Flexibele pauzes op het werk | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At work, two adults clarify flexible break expectations, service coverage, team chat updates, and a possible shared schedule..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Flexibele pauzes op het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I'm not sure how this team handles breaks.

aym not sjoer hau dis tiem hendəlz breeks. Ik weet niet zeker hoe dit team met pauzes omgaat.
B

The policy is flexible, but coverage still matters during service hours.

ze poləsi iz fleksəbəl, bet kavəridz stil metərz djoering survis auərz. Het beleid is flexibel, maar tijdens de serviceuren moet er wel bezetting zijn.
A

So I can step away when needed, as long as someone is available.

so ay ken step əwee wen niedid, ez long ez samwan iz uhveeləbəl. Dus ik kan weggaan wanneer dat nodig is, zolang er iemand beschikbaar is.
B

Just let people know if you'll be gone for a while.

djast let piepəl nou if jəl bie gon fer uh wail. Laat het de anderen gewoon weten als je een tijdje weg bent.
A

That seems fair. I was worried it might look like I was disappearing.

det siemz fer. ay wuz wurrid it mait loek laik ay wuz dissəpiering. Dat lijkt me eerlijk. Ik was bang dat het zou lijken alsof ik zomaar verdween.
B

A quick note in the team chat should prevent that.

uh kwik nout in ze tiem tsjet sjoed privént det. Een kort bericht in de teamchat zou dat moeten voorkomen.
A

Should we create a shared schedule during busy periods?

sjoed wie krie-eet uh sjeerd skedjoel djoering bizi pieriedz? Zullen we tijdens drukke periodes een gezamenlijk rooster maken?
B

That could help when several people want lunch at the same time.

det kud help wen sevrəl piepəl want lantsj et ze seim taim. Dat kan helpen wanneer verschillende mensen tegelijk willen lunchen.
A

I'll suggest it at the next team check-in.

ayl sə-djest it et ze nekst tiem tsjek-in. Ik zal het tijdens het volgende teamoverleg voorstellen.
B

Then everyone will know what to expect.

den evriwan wil nou wot tə ekspekt. Dan weet iedereen wat hij of zij kan verwachten.

Woord voor woord

I'm “I'm” geeft hier aan dat de spreker onzeker is. Het is de verkorte vorm van I am en wordt vaak gebruikt vóór een bijvoeglijk naamwoord, zoals in “I'm not sure”. In een gesprek over een onduidelijke regel gebruik je deze vorm om je eigen onzekerheid uit te drukken.
not “not” maakt de uitspraak ontkennend: de spreker is niet zeker. Het staat hier vóór “sure” en ontkent dus die zekerheid. Je gebruikt het vaak om een toestand of eigenschap te ontkennen.
sure “sure” betekent hier zeker of ervan overtuigd. In “I'm not sure” beschrijft het de mate van zekerheid van de spreker. Je kunt het na een vorm van be gebruiken om onzekerheid of zekerheid uit te drukken.
how “how” vraagt hier op welke manier het team met pauzes omgaat. Het leidt de bijzin “how this team handles breaks” in. Je gebruikt “how” vaak om naar een werkwijze of manier te vragen.
this “this” verwijst hier naar het team waar de gesprekspartners nu mee te maken hebben. Het staat vóór “team” en maakt duidelijk over welk specifiek team het gaat. Je gebruikt het voor iets of iemand die in de huidige situatie centraal staat.
team “team” betekent hier de groep collega’s die samenwerkt. In “this team” verwijst het naar de specifieke werkgroep van de spreker. Je gebruikt het voor een groep mensen met een gezamenlijke taak of verantwoordelijkheid.
handles “handles” betekent hier omgaat met of regelt, namelijk hoe het team pauzes organiseert. De vorm hoort bij this team; de basisvorm is handle. Je gebruikt handle vaak met een onderwerp en iets waar iemand praktisch mee omgaat.
breaks “breaks” verwijst hier naar pauzes tijdens het werk. De meervoudsvorm laat zien dat het om pauzes in het algemeen gaat, niet om één specifieke pauze. Je gebruikt het in een werksituatie voor rustmomenten tussen werkzaamheden.
The “The” is hier het bepaalde lidwoord bij “policy”: het gaat om een specifiek beleid dat de gesprekspartners kennen. Dezelfde vorm verschijnt als “the” wanneer hij niet aan het begin van een zin staat. Je gebruikt dit lidwoord vóór iets specifieks of al bekende informatie.
policy “policy” betekent hier het officiële beleid of de werkregel over pauzes. In “The policy” verwijst het naar de concrete afspraak van deze werkplek. Je gebruikt policy voor formele regels of richtlijnen van een organisatie.
is “is” koppelt hier “the policy” aan de eigenschap “flexible” en beschrijft de toestand van het beleid. Het is de vorm van be die bij een enkelvoudig onderwerp past. Je gebruikt het om een persoon, zaak of situatie met een eigenschap te verbinden.
flexible “flexible” betekent hier dat het beleid ruimte laat voor verschillende pauzemomenten. Het beschrijft “the policy” na “is”. Je gebruikt het voor regels of plannen die kunnen worden aangepast aan de situatie.
but “but” leidt hier een tegenstelling in: het beleid is flexibel, maar er moet tijdens de service toch bezetting zijn. Het verbindt twee delen met tegengestelde of beperkende informatie. Je gebruikt het om een beperking of contrast toe te voegen.
coverage “coverage” betekent hier dat er genoeg personeel beschikbaar blijft om de service te verzorgen. Het is de voorwaarde die naast de flexibele policy blijft gelden. Je gebruikt coverage op het werk wanneer iemand of iets gedurende een periode moet worden opgevangen of bemand.
still “still” betekent hier toch of nog steeds: ondanks de flexibiliteit blijft coverage belangrijk. Het benadrukt dat deze informatie geldig blijft na wat eerder is gezegd. Je gebruikt het om aan te geven dat een toestand of belang voortduurt.
matters “matters” betekent hier belangrijk is. In “coverage still matters” zegt de spreker dat voldoende bezetting niet over het hoofd mag worden gezien. De basisvorm is matter; je gebruikt die vaak om het belang van iets aan te geven.
during “during” geeft hier de periode aan waarin de bezetting nodig is: tijdens “service hours”. Het staat vóór een tijdsperiode. Je gebruikt het om te zeggen dat iets binnen een bepaalde periode gebeurt of geldt.
service “service” verwijst hier naar de periode waarin klanten of gebruikers worden bediend. In “service hours” bepaalt het welk soort uren bedoeld wordt. Je gebruikt service in zulke combinaties om werk rond bediening of dienstverlening aan te duiden.
hours “hours” betekent hier de uren waarin de service actief is. Samen met “service” vormt het de tijdsaanduiding “service hours”. Je gebruikt hours voor een afgebakende periode waarin werk of een dienst plaatsvindt.
So “So” betekent hier dus en leidt een conclusie uit de vorige uitleg in. De spreker concludeert dat hij of zij kan weggaan zolang iemand beschikbaar blijft. Je gebruikt het aan het begin van een reactie om een gevolgtrekking of samenvatting te introduceren.
I “I” verwijst naar de spreker zelf. In “I can step away” is het de persoon die toestemming of mogelijkheid bespreekt. Je gebruikt I als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
can “can” geeft hier aan dat de spreker toestemming of de praktische mogelijkheid heeft om weg te gaan. Het staat vóór de basisvorm “step” in “I can step away”. Je gebruikt can vaak om mogelijkheid, vermogen of toestemming uit te drukken.
step In de uitdrukking “step away” betekent “step” niet alleen een stap zetten, maar maakt het deel uit van de betekenis kort weggaan. De basisvorm staat na “can”. Je gebruikt “step away” in een werksituatie wanneer je tijdelijk je plaats of taak verlaat.
away In “step away” geeft “away” aan dat de spreker zich van de huidige plaats verwijdert en tijdelijk niet aanwezig is. De betekenis ontstaat samen met “step” in deze uitdrukking. Je gebruikt “away” vaak om beweging van een plaats of afwezigheid aan te geven.
when “when” betekent hier wanneer of op het moment dat iets nodig is. Het leidt de tijds- of voorwaardelijke bijzin “when needed” in. Je gebruikt when om een moment of situatie aan te geven waarin iets gebeurt.
needed “needed” betekent hier nodig. In “when needed” wordt kort gezegd wanneer er behoefte is aan een pauze of vertrek. Je gebruikt deze compacte vorm na when om aan te geven dat iets alleen gebeurt als het nodig is.
as long as De vaste combinatie “as long as” betekent hier zolang of op voorwaarde dat: de spreker kan weggaan wanneer iemand beschikbaar blijft. “As” opent en sluit de voorwaardelijke combinatie, terwijl “long” het idee van voortduring draagt. Je gebruikt “as long as” vóór de voorwaarde die moet gelden.
someone “someone” betekent hier een niet nader genoemde persoon die beschikbaar kan zijn. In “someone is available” is het die persoon die de service kan blijven dekken. Je gebruikt someone wanneer de identiteit van de persoon niet belangrijk of nog niet bekend is.
available “available” betekent hier beschikbaar, dus vrij en klaar om de service op te vangen. Het beschrijft de toestand van “someone” na “is”. Je gebruikt het voor mensen die tijd hebben of voor middelen die gebruikt kunnen worden.
Just “Just” betekent hier gewoon of even en verzacht de instructie “Just let people know”. Het maakt de aanwijzing minder zwaar zonder de inhoud te veranderen. Je gebruikt just vaak in een verzoek of instructie om die vriendelijker of eenvoudiger te laten klinken.
let In “let people know” helpt “let” om de instructie te vormen dat anderen geïnformeerd moeten worden. De betekenis van informeren ontstaat uit de hele constructie met “people” en “know”. Je gebruikt het patroon let + persoon of groep + basiswerkwoord om aan te geven dat iemand iets laat gebeuren of doet.
people “people” verwijst hier naar de andere collega’s die moeten weten dat de spreker weg zal zijn. Het is het object in “let people know”. Je gebruikt people voor personen in het algemeen of voor een groep mensen.
know “know” betekent hier op de hoogte zijn of geïnformeerd zijn. In “let people know” gaat het om anderen informatie geven, niet om iets zelf leren kennen. De basisvorm staat na “let”; je gebruikt deze constructie om iemand iets te laten weten.
if “if” leidt hier de voorwaarde in: de anderen moeten worden geïnformeerd wanneer de luisteraar enige tijd weg zal zijn. Het verbindt de hoofdzin met de voorwaardelijke bijzin “if you'll be gone for a while”. Je gebruikt if om een voorwaarde of mogelijke situatie te introduceren.
you'll “you'll” verwijst hier naar een toekomstige afwezigheid van de luisteraar en is de verkorte vorm van you will. Het staat in de bijzin na “if” en vormt samen met “be gone” de toekomstige situatie. Je gebruikt deze vorm om naar iets te verwijzen dat de aangesproken persoon zal doen of meemaken.
be “be” geeft hier de toestand van afwezig zijn aan in “be gone”. Het is de basisvorm die na “will” in “you'll” komt. Je gebruikt be om een toestand of situatie van iemand of iets te beschrijven.
gone In “be gone” betekent “gone” weg of afwezig. Het beschrijft de toestand die geldt wanneer de luisteraar niet op zijn of haar plaats is. Je gebruikt deze combinatie om te zeggen dat iemand tijdelijk niet aanwezig zal zijn.
for “for” geeft hier de duur van de afwezigheid aan. In “for a while” betekent het gedurende een bepaalde tijd. Je gebruikt for vóór een tijdsduur om te zeggen hoe lang iets duurt.
a “a” is hier het onbepaalde lidwoord in “a while” en “A quick note”. In “a while” maakt het van while een onbepaalde tijdsperiode; aan het begin van “A quick note” verwijst het naar één kort bericht. Je gebruikt a vóór een enkelvoudig, niet nader bepaald zelfstandig naamwoord.
while “while” betekent hier een korte of niet precies bepaalde periode. Samen met “a” en “for” vormt het “for a while”, dus gedurende enige tijd. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer de exacte duur niet belangrijk is.
That “That” verwijst in “That seems fair” naar de eerder beschreven regeling en beoordeling daarvan. Dezelfde vorm verschijnt als “that” in “prevent that”, waar hij naar de eerder genoemde zorg verwijst; de hoofdletter hangt daar alleen van de zinspositie af. Je gebruikt that om naar eerder genoemde informatie of een eerder idee te verwijzen.
seems “seems” betekent hier lijkt of komt over als. De spreker beoordeelt de voorgestelde regeling voorzichtig als eerlijk in “That seems fair”. De basisvorm is seem; je gebruikt die wanneer iets een bepaalde indruk geeft zonder het als absoluut feit te presenteren.
fair “fair” betekent hier redelijk en eerlijk. In “seems fair” geeft het de beoordeling van de regeling weer. Je gebruikt fair bij afspraken of beslissingen die voor de betrokken personen aanvaardbaar en rechtvaardig lijken.
was “was” beschrijft hier een toestand in het verleden: de spreker voelde eerder bezorgdheid. Het is de verleden vorm van be die bij “I” in “I was worried” hoort. Je gebruikt het om een vroegere toestand of situatie te beschrijven.
worried “worried” betekent hier bezorgd of angstig over de mogelijke indruk van weggaan. In “I was worried” beschrijft het de gevoelens van de spreker. Je gebruikt het om zorgen over een persoon, situatie of mogelijk gevolg uit te drukken.
it “it” verwijst hier naar de situatie of het gedrag waarover de spreker zich zorgen maakte. In “it might look like” is het dat gedrag dat een bepaalde indruk kan geven. Je gebruikt it vaak om naar een eerder genoemde zaak, situatie of idee te verwijzen.
might “might” geeft hier een mogelijkheid aan: de situatie zou kunnen lijken op verdwijnen. Het staat vóór de basisvorm “look”. Je gebruikt might wanneer een gevolg of indruk mogelijk is, maar niet zeker.
look In “look like I was disappearing” betekent “look” lijken of overkomen. De betekenis ontstaat samen met “like” en beschrijft welke indruk het gedrag kan geven. Je gebruikt look like om te zeggen dat iets een bepaalde indruk of gelijkenis heeft.
like In “look like I was disappearing” leidt “like” de vergelijking of indruk in. Het verbindt de waargenomen situatie met “I was disappearing”. Je gebruikt like na look om te beschrijven hoe iets lijkt of overkomt.
disappearing “disappearing” beschrijft hier dat de spreker leek te verdwijnen zonder uitleg. In “I was disappearing” geeft de vorm een handeling of verandering weer die op dat moment gaande leek. Je gebruikt deze vorm om een voortgaande beweging of ontwikkeling te beschrijven.
quick “quick” betekent hier kort of snel en beschrijft “note”. In “A quick note” gaat het om een klein bericht dat weinig tijd kost om te schrijven of lezen. Je gebruikt quick vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat kort duurt of snel gebeurt.
note “note” betekent hier een kort geschreven bericht in de teamchat. In “A quick note” is het bericht bedoeld om anderen over de afwezigheid te informeren. Je gebruikt note voor een korte mededeling, herinnering of boodschap.
in “in” geeft hier aan waar het bericht staat: binnen “the team chat”. Het verbindt “note” met de online groepsruimte. Je gebruikt in voor de plaats of omgeving waarin iets zich bevindt of gebeurt.
chat “chat” verwijst hier naar de online groepsconversatie van het team. Samen met “team” vormt het “team chat”, de plaats waar de korte notitie wordt gedeeld. Je gebruikt chat voor een digitale of informele tekstconversatie.
should “should” heeft hier twee functies in de dialoog. In “should prevent that” geeft het een verwachte uitkomst aan; in “Should we create a shared schedule” maakt het een voorstel of vraag om advies. Je gebruikt should voor een verwachting, aanbeveling of gezamenlijk voorstel.
prevent “prevent” betekent hier voorkomen dat de eerder genoemde negatieve indruk ontstaat. Het staat na “should” in “should prevent that” en blijft daarom in de basisvorm. Je gebruikt prevent met iets ongewensts dat je probeert tegen te houden.
we “we” verwijst naar de spreker en de luisteraar samen. In “Should we create a shared schedule” stelt de spreker een gezamenlijke actie voor. Je gebruikt we als onderwerp wanneer jij en minstens één andere persoon samen bedoeld zijn.
create “create” betekent hier maken of opstellen, namelijk een gezamenlijk rooster. Het staat na “Should we” in de basisvorm. Je gebruikt create voor het maken van iets nieuws, zoals een plan, document of schema.
shared “shared” betekent hier dat meerdere mensen hetzelfde rooster gebruiken of beheren. Het beschrijft “schedule” in “a shared schedule”. Je gebruikt shared voor iets dat door verschillende personen wordt gebruikt of gezamenlijk wordt georganiseerd.
schedule “schedule” betekent hier een gepland tijdschema voor de pauzes. Het rooster moet helpen om te bepalen wie wanneer lunch neemt. Je gebruikt schedule voor een plan waarin activiteiten of momenten volgens een tijdsindeling zijn vastgelegd.
busy “busy” betekent hier druk, met veel activiteit of werk. Het beschrijft “periods” in “busy periods”. Je gebruikt busy vóór een zelfstandig naamwoord om een periode of plaats met veel activiteit te beschrijven.
periods “periods” verwijst hier naar tijdvakken waarin het werk druk is. In “busy periods” worden die tijdvakken gekoppeld aan de behoefte aan een gezamenlijk rooster. Je gebruikt periods voor afgebakende stukken tijd.
could “could” geeft hier een mogelijke positieve uitkomst aan: een rooster kan helpen. Het staat vóór de basisvorm “help”. Je gebruikt could om een mogelijkheid of voorzichtige suggestie te beschrijven.
help “help” betekent hier een situatie gemakkelijker of beter beheersbaar maken. In “That could help” verwijst het naar het voordeel van een gedeeld rooster. Je gebruikt help vaak met een persoon of situatie die door iets gemakkelijker wordt gemaakt.
several “several” betekent hier verschillende of meer dan twee, zonder een exact aantal te noemen. Het bepaalt “people” in “several people”. Je gebruikt several vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord voor een beperkte maar niet precies genoemde hoeveelheid.
want “want” betekent hier graag willen of behoefte hebben aan lunch. In “several people want lunch” beschrijft het de wens van meerdere personen. Je gebruikt want vóór iets wat iemand verlangt of vóór een handeling die iemand wil uitvoeren.
lunch “lunch” betekent hier de middagmaaltijd waarvoor meerdere collega’s tegelijk pauze willen nemen. Het is in deze zin datgene wat de mensen willen. Je gebruikt lunch voor de maaltijd midden op de dag of voor de bijbehorende pauze.
at In “at the same time” verwijst “at” naar een specifiek tijdsmoment. Het maakt samen met “the same time” duidelijk dat de wensen samenvallen. Je gebruikt at in tijdsuitdrukkingen voor een bepaald moment of tijdstip.
same “same” betekent hier hetzelfde en benadrukt dat het om één identiek moment gaat. In “the same time” staat het vóór “time”. Je gebruikt same om aan te geven dat twee of meer zaken niet van elkaar verschillen.
time “time” betekent hier het moment waarop mensen willen lunchen. In “at the same time” gaat het om hetzelfde tijdstip voor verschillende personen. Je gebruikt time voor een moment, periode of gelegenheid.
I'll “I'll” betekent hier dat de spreker van plan is het voorstel later te doen en is de verkorte vorm van I will. Het staat vóór “suggest” en verwijst naar een toekomstige actie. Je gebruikt deze vorm om een voornemen of toekomstige handeling uit te drukken.
suggest “suggest” betekent hier een idee voorstellen aan het team. In “I'll suggest it” is “it” het eerder besproken gezamenlijke rooster. Je gebruikt suggest wanneer je een plan of mogelijkheid ter overweging voorlegt.
next “next” betekent hier eerstvolgend in de tijd. In “the next team check-in” verwijst het naar de eerstvolgende korte teamvergadering. Je gebruikt next vóór een tijdstip, gebeurtenis of afspraak die als volgende komt.
check-in “check-in” betekent hier een kort teamoverleg waarin mensen updates geven of punten bespreken. In “the next team check-in” gaat het om de eerstvolgende bijeenkomst van die soort. Je gebruikt check-in voor een kort moment om de stand van zaken te bespreken of contact te houden.
Then “Then” betekent hier dan of daarna en geeft het gevolg van het voorgestelde rooster aan. Het leidt de zin “Then everyone will know what to expect” in. Je gebruikt then om een volgende stap, tijdstip of gevolg te verbinden met wat eerder is gezegd.
everyone “everyone” betekent hier alle teamleden samen. In “everyone will know” is de hele groep het onderwerp van het toekomstige resultaat. Je gebruikt everyone voor alle personen in een relevante groep, zonder iemand afzonderlijk te noemen.
will “will” geeft hier een toekomstig gevolg aan: iedereen zal weten wat hij of zij kan verwachten. Het staat vóór “know” in “everyone will know”. Je gebruikt will voor toekomstige gebeurtenissen, voorspellingen of verwachte resultaten.
what “what” verwijst hier naar de informatie over wat er zal gebeuren of welke regeling geldt. In “what to expect” leidt het de informatie in die iedereen zal kennen. Je gebruikt what om naar een zaak, inhoud of informatie te verwijzen.
to In “what to expect” markeert “to” de handeling die iemand kan verwachten. Het staat vóór de basisvorm “expect” en vormt samen een vaste vraag naar toekomstige of verwachte gebeurtenissen. Je gebruikt deze constructie na werkwoorden zoals know om aan te geven welke handeling of informatie bedoeld wordt.
expect “expect” betekent hier voorzien of weten wat waarschijnlijk zal gebeuren. In “what to expect” gaat het om de regeling en omstandigheden die de teamleden kunnen voorzien. Je gebruikt expect wanneer iemand een gebeurtenis of situatie als waarschijnlijk beschouwt.

Grammatica

as long as + clause

You can step away as long as you let someone know.

joe ken step əwee ez long ez joe let samwan nou.

Je kunt even weggaan zolang je het iemand laat weten.

As long as betekent ‘zolang’ en leidt een voorwaarde in. In de bijzin staat een volledig onderwerp met werkwoord.

prevent + -ing

The policy can prevent disappearing during busy periods.

ze poləsi ken privént dissəpiering djoering bizi pieriedz.

Het beleid kan voorkomen dat er tijdens drukke periodes iemand verdwijnt.

Na prevent kan een werkwoord als -ing-vorm komen. Gebruik dus prevent disappearing, niet prevent to disappear.

Engels woordenschat

as long as voegwoord
ez long ez zolang
available bijvoeglijk naamwoord
uhveeləbəl beschikbaar
be gone uitdrukking
bie gon weg zijn
break zelfstandig naamwoord
breek pauze breaks
coverage zelfstandig naamwoord
kavəridz bezetting
flexible bijvoeglijk naamwoord
fleksəbəl flexibel
for a while uitdrukking
fer uh wail een tijdje
handle werkwoord
hendəl omgaan met handles
let someone know uitdrukking
let samwan nou iemand iets laten weten
policy zelfstandig naamwoord
poləsi beleid
service hours uitdrukking
survis auərz serviceuren
step away uitdrukking
step əwee even weggaan

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

flexibel

Antwoord tonenflexible

beschikbaar

Antwoord tonenavailable

pauze

Antwoord tonenbreaks

bezetting

Antwoord tonencoverage