Beleefd praten over een te laat boek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a library, two adults discuss how to explain an overdue book and ask about a failed online renewal..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Beleefd praten over een te laat boek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I just realized this book is overdue.

aai dzjast rie-uh-laaizd dhis boek iz ooverdjoe. Ik besef net dat dit boek te laat is.
B

Return it today, then ask the desk to review the renewal history.

ri-törn it tuh-dei, dhen aask dhuh desk tuh ri-vjoe dhuh ri-njoe-uhl his-tuh-rie. Breng het vandaag terug en vraag daarna aan de balie of ze de verlengingsgeschiedenis willen bekijken.
A

I thought I renewed it online, but my account never updated.

aai thot aai ri-njoed it on-laain, bət mai uh-kaunt nevər up-dei-tid. Ik dacht dat ik het online had verlengd, maar mijn account is nooit bijgewerkt.
B

If the system failed to record it, the staff may be able to adjust your account.

if dhuh sis-təm feild tuh ri-kord it, dhuh stef mei bie ei-buhl tuh uh-dzjast jor uh-kaunt. Als het systeem de verlenging niet heeft geregistreerd, kan het personeel je account misschien aanpassen.
A

I do not want to argue.

aai doe not want tuh aar-gjoe. Ik wil geen ruzie maken.
A

But I would like to explain what happened.

bət aai wud laaik tuh ik-splein wot hepp-uhnd. Maar ik wil graag uitleggen wat er is gebeurd.
B

Bring any screenshot or email that shows you tried to renew it.

bring eni skriin-sjot or i-meil dhat sjous joe traid tuh ri-njoe it. Neem een schermafbeelding of e-mail mee waarop te zien is dat je hebt geprobeerd het te verlengen.
A

I only have the reminder email, not a confirmation.

aai oun-lie hev dhuh ri-maain-der i-meil, not uh kon-fer-mei-sjun. Ik heb alleen de herinneringsmail en geen bevestiging.
B

Then explain that clearly.

dhen ik-splein dhat klier-lie. Leg het dan duidelijk uit.
B

Ask how to avoid the same problem next time.

aask hau tuh uh-void dhuh seim problum nekst taaim. Vraag hoe je de volgende keer hetzelfde probleem kunt voorkomen.
A

Even if my account still shows the book as overdue, I want to understand the renewal process.

iivən if mai uh-kaunt stil sjous dhuh boek az ooverdjoe, aai want tuh under-stend dhuh ri-njoe-uhl proo-ses. Zelfs als mijn account nog steeds aangeeft dat het boek te laat is, wil ik het verlengingsproces begrijpen.
B

That approach keeps the conversation focused on solving the problem.

dhat uh-prootsj kiips dhuh kon-ver-sei-sjun fou-kust on sol-ving dhuh problum. Die aanpak houdt het gesprek gericht op het oplossen van het probleem.

Woord voor woord

I “I” verwijst hier naar de persoon die spreekt. Het is de Engelse vorm voor de spreker en staat als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in “I just realized”. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt.
just “just” betekent hier dat de spreker iets een moment geleden besefte. In “I just realized” versterkt het de tijdsaanduiding van de recente gebeurtenis. Je gebruikt “just” vaak vóór een werkwoord om iets zeer recent aan te geven.
realized “realized” betekent hier dat de spreker zich ergens van bewust werd. De vorm “realized” is de verleden tijd van “realize”. In “I just realized this book is overdue” beschrijft het een nieuw inzicht dat net ontstond.
this “this” verwijst hier naar het specifieke boek waarover de gesprekspartners praten. Het staat vóór “book” om dat boek aan te wijzen. Je gebruikt “this” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde zaak duidelijk of dichtbij in de situatie is.
book “book” betekent hier een boek dat bij de bibliotheek hoort. In “this book” is het een zelfstandig naamwoord na een aanwijzend woord. Je gebruikt “book” voor het voorwerp dat iemand kan lenen, terugbrengen of verlengen.
is “is” verbindt hier “this book” met de toestand “overdue”. Het is de vorm van “be” die bij “this book” past. Je gebruikt “is” om een persoon of zaak met een toestand of beschrijving te verbinden.
overdue “overdue” betekent hier dat het boek niet vóór de vereiste datum is teruggebracht. In “this book is overdue” beschrijft het de status van het boek. Je gebruikt “overdue” bijvoorbeeld bij geleende materialen waarvan de uitleentermijn voorbij is.
Return “Return” betekent hier dat de luisteraar het boek moet terugbrengen. De vorm staat aan het begin van een opdracht en is daarom met een hoofdletter geschreven. Je gebruikt “Return” om iemand direct te instrueren iets aan een plaats of persoon terug te geven.
it “it” verwijst hier terug naar “this book”. Het voorkomt dat “the book” opnieuw moet worden gezegd. Je gebruikt “it” voor een eerder genoemd ding, zoals in “Return it today”.
today “today” betekent op de dag waarop men spreekt. In “Return it today” geeft het aan wanneer het boek moet worden teruggebracht. Je gebruikt “today” om de huidige dag als tijdstip te noemen.
then “then” betekent hier daarna: eerst het boek terugbrengen en vervolgens iets vragen. In “Return it today, then ask the desk” verbindt het twee handelingen in volgorde. In “Then explain that clearly” staat de vorm “Then” aan het begin van een zin en krijgt ze daarom een hoofdletter.
ask “ask” betekent hier informatie of hulp vragen aan de balie. In “ask the desk to review the renewal history” volgt na “ask” wie de handeling moet uitvoeren. Je gebruikt het patroon “ask + persoon of instantie + to + werkwoord” om iemand te vragen iets te doen. In “Ask how to avoid the same problem next time” staat het als een directe opdracht.
the “the” verwijst hier naar de specifieke bibliotheekbalie die in deze situatie bedoeld is. In “the desk” maakt het duidelijk om welke balie het gaat. Je gebruikt “the” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de gesprekspartners de bedoelde zaak kunnen identificeren.
desk “desk” betekent hier de servicebalie van de bibliotheek, niet zomaar een meubel. In “ask the desk” verwijst het naar de medewerkers of dienst aan die balie. Je gebruikt “desk” in deze betekenis voor een plaats waar je in een instelling hulp of informatie vraagt.
to “to” markeert hier de handeling die de balie volgens het verzoek moet uitvoeren: “to review the renewal history”. In het patroon “ask the desk to review” staat “to” vóór de basisvorm van het volgende werkwoord. Je gebruikt deze constructie om een verzoek of opdracht aan een andere persoon of instantie uit te drukken.
review “review” betekent hier zorgvuldig bekijken of controleren. In “to review the renewal history” gaat het om het controleren van eerdere verlengingsgegevens. De vorm staat na “to” en blijft daarom in de basisvorm. Je gebruikt “review” voor het nagaan van een document, geschiedenis of registratie.
renewal “renewal” betekent hier de verlenging van de uitleentermijn. In “the renewal history” maakt het deel uit van een samenstelling over eerdere verlengingen. “Renewal” is een zelfstandig naamwoord voor de handeling of registratie van verlengen. Je gebruikt het bij abonnementen, contracten of geleende materialen.
history “history” betekent hier het overzicht van eerdere verlengingsactiviteiten. In “the renewal history” verwijst het naar geregistreerde gebeurtenissen uit het verleden. Je gebruikt “history” na een onderwerp om te spreken over het verloop of de eerdere registraties daarvan.
thought “thought” betekent hier dat de spreker aannam of geloofde dat de verlenging was uitgevoerd. De vorm “thought” is de verleden tijd van “think”. In “I thought I renewed it online” introduceert het een overtuiging die later niet met de accountstatus overeenkwam.
renewed “renewed” betekent hier dat de spreker de uitleentermijn probeerde te verlengen. De vorm “renewed” is de verleden tijd van “renew” en staat na “I” in “I renewed it online”. Je gebruikt “renew” voor het opnieuw geldig maken of verlengen van een leenperiode.
online “online” betekent hier via het internet of het digitale bibliotheeksysteem. In “renewed it online” beschrijft het hoe de verlenging werd uitgevoerd. Je gebruikt “online” na een werkwoord om aan te geven dat iets digitaal gebeurt.
but “but” introduceert hier een tegenstelling tussen wat de spreker dacht en wat de account liet zien. In “I thought I renewed it online, but my account never updated” verbindt het twee tegengestelde delen. Je gebruikt “but” om na een eerste mededeling een beperking of afwijkend feit toe te voegen. In “But I would like to explain” staat “But” aan het begin van de zin en krijgt het een hoofdletter.
my “my” geeft aan dat de account van de spreker is. In “my account” staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat bezit of verbondenheid uitdrukt. Je gebruikt “my” om iets aan jezelf te koppelen.
account “account” betekent hier het persoonlijke bibliotheekaccount van de spreker. In “my account never updated” is het de online registratie waarin de leenstatus wordt weergegeven. Je gebruikt “account” voor een persoonlijke registratie bij een dienst of organisatie.
never “never” betekent hier op geen enkel moment. In “my account never updated” zegt de spreker dat de accountstatus niet veranderde. Je gebruikt “never” vóór het hoofdwerkwoord om aan te geven dat iets helemaal niet is gebeurd.
updated “updated” betekent hier veranderd zodat de nieuwste informatie zichtbaar werd. In “my account never updated” gaat het om de accountstatus na de vermeende verlenging. De vorm “updated” is de verleden tijd van “update”; na “never” beschrijft ze hier de uitblijvende verandering.
If “If” introduceert hier een voorwaarde: het personeel kan misschien helpen wanneer het systeem de verlenging niet heeft opgeslagen. In “If the system failed to record it” opent het een voorwaardelijke bijzin. In “Even if my account still shows the book as overdue” maakt “if” deel uit van een voorwaarde die de hoofdgedachte niet wegneemt.
system “system” betekent hier het online bibliotheeksysteem dat verlengingen registreert. In “the system failed to record it” is het systeem de uitvoerder van de registratie. Je gebruikt “system” voor een samenhangend digitaal of organisatorisch geheel dat informatie verwerkt.
failed “failed” betekent hier dat het systeem er niet in slaagde de verlenging te registreren. De vorm “failed” is de verleden tijd van “fail”. In “the system failed to record it” beschrijft het een mislukte handeling in het verleden.
record “record” betekent hier opslaan of officieel registreren. In “failed to record it” volgt de basisvorm na “to”. Je gebruikt “record” voor het vastleggen van informatie in een systeem, dossier of geschiedenis.
staff “staff” betekent hier de medewerkers van de bibliotheek. In “the staff may be able to adjust your account” verwijst het naar het personeel als groep. Je gebruikt “staff” om de werknemers van een organisatie als geheel aan te duiden.
may “may” geeft hier een mogelijkheid aan, geen zekerheid. In “may be able to adjust your account” zegt het dat het personeel misschien in staat is de account aan te passen. Je gebruikt “may” vóór een werkwoord om een mogelijke gebeurtenis of handeling uit te drukken.
be “be” maakt hier deel uit van “be able to”, de constructie voor in staat zijn iets te doen. Na “may” staat “be” in de basisvorm: “may be able to adjust your account”. Je gebruikt het patroon “may be able to + werkwoord” om een mogelijke vaardigheid of mogelijkheid te beschrijven.
able “able” betekent hier in staat zijn om de account aan te passen. In “be able to adjust your account” vormt het samen met “be” en “to adjust” een constructie voor mogelijkheid of vermogen. Je gebruikt “be able to” vóór een werkwoord om uit te drukken dat iemand iets kan doen.
adjust “adjust” betekent hier de accountgegevens wijzigen om de situatie te corrigeren. In “to adjust your account” staat het na “to” in de basisvorm. Je gebruikt “adjust” voor een gerichte wijziging aan een instelling, bedrag, registratie of account.
your “your” geeft aan dat de account van de luisteraar is. In “your account” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “your” om iets aan de aangesproken persoon te koppelen.
do “do” is hier een hulpwerkwoord in de negatieve zin “I do not want to argue”. Het helpt om de ontkenning in de tegenwoordige tijd te vormen. Je gebruikt “do not” vóór de basisvorm van het werkwoord om een ontkennende mededeling te maken.
not “not” markeert hier de ontkenning in “I do not want to argue”. Samen met “do” maakt het duidelijk dat de spreker niet wil ruziën. Je gebruikt “not” in een ontkennende constructie om de betekenis van het werkwoord te ontkennen.
want “want” betekent hier willen of van plan zijn. In “I do not want to argue” volgt na “want” de handeling die de spreker niet wil uitvoeren. Je gebruikt het patroon “want to + werkwoord” om een wens of bedoeling uit te drukken.
argue “argue” betekent hier ruzie maken of in een meningsverschil terechtkomen. In “I do not want to argue” staat de basisvorm na “want to”. Je gebruikt “argue” voor een gesprek waarin mensen elkaar verbaal tegenspreken of een conflict hebben.
would “would” maakt de voorkeur in “I would like to explain what happened” beleefder en minder direct. Het draagt hier bij aan de beleefde constructie “would like to”, die betekent dat iemand graag iets wil. Je gebruikt deze constructie bijvoorbeeld wanneer je in een dienstverleningssituatie beleefd iets wilt uitleggen of vragen.
like “like” betekent hier graag willen binnen de beleefde constructie “would like to explain”. De betekenis komt uit de hele combinatie met “would” en “to explain”, niet uit “like” alleen. Je gebruikt het patroon “would like to + werkwoord” om een beleefde wens of voorkeur uit te drukken.
explain “explain” betekent hier duidelijk vertellen wat er is gebeurd. In “would like to explain what happened” staat het na “to” in de basisvorm. Je gebruikt “explain” wanneer je informatie, een reden of een gebeurtenis begrijpelijk wilt maken.
what “what” verwijst hier naar de informatie over de gebeurtenis die wordt uitgelegd. In “explain what happened” leidt het een deelzin in over wat er plaatsvond. Je gebruikt “what” in zo’n constructie om te verwijzen naar de inhoud die iemand wil weten of uitleggen.
happened “happened” betekent hier plaatsvond of gebeurde. De vorm “happened” is de verleden tijd van “happen”. In “what happened” verwijst het naar de eerdere gebeurtenis rond de mislukte verlenging.
Bring “Bring” betekent hier iets meenemen naar de bibliotheekbalie. De vorm staat aan het begin van een opdracht en is daarom met een hoofdletter geschreven. In “Bring any screenshot or email” geeft het een directe instructie om bewijs mee te nemen.
any “any” betekent hier om het even welke schermafbeelding of e-mail die geschikt bewijs bevat. In “any screenshot or email” laat het de keuze open tussen één of meer mogelijke documenten. Je gebruikt “any” om zonder specificatie naar beschikbare opties te verwijzen.
screenshot “screenshot” betekent hier een afbeelding van het scherm waarop een poging tot verlengen zichtbaar kan zijn. In “any screenshot or email” is het een mogelijk bewijsstuk. Je gebruikt “screenshot” voor een opgeslagen afbeelding van wat op een digitaal scherm stond.
or “or” biedt hier een alternatief tussen een schermafbeelding en een e-mail. In “screenshot or email” hoeft de persoon niet beide soorten bewijs te hebben. Je gebruikt “or” om mogelijkheden of alternatieven met elkaar te verbinden.
email “email” betekent hier een elektronisch bericht dat de poging tot verlengen kan aantonen. In “any screenshot or email” wordt het genoemd als alternatief bewijsstuk. Je gebruikt “email” voor een digitaal bericht dat via een e-mailsysteem wordt verzonden of ontvangen.
that In “an email that shows you tried to renew it” verwijst “that” naar de e-mail en leidt het informatie in over wat die e-mail aantoont. In “That approach keeps the conversation focused” verwijst “That” naar de zojuist besproken manier van handelen. Je gebruikt “that” dus zowel om informatie aan een zelfstandig naamwoord te koppelen als om naar iets eerder genoemds te verwijzen; aan het begin van de laatste zin is het met een hoofdletter geschreven.
shows “shows” betekent hier bewijs leveren of zichtbaar maken dat de luisteraar geprobeerd heeft het boek te verlengen. De vorm “shows” past bij “an email”, het onderwerp in “an email that shows...”. Je gebruikt “shows” wanneer een document, afbeelding of feit informatie aantoont.
you “you” verwijst hier naar de persoon die het boek probeerde te verlengen. In “shows you tried to renew it” is die persoon degene die de poging deed. Je gebruikt “you” voor de aangesproken persoon of personen.
tried “tried” betekent hier geprobeerd heeft. De vorm “tried” is de verleden tijd van “try”. In “you tried to renew it” staat na “tried” de constructie “to renew” om aan te geven wat iemand probeerde te doen.
renew “renew” betekent hier de uitleentermijn van het boek verlengen. In “tried to renew it” staat de basisvorm na “to”. Je gebruikt het patroon “try to + werkwoord” om een poging tot een handeling te beschrijven.
only “only” betekent hier dat de spreker niets anders heeft dan de herinneringsmail. In “I only have the reminder email” beperkt het de informatie die beschikbaar is. Je gebruikt “only” vóór het deel waarop de beperking betrekking heeft.
have “have” betekent hier bezitten of beschikbaar hebben. In “I only have the reminder email” zegt de spreker welk document aanwezig is. Je gebruikt “have” met een object om te zeggen dat iemand iets bezit, bij zich heeft of tot zijn beschikking heeft.
reminder “reminder” betekent hier een bericht dat de spreker aan de uitleentermijn herinnert. In “the reminder email” beschrijft het welk soort e-mail bedoeld wordt. Je gebruikt “reminder” vóór een zelfstandig naamwoord om een bericht of hulpmiddel aan te duiden dat iemand ergens aan herinnert.
confirmation “confirmation” betekent hier bewijs dat de verlenging daadwerkelijk is voltooid. In “not a confirmation” zegt de spreker dat zo’n bevestiging ontbreekt. Je gebruikt “confirmation” voor een bericht of document dat een actie of afspraak officieel bevestigt.
clearly “clearly” betekent hier op een begrijpelijke en ondubbelzinnige manier. In “explain that clearly” geeft het aan hoe de situatie moet worden uitgelegd. Je gebruikt “clearly” om een manier van spreken, schrijven of uitleggen te beschrijven die gemakkelijk te begrijpen is.
how “how” betekent hier op welke manier. In “ask how to avoid the same problem next time” leidt het een vraag naar de manier waarop men een probleem kan voorkomen. Je gebruikt “how to + werkwoord” om naar een methode of handelwijze te vragen.
avoid “avoid” betekent hier voorkomen dat hetzelfde probleem opnieuw ontstaat. In “how to avoid the same problem next time” staat het na “to” in de basisvorm. Je gebruikt “avoid” voor het voorkomen van een ongewenste situatie of uitkomst.
same “same” betekent hier hetzelfde als het eerder genoemde probleem met de verlenging. In “the same problem” verwijst het terug naar die eerdere situatie. Je gebruikt “same” vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets identiek is aan iets dat al genoemd of bekend is.
problem “problem” betekent hier de moeilijkheid rond de niet-geregistreerde verlenging. In “the same problem” gaat het om een concrete kwestie die men de volgende keer wil voorkomen. Je gebruikt “problem” voor een situatie die opgelost of vermeden moet worden.
next “next” betekent hier volgende, in de tijd na de huidige gelegenheid. In “next time” verwijst het naar de volgende keer dat een vergelijkbare handeling plaatsvindt. Je gebruikt “next” vóór een tijdsaanduiding om de daaropvolgende gelegenheid te benoemen.
time “time” betekent hier een gelegenheid of keer. In “next time” gaat het om een volgende gelegenheid, bijvoorbeeld wanneer het boek opnieuw verlengd moet worden. Je gebruikt “time” in zulke combinaties om een moment of gebeurtenis als afzonderlijke gelegenheid aan te duiden.
Even “Even” voegt in “Even if my account still shows the book as overdue” een concessie toe: ook wanneer die status blijft staan, blijft de wens om het proces te begrijpen gelden. Het maakt de voorwaarde nadrukkelijker en onverwachter. Je gebruikt het patroon “even if + voorwaarde” wanneer de hoofdgedachte ondanks die voorwaarde blijft gelden.
still “still” betekent hier dat de accountstatus op dat moment blijft aangeven dat het boek te laat is. In “my account still shows” drukt het voortduring uit. Je gebruikt “still” vóór het hoofdwerkwoord om aan te geven dat een toestand niet is veranderd.
as “as” betekent hier in de status of hoedanigheid van “overdue”. In “shows the book as overdue” koppelt het de accountweergave aan de status van het boek. Je gebruikt het patroon “show + object + as + beschrijving of status” om aan te geven hoe iets wordt weergegeven.
understand “understand” betekent hier de betekenis en werking van het verlengingsproces begrijpen. In “I want to understand the renewal process” staat het na “to” in de basisvorm. Je gebruikt “understand” wanneer je informatie, een procedure of een situatie goed wilt doorgronden.
process “process” betekent hier de reeks stappen waarmee een boek wordt verlengd. In “the renewal process” verwijst het naar de procedure van de bibliotheek. Je gebruikt “process” voor een reeks handelingen die samen tot een resultaat leiden.
approach “approach” betekent hier de manier waarop de spreker de situatie wil behandelen. In “That approach” verwijst het naar rustig uitleggen, bewijs meenemen en naar een oplossing vragen. Je gebruikt “approach” voor een gekozen manier om een situatie of probleem aan te pakken.
keeps “keeps” betekent hier ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft. In “keeps the conversation focused” zorgt die aanpak ervoor dat het gesprek gericht blijft. De vorm “keeps” past bij het onderwerp “That approach”. Je gebruikt het patroon “keep + object + beschrijving” om een toestand te laten voortduren.
conversation “conversation” betekent hier het gesprek tussen de bibliotheekbezoeker en de medewerker. In “keeps the conversation focused” is het gesprek dat een bepaalde richting behoudt. Je gebruikt “conversation” voor een uitwisseling van gesproken informatie tussen mensen.
focused “focused” betekent hier gericht op één duidelijk onderwerp, namelijk het oplossen van het probleem. In “keeps the conversation focused on solving the problem” beschrijft het de toestand van het gesprek. Je gebruikt het patroon “focused on + onderwerp” om aan te geven waarop aandacht of discussie gericht is.
on “on” geeft hier aan waarop het gesprek gericht blijft: “solving the problem”. In “focused on solving” volgt na “on” een activiteit in de vorm “solving”. Je gebruikt “focused on” om het onderwerp of doel van aandacht, gesprek of inspanning te benoemen.
solving “solving” betekent hier het vinden van een oplossing voor het probleem. De vorm “solving” is de -ing-vorm van “solve” en staat na het voorzetsel “on” in “focused on solving the problem”. Je gebruikt na “on” een activiteit om te benoemen waarop de aandacht gericht is.

Grammatica

avoid + verb-ing

Avoid solving the problem online.

uh-void sol-ving dhuh problum on-laain.

Vermijd het probleem online op te lossen.

Na avoid gebruik je een werkwoord met -ing, niet de infinitief met to.

Engels woordenschat

account zelfstandig naamwoord
uh-kaunt account; gebruikersaccount
desk zelfstandig naamwoord
desk balie
history zelfstandig naamwoord
his-tuh-rie geschiedenis
online bijwoord
on-laain online
overdue bijvoeglijk naamwoord
ooverdjoe te laat; over de vervaldatum
realize werkwoord
rie-uh-laaiz beseffen realized
record werkwoord
ri-kord registreren; vastleggen
renewal zelfstandig naamwoord
ri-njoe-uhl verlenging
return werkwoord
ri-törn terugbrengen; teruggeven
review werkwoord
ri-vjoe bekijken; controleren
system zelfstandig naamwoord
sis-təm systeem
update werkwoord
up-deit bijwerken; actualiseren updated

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil geen ruzie maken.

Antwoord tonenI do not want to argue.

Leg het dan duidelijk uit.

Antwoord tonenThen explain that clearly.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

online

Antwoord tonenonline

bekijken; controleren

Antwoord tonenreview

balie

Antwoord tonendesk

verlenging

Antwoord tonenrenewal