorm van “notice” en staat in “when I noticed it was missing”; je gebruikt het voor een moment waarop je iets opmerkt.
was “was” beschrijft hier de toestand van de portemonnee als ontbrekend in “was missing”. Het is de verleden vorm van “be” bij “it”; je gebruikt het om een toestand in het verleden te beschrijven.
missing “missing” betekent hier dat de portemonnee niet aanwezig was en niet gevonden kon worden. In “it was missing” beschrijft het de toestand die de spreker opmerkte; je gebruikt het wanneer iets ontbreekt.
Mention “Mention” is hier een directe aansporing om enkele voorwerpen kort te noemen. In “Mention a few items inside” staat het aan het begin van de opdracht; je gebruikt het wanneer je wilt dat iemand iets terloops of beknopt noemt.
few “few” geeft in “a few items” een klein aantal voorwerpen aan. Samen met “a” betekent het dat er enkele voorwerpen genoemd worden; je gebruikt het vóór een meervoudig telbaar zelfstandig naamwoord.
items “items” betekent hier afzonderlijke voorwerpen die in de portemonnee zitten. In “a few items inside” verwijst het naar de inhoud; je gebruikt het voor losse dingen binnen een verzameling of container.
inside “inside” betekent hier in de portemonnee. In “items inside” geeft het de plaats van de voorwerpen aan; je gebruikt het om te zeggen dat iets binnen in een ruimte of voorwerp zit.
but “but” contrasteert hier de aanbeveling om enkele voorwerpen te noemen met de waarschuwing om geen documentdetails te delen. Je gebruikt “but” om twee tegengestelde of beperkende stukken informatie te verbinden.
don't “don't” betekent hier dat iemand iets niet moet doen: geen informatie delen. Het is de verkorte vorm van “do not” en staat in “don't share” vóór de handeling; je gebruikt het om een verbod of negatieve instructie te geven.
share “share” betekent hier informatie aan anderen geven of bekendmaken. In “don't share details from personal documents” gaat het om het niet delen van gevoelige informatie; je gebruikt het voor informatie, voorwerpen of ervaringen die met anderen worden gedeeld.
from “from” geeft in “details from personal documents” de bron van de informatie aan. Je gebruikt “from” om te laten zien waar informatie, een voorwerp of iets anders vandaan komt.
personal “personal” beschrijft de documenten als verbonden met een bepaalde persoon. In “personal documents” waarschuwt het voor informatie die privé kan zijn; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord voor persoonlijke zaken.
documents “documents” betekent hier officiële of persoonlijke papieren waarvan je geen details moet delen. In “personal documents” benoemt het de bron van de gevoelige informatie; je gebruikt het voor papieren of bestanden met informatie.
has “has” betekent hier dat de portemonnee een foto en een briefje bevat. In “It has a photo and a folded note inside” staat het bij “It” en beschrijft het de inhoud; je gebruikt het om bezit of aanwezigheid aan te geven.
photo “photo” betekent hier een foto die als herkenningsdetail in de portemonnee zit. In “a photo” benoemt het één onderdeel van de inhoud; je gebruikt het voor een afbeelding die met een camera is gemaakt.
folded “folded” beschrijft het briefje als omgevouwen in “a folded note”. Het staat vóór “note” en geeft de toestand ervan aan; je gebruikt het voor iets dat over zichzelf heen is gebogen.
note “note” betekent hier een kort geschreven bericht in de portemonnee. In “a folded note” wordt het samen met “folded” als herkenningsdetail genoemd; je gebruikt het voor een korte schriftelijke boodschap.
Those “Those” verwijst naar de details die zojuist genoemd zijn: de foto en het opgevouwen briefje. In “Those details should be enough” gebruikt de spreker het om eerder genoemde meervoudige informatie aan te wijzen.
be “be” maakt in “should be enough” deel uit van de verwachte toestand dat de details voldoende zijn. De vorm staat na “should”; je gebruikt “be” hier om een eigenschap of beoordeling aan het onderwerp te koppelen.
enough “enough” betekent hier voldoende om de portemonnee veilig te herkennen. In “should be enough to identify it safely” geeft het aan dat de hoeveelheid informatie volstaat; je gebruikt het vóór “to” om een voldoende niveau voor een doel uit te drukken.
to “to” markeert in “to identify it safely” het doel waarvoor de details voldoende zijn. Je gebruikt “to” vóór een werkwoord om een doel of beoogde handeling aan te geven.
identify “identify” betekent hier vaststellen welke portemonnee het is aan de hand van veilige details. In “to identify it safely” staat het na “to” als doelhandeling; je gebruikt het wanneer je iets of iemand correct wilt herkennen of vaststellen.
safely “safely” geeft aan dat het herkennen gebeurt zonder onnodige privégegevens prijs te geven. In “identify it safely” beschrijft het de manier waarop de handeling moet plaatsvinden; je gebruikt het wanneer veiligheid of het vermijden van risico’s belangrijk is.
If “If” introduceert hier de voorwaarde dat het personeel de portemonnee heeft. In “If they have it” leidt het een mogelijke situatie in; je gebruikt het om een gevolg aan een voorwaarde te koppelen.
they “they” verwijst hier naar de medewerkers van het café. In “If they have it” zijn zij degenen die de portemonnee mogelijk hebben; je gebruikt “they” voor meerdere personen die al genoemd zijn of uit de context bekend zijn.
have “have” betekent hier de portemonnee in bezit hebben of vasthouden. In “If they have it” staat het na “they” en beschrijft het de mogelijke toestand van het personeel; je gebruikt het voor bezit of aanwezigheid van iets.
can “can” betekent hier dat de spreker in staat is een tijd af te spreken. In “I can arrange a time” staat het vóór “arrange”; je gebruikt het om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
arrange “arrange” betekent hier een geschikt moment organiseren of afspreken. In “arrange a time to pick it up” krijgt het de afspraak als doel; je gebruikt het wanneer je praktische afspraken of regelingen maakt.
time “time” betekent hier een afgesproken moment om de portemonnee op te halen. In “arrange a time to pick it up” benoemt het wat afgesproken wordt; je gebruikt het voor een moment dat voor een activiteit wordt gekozen.
pick “pick” maakt in “pick it up” deel uit van de uitdrukking voor iets ophalen. Het staat vóór het voornaamwoord “it”; je gebruikt deze combinatie wanneer je een voorwerp ergens gaat ophalen of meenemen.
up “up” maakt samen met “pick” de uitdrukking “pick it up”, die hier betekent dat de spreker de portemonnee gaat ophalen. Het partikel staat na het voorwerp “it”; je gebruikt “pick up” voor het ophalen of meenemen van iets.
now “now” betekent hier op dit moment. In “Call now” dringt het aan op onmiddellijk bellen; je gebruikt het om de huidige tijd of directe actie aan te geven.
your “your” geeft aan dat de tas van de aangesproken persoon is. In “your bag” staat het vóór “bag”; je gebruikt “your” om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
bag “bag” betekent hier de tas die B opnieuw zal controleren. In “check your bag again” is het de container waarin de portemonnee misschien nog zit; je gebruikt het voor een tas waarin je spullen meeneemt.
again “again” betekent hier nog een keer. In “check your bag again” geeft het aan dat de tas al eerder is gecontroleerd; je gebruikt het wanneer een handeling wordt herhaald.
while “while” betekent hier gedurende de tijd dat de andere persoon wacht. In “while you wait” verbindt het twee gelijktijdige handelingen; je gebruikt het om aan te geven wat tijdens een andere activiteit gebeurt.
wait “wait” betekent hier blijven totdat het telefoongesprek of de controle verdergaat. In “while you wait” beschrijft het wat de aangesproken persoon ondertussen doet; je gebruikt het wanneer iemand tijdelijk blijft tot iets gebeurt.

Grammatica

look like + zelfstandig naamwoord

It looks like a small black wallet.

It luks laik uh smool blek wolit.

Het lijkt op een kleine zwarte portemonnee.

Na look like volgt een zelfstandig naamwoord. Bij he, she en it krijgt look de vorm looks.

pick + voornaamwoord + up

Please pick it up safely.

Pliez pik it ap seefli.

Haal het veilig op.

Bij een voornaamwoord staat het object tussen pick en up: pick it up, niet pick up it.

Engels woordenschat

black bijvoeglijk naamwoord
blek zwart
cafe zelfstandig naamwoord
kefee café
call werkwoord
kool bellen
corner zelfstandig naamwoord
koorner hoek
description zelfstandig naamwoord
diskripsjun beschrijving
find werkwoord
faind vinden
look like uitdrukking
luk laik eruitzien looks like
prepare werkwoord
pripeer voorbereiden
small bijvoeglijk naamwoord
smool klein
staff zelfstandig naamwoord
stef personeel
wallet zelfstandig naamwoord
wolit portemonnee
worn bijvoeglijk naamwoord
woorn versleten

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klein

Antwoord tonensmall

vinden

Antwoord tonenfind

beschrijving

Antwoord tonendescription

portemonnee

Antwoord tonenwallet