My
“My” geeft aan dat de koffer van de spreker is: “My suitcase”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en kan zo bezit aangeven, bijvoorbeeld in een nieuwe zin “My ticket”. In deze situatie gebruikt de spreker het om zijn eigen bagage aan te wijzen.
suitcase
“Suitcase” betekent hier een koffer waarin kleding en andere spullen zitten. In “My suitcase” staat het na “My” als het voorwerp dat van de spreker is. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je bagage voor een reis bespreekt.
feels
“Feels” betekent hier dat de koffer bij aanraken of dragen zwaar aanvoelt. De vorm hoort bij het onderwerp “My suitcase”; de basisvorm is feel. Je kunt dezelfde vorm gebruiken om te beschrijven hoe iets aanvoelt, bijvoorbeeld in “The bag feels heavy”.
heavy
“Heavy” betekent in “feels heavy” dat de koffer veel weegt. Het beschrijft hier hoe de koffer aanvoelt en staat na “feels”. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een tas, doos of koffer te beschrijven die lastig te tillen is.
and
“And” verbindt hier twee mededelingen: “My suitcase feels heavy” en “the baggage allowance is really strict”. Het voegt informatie toe zonder een tegenstelling of oorzaak uit te drukken. Je gebruikt het vaak om twee eigenschappen of gebeurtenissen samen te noemen.
the
“The” wijst in “the baggage allowance” op een specifieke bagagelimiet die in deze situatie relevant is. Het staat vóór de volledige woordgroep “baggage allowance”. Je gebruikt het wanneer spreker en luisteraar weten over welke limiet of regel het gaat.
baggage
“Baggage” verwijst hier naar de bagage die iemand meeneemt op reis. In “the baggage allowance” bepaalt het welk soort allowance bedoeld wordt. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij regels over bagage tijdens een vlucht.
allowance
“Allowance” betekent hier de toegestane hoeveelheid bagage, vooral het toegestane gewicht. Samen met “baggage” vormt het “baggage allowance”. Je gebruikt het wanneer je wilt weten hoeveel bagage je volgens een regel mag meenemen.
is
“Is” verbindt “the baggage allowance” met de beschrijving “really strict”. De vorm is hier de vorm van be die bij het enkelvoudige onderwerp “the baggage allowance” hoort. Je gebruikt “is” om een persoon of ding met een toestand of eigenschap te verbinden.
really
“Really” versterkt hier de betekenis van “strict”: de bagagelimiet is erg streng. Het staat direct vóór het bijvoeglijk naamwoord “strict”. Je kunt het gebruiken om in een gesprek extra nadruk te geven aan een beoordeling.
strict
“Strict” betekent hier dat de bagagelimiet streng wordt gehandhaafd en weinig ruimte laat om het toegestane gewicht te overschrijden. Het beschrijft “the baggage allowance”. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor regels of voorwaarden die nauwkeurig gevolgd moeten worden.
Weigh
“Weigh” is hier een opdracht om te meten hoe zwaar de koffer is. Het is de basisvorm die in een opdracht staat en krijgt hier geen onderwerp ervoor. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een tas, pakket of koffer te wegen.
it
“It” verwijst in “Weigh it” naar de koffer die eerder genoemd is. Het staat als voorwerp na “Weigh”. Je gebruikt “it” om niet opnieuw hetzelfde ding te noemen wanneer duidelijk is waarnaar je verwijst.
before
“Before” geeft aan dat het wegen eerder moet gebeuren dan het vertrek: “before we leave”. Het staat vóór een bijzin met een gebeurtenis. Je gebruikt het om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
we
“We” verwijst in “we leave” naar de spreker en de andere persoon samen. Het is hier het onderwerp van “leave”. Je gebruikt het wanneer jij en minstens één andere persoon dezelfde handeling uitvoeren.
leave
“Leave” betekent in “we leave” dat de twee personen weggaan voordat ze vertrekken voor de vlucht. De basisvorm staat na het onderwerp “we”. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor het verlaten van huis, een hotel of een andere plaats.
so
“So” leidt hier het doel van het wegen in: “so you can repack it now”. Het verbindt de eerste handeling met wat daardoor mogelijk wordt. Je gebruikt het vaak om uit te leggen waarvoor iemand iets doet.
you
“You” verwijst naar de persoon tegen wie B spreekt. In “you can repack it” is die persoon degene die de koffer opnieuw kan inpakken. Je gebruikt “you” voor één aangesproken persoon of voor meerdere aangesproken personen.
can
“Can” geeft hier aan dat de aangesproken persoon de mogelijkheid heeft om de koffer opnieuw in te pakken. Na “can” volgt de basisvorm “repack”. Je gebruikt deze combinatie bijvoorbeeld om een mogelijkheid of praktische optie te noemen.
repack
“Repack” betekent hier de spullen opnieuw in de koffer doen, waarschijnlijk in een andere verdeling. Het staat na “can” in “can repack it”. Je gebruikt het wanneer iets al is ingepakt maar opnieuw moet worden ingepakt.
now
“Now” betekent hier op dit moment, dus voordat de personen vertrekken. Het geeft aan wanneer de koffer opnieuw kan worden ingepakt. Je gebruikt het om een handeling naar het huidige moment te verwijzen.
if
“If” introduceert hier de voorwaarde “needed”: opnieuw inpakken gebeurt alleen wanneer dat nodig is. Het staat vóór de voorwaardelijke bijzin “if needed”. Je gebruikt het om een handeling afhankelijk te maken van een bepaalde omstandigheid.
needed
“Needed” betekent hier dat opnieuw inpakken noodzakelijk blijkt te zijn. In “if needed” is de volledige voorwaarde verkort weergegeven: als dat nodig is. Je kunt deze vaste korte formulering gebruiken wanneer de betrokken handeling al uit de context duidelijk is.
It's
“It's” verwijst in “It's over the limit” naar de koffer en betekent hier it is: de koffer zit boven de limiet. Het is een samentrekking van it en is. Je gebruikt deze vorm vaak aan het begin van een korte mededeling over een ding of situatie.
over
“Over” betekent hier boven de toegestane grens. In “over the limit” geeft het aan dat het gewicht van de koffer te hoog is. Je gebruikt dit patroon bijvoorbeeld om te zeggen dat een hoeveelheid een limiet overschrijdt.
limit
“Limit” betekent hier de hoogste toegestane hoeveelheid of het hoogste toegestane gewicht. In “over the limit” is dit de grens die de koffer overschrijdt. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij bagageregels, tijdslimieten of andere vastgestelde grenzen.
I
“I” verwijst naar de spreker zelf. In “I need to take something out” is de spreker degene die iets uit de koffer moet halen. In het Engels schrijf je deze vorm altijd met een hoofdletter.
need
“Need” betekent hier dat de spreker iets noodzakelijk vindt om binnen de limiet te blijven. Het staat in “I need to take something out”, gevolgd door een handeling met “to”. Je gebruikt “need to” om een noodzakelijke actie uit te drukken.
to
“To” markeert hier de handeling die nodig is na “need”: “to take something out”. Het verbindt “need” met de actie die de spreker moet uitvoeren. Je gebruikt deze combinatie ook met andere werkwoorden voor noodzakelijke handelingen.
take
“Take” draagt in “take something out” de handeling van iets verwijderen uit de koffer. Samen met “out” vormt het de betekenis iets naar buiten halen. Je gebruikt het met een object, zoals “take a book out”, wanneer je iets ergens uit haalt.
something
“Something” betekent hier een niet nader genoemd voorwerp dat uit de koffer moet worden gehaald. Het staat als object in “take something out”. Je gebruikt het wanneer je een ding bedoelt maar niet specificeert welk ding.
out
“Out” geeft in “take something out” aan dat iets vanuit de koffer naar buiten wordt gehaald. Het maakt samen met “take” de richting van de handeling duidelijk. Je gebruikt dit patroon wanneer iets uit een tas, doos of andere ruimte wordt verwijderd.
Move
“Move” is hier een opdracht om spullen naar een andere plaats te verplaatsen. In “Move heavy items to your backpack” geeft “to your backpack” de bestemming aan. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand voorwerpen van de ene tas naar de andere moet verplaatsen.
items
“Items” betekent hier afzonderlijke spullen in de koffer. In “heavy items” wordt aangegeven dat juist de zware voorwerpen verplaatst moeten worden. Je gebruikt het als algemene benaming wanneer je meerdere concrete dingen bedoelt.
your
“Your” geeft aan dat de rugzak van de aangesproken persoon is: “your backpack”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “backpack”. Je gebruikt het om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
backpack
“Backpack” betekent hier een rugzak waarnaar zware spullen kunnen worden verplaatst. In “to your backpack” staat het na “to” als de bestemming van de spullen. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor bagage die je op je rug draagt.
its
“Its” geeft in “its weight allowance” aan dat de toegestane gewichtsgrens bij de rugzak hoort. Het staat vóór “weight allowance”. Je gebruikt “its” om naar bezit of een kenmerk van een eerder genoemd ding te verwijzen.
weight
“Weight” betekent hier hoe zwaar de rugzak mag zijn. In “its weight allowance” bepaalt het welk soort allowance bedoeld wordt. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je het gewicht van bagage meet of bespreekt.
permits
“Permits” betekent hier toestaat: de zware spullen mogen alleen naar de rugzak als de gewichtsgrens dat toestaat. De vorm hoort bij het onderwerp “its weight allowance”; de basisvorm is permit. Je gebruikt “permit” bijvoorbeeld voor een regel of voorwaarde die iets mogelijk maakt.
books
“Books” verwijst hier naar de boeken in de koffer. De vorm maakt duidelijk dat A meerdere boeken bedoelt en noemt ze als mogelijke oorzaak van het overgewicht. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je bespreekt welke boeken je op reis meeneemt.
probably
“Probably” betekent hier dat A de boeken waarschijnlijk als oorzaak ziet, maar niet helemaal zeker is. Het staat vóór “the main problem”. Je gebruikt het om een waarschijnlijke conclusie voorzichtig te formuleren.
main
“Main” betekent hier voornaamste of belangrijkste. In “the main problem” wijst het op het probleem dat volgens A het zwaarst weegt in de situatie. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel aan te geven.
problem
“Problem” betekent hier de moeilijkheid die het overgewicht veroorzaakt. In “the main problem” gaat het waarschijnlijk om de boeken. Je gebruikt het wanneer iets aandacht of een oplossing nodig heeft.
Bring
“Bring” is hier een opdracht om één boek mee te nemen voor de vlucht. In “Bring only the one you need” gaat het om iets meenemen naar de plaats of situatie waar de spreker en luisteraar naartoe gaan. Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand te vragen een bepaald voorwerp mee te nemen.
only
“Only” beperkt hier wat meegenomen moet worden tot één boek. Het staat vóór “the one you need”. Je gebruikt het om duidelijk te maken dat er niet meer dan het genoemde aantal of de genoemde keuze nodig is.
one
“One” verwijst hier naar één boek zonder het woord “book” opnieuw te herhalen. In “the one you need” wordt het nader bepaald door de bijzin “you need”. Je gebruikt “one” zo om naar één eerder genoemd voorwerp te verwijzen.
for
“For” geeft in “for the flight” aan waarvoor het boek nodig is: voor de vlucht. Het verbindt het boek met het doel of de situatie waarvoor het wordt meegenomen. Je gebruikt het vaak vóór een activiteit, gebeurtenis of bestemming waarvoor iets bedoeld is.
flight
“Flight” betekent hier de reis met het vliegtuig waarvoor één boek wordt meegenomen. In “for the flight” verwijst het naar de concrete vlucht van de personen. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je over vertrek, bagage of een vliegtuigreis praat.
rest
“Rest” betekent hier alles wat overblijft nadat het ene benodigde boek is gekozen. In “the rest” verwijst het naar de andere boeken of spullen in de context. Je gebruikt het om de resterende personen of dingen als groep aan te duiden.
at
“At” geeft in “at home” de plaats aan waar de rest moet blijven. Samen met “home” vormt het de plaatsbepaling voor de handeling “Leave”. Je gebruikt “at” vaak om een specifieke plaats of positie aan te geven.
home
“Home” betekent hier de woning waar de rest van de spullen moet blijven. In “Leave the rest at home” is het de plaats waar de spullen worden achtergelaten. Je gebruikt “home” bijvoorbeeld wanneer je iets niet meeneemt en het in je woning laat.
wear
“Wear” betekent hier de jas aan hebben in plaats van hem in de koffer te stoppen. In “I can wear the jacket” volgt het kledingstuk direct na het werkwoord. Je gebruikt het voor kleding of accessoires die iemand op het lichaam draagt.
jacket
“Jacket” betekent hier de jas die A tijdens de reis kan dragen. In “wear the jacket” is het de kleding die niet in de koffer hoeft te worden ingepakt. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een kort kledingstuk dat over andere kleding wordt gedragen.
instead
“Instead” geeft hier een alternatief aan: de jas dragen in plaats van hem in te pakken. Het staat in de constructie “instead of packing it”. Je gebruikt het om te zeggen dat één handeling of keuze een andere vervangt.
of
“Of” maakt in “instead of packing it” duidelijk welke handeling door het alternatief wordt vervangen. Het staat na “instead” en vóór de activiteit “packing it”. Je gebruikt de combinatie “instead of” om twee mogelijkheden tegenover elkaar te plaatsen.
packing
“Packing” betekent hier de jas in de koffer doen. In “instead of packing it” noemt het de handeling die A niet hoeft uit te voeren omdat hij de jas draagt. Je gebruikt deze vorm na “instead of” voor een activiteit die als alternatief wordt genoemd.
That
“That” verwijst hier naar de voorgestelde oplossing om de jas te dragen. In “That should help” staat het als onderwerp van de reactie. Je gebruikt het om naar een zojuist genoemde handeling, suggestie of situatie te verwijzen.
should
“Should” drukt hier een verwachting uit: de oplossing zal waarschijnlijk helpen om het gewicht te verlagen. Het staat vóór de basisvorm “help”. Je gebruikt het om een verwachte uitkomst of een nuttige aanbeveling voorzichtig uit te drukken.
help
“Help” betekent hier de situatie gemakkelijker maken door gewicht uit de koffer te houden. In “That should help” verwijst het naar het verwachte effect van de voorgestelde oplossing. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een maatregel die een probleem vermindert.
without
“Without” betekent hier dat iets niet hoeft te gebeuren: de oplossing helpt zonder dat alles opnieuw moet worden ingepakt. Het staat vóór de activiteit “making you repack everything”. Je gebruikt het om aan te geven dat een resultaat wordt bereikt zonder een bepaalde handeling of omstandigheid.
making
“Making” betekent hier veroorzaken dat iemand iets doet: “making you repack everything”. Het beschrijft dus wat de oplossing niet nodig maakt. Je gebruikt deze vorm na “without” wanneer je zegt dat iets niet tot een bepaalde handeling leidt.
everything
“Everything” betekent hier alle spullen in de koffer. In “repack everything” verwijst het naar de volledige inhoud, niet slechts naar enkele voorwerpen. Je gebruikt het wanneer je alle relevante dingen samen bedoelt.
under
“Under” betekent hier beneden de toegestane limiet. In “under the limit” geeft het aan dat de koffer nu licht genoeg is. Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat een hoeveelheid onder een grens blijft.
Then
“Then” betekent hier in dat geval of daarna, nu de koffer onder de limiet is. Het leidt de conclusie in “Then we can leave”. Je gebruikt het om een volgende stap of gevolg van de vorige informatie aan te geven.
opening
“Opening” betekent hier de koffer openmaken bij de balie, waarschijnlijk om spullen te controleren of opnieuw te verdelen. In “without opening the suitcase” noemt het de handeling die niet nodig zal zijn. Je gebruikt deze vorm na “without” voor een activiteit die wordt vermeden.
counter
“Counter” betekent hier de servicebalie op de luchthaven waar de bagage wordt afgegeven of gecontroleerd. In “at the counter” geeft het de plaats van het openen van de koffer aan. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je over inchecken of bagageafhandeling op een luchthaven praat.