The
“The” en “the” zijn het bepaalde lidwoord voor iets specifieks. In “The people” en “the silent area” verwijzen ze naar bekende of duidelijk aangewezen personen en plaats.
people
“people” betekent hier mensen. Het is het meervoud van “person” en staat in “The people” voor de personen achter de sprekers. Gebruik people voor meerdere personen, vaak met the wanneer de groep bekend is.
behind
“behind” betekent achter en geeft de plaats van de mensen aan in “behind us”. Het staat vóór de persoon of zaak waarnaar wordt verwezen. Je gebruikt het om de positie ten opzichte van iets of iemand te beschrijven.
us
“us” betekent ons en verwijst in “behind us” naar de twee sprekers. Het is de objectvorm die bij “we” hoort. Na een voorzetsel zoals behind gebruik je deze vorm voor de personen naar wie je verwijst.
are
“are” betekent zijn en helpt in “are talking” om een handeling te beschrijven die op dat moment bezig is. Het is een vorm van “be” en staat hier vóór de -ing-vorm talking. Deze combinatie is bruikbaar wanneer je een lopende activiteit beschrijft.
talking
“talking” betekent hier aan het praten zijn. Het is de -ing-vorm van “talk” en vormt samen met “are” de uitdrukking “are talking”. Je gebruikt dit wanneer iemand op dat moment spreekt of converseert.
in
“in” betekent hier in en geeft aan waar de mensen praten: “in the silent area”. Het staat vóór een plaatsaanduiding. Je gebruikt in om een ruimte, gebied of andere locatie aan te wijzen.
silent
“silent” betekent stil en beschrijft in “the silent area” wat voor soort gebied het is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord area. In een bibliotheek gebruik je dit om een plek aan te duiden waar niet gepraat hoort te worden.
area
“area” betekent hier zone of gebied. In “the silent area” gaat het om een aangewezen gedeelte van de bibliotheek. Je gebruikt area voor een afgebakende of benoemde ruimte binnen een grotere plaats.
It's
“It's” betekent hier het is en is de samentrekking van “it is”. In “It's distracting” verwijst it naar de situatie of het geluid dat de aandacht verstoort. De vorm is bruikbaar vóór een beschrijving, zoals een bijvoeglijk naamwoord.
distracting
“distracting” betekent hier afleidend: het maakt studeren moeilijker. Het is afgeleid van “distract” en beschrijft in “It's distracting” het effect van de situatie. Je gebruikt het voor geluiden of gebeurtenissen die je aandacht onderbreken.
but
“but” betekent maar en introduceert een tegenstelling. In “It's distracting, but we can handle it politely” wordt het probleem tegenover een beheerste oplossing geplaatst. Je gebruikt but om twee tegengestelde ideeën in één zin te verbinden.
we
“we” betekent we of wij en verwijst naar de twee sprekers samen. Het is het onderwerp van “we can handle it politely”. Gebruik we wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
can
“can” betekent hier kunnen en drukt de mogelijkheid of het vermogen uit om met de situatie om te gaan. In “we can handle it” staat can vóór de basisvorm handle. Je gebruikt can om aan te geven wat iemand of een groep kan doen.
handle
“handle” betekent hier omgaan met of aankunnen. In “can handle it” is it de situatie die de sprekers op een beleefde manier kunnen aanpakken. Na can staat de basisvorm handle; een bruikbaar patroon is handle + een probleem of situatie.
it
“it” verwijst hier naar de afleidende situatie of het geluid. In “handle it” is it het object van handle en voorkomt het dat de hele situatie opnieuw genoemd moet worden. Je gebruikt it voor een eerder genoemde zaak, gebeurtenis of situatie.
politely
“politely” betekent beleefd en beschrijft hoe de sprekers met de situatie omgaan. In “handle it politely” zegt het bijwoord iets over de manier van handelen. Je gebruikt het wanneer je wilt aangeven dat iemand tactvol en respectvol reageert.
Should
“Should” betekent hier zou ik en wordt gebruikt om advies te vragen. In “Should I speak to them or ask the librarian?” staat should vóór het onderwerp I en de basisvorm van het werkwoord. Je gebruikt deze vorm wanneer je tussen mogelijke acties wilt kiezen.
I
“I” betekent ik en verwijst naar de spreker die de actie overweegt. In de vraag “Should I speak...” staat I na het modale werkwoord should. Je gebruikt I wanneer je over jezelf spreekt.
speak
“speak” betekent hier spreken of iemand aanspreken, in de combinatie “speak to them”. Het is de basisvorm die na should staat. Een bruikbaar patroon is speak to + een persoon wanneer je rechtstreeks met iemand praat.
to
“to” markeert in “speak to them” de persoon tot wie de spreker zich richt. Het hoort bij de combinatie speak to en staat vóór them. Je gebruikt speak to wanneer je aangeeft met wie iemand praat.
them
“them” betekent hen of ze en verwijst naar de mensen die praten. In “speak to them” is het de objectvorm die bij “they” hoort. Je gebruikt them na een werkwoord of voorzetsel wanneer je naar meerdere personen verwijst.
or
“or” betekent of en verbindt twee mogelijkheden. In “Should I speak to them or ask the librarian?” gaat het om twee manieren om te reageren. Je gebruikt or om alternatieven naast elkaar te zetten.
ask
“ask” betekent vragen. In “ask the librarian” vraagt de spreker de bibliothecaris om hulp; later staat dezelfde basisvorm ook in “ask them to take” en “ask the librarian to step in”. Een bruikbaar patroon is ask + persoon + to + handeling.
the librarian
“the librarian” betekent de bibliothecaris en verwijst naar de specifieke medewerker die in deze bibliotheek kan helpen. Het bepaalde lidwoord the staat vóór librarian omdat het om een bekende persoon gaat. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je een bibliotheekmedewerker om hulp vraagt.
Try
“Try” betekent probeer en is hier een directe, maar niet onbeleefde aansporing. In “Try a quiet reminder first” stelt de spreker een eerste actie voor. Je gebruikt deze vorm om iemand aan te moedigen iets te proberen.
a
“a” betekent een en introduceert in “a quiet reminder” één niet nader bepaalde herinnering of aanwijzing. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord reminder. Je gebruikt a wanneer je iets als één exemplaar of één mogelijke actie noemt.
quiet
“quiet” betekent hier stil of zacht en beschrijft in “a quiet reminder” de rustige manier waarop de herinnering wordt gegeven. Het staat vóór reminder. Je gebruikt het voor een verzoek of reactie die geen harde of luide indruk maakt.
reminder
“reminder” betekent herinnering of herinnering aan een regel. In “a quiet reminder” gaat het om een korte, beleefde aanwijzing dat de stilte gerespecteerd moet worden. Je kunt het gebruiken voor een mededeling die iemand aan een afspraak of verplichting herinnert.
first
“first” betekent eerst en geeft de volgorde van de voorgestelde acties aan. In “Try a quiet reminder first” is een rustige herinnering de eerste stap vóór verdere hulp wordt gevraagd. Je gebruikt first om het begin van een reeks aan te geven.
unless
“unless” betekent tenzij en voegt een uitzondering toe aan het advies. In “unless that feels uncomfortable” geldt de eerste stap niet wanneer die ongemakkelijk aanvoelt. Je gebruikt unless vóór een voorwaarde die een eerdere mogelijkheid beperkt.
that
“that” verwijst in “unless that feels uncomfortable” naar de voorgestelde rustige herinnering. Hetzelfde woord verschijnt als “That” in “That keeps it clear” en verwijst daar naar de voorgestelde aanpak als geheel. Je gebruikt that om naar iets eerder genoemde of aangewezen te verwijzen.
feels
“feels” betekent hier aanvoelt. In “that feels uncomfortable” beschrijft het hoe de voorgestelde actie voor iemand overkomt. Het is een vorm van “feel” bij het enkelvoudige onderwerp that en staat vóór het bijvoeglijk naamwoord uncomfortable.
uncomfortable
“uncomfortable” betekent ongemakkelijk. In “feels uncomfortable” gaat het om een actie die sociaal lastig of niet prettig aanvoelt. Je gebruikt het voor een situatie, keuze of handeling die iemand een ongemakkelijk gevoel geeft.
could
“could” betekent hier zou kunnen en presenteert een mogelijke, voorzichtige optie. In “I could ask them...” staat could vóór de basisvorm ask. Je gebruikt could om een voorstel of mogelijkheid minder stellig te formuleren.
take
“take” betekent hier verplaatsen of naar een andere plaats brengen. In “take the conversation outside” is de conversation wat naar buiten wordt verplaatst. In de constructie “ask them to take...” volgt take op to en beschrijft het de voorgestelde handeling.
the conversation
“the conversation” betekent het gesprek dat de mensen op dat moment voeren. Het bepaalde lidwoord the laat zien dat het om een specifieke, bekende conversatie gaat. In “take the conversation outside” is deze woordgroep datgene wat naar buiten wordt verplaatst.
outside
“outside” betekent hier naar buiten en geeft de bestemming van de conversation aan. In “take the conversation outside” staat het na de handeling van verplaatsen. Je gebruikt outside om een plaats buiten de huidige ruimte aan te duiden.
keeps
“keeps” betekent hier zorgt dat iets blijft. In “That keeps it clear” zorgt de voorgestelde aanpak ervoor dat de boodschap duidelijk blijft. Het is een vorm van “keep” bij het enkelvoudige onderwerp That; het patroon keep + object + bijvoeglijk naamwoord is hier zichtbaar.
clear
“clear” betekent duidelijk. In “keeps it clear” beschrijft het hoe de boodschap of situatie blijft overkomen. Je gebruikt clear na keep wanneer iets begrijpelijk of ondubbelzinnig moet blijven.
without
“without” betekent zonder dat. In “without sounding rude” beschrijft het dat de spreker iets kan zeggen zonder onbeleefd over te komen. Een betrouwbaar patroon is without + een -ing-vorm voor een handeling die niet gebeurt.
sounding
“sounding” betekent hier klinken of overkomen. In “without sounding rude” gaat het om de indruk die de woorden bij anderen kunnen wekken. Het is de -ing-vorm van “sound” en volgt hier op without.
rude
“rude” betekent onbeleefd. In “sounding rude” beschrijft het hoe een verzoek kan overkomen, niet noodzakelijk hoe het bedoeld is. Je gebruikt rude voor taal of gedrag dat weinig respectvol lijkt.
If
“If” betekent als en introduceert in “If they keep talking” een voorwaarde. De daaropvolgende actie hangt ervan af of de mensen doorgaan met praten. Je gebruikt if om een mogelijke situatie en het gevolg daarvan met elkaar te verbinden.
they
“they” betekent ze of zij en verwijst naar de mensen die in de stille zone praten. In “they keep talking” is they het onderwerp van de voorwaardelijke bijzin. Je gebruikt they voor meerdere personen die al bekend zijn uit de context.
keep
“keep” betekent hier blijven, in de combinatie “keep talking”. De -ing-vorm talking volgt op keep om aan te geven dat dezelfde handeling doorgaat. Je gebruikt keep + -ing voor het voortzetten van een activiteit.
step in
“step in” betekent als geheel ingrijpen in een situatie. In de uitdrukking draagt step het idee van naar voren stappen bij en geeft in de richting van de situatie aan, maar samen betekenen ze ingrijpen. In “ask the librarian to step in” wordt de bibliothecaris gevraagd de situatie over te nemen of te helpen oplossen.
way
“way” betekent in “That way” op die manier of zo. Het verwijst naar de voorgestelde aanpak en leidt naar het gewenste gevolg: geen scène veroorzaken. Je gebruikt That way om een gevolg of voordeel van een bepaalde aanpak te introduceren.
doesn't
“doesn't” betekent doet niet of gebeurt niet en is de samentrekking van “does not”. In “it doesn't turn into a scene” ontkent het dat de situatie in een scène verandert. Na doesn't staat de basisvorm turn.
turn
“turn” betekent hier uitlopen op of veranderen in. In “turn into a scene” beschrijft het dat een situatie een bepaald resultaat kan krijgen. Na “doesn't” blijft turn in de basisvorm; turn into + resultaat is een bruikbaar patroon.
into
“into” markeert hier het resultaat van een verandering: de situatie wordt “a scene”. In “turn into a scene” geeft het aan waarin iets uitloopt. Je gebruikt turn into om een ontwikkeling of verandering naar een toestand te beschrijven.
a scene
“a scene” betekent hier een ophefmakende of opvallende situatie, niet een deel van een toneelstuk. In “turn into a scene” gaat het om escalatie die de rustige bibliotheekruimte kan verstoren. Het onbepaalde lidwoord a introduceert deze mogelijke situatie.
I'd
“I'd” betekent hier ik zou en is de samentrekking van “I would”; in deze zin betekent het niet ik had. In “I'd rather do that than complain loudly” leidt het een persoonlijke voorkeur in. Een bruikbaar patroon is I'd rather + basisvorm om te zeggen wat je liever doet.
rather
“rather” betekent liever. In “I'd rather do that than complain loudly” geeft het aan welke actie de spreker verkiest. De vaste vergelijking rather ... than ... verbindt de voorkeur met het alternatief.
do
“do” betekent hier doen en verwijst met “do that” naar de eerder voorgestelde aanpak. Het staat in de basisvorm na would. Je gebruikt do that om naar een al genoemde handeling te verwijzen zonder die opnieuw te herhalen.
than
“than” betekent dan en verbindt in deze zin de voorkeur met het alternatief. In “rather do that than complain loudly” wordt de gekozen actie vergeleken met luid klagen. Je gebruikt than na rather om de minder gewenste mogelijkheid te introduceren.
complain
“complain” betekent klagen en staat in “complain loudly” voor de luid uitgesproken reactie die de spreker wil vermijden. Het is hier de basisvorm na than. Je gebruikt complain wanneer iemand ontevredenheid of een probleem kenbaar maakt.
loudly
“loudly” betekent luid of hard en beschrijft hoe de spreker zou klagen. In “complain loudly” staat het bijwoord na het werkwoord en geeft het de manier van spreken aan. Je gebruikt loudly wanneer een geluid of handeling met veel volume gebeurt.
Let's
“Let's” betekent laten we en is de samentrekking van “let us”. In “Let's ask quietly” doet de spreker een gezamenlijk voorstel. Je gebruikt Let's + basisvorm om samen een actie voor te stellen.
quietly
“quietly” betekent zachtjes of stilletjes en beschrijft hoe de vraag wordt gesteld. In “ask quietly” gaat het om een rustige, niet-luidruchtige manier van spreken. Je gebruikt het als bijwoord om de manier van een handeling aan te geven.
then
“then” betekent daarna en geeft de volgorde van de acties aan. In “ask quietly, then get back to studying” volgt het opnieuw studeren op het rustige verzoek. Je gebruikt then om een volgende stap of gebeurtenis te verbinden met wat eraan voorafging.
get
“get” betekent hier weer gaan of terugkeren, in de uitdrukking “get back to studying”. Het gaat niet om iets verkrijgen, maar om terugkeren naar een activiteit. Een bruikbaar patroon is get back to + een activiteit.
back
“back” betekent hier terug of weer en voegt aan get het idee van hervatten toe. In “get back to studying” keren de sprekers terug naar hun studie. Je gebruikt get back to wanneer iemand terugkeert naar een plaats, taak of activiteit.
studying
“studying” betekent hier studeren als activiteit. Het is de -ing-vorm van “study” en staat in “get back to studying” na to als de activiteit waarnaar de sprekers terugkeren. Je gebruikt deze vorm in get back to + een activiteit wanneer iemand die activiteit hervat.