Lokale geschiedenis onderzoeken in de bibliotheek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, a researcher asks a librarian how to narrow a local history search and reach newspaper archives..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Lokale geschiedenis onderzoeken in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I'm researching local history and need stronger sources.

aajm ri-SUR-tsjing LOU-kəl HIS-tə-ri ən niid STRONG-er SOR-siz. Ik doe onderzoek naar lokale geschiedenis en heb betere bronnen nodig.
B

Let's narrow the topic first so the database search returns useful records.

lets NER-ou də TOP-ik ferst sou də DEI-tə-beis sertsj ri-TURNZ JOES-fəl REK-ərdz. Laten we het onderwerp eerst afbakenen, zodat de zoekopdracht in de databank bruikbare resultaten geeft.
A

I tried broad keywords, and the results were all over the place.

aaj traid brod KII-wurdz ən də ri-ZULTS wər ool ou-vər də pleis. Ik heb brede zoekwoorden geprobeerd, maar de resultaten liepen alle kanten op.
B

Use the neighborhood name, a date range, and the source type as filters.

JOEZ də NEI-bər-hoed neim, ə deit reindz, ən də SORS taip əz FIL-tərz. Gebruik de naam van de buurt, een periode en het soort bron als filters.
A

Could you show me how to access the newspaper archives?

kəd joe sjou mie hau tə AK-ses də NJOES-peipər AR-kaivz? Kunt u me laten zien hoe ik toegang krijg tot de krantenarchieven?
B

Some archives open only on the library network.

sam AR-kaivz OUP-ən OUN-lie on də LAI-breri NET-wurk. Sommige archieven zijn alleen toegankelijk via het bibliotheeknetwerk.
B

So start from this catalogue page.

sou start from dhis KAT-ə-log peidj. Begin daarom op deze cataloguspagina.
A

That explains why they would not load from home.

dhet ik-SPLEINZ wai dhei wəd not lōud from houm. Dat verklaart waarom ze thuis niet wilden laden.
B

Use this computer now.

joez dhis kəm-PJOE-tər nau. Gebruik nu deze computer.
B

Or sign in with your library card from the archive link.

or sain in widh jor LAI-breri kard from dhi AR-kaiv link. Of log in met uw bibliotheekpas via de link naar het archief.
A

That should save me a lot of time.

dhet sjoed seiv mie ə lot əv taim. Dat zou me veel tijd moeten besparen.
B

It should also give you sources that are easier to cite.

it sjoed OOL-sou giv joe SOR-siz dhət ar II-ziər tə sait. Het zou u ook bronnen moeten geven die gemakkelijker te citeren zijn.

Woord voor woord

I'm 'I'm' betekent hier 'ik ben' in de verkorte vorm van 'I am' en vormt samen met 'researching' de mededeling dat de spreker onderzoek doet. Deze vorm gebruik je voor 'I am' vóór een werkwoord op -ing, zoals in 'I'm researching local history'.
researching 'researching' betekent hier onderzoek doen naar een onderwerp. Het staat na 'I'm' in 'I'm researching local history' en vormt zo een activiteit die op dat moment bezig is. Gebruik 'researching' met het onderwerp waarnaar je onderzoek doet.
local 'local' betekent hier lokaal of verbonden met een bepaalde plaats. In 'local history' beperkt het de geschiedenis tot één omgeving of gemeenschap. Je gebruikt 'local' vóór een zelfstandig naamwoord om die plaatsgebonden betekenis aan te geven.
history 'history' betekent hier geschiedenis, het onderwerp waarnaar de spreker onderzoek doet. In 'local history' verwijst het naar de geschiedenis van een bepaalde plaats. Gebruik 'history' bijvoorbeeld in een onderwerp als onderzoek, onderwijs of archieven.
and 'and' verbindt hier twee delen van dezelfde mededeling: 'I'm researching local history' en 'need stronger sources'. Het betekent 'en' en voegt informatie toe. Gebruik 'and' om woorden, woordgroepen of volledige zinsdelen te verbinden.
need 'need' betekent hier nodig hebben: de spreker heeft betere bronnen nodig. In 'need stronger sources' staat het vóór wat nodig is. Gebruik 'need' met een zelfstandig naamwoord of met een werkwoordelijke constructie voor iets dat noodzakelijk is.
stronger 'stronger' betekent hier sterker en, bij bronnen, betrouwbaarder of overtuigender. Het vergelijkt de gewenste bronnen met de bronnen die de spreker al heeft. Gebruik 'stronger' vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in 'stronger sources'.
sources 'sources' betekent hier bronnen voor onderzoek, zoals materiaal waarop je informatie baseert. De meervoudsvorm staat in 'stronger sources' omdat er meerdere bronnen nodig zijn. Gebruik 'sources' met woorden die de kwaliteit of het soort bron beschrijven.
Let's 'Let's' betekent hier 'laten we' en is de verkorte vorm van 'let us'. In 'Let's narrow the topic first' stelt de bibliothecaris een gezamenlijke actie voor. Gebruik 'Let's' vóór een werkwoord om een voorstel te doen.
narrow 'narrow' betekent hier een onderwerp afbakenen of beperken. In 'Let's narrow the topic first' gaat het om het kleiner en gerichter maken van het zoekonderwerp. Gebruik 'narrow' met iets dat je specifieker wilt maken, zoals 'the topic'.
the 'the' is hier het bepaald lidwoord bij 'topic': het gaat om een specifiek onderwerp dat al in de situatie centraal staat. In 'the topic' staat 'the' vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik het bij iets bepaalds of bekends in de context.
topic 'topic' betekent hier onderwerp van de zoekopdracht. In 'narrow the topic' gaat het om het onderwerp dat eerst specifieker moet worden gemaakt. Gebruik 'topic' met werkwoorden als 'narrow' wanneer je een onderzoeksvraag afbakent.
first 'first' betekent hier eerst en geeft de volgorde van de handelingen aan. In 'narrow the topic first' moet het onderwerp vóór andere stappen worden afgebakend. Gebruik 'first' om de eerste stap of prioriteit aan te geven.
so 'so' betekent hier 'zodat' en leidt in 'so the database search returns useful records' het beoogde resultaat in. Het verbindt de handeling met het doel ervan. Gebruik 'so' vóór een volledige bijzin wanneer je het gewenste gevolg beschrijft.
database 'database' betekent hier databank, een verzameling opgeslagen gegevens waarin gezocht kan worden. In 'the database search' beschrijft het soort zoekopdracht. Gebruik 'database' vóór een zelfstandig naamwoord om een digitale gegevensverzameling aan te duiden.
search 'search' betekent hier zoekopdracht: de actie of opdracht waarmee de databank wordt doorzocht. In 'the database search' is het een zoekactie in de databank. Gebruik 'search' met 'database' of met de informatie waarnaar gezocht wordt.
returns 'returns' betekent hier oplevert of teruggeeft: de zoekopdracht levert resultaten op. De vorm staat in 'the database search returns useful records', waar de zoekopdracht als onderwerp wordt beschreven. Gebruik 'returns' voor wat een zoekopdracht, functie of systeem als resultaat geeft.
useful 'useful' betekent hier bruikbaar voor het onderzoek. In 'useful records' beschrijft het gegevens die de onderzoeker daadwerkelijk kan gebruiken. Gebruik 'useful' vóór een zelfstandig naamwoord voor informatie, hulpmiddelen of resultaten met praktische waarde.
records 'records' betekent hier gegevens of registraties die uit de databank komen. In 'useful records' gaat het om meerdere bruikbare onderzoeksvermeldingen. Gebruik 'records' voor opgeslagen informatie die een systeem of databank kan teruggeven.
I 'I' betekent 'ik' en verwijst hier naar de onderzoeker die eerder iets heeft geprobeerd. Het staat vóór het werkwoord in 'I tried broad keywords'. Gebruik 'I' als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
tried 'tried' betekent hier geprobeerd: de spreker heeft brede zoekwoorden gebruikt om te zoeken. In 'I tried broad keywords' staat het als de handeling die eerder is uitgevoerd. Gebruik 'tried' met iets wat je hebt geprobeerd, zoals 'keywords' of een methode.
broad 'broad' betekent hier breed of algemeen, zonder veel beperking. In 'broad keywords' beschrijft het zoekwoorden die een groot gebied aan mogelijke resultaten openen. Gebruik 'broad' vóór een zelfstandig naamwoord om een ruime reikwijdte aan te geven.
keywords 'keywords' betekent hier zoekwoorden die je in een zoekopdracht invoert. In 'I tried broad keywords' waren de gebruikte woorden te algemeen voor het gewenste onderzoek. Gebruik 'keywords' met woorden die hun reikwijdte of onderwerp beschrijven.
results 'results' betekent hier resultaten van de zoekopdracht. In 'the results were all over the place' beschrijft de spreker wat de brede zoekwoorden opleverden. Gebruik 'results' voor de uitkomst van een zoekopdracht, test of andere handeling.
were 'were' betekent hier waren en beschrijft de resultaten in de eerdere zoekpoging. In 'the results were all over the place' verbindt het onderwerp met de beschrijving ervan. Gebruik 'were' bij een meervoudig onderwerp in een beschrijving van een vroegere situatie.
all over the place 'all over the place' betekent hier dat de resultaten helemaal verspreid en ongeordend waren. De volledige uitdrukking gebruikt 'all', 'over', 'the' en 'place' samen om verspreiding over verschillende plekken of richtingen uit te drukken; de betekenis komt dus uit de hele constructie. Je gebruikt deze uitdrukking na een werkwoord als 'were' om een ongeordende situatie te beschrijven.
Use 'Use' is hier een aansporing en betekent gebruik. In 'Use the neighborhood name, a date range, and the source type as filters' geeft de bibliothecaris een directe instructie. Gebruik 'Use' aan het begin van een opdracht, gevolgd door wat iemand moet gebruiken.
neighborhood 'neighborhood' betekent hier buurt of wijk. In 'the neighborhood name' gaat het om de naam van de buurt die als zoekfilter wordt gebruikt. Gebruik 'neighborhood' voor een plaatselijk gebied binnen een stad of omgeving.
name 'name' betekent hier naam, namelijk de naam van de buurt. In 'the neighborhood name' specificeert het welke informatie als filter moet worden ingevoerd. Gebruik 'name' na een zelfstandig naamwoord om naar de benaming daarvan te verwijzen.
a 'a' is hier het onbepaald lidwoord bij 'date range': er wordt één periode genoemd zonder dat die al specifiek is vastgelegd. In 'a date range' staat het vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. Gebruik 'a' wanneer je één niet nader bepaalde zaak introduceert.
date 'date' betekent hier datum en maakt samen met 'range' de uitdrukking 'date range'. Het verwijst naar de tijdsaanduiding die de zoekopdracht begrenst. Gebruik 'date' in samenstellingen of woordgroepen over kalenderdata.
range 'range' betekent hier een periode tussen een begin- en einddatum. In 'a date range' geeft het aan dat je op meer dan één datum of binnen een tijdsinterval zoekt. Gebruik 'range' na een soort maat of grens, zoals 'date'.
source 'source' betekent hier bron, dus het soort materiaal waarop de informatie is gebaseerd. In 'the source type' is het onderdeel van de filter die het soort bron selecteert. Gebruik 'source' in onderzoekscontexten met woorden die het type of de betrouwbaarheid ervan aangeven.
type 'type' betekent hier soort of categorie. In 'the source type' vraagt het om de categorie waartoe een bron behoort. Gebruik 'type' na een zelfstandig naamwoord om de indeling daarvan te beschrijven.
as 'as' betekent hier als en geeft aan welke functie de genoemde informatie heeft. In 'Use ... as filters' worden de buurtnaam, periode en bronsoort als filters gebruikt. Gebruik de constructie 'use + iets + as + functie' om een rol of toepassing aan te geven.
filters 'filters' betekent hier zoekfilters die resultaten beperken tot bepaalde kenmerken. In 'as filters' krijgen de buurtnaam, datumperiode en bronsoort deze functie. Gebruik 'filters' voor instellingen of criteria die bepalen welke resultaten worden getoond.
Could 'Could' maakt hier een beleefde vraag: de spreker vraagt of de bibliothecaris iets kan laten zien. In 'Could you show me how to access the newspaper archives?' staat het aan het begin van de vraag. Gebruik 'Could you + werkwoord' om beleefd om hulp of een handeling te vragen.
you 'you' verwijst hier naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld, de bibliothecaris. In 'Could you show me...' is 'you' degene die de handeling uitvoert. Gebruik 'you' voor één of meer aangesproken personen.
show 'show' betekent hier laten zien of uitleggen door iets zichtbaar of begrijpelijk te maken. In 'show me how to access...' vraagt de spreker om praktische uitleg. Gebruik 'show + persoon + how to + werkwoord' wanneer je iemand uitlegt hoe iets moet.
me 'me' betekent hier mij en verwijst naar de persoon die de uitleg wil ontvangen. In 'show me' is 'me' degene aan wie iets wordt getoond. Gebruik 'me' na een werkwoord wanneer de handeling op de spreker gericht is.
how 'how' betekent hier hoe en leidt de uitleg over de manier waarop toegang wordt verkregen. In 'how to access the newspaper archives' staat het vóór 'to access'. Gebruik 'how to + werkwoord' om naar de manier waarop je iets doet te vragen of die uit te leggen.
to 'to' markeert hier het werkwoordelijke doel in 'how to access the newspaper archives'. Samen met 'access' vormt het een constructie voor de handeling die uitgelegd moet worden. Gebruik 'how to + werkwoord' om een manier of procedure te beschrijven.
access 'access' betekent hier toegang krijgen tot of een digitaal archief openen. In 'to access the newspaper archives' is het de handeling waarover de spreker uitleg vraagt. Gebruik 'access' met de bron, pagina of dienst waartoe je toegang wilt krijgen.
newspaper 'newspaper' betekent hier krant en bepaalt in 'newspaper archives' welk materiaal in de archieven zit. Het is het eerste deel van de woordgroep 'newspaper archives'. Gebruik 'newspaper' vóór een zelfstandig naamwoord om naar kranten of krantengerelateerd materiaal te verwijzen.
archives 'archives' betekent hier archieven, met opgeslagen historische documenten of publicaties. In 'the newspaper archives' gaat het specifiek om archieven van kranten. Gebruik 'archives' voor verzamelingen bewaard materiaal die je kunt raadplegen.
Some 'Some' betekent hier sommige en verwijst naar een deel van de archieven, niet naar alle archieven. In 'Some archives open only on the library network' introduceert het de groep waarover de bibliothecaris spreekt. Gebruik 'some' vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om een onbepaald deel aan te geven.
open 'open' betekent hier beschikbaar of toegankelijk worden. In 'Some archives open only on the library network' zijn de archieven alleen via dat netwerk te openen. Gebruik 'open' met een website, archief of dienst wanneer je beschrijft dat die toegankelijk is.
only 'only' betekent hier alleen en beperkt de toegang tot het bibliotheeknetwerk. In 'open only on the library network' sluit het andere manieren of plaatsen van toegang uit. Zet 'only' dicht bij het deel dat je wilt beperken.
on 'on' betekent hier via of binnen het netwerk: de archieven zijn beschikbaar 'on the library network'. Het beschrijft de omgeving waarop de toegang werkt. Gebruik 'on' in vergelijkbare combinaties met een netwerk, platform of website.
library 'library' betekent hier bibliotheek en bepaalt in 'library network' welk netwerk bedoeld wordt. Het verwijst naar de instelling die het netwerk beheert. Gebruik 'library' vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat bij de bibliotheek hoort.
network 'network' betekent hier netwerk, de verbonden computeromgeving van de bibliotheek. In 'the library network' is dit de omgeving waardoor bepaalde archieven toegankelijk zijn. Gebruik 'network' voor een systeem waarin computers of diensten met elkaar verbonden zijn.
start 'start' betekent hier begin en is een directe instructie om vanaf een bepaalde pagina te beginnen. In 'start from this catalogue page' geeft het het eerste punt van de procedure aan. Gebruik 'start from + plaats of punt' om een beginpunt te noemen.
from 'from' betekent hier vanaf of vanuit en geeft het beginpunt van de handeling aan. In 'start from this catalogue page' begint de gebruiker bij die cataloguspagina. Gebruik 'from' na 'start' om aan te geven waar een proces begint.
this 'this' betekent hier deze en verwijst naar de pagina die de bibliothecaris aanwijst. In 'this catalogue page' staat het vóór het zelfstandig naamwoord en maakt het de pagina concreet. Gebruik 'this' voor iets specifieks dat dichtbij is of zojuist wordt aangewezen.
catalogue 'catalogue' betekent hier catalogus, een overzichtspagina waarmee de gebruiker verder kan zoeken. In 'this catalogue page' beschrijft het wat voor pagina het is. Gebruik 'catalogue' voor een geordende lijst of zoekomgeving voor materialen.
page 'page' betekent hier pagina, specifiek de cataloguspagina waarvan de gebruiker moet starten. In 'this catalogue page' is het het hoofdwoord van de woordgroep. Gebruik 'page' voor een afzonderlijke pagina in een website, document of catalogus.
That 'That' betekent hier dat en verwijst naar de uitleg of informatie uit de vorige mededeling. In 'That explains why...' vormt het het onderwerp van de zin. Gebruik 'That' om naar iets eerder genoemde te verwijzen.
explains 'explains' betekent hier verklaart en geeft aan dat de eerdere informatie de oorzaak van een probleem duidelijk maakt. In 'That explains why...' staat het na het onderwerp 'That'. Gebruik 'explains' wanneer iets een reden of gebeurtenis begrijpelijk maakt.
why 'why' betekent hier waarom en leidt de reden in voor het niet laden van de archieven. In 'explains why they would not load' volgt na 'why' een volledige bijzin. Gebruik 'why' om naar een reden te vragen of die te introduceren.
they 'they' verwijst hier naar de archieven of de bijbehorende pagina's die vanuit huis niet laadden. In 'they would not load' is 'they' het onderwerp van de laadactie. Gebruik 'they' voor meerdere personen, zaken of eerder genoemde meervoudige entiteiten.
would 'would' draagt hier samen met 'not load' de betekenis dat de archieven of pagina's vanuit huis niet wilden of konden laden. In 'why they would not load from home' beschrijft de spreker zo het probleem in die situatie. Gebruik 'would not + werkwoord' wanneer je beschrijft dat iets in een bepaalde situatie niet gebeurde of niet werkte.
not 'not' maakt 'would not load' negatief: het laden gebeurde niet. Het staat vóór het hoofdwerkwoord 'load' na 'would'. Gebruik 'not' om een werkwoordelijke mededeling te ontkennen.
load 'load' betekent hier laden, dus beschikbaar worden op het scherm. In 'would not load from home' beschrijft het wat de archieven of pagina's niet deden. Gebruik 'load' voor websites, pagina's, bestanden of andere digitale inhoud.
home 'home' betekent hier thuis en geeft de plaats aan waar de gebruiker probeerde toegang te krijgen. In 'load from home' staat het na 'from' als beginpunt of locatie. Gebruik 'from home' om toegang of een handeling vanuit huis te beschrijven.
computer 'computer' betekent hier de computer in de bibliotheek waarop de gebruiker nu kan werken. In 'Use this computer now' is het het voorwerp van de instructie. Gebruik 'computer' voor het apparaat waarop je digitale zoekopdrachten uitvoert.
now 'now' betekent hier nu en geeft aan dat de gebruiker de computer onmiddellijk moet gebruiken. In 'Use this computer now' staat het aan het einde als tijdsaanduiding. Gebruik 'now' om het huidige moment of een onmiddellijke actie aan te geven.
Or 'Or' betekent hier of en introduceert een tweede mogelijkheid naast het gebruik van de bibliotheekcomputer. In 'Or sign in with your library card...' verbindt het twee alternatieven. Gebruik 'or' om mogelijkheden of keuzes naast elkaar te zetten.
sign in 'sign in' betekent hier inloggen bij een online archief. De volledige uitdrukking bestaat uit 'sign' en 'in': samen verwijzen ze naar toegang krijgen tot een account of systeem, niet naar alleen ondertekenen. Gebruik 'sign in with + middel', zoals in 'sign in with your library card'.
with 'with' betekent hier met en geeft aan welk middel voor het inloggen wordt gebruikt. In 'sign in with your library card' introduceert het de bibliotheekpas. Gebruik 'with' na een handeling om het gebruikte hulpmiddel of middel te noemen.
your 'your' betekent hier je of uw en verwijst naar de bibliotheekpas van de aangesproken persoon. In 'your library card' staat het vóór de woordgroep die bij die persoon hoort. Gebruik 'your' om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
card 'card' betekent hier pas of kaart, meer bepaald de bibliotheekpas waarmee de gebruiker kan inloggen. In 'your library card' wordt het soort kaart door 'library' gespecificeerd. Gebruik 'card' voor een fysieke of digitale kaart die voor identificatie of toegang wordt gebruikt.
archive 'archive' betekent hier archief en staat in 'the archive link' als onderdeel van de beschrijving van de link. Het verwijst naar het archief waartoe de link toegang geeft. Gebruik 'archive' vóór 'link' wanneer je een link naar een archief aanduidt.
link 'link' betekent hier een digitale koppeling naar het archief. In 'the archive link' gaat het om de link die naar dat archief leidt. Gebruik 'link' met 'to' of met een beschrijving van de bestemming wanneer je een digitale verwijzing aanduidt.
should 'should' betekent hier dat iets naar verwachting zal gebeuren: de methode zou tijd moeten besparen. In 'should save me a lot of time' drukt het een waarschijnlijke uitkomst uit, geen bevel. Gebruik 'should + werkwoord' om een verwachting of waarschijnlijk gevolg te beschrijven.
save 'save' betekent hier besparen, namelijk minder tijd nodig hebben. In 'save me a lot of time' krijgt 'me' het voordeel en is 'a lot of time' wat wordt bespaard. Gebruik het patroon 'save + persoon + time' voor tijdwinst.
lot 'lot' betekent hier, in de vaste woordgroep 'a lot of time', een grote hoeveelheid. Samen met 'a' en 'of' versterkt het de hoeveelheid tijd die wordt bespaard. Gebruik 'a lot of + zelfstandig naamwoord' om veel van iets aan te geven.
of 'of' verbindt hier 'a lot' met de hoeveelheid die wordt bedoeld: 'a lot of time'. Het betekent in deze constructie van. Gebruik 'a lot of' vóór een zelfstandig naamwoord om een grote hoeveelheid aan te geven.
time 'time' betekent hier tijd, de hoeveelheid die de voorgestelde methode kan besparen. In 'a lot of time' wordt het voorafgegaan door een uitdrukking van hoeveelheid. Gebruik 'save time' wanneer je bedoelt dat iets minder tijd kost.
It 'It' verwijst hier naar de voorgestelde manier om toegang te krijgen tot de archieven. In 'It should also give you sources...' is het die methode die naar verwachting bronnen oplevert. Gebruik 'it' om naar een eerder genoemd ding, middel of idee te verwijzen.
also 'also' betekent hier ook en voegt een tweede verwacht voordeel toe naast tijd besparen. In 'should also give you sources' staat het vóór het hoofdwerkwoord 'give'. Gebruik 'also' om extra informatie of een extra gevolg toe te voegen.
give 'give' betekent hier geven of opleveren: de methode levert de onderzoeker bronnen op. In 'give you sources' staat 'you' als ontvanger vóór wat wordt gegeven. Gebruik 'give + persoon + zaak' om aan te geven wat iemand ontvangt.
are 'are' verbindt hier 'sources' met de beschrijving 'easier to cite'. Omdat de bijzin over meerdere bronnen gaat, staat hier de meervoudsvorm 'are'. Gebruik 'are' om een meervoudig onderwerp met een eigenschap of toestand te verbinden.
easier 'easier' betekent hier gemakkelijker, namelijk minder moeilijk om te citeren. In 'sources that are easier to cite' vergelijkt het deze bronnen met andere bronnen. Gebruik 'easier' vóór 'to + werkwoord' om aan te geven dat een handeling minder moeilijk is.
cite 'cite' betekent hier citeren, dus een bron correct vermelden in onderzoek of tekst. In 'easier to cite' volgt het na 'to' en beschrijft het de handeling die met de bronnen wordt uitgevoerd. Gebruik 'cite + bron' wanneer je de bron van informatie vermeldt.

Grammatica

comparative adjective: easier

A narrow topic makes the search easier.

ə NER-ou TOP-ik meiks də sertsj II-ziər.

Een afgebakend onderwerp maakt de zoekopdracht gemakkelijker.

De uitgang -er vormt hier de vergrotende trap van een kort bijvoeglijk naamwoord.

all over the place

The results are all over the place.

də ri-ZULTS ar ool ou-vər də pleis.

De resultaten zijn alle kanten op verspreid.

Dit is een vaste uitdrukking voor resultaten die niet geordend of op één plek staan.

Engels woordenschat

broad bijvoeglijk naamwoord
brod breed

broad keywords

database zelfstandig naamwoord
DEI-tə-beis databank

the database search

history zelfstandig naamwoord
HIS-tə-ri geschiedenis

local history

local bijvoeglijk naamwoord
LOU-kəl lokaal

local history

narrow werkwoord
NER-ou afbakenen

Let's narrow the topic first.

records zelfstandig naamwoord
REK-ərdz gegevens; registraties

useful records

researching werkwoord
ri-SUR-tsjing onderzoek doen naar

I'm researching local history.

search zelfstandig naamwoord
sərtsj zoekopdracht

the database search

sources zelfstandig naamwoord
SOR-siz bronnen

need stronger sources

stronger bijvoeglijk naamwoord
STRONG-er sterker

stronger sources

topic zelfstandig naamwoord
TOP-ik onderwerp

narrow the topic

useful bijvoeglijk naamwoord
JOES-fəl bruikbaar

useful records

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Begin daarom op deze cataloguspagina.

Antwoord tonenSo start from this catalogue page.

Gebruik nu deze computer.

Antwoord tonenUse this computer now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

afbakenen

Antwoord tonennarrow

bronnen

Antwoord tonensources

databank

Antwoord tonendatabase

sterker

Antwoord tonenstronger