The
“The” verwijst naar iets specifieks, hier naar de weersverwachting, de wandeling of een ander specifiek zelfstandig naamwoord. Aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als hoofdletter “The”; elders staat “the”. Een veelgebruikt patroon is the + specifiek zelfstandig naamwoord.
forecast
“forecast” betekent hier de voorspelling van het weer voor de wandeling. In “The forecast” gaat het om een concrete weersvoorspelling, niet om een algemene verwachting. Je kunt het ook gebruiken voor een forecast for + activiteit of plaats.
for
“for” geeft hier aan waarop de voorspelling betrekking heeft: de wandeling. In de exacte combinatie “for the hike” verbindt het de forecast met de activiteit. Een veelgebruikt patroon is for + activiteit, persoon of doel.
hike
“hike” betekent hier een langere wandeling in de natuur. In “the hike” gaat het om de specifieke wandeling die de twee personen plannen. Je kunt hike gebruiken na the, a of another beschrijving van de wandeling.
keeps
“keeps” betekent hier dat iets blijft doorgaan: de forecast blijft veranderen. Deze vorm hoort bij het onderwerp “The forecast”; de basisvorm is keep. Het betrouwbare patroon is keep + werkwoord op -ing, zoals in “keeps changing”.
changing
“changing” betekent hier dat de weersverwachting steeds anders wordt. Het is de vorm van change die volgt op keep in “keeps changing”. Een veelgebruikt patroon is keep changing wanneer iets herhaaldelijk blijft veranderen.
with
“with” voegt hier omstandigheden of begeleidende elementen toe aan de veranderende forecast: zon en mogelijke buien. In “with sun and possible showers” noemt het wat ermee gepaard gaat. Je kunt with gebruiken om extra omstandigheden of aanwezige dingen toe te voegen.
sun
“sun” verwijst hier naar zon of zonnig weer in de weersverwachting. Het staat naast “possible showers” als een van de verwachte weersomstandigheden. Een veelgebruikt patroon is sun and + een andere weersomstandigheid.
and
“and” verbindt hier twee weersomstandigheden: zon en mogelijke buien. Het voegt de elementen in dezelfde opsomming samen. Je gebruikt and ook om woorden, woordgroepen of volledige ideeën te verbinden.
possible
“possible” betekent hier dat de buien misschien zullen voorkomen, maar niet zeker zijn. Het staat direct vóór “showers” en beschrijft die als een mogelijkheid. Een veelgebruikt patroon is possible + zelfstandig naamwoord.
showers
“showers” betekent hier korte regenbuien. De meervoudsvorm past bij de algemene verwachting van meerdere mogelijke buien. Je kunt showers gebruiken in weerberichten, bijvoorbeeld naast sun of wind.
Wear
“Wear” betekent hier: trek kleding of schoenen aan en draag die tijdens de wandeling. De hoofdletter toont dat het aan het begin van de instructie staat; dezelfde vorm verschijnt ook als “wear”. In “Wear layers” staat wear direct vóór wat iemand moet aantrekken.
layers
“layers” verwijst hier naar meerdere kledinglagen die over elkaar worden gedragen. Het meervoud maakt duidelijk dat het om verschillende lagen gaat. Een veelgebruikt patroon is wear + kledingstuk of kledinglaag, zoals in “Wear layers”.
bring
“bring” betekent hier dat je iets meeneemt naar de wandeling. In “bring a waterproof jacket” is de jas het voorwerp dat meegenomen moet worden. Een bruikbaar patroon is bring + voorwerp.
a
“a” introduceert hier één niet nader bepaalde jas in “a waterproof jacket”. De vorm “A” aan het begin van “A packing reminder” heeft dezelfde functie, maar krijgt daar een hoofdletter door de zinspositie. Een veelgebruikt patroon is a + enkelvoudig, niet-specifiek zelfstandig naamwoord.
waterproof
“waterproof” betekent hier dat de jas water tegenhoudt en geschikt is bij regen. Het staat direct vóór “jacket” en geeft aan welk soort jas bedoeld is. Een veelgebruikt patroon is waterproof + kledingstuk of voorwerp.
jacket
“jacket” betekent hier een jas die je als buitenlaag kunt dragen tijdens de wandeling. In “a waterproof jacket” wordt het nader bepaald door waterproof. Je kunt jacket gebruiken na a, the of een andere beschrijving.
trail
“trail” betekent hier het pad waarop de groep wandelt. In “The trail” verwijst het naar één specifiek pad van de geplande route. Een veelgebruikt patroon is the trail + informatie over de toestand of ligging ervan.
is
“is” verbindt hier “The trail” met de toestand “open”: het pad is toegankelijk. De vorm is gekoppeld aan het enkelvoudige onderwerp the trail. De basisvorm is be; in het patroon “is + beschrijving” geef je een toestand aan.
open
“open” betekent hier dat het pad toegankelijk is voor gebruik of passage. In “The trail is open” beschrijft het de huidige toestand van het pad. Je kunt open gebruiken na be om de toestand van een plaats, route of voorziening te beschrijven.
but
“but” leidt hier een tegenstelling in: het pad is open, maar een hoger deel kan modderig zijn. Het verbindt twee ideeën waarvan het tweede een beperking of waarschuwing toevoegt. Een veelgebruikt patroon is één mededeling + but + een tegengesteld of beperkend idee.
higher
“higher” betekent hier dat het deel op grotere hoogte ligt dan andere delen van het pad. De vorm is de vergelijkende vorm van high en staat vóór “section”. Een bruikbaar patroon is higher + plaats, deel of niveau.
section
“section” betekent hier een afgebakend deel van het wandelpad. In “the higher section” wordt het deel aangeduid dat hoger ligt. Je kunt section gebruiken voor een specifiek onderdeel van een route of groter geheel.
may
“may” geeft hier een mogelijkheid aan: het hogere deel kan modderig zijn. Het staat vóór de basisvorm “be” in “may be muddy”. Een veelgebruikt patroon is may + werkwoord om een mogelijkheid te beschrijven.
be
“be” geeft hier de toestand aan die mogelijk is: het deel kan modderig zijn. In “may be muddy” volgt be op may en blijft het in deze basisvorm. Een veelgebruikt patroon is may be + beschrijving.
muddy
“muddy” betekent hier dat het pad met modder bedekt kan zijn of modder bevat. Het beschrijft de mogelijke toestand van “the higher section”. Je kunt muddy gebruiken na be of vóór een zelfstandig naamwoord, afhankelijk van de zin.
We
“We” verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon, waarschijnlijk de deelnemers aan de wandeling. De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat; elders verschijnt “we”. In “We should” staat we vóór het advies of de voorgestelde actie.
should
“should” geeft hier een advies of aanbeveling over rustig lopen. In de vraag “Should we” vraagt het of een gezamenlijke actie verstandig is. Een veelgebruikt patroon is should + werkwoord in de basisvorm.
take
In “take it slowly” draagt “take” bij aan de vaste uitdrukking om iets rustig of met lage snelheid te doen. De vorm is “take”, omdat die na should staat. Het patroon is should take + object of uitdrukking, zoals in “take it slowly”.
it
“it” verwijst hier binnen “take it slowly” naar de activiteit of situatie die de wandelaars uitvoeren. Samen met take en slowly geeft het aan dat ze het rustig moeten aanpakken. Een vergelijkbaar gebruik is it als verwijzing naar een eerder genoemde activiteit of situatie.
slowly
“slowly” betekent hier dat de wandelaars met lage snelheid moeten lopen, vooral bergafwaarts. Het beschrijft hoe ze “take it” moeten doen in “take it slowly”. Je kunt slowly gebruiken om de manier van een actie aan te geven.
especially
“especially” betekent hier “in het bijzonder” en legt extra nadruk op de stukken bergafwaarts. Het maakt duidelijk dat de aanbeveling daar extra belangrijk is. Een veelgebruikt patroon is especially + plaats, moment, persoon of situatie.
on
“on” geeft hier aan op welke delen van het pad de wandelaars langzaam moeten doen: “on the downhill parts”. Het markeert de plaats of het gedeelte waarop de actie betrekking heeft. Een bruikbaar patroon is on + deel van een route, oppervlak of plaats.
downhill
“downhill” betekent hier in de richting van een lager gelegen deel van de route. In “the downhill parts” beschrijft het welke stukken bedoeld zijn. Je kunt downhill gebruiken vóór een zelfstandig naamwoord voor een dalend gedeelte of als aanduiding van richting.
parts
“parts” betekent hier de afzonderlijke stukken van de route. Het meervoud verwijst naar meerdere downhill-gedeelten. Een veelgebruikt patroon is parts of + een groter geheel, bijvoorbeeld delen van een route.
If
“If” introduceert hier een voorwaarde: de wandelaars keren om wanneer het weer omslaat. Het staat aan het begin van de voorwaardelijke zin “If the weather turns bad”. Een veelgebruikt patroon is If + voorwaarde, gevolgd door het mogelijke gevolg.
weather
“weather” betekent hier de omstandigheden buiten, zoals zon, regen of ander weer. In “the weather” verwijst het naar het weer tijdens de wandeling. Je gebruikt weather vaak met beschrijvingen van verandering of toestand.
turns
“turns” betekent hier dat het weer verandert in een slechte of onaangename toestand. De vorm is de vorm die bij het onderwerp “the weather” staat; de basisvorm is turn. Het patroon “turns bad” beschrijft dat een situatie verslechtert.
bad
“bad” betekent hier onaangenaam of ongeschikt voor de wandeling. In “turns bad” beschrijft het de toestand waarin het weer verandert. Je kunt bad gebruiken na werkwoorden zoals be of turn om een negatieve toestand aan te geven.
can
“can” geeft hier de mogelijkheid aan om bij slecht weer om te keren. Het staat vóór de basisvorm “turn” in “can turn back”. Een veelgebruikt patroon is can + werkwoord in de basisvorm voor mogelijkheid of vermogen.
turn
In “turn back” betekent “turn” van richting veranderen en teruggaan. De vorm blijft “turn” omdat die na can staat. Het patroon is turn back wanneer iemand teruggaat naar een eerder verlaten plaats of punt.
back
“back” geeft hier de richting naar een eerder verlaten plaats aan. Samen met “turn” vormt het “turn back”: omkeren en teruggaan. Je gebruikt back ook in andere uitdrukkingen om terugkeer of een eerdere plaats aan te geven.
at
“at” geeft hier het specifieke punt aan waar de groep kan omkeren: het uitzichtpunt. In “at the viewpoint” volgt het een concrete locatie. Een veelgebruikt patroon is at + specifiek punt of locatie.
viewpoint
“viewpoint” betekent hier een plaats langs de route met een weids uitzicht. Het is het afgesproken punt waar de groep kan omkeren. Je kunt viewpoint gebruiken voor een specifieke plek vanwaar je het landschap kunt bekijken.
Let's
“Let's” stelt hier voor om samen iets te doen: de afspraak vooraf uitspreken. Het is de verkorte vorm van let us en wordt gevolgd door de basisvorm “say”. Een veelgebruikt patroon is Let’s + werkwoord om een gezamenlijke actie voor te stellen.
say
“say” betekent hier iets hardop uitspreken of als afspraak formuleren. In “Let's say that” gaat het om de eerder genoemde afspraak over omkeren. Een bruikbaar patroon is say + that om naar een volledige mededeling of idee te verwijzen.
that
“that” verwijst hier naar de eerder genoemde afspraak dat de groep bij slecht weer kan omkeren. In “say that” introduceert het de inhoud die uitgesproken moet worden. Een veelgebruikt patroon is say that + mededeling.
before
“before” betekent hier eerder dan het moment waarop de wandeling begint. In “before we start” geeft het aan wanneer de afspraak moet worden uitgesproken. Een veelgebruikt patroon is before + gebeurtenis of before + onderwerp en werkwoord.
start
“start” betekent hier beginnen met de wandeling. In “before we start” verwijst het naar het begin van de geplande activiteit. Je kunt start gebruiken voor het begin van een activiteit, reis of gebeurtenis.
so
“so” introduceert hier het doel of beoogde gevolg van de afspraak: niemand moet zich gedwongen voelen om door te gaan. In “so no one” verbindt het de voorafgaande actie met dat doel. Een veelgebruikt patroon is so + gevolg of doelzin.
no
“no” geeft hier aan dat er geen enkele persoon is die zich zo voelt. Samen met “one” vormt het de uitdrukking “no one”, dus niemand. Je gebruikt no vóór een zelfstandig naamwoord of voor one om afwezigheid aan te geven.
one
“one” verwijst hier naar een persoon in het algemeen binnen “no one”. De combinatie “no one” betekent dat geen enkele persoon zich gedwongen voelt. Een veelgebruikt patroon is one in uitdrukkingen die naar een persoon in algemene zin verwijzen.
feels
“feels” betekent hier een bepaalde emotionele toestand ervaren: zich onder druk gezet voelen. De vorm hoort bij het onderwerp “no one”; de basisvorm is feel. Het patroon “feels pressured” beschrijft hoe iemand zich ervaart.
pressured
“pressured” betekent hier dat iemand het gevoel krijgt dat diegene moet doorgaan. In “feels pressured to continue” beschrijft het de ongewenste druk die iemand ervaart. Een bruikbaar patroon is feel pressured to + werkwoord.
to
“to” markeert hier de actie die iemand onder druk zou kunnen voelen om uit te voeren: “continue”. In “to continue” staat het vóór de basisvorm van het werkwoord. Een veelgebruikt patroon is to + werkwoord om een handeling aan te geven.
continue
“continue” betekent hier doorgaan met de wandeling. In “to continue” benoemt het de actie waarvoor iemand zich niet gedwongen moet voelen. Je kunt continue gebruiken na to of na werkwoorden die een voortgezette actie aangeven.
remind
“remind” betekent hier de groep helpen herinneren aan de regel over schoenen. In “remind the group” staat de groep als degene die de herinnering ontvangt. Een veelgebruikt patroon is remind + persoon of groep + to/not to + werkwoord.
group
“group” betekent hier alle mensen die samen aan de wandeling deelnemen. In “the group” gaat het om een specifieke groep die de sprekers kennen. Je kunt group gebruiken na the wanneer de bedoelde mensen al duidelijk zijn.
not
“not” maakt hier de voorgestelde actie negatief: de groep moet geen gewone schoenen dragen. In “not to wear” staat het vóór to en het werkwoord. Een veelgebruikt patroon is not to + werkwoord om iets af te raden of te verbieden.
casual
“casual” betekent hier informeel en niet geschikt voor de wandelomstandigheden. In “casual shoes” beschrijft het schoenen die niet bedoeld zijn voor dit soort pad. Je kunt casual vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om een informele of niet-specialistische keuze aan te duiden.
shoes
“shoes” betekent hier schoeisel dat aan de voeten wordt gedragen. Het meervoud verschijnt in zowel “casual shoes” als “proper shoes”, omdat het om een paar of soort schoenen gaat. Een veelgebruikt patroon is wear + soort schoenen.
Ask
“Ask” betekent hier de groep verzoeken om geschikte schoenen te dragen. De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de instructie staat. In “Ask them to wear” staat ask vóór de persoon die de gevraagde actie moet uitvoeren.
them
“them” verwijst hier naar de mensen in de groep. Het staat na “Ask” als de personen aan wie het verzoek gericht is. Een bruikbaar patroon is ask them to + werkwoord.
proper
“proper” betekent hier geschikt en passend voor de wandeling. In “proper shoes” contrasteert het met de eerder genoemde casual schoenen zonder dat het een specifiek merk of model noemt. Je kunt proper vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken voor iets dat aan de situatie voldoet.
trails
“trails” betekent hier wandelpaden, nu in het algemeen of meerdere paden. In “muddy trails” worden de paden beschreven als mogelijk glad door modder. Een veelgebruikt patroon is adjective + trails om de toestand of kenmerken van wandelpaden te beschrijven.
slippery
“slippery” betekent hier dat de modderige paden weinig grip bieden en daardoor onveilig kunnen zijn om op te lopen. In “can be slippery” wordt die toestand als een mogelijkheid beschreven. Je kunt slippery gebruiken voor oppervlakken waarop iemand gemakkelijk kan uitglijden.
packing
“packing” verwijst hier naar het inpakken van spullen voor de wandeling. In “A packing reminder” geeft het aan waar de herinnering over gaat. Een veelgebruikt patroon is packing + zelfstandig naamwoord voor iets dat met inpakken te maken heeft.
reminder
“reminder” betekent hier een bericht of aanwijzing die mensen helpt eraan te denken wat ze moeten inpakken. In “A packing reminder” gaat het specifiek om een herinnering over het inpakken. Je kunt reminder combineren met het onderwerp van de herinnering, zoals packing reminder.
tonight
“tonight” betekent hier vanavond of vannacht, dus op de avond vóór de wandeling. In “tonight” wordt aangegeven wanneer de reminder gemaakt of verstuurd moet worden. Je gebruikt tonight voor de huidige avond of nacht.
would
“would” geeft hier een voorgesteld of verwacht resultaat aan: een reminder zou nuttig zijn. In “would help” klinkt het als een voorzichtige suggestie, niet als een vaststaand feit. Een veelgebruikt patroon is would + werkwoord om een mogelijk gevolg of voordeel te beschrijven.
help
“help” betekent hier iets gemakkelijker maken, namelijk iedereen helpen zich voor te bereiden. In “would help” wordt het voordeel van de reminder beschreven. Een bruikbaar patroon is help + persoon + werkwoord, wanneer je zegt wie door een actie geholpen wordt.
Send
“Send” betekent hier ervoor zorgen dat de reminder bij de groep terechtkomt. De hoofdletter komt doordat het aan het begin van de instructie staat. In “Send it” staat het voorwerp van de verzending direct na send.
early
“early” betekent hier vóór het moment waarop de reminder nodig is, zodat iedereen tijd heeft om zich voor te bereiden. In “early enough” wordt het tijdstip gekoppeld aan voldoende voorbereidingstijd. Een veelgebruikt patroon is send something early.
enough
“enough” betekent hier voldoende vroeg. In “early enough” versterkt het de tijdsaanduiding en geeft het aan dat er genoeg tijd over moet blijven. Een veelgebruikt patroon is adjective or adverb + enough om een voldoende niveau aan te geven.
everyone
“everyone” verwijst hier naar alle mensen in de groep, zonder iemand over te slaan. In “for everyone to prepare” is iedereen degene die tijd moet krijgen om zich klaar te maken. Een bruikbaar patroon is for everyone to + werkwoord.
prepare
“prepare” betekent hier zich klaarmaken voor de wandeling door de benodigde spullen en kleding te regelen. In “to prepare” benoemt het de actie die iedereen moet kunnen uitvoeren. Een veelgebruikt patroon is prepare for + activiteit, gebeurtenis of situatie.