Een verwelkende plant verzorgen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults troubleshoot a wilting plant by checking watering, drainage, light, and repotting..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een verwelkende plant verzorgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My plant is wilting, even though I water it often.

Mai plènt iz wilting, ieven dhou ai wóter it ófən. Mijn plant verwelkt, ook al geef ik hem vaak water.
B

It may have too much water rather than too little.

It mee hev toe mach wóter rèdhuh dhèn toe lítuhl. Het kan zijn dat de plant te veel water heeft in plaats van te weinig.
A

I thought more water would help it recover.

Ai thót móor wóter wud help it rikávuh. Ik dacht dat meer water hem zou helpen herstellen.
B

Check the drainage and let the soil dry a little.

Tsjek dhuh dree-nidzh èn let dhuh sojl draai uh lítuhl. Controleer de drainage en laat de grond een beetje opdrogen.
A

The pot has no hole at the bottom, which may be the problem.

Dhuh pót hèz nou houl et dhuh bótem, witsj mee bie dhuh próblem. De pot heeft geen gat aan de onderkant, en dat kan het probleem zijn.
B

Roots can suffer when water has nowhere to escape.

Roets ken sáfuh wen wóter hèz nouweer tuh iskèjp. Wortels kunnen last krijgen als het water nergens weg kan.
A

Should I move it closer to the window too?

Sjoed ai moev it klóusuh tuh dhuh wíndou toe? Moet ik hem ook dichter bij het raam zetten?
B

Try changing one thing at a time so you can tell what helps.

Trai tsjeeindzjing wan thing et uh taaim sou joe ken tel wot helps. Probeer één ding tegelijk te veranderen, zodat je kunt zien wat helpt.
A

Then I will repot it and water it less this week.

Dhen ai wil rie-pót it èn wóter it les dhis wiek. Dan zal ik hem verpotten en hem deze week minder water geven.
B

Plant care is mostly observation and small adjustments.

Plènt keer iz móustuh obzuhvée-shun èn smól udzjastments. Planten verzorgen betekent vooral goed kijken en kleine aanpassingen doen.

Uitleg van de zinnen

  1. My plant is wilting, even though I water it often.

    Mijn plant verwelkt, ook al geef ik hem vaak water.

    My
    mijn
    plant
    plant
    wilting
    aan het verwelken
    even though
    ook al
    I
    ik
    water
    water geef
    it
    hem
    often
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    My is een bezittelijke bepaler bij plant: de plant wordt aan de spreker verbonden. My hoort bij de eerste persoon enkelvoud; vergelijk your voor de aangesprokene. Voorbeeld: My book is new. — Mijn boek is nieuw. plant is hier het zelfstandig naamwoord voor een plant. Het meervoud is plants. Voorbeeld: The plants need light. — De planten hebben licht nodig. wilting komt van het werkwoord wilt, ‘verwelken’ of ‘slap worden’. In is wilting vormt wilting samen met is de progressieve vorm: het verwelken wordt als een proces op dit moment voorgesteld. De uitgang -ing staat op wilt, niet op plant. Voorbeeld: The flower is wilting. — De bloem is aan het verwelken. even though leidt een bijzin in met een omstandigheid die in contrast staat met de hoofdzin: ‘ook al’ of ‘hoewel’. Het zegt hier dat de plant toch verwelkt ondanks het vaak water geven. Voorbeeld: Even though it is cold, we are walking. — Ook al is het koud, we lopen. I is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. De vorm blijft I voor het onderwerp; als object verschijnt bijvoorbeeld me. Voorbeeld: I help her. — Ik help haar. water is hier een werkwoord, met de betekenis ‘water geven’. De vorm is dezelfde als de basisvorm water; in de tegenwoordige tijd is I water passend bij het onderwerp I. Als zelfstandig naamwoord kan water ook ‘water’ betekenen, maar dat is niet de functie in deze zin. Voorbeeld: I water the flowers every morning. — Ik geef de bloemen elke ochtend water. it is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar de plant. Engels gebruikt hier it voor een niet-menselijk enkelvoudig referent; het drukt niet het Nederlandse grammaticale geslacht van hem uit. Voorbeeld: I move it. — Ik verplaats het. often is een bijwoord van frequentie: iets gebeurt dikwijls of regelmatig. Het zegt niet precies hoe vaak. Voorbeeld: She often reads. — Zij leest vaak. Samen vormen My plant is wilting en even though I water it often één hoofdzin met een contrasterende bijzin. De hoofdzin zegt dat de plant aan het verwelken is; de bijzin zegt dat de spreker die plant toch vaak water geeft. De volledige betekenis is: ‘Mijn plant verwelkt, ook al geef ik hem vaak water.’

  2. It may have too much water rather than too little.

    Het kan zijn dat de plant te veel water heeft in plaats van te weinig.

    It may
    het kan zijn dat
    have
    hebben
    too much
    te veel
    water
    water
    rather than
    in plaats van
    too little
    te weinig
    Uitgebreide uitleg

    It may geeft hier een mogelijkheid aan: volgens de vertaling gaat it over de plant. May is een modaal werkwoord voor mogelijkheid; daarna volgt de basisvorm van het volgende werkwoord. Vergelijk: “It may help.” = “Het kan helpen.” Have is hier de basisvorm na may. Het betekent in deze zin dat de plant een bepaalde hoeveelheid water heeft. Zonder may zou je bijvoorbeeld zeggen: “It has too much water.” = “De plant heeft te veel water.” Too much betekent een te grote hoeveelheid. Much wordt gebruikt bij niet-telbare zelfstandige naamwoorden, zoals water; too voegt het idee toe dat de hoeveelheid meer is dan wenselijk. Vergelijk too little voor een te kleine hoeveelheid. Water betekent hier water en is in deze betekenis meestal niet-telbaar in het Engels. Daarom staat er geen meervoudsvorm in deze zin. Voor telbare dingen kan Engels bijvoorbeeld too many gebruiken: “too many leaves” = “te veel bladeren”. Rather than maakt een tegenstelling tussen twee mogelijkheden: de eerste mogelijkheid wordt tegenover de tweede geplaatst. Het betekent hier “in plaats van”. Bijvoorbeeld: “Choose tea rather than coffee.” = “Kies thee in plaats van koffie.” Too little betekent een te kleine hoeveelheid. Het weggelaten zelfstandig naamwoord kan hier uit de context worden begrepen als water: de plant heeft mogelijk te weinig water. Bij telbare zelfstandige naamwoorden gebruik je doorgaans too few, bijvoorbeeld: “too few leaves” = “te weinig bladeren”. Samen vormen de delen: It may have too much water = “Het kan zijn dat de plant te veel water heeft”, en rather than too little contrasteert dat met “in plaats van te weinig water”. De volledige betekenis is dus: “Het kan zijn dat de plant te veel water heeft in plaats van te weinig.”

  3. I thought more water would help it recover.

    Ik dacht dat meer water hem zou helpen herstellen.

    I thought
    ik dacht
    more
    meer
    water
    water
    would
    zou
    help
    helpen
    it
    hem, de plant
    recover
    herstellen
    Uitgebreide uitleg

    I thought is de verleden tijd van think (“denken”): think – thought – thought. Hier geeft de vorm een eerdere gedachte weer. Voorbeeld: I thought she was ready. = “Ik dacht dat ze klaar was.” more geeft een grotere hoeveelheid aan. Bij niet-telbare woorden zoals water betekent more water “meer water”; het zegt op zichzelf niet precies hoeveel. De gebruikelijke tegenstelling is less water (“minder water”). water is hier een niet-telbaar zelfstandig naamwoord voor de stof water. Daarom staat er in deze betekenis geen meervoudsvorm. More water vormt samen het onderwerp van wat volgens de gedachte zou helpen. would is hier de verleden vorm van will in een verwachting vanuit een eerder moment: vanuit toen dacht de spreker dat iets zou helpen. In een directe formulering kan dat bijvoorbeeld More water will help it recover. zijn; na I thought wordt will doorgaans would. help betekent hier “helpen”. Na help kan een object gevolgd worden door een werkwoord zonder to: help it recover. In deze zin is help zelf de vorm na would; na een modaal werkwoord zoals would krijgt het geen uitgang: would help, niet would helps. it is in het Engels een voornaamwoord voor een enkelvoudig niet-menselijk referent. Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context verwijst het hier naar de plant. Het Engels gebruikt daarvoor it, terwijl de Nederlandse vertaling hem gebruikt omdat plant een de-woord is. Als object staat it na help; de Engelse vorm verandert hier niet door die objectfunctie. recover betekent hier “herstellen” of “weer bijkomen”. Het is een werkwoord in de basisvorm, omdat het volgt op help in de constructie help + object + werkwoord: Water helped the plant recover. = “Water hielp de plant herstellen.” De vorm betekent hier herstel van de plant; ze is niet zelf de verleden tijd. De delen vormen samen: I thought + more water + would help it recover. De spreker zegt dus dat hij of zij eerder dacht dat een grotere hoeveelheid water de plant zou helpen herstellen. De vertaling “Ik dacht dat meer water hem zou helpen herstellen” geeft dezelfde gedachte weer; hem verwijst daar naar de plant.

  4. Check the drainage and let the soil dry a little.

    Controleer de drainage en laat de grond een beetje opdrogen.

    Check
    controleer
    drainage
    drainage
    let
    laten
    soil
    grond
    dry
    opdrogen
    a little
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    Check is hier de gebiedende wijs van check: “controleer”. De gebiedende wijs gebruikt de basisvorm van het werkwoord, zonder onderwerp. Voor een gewone instructie kun je bijvoorbeeld zeggen: Check the label. — “Controleer het etiket.” drainage is een zelfstandig naamwoord voor de afvoer van overtollig water. Het woord kan in andere zinnen ook naar het afvoersysteem of het proces van waterafvoer verwijzen. Hier is het datgene wat gecontroleerd moet worden. let is hier onderdeel van de constructie let + object + werkwoord: iemand of iets de gelegenheid geven dat het werkwoord uitvoert of ondergaat. In deze zin staat het object in the soil en volgt het werkwoord dry: let the soil dry betekent “laat de grond opdrogen”. Na let staat het werkwoord zonder to; let the soil to dry is in deze constructie niet de standaardvorm. In een ander voorbeeld: Let the paint dry. — “Laat de verf drogen.” soil betekent “grond”, hier de grond waarin de plant groeit. Het is een zelfstandig naamwoord en verschilt van soil als werkwoord in bijvoorbeeld formele taal; die andere gebruikswijze is hier niet relevant. dry is hier een werkwoord: “opdrogen” of “droog worden”. In let the soil dry beschrijft het wat de grond mag gaan doen. Het is dus niet het bijvoeglijk naamwoord “droog” in deze constructie. Als bijvoeglijk naamwoord staat het bijvoorbeeld in The soil is dry. — “De grond is droog.” a little is een korte bepaling die een kleine mate aangeeft: “een beetje”. Hier beperkt het de mate waarin de grond moet opdrogen; de instructie zegt niet dat de grond volledig moet uitdrogen. Samen vormen de delen twee verbonden opdrachten: Check the drainage geeft de eerste instructie, en let the soil dry a little de tweede. De volledige betekenis is daarom: “Controleer de drainage en laat de grond een beetje opdrogen.”

  5. The pot has no hole at the bottom, which may be the problem.

    De pot heeft geen gat aan de onderkant, en dat kan het probleem zijn.

    pot
    pot
    has no
    heeft geen
    hole
    gat
    bottom
    onderkant
    which
    dat
    may be
    kan zijn
    problem
    probleem
    Uitgebreide uitleg

    pot betekent hier een plantenpot of andere pot. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a pot betekent één pot en the pot verwijst naar een bepaalde pot. Voorbeeld: The pot is heavy. = De pot is zwaar. has no is de ontkenning van bezit of aanwezigheid bij het onderwerp the pot. has is de vorm van have bij he, she, it en enkelvoudige zelfstandige naamwoorden; bij andere onderwerpen staat have. Het patroon has no + zelfstandig naamwoord betekent dat iets iets niet heeft of dat iets daarin ontbreekt. Voorbeeld: The box has no lid. = De doos heeft geen deksel. hole betekent gat. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a hole is een gat en holes zijn gaten. In no hole wordt het bestaan van zelfs maar één gat ontkend. bottom betekent onderkant of bodem. In at the bottom geeft het aan waar iets zich bevindt: aan de onderkant. the maakt duidelijk dat het om de relevante onderkant van de pot gaat, niet om een willekeurige onderkant. Voorbeeld: There is a crack at the bottom. = Er zit een barst aan de onderkant. which verwijst hier naar de voorafgaande mededeling als geheel: het feit dat de pot geen gat aan de onderkant heeft. Het is dus niet het woord bottom dat wordt aangewezen. In deze zin krijgt which de betekenis dat, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt. Een relatieve bijzin met which kan extra informatie geven over een eerder genoemde zaak of situatie. may be bestaat uit het modale hulpwerkwoord may en de basisvorm be. Samen drukt het een mogelijkheid uit: iets kan het geval zijn, maar wordt niet als zeker gepresenteerd. Na may blijft het werkwoord in de basisvorm: may be, niet may is. Voorbeeld: This may be the cause. = Dit kan de oorzaak zijn. problem betekent probleem. In the problem gaat het om een bepaald probleem dat in deze situatie relevant is. Het zelfstandig naamwoord is enkelvoud; het meervoud is problems. Samen vormen at the bottom en has no hole de betekenis dat de bepaalde pot aan zijn onderkant geen gat heeft. De bijzin which may be the problem verwijst vervolgens naar die hele omstandigheid en zegt dat die mogelijk het probleem is. De volledige zin betekent daarom: de pot heeft geen gat aan de onderkant, en dat kan het probleem zijn.

  6. Roots can suffer when water has nowhere to escape.

    Wortels kunnen last krijgen als het water nergens weg kan.

    Roots
    wortels
    can suffer
    last kunnen krijgen
    water
    water
    has nowhere to escape
    nergens heen kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Roots betekent hier “wortels”, dus de delen van een plant die in de aarde groeien. Het is het meervoud van root; het enkelvoud is root, het meervoud roots. Voorbeelden: A root is damaged. = “Een wortel is beschadigd.” The roots are strong. = “De wortels zijn sterk.” can suffer bestaat uit can + het werkwoord suffer. Can drukt hier mogelijkheid uit: de wortels kunnen er last van krijgen. Na can staat het werkwoord in de basisvorm: can suffer, niet can suffers. Suffer betekent in deze context “last hebben van” of “schade ondervinden”; het betekent niet noodzakelijk dat er al schade is. Voorbeeld: Plants can suffer from too much water. = “Planten kunnen last krijgen van te veel water.” water betekent “water”. Het woord kan naar de stof in het algemeen verwijzen en krijgt daarom vaak geen meervoud wanneer het zo gebruikt wordt. In deze zin is water het onderwerp van het tweede deel: het water heeft geen uitweg. Voorbeeld: Water collects in the tray. = “Water verzamelt zich in de schaal.” has nowhere to escape betekent dat het water nergens heen kan om weg te gaan. Has is de vorm van have bij een enkelvoudig onderwerp zoals water: water has, maar roots have. Nowhere betekent “nergens” en to escape gebruikt de basisvorm met to; escape betekent hier “ontsnappen” of “wegstromen”. De constructie have nowhere to + werkwoord is herbruikbaar: The rain has nowhere to go. = “De regen kan nergens heen.” Samen vormt Roots can suffer het onderwerp en de mogelijkheid van last of schade. when water has nowhere to escape geeft de voorwaarde: dat kan gebeuren wanneer het water geen uitweg heeft. De volledige betekenis is dus: “Wortels kunnen last krijgen als het water nergens weg kan.”

  7. Should I move it closer to the window too?

    Moet ik hem ook dichter bij het raam zetten?

    Should I
    Moet ik …? / Zal ik …?
    move
    verplaatsen
    it
    het bedoelde voorwerp
    closer
    dichter
    window
    raam
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Should I maakt van de zin een vraag naar de verstandigste of gewenste handeling van de spreker: “Moet ik …?” of “Zal ik …?” Het patroon Should I + werkwoord? is bruikbaar om advies te vragen over een mogelijke handeling. Na should staat het werkwoord in de basisvorm, dus move, zonder -s en zonder to. Dit patroon drukt hier geen expliciete toestemming uit; de nadruk ligt op de vraag of de handeling wenselijk of juist is. move betekent hier iets naar een andere plaats brengen. De vorm is de basisvorm na should; dezelfde vorm wordt ook gebruikt bij bijvoorbeeld I move en they move, terwijl de derde persoon enkelvoud buiten zo’n patroon moves heeft. Voorbeeld: Move the chair closer. — “Zet de stoel dichterbij.” it is een Engels persoonlijk voornaamwoord voor een zaak of ander niet-persoonlijk referent. In deze zin is het het lijdend voorwerp van move; de vaste vertaling geeft dit weer met hem. De vorm it zelf markeert geen mannelijk of vrouwelijk geslacht en noemt niet welk concreet voorwerp bedoeld wordt. closer is de vergelijkende vorm van close: close — closer — closest. Hier geeft closer aan dat het voorwerp op een kleinere afstand komt dan eerder of dan een eerder besproken positie. Voorbeeld: Put the lamp closer to the wall. — “Zet de lamp dichter bij de muur.” window betekent “raam”. In the window gaat het om een bepaald raam dat in de situatie als herkenbaar wordt behandeld. window is enkelvoud; het meervoud is windows. too betekent hier ook: deze mogelijke handeling wordt toegevoegd aan iets anders dat al in beeld is. Aan het einde van deze vraag heeft too die betekenis. In too close kan hetzelfde woord daarentegen te betekenen, zoals in The lamp is too close. — “De lamp staat te dichtbij.” Samen vraagt de zin of de spreker het bedoelde voorwerp ook naar een positie dichter bij het raam moet brengen: “Moet ik hem ook dichter bij het raam zetten?”

  8. Try changing one thing at a time so you can tell what helps.

    Probeer één ding tegelijk te veranderen, zodat je kunt zien wat helpt.

    Try
    probeer
    changing
    veranderen
    one
    één
    thing
    ding
    at a time
    tegelijk
    so
    zodat
    you can
    je kunt
    tell
    zien
    what
    wat
    helps
    helpt
    Uitgebreide uitleg

    Try is hier de gebiedende wijs van try (proberen). De vorm geeft een voorstel of opdracht rechtstreeks aan de aangesprokene. Een herbruikbaar patroon is Try + -ing: Try changing the setting. = Probeer de instelling te veranderen. Na try kan ook to + werkwoord staan, maar try doing something presenteert het doen zelf als een mogelijke aanpak. changing komt van change en betekent hier ‘veranderen’. De vorm op -ing volgt try in het patroon try + -ing; zij benoemt de handeling die de spreker voorstelt. Change kan zowel ‘veranderen’ als ‘wijzigen’ betekenen. Voorbeeld: Try changing the order. = Probeer de volgorde te veranderen. one betekent hier dat er één element wordt gekozen. Het staat vóór thing en maakt de enkelvoudige hoeveelheid expliciet; het is niet hetzelfde als een onbepaald lidwoord, zoals in a thing. thing is een algemeen zelfstandig naamwoord voor een voorwerp, kwestie of element. In deze zin verwijst het naar één afzonderlijk te wijzigen element, zonder dat de zin zelf precies benoemt welk element dat is. Voorbeeld: Change one thing. = Verander één ding. at a time is een vaste tijdsbepaling met de betekenis ‘per keer’ of ‘één voor één’. Samen met one thing vormt het patroon one thing at a time: verander telkens slechts één element, niet verschillende tegelijk. Voorbeeld: Test one option at a time. = Test telkens één optie. so leidt hier een gevolg- of doelsectie in: de voorgestelde verandering maakt het mogelijk om iets vast te stellen. In combinatie met can betekent so you can ... ongeveer ‘zodat je ... kunt’. De precieze relatie wordt door de hele constructie bepaald. you can bestaat uit het onderwerp you en de modale vorm can. You is hier de aangesprokene; can drukt uit dat die persoon de mogelijkheid of het vermogen heeft om de handeling uit te voeren. Na can staat altijd de basisvorm van het werkwoord, dus can tell, niet can tells of can to tell. Voorbeeld: You can check the result. = Je kunt het resultaat controleren. tell betekent in deze context niet primair ‘vertellen’, maar ‘kunnen vaststellen of merken’. Het staat na can in de onvervoegde basisvorm. In andere contexten kan tell wel ‘vertellen’ betekenen, maar hier past de betekenis ‘zien/merken’ bij het vaste vertaalde geheel. Voorbeeld: Can you tell the difference? = Kun je het verschil zien? what introduceert hier een ingebedde vraag naar datgene wat een bepaald effect heeft. In what helps betekent het ‘wat’ of ‘datgene wat’; het verwijst niet naar een vooraf genoemd zelfstandig naamwoord. De volgorde is die van een ingebedde vraag: what helps, niet what does help. Voorbeeld: I know what works. = Ik weet wat werkt. helps is de tegenwoordige tijd van help in de derde persoon enkelvoud. Het onderwerp is what: ‘datgene wat helpt’. Daarom krijgt het werkwoord de uitgang -s; bij I, you, we en they blijft de vorm help: They help. = Zij helpen. Voorbeeld: This helps. = Dit helpt. Samen vormt Try changing one thing at a time het voorstel om telkens maar één element te veranderen. so you can tell what helps geeft het doel of praktische gevolg: daardoor kun je vaststellen wat effect heeft. De volledige betekenis is: probeer één ding tegelijk te veranderen, zodat je kunt zien wat helpt. Het patroon Try + -ing ..., so you can ... is bruikbaar om een concrete aanpak met het beoogde resultaat te verbinden.

  9. Then I will repot it and water it less this week.

    Dan zal ik hem verpotten en hem deze week minder water geven.

    Then
    dan; daarna
    I will
    ik zal
    repot
    verpotten
    it
    het; hem
    water
    water geven
    less
    minder
    this week
    deze week
    Uitgebreide uitleg

    Then staat hier vooraan als tijdsverbinder: dan of daarna. De combinatie volgt op iets dat eerder is genoemd. I will bestaat uit I en het hulpwerkwoord will. Samen geeft dit hier een toekomstige handeling of een voornemen van de spreker aan. Na will staat de basisvorm van het werkwoord: I will repot. Voorbeeld: I will call tomorrow. — Ik zal morgen bellen. repot betekent een plant in een andere pot zetten. Het is een regelmatig werkwoord: repot — repotted — repotted. Na will blijft de basisvorm staan. Voorbeeld: They repot the plant in spring. — Ze verpotten de plant in het voorjaar. it is hier een persoonlijk voornaamwoord voor het lijdend voorwerp, met een niet-menselijke of niet nader benoemde zaak als referent. In deze zin wordt het in de vaste vertaling weergegeven met hem. It is de enkelvoudsvorm; bij een meervoudig referent gebruikt het Engels doorgaans they. Het woord zelf krijgt hier geen aparte mannelijke of vrouwelijke vorm. water is hier een werkwoord en betekent water geven, niet het zelfstandig naamwoord water. Het staat als tweede werkwoord in dezelfde constructie als repot: will repot ... and water .... Voorbeeld: Please water it today. — Geef het vandaag water. less is de vergelijkende vorm bij little voor een kleinere hoeveelheid of mate. In water it less betekent het hier dat er minder water wordt gegeven dan volgens de eerdere of gebruikelijke norm. Voorbeeld: Water the plant less in winter. — Geef de plant in de winter minder water. this week is een tijdsbepaling voor de huidige week. this bepaalt het zelfstandig naamwoord week; samen geven ze aan wanneer de genoemde handelingen plaatsvinden. De zin bevat twee gecoördineerde toekomstige handelingen: I will repot it en water it less. Will geldt voor beide werkwoorden; bij het tweede werkwoord wordt het niet herhaald. Hetzelfde it is het lijdend voorwerp van beide handelingen. Then plaatst deze combinatie na de eerder genoemde stap, en this week bepaalt de periode: Dan zal ik hem verpotten en hem deze week minder water geven.

  10. Plant care is mostly observation and small adjustments.

    Planten verzorgen betekent vooral goed kijken en kleine aanpassingen doen.

    Plant care
    plantenverzorging
    mostly
    vooral
    observation
    goed kijken
    small
    klein
    adjustments
    aanpassingen
    Uitgebreide uitleg

    Plant care is een samengesteld zelfstandig naamwoord: plant + care. Hier betekent het de verzorging van planten. Het eerste woord staat in het enkelvoud binnen de samenstelling; dat zegt niets over het aantal planten. Vergelijk bijvoorbeeld animal care = dierenverzorging. mostly betekent hier “vooral” en beperkt de uitspraak: plantenverzorging bestaat hoofdzakelijk uit de genoemde activiteiten, maar niet noodzakelijk uitsluitend daaruit. Het bijwoord staat vóór de twee naamwoordelijke aanvullingen die na is volgen. observation is een zelfstandig naamwoord van observe (“observeren”). In deze zin gaat het concreet om aandachtig kijken om te zien wat een plant nodig heeft; de Nederlandse vertaling geeft dat weer met “goed kijken”. De vorm is een naamwoord, niet het werkwoord zelf. Voorbeeld: Observation helps you notice changes. = “Door goed te observeren merk je veranderingen op.” small is een bijvoeglijk naamwoord bij adjustments. Het beschrijft de omvang van de veranderingen: het gaat om beperkte aanpassingen, niet om ingrijpende veranderingen. Engelse bijvoeglijke naamwoorden krijgen hier geen meervoudsuitgang: small adjustment en small adjustments gebruiken beide small. adjustments is het meervoud van adjustment, een aanpassing of bijstelling. Het woord hangt samen met het werkwoord adjust (“aanpassen”); de uitgang -s markeert hier het meervoud. In de voorafgaande context kan bijvoorbeeld minder water geven zo’n aanpassing zijn, maar deze zin noemt geen specifieke aanpassing als enige mogelijkheid. De koppelvorm is verbindt Plant care met de omschrijving erna. and verbindt de twee onderdelen observation en small adjustments, zodat ze samen aangeven waar plantenverzorging volgens deze uitspraak vooral uit bestaat. Het geheel betekent: planten verzorgen bestaat vooral uit goed kijken en kleine aanpassingen doen.

Grammatica

even though + bijzin

Even though the plant is wilting, the roots suffer.

Ieven dhou dhuh plènt iz wilting, dhuh roets sáfuh.

Ook al verwelkt de plant, de wortels lijden.

even though leidt een tegenstelling in; de bijzin kan voor de hoofdzin staan.

rather than + werkwoord-ing

Rather than changing the soil, repot the plant.

Rèdhuh dhèn tsjeeindzjing dhuh sojl, rie-pót dhuh plènt.

Verpot de plant in plaats van de grond te veranderen.

rather than geeft een alternatief aan; daarna kan een werkwoord in de -ing-vorm volgen.

Engels woordenschat

drainage zelfstandig naamwoord
dree-nidzh drainage; afvoer

Check the drainage.

dry werkwoord
draai droog worden; opdrogen

Let the soil dry a little.

even though voegwoord
ieven dhou ook al

Even though I water it often.

often bijwoord
ófən vaak

I water it often.

plant zelfstandig naamwoord
plènt plant

My plant is wilting.

pot zelfstandig naamwoord
pót pot

The pot has no hole.

rather than uitdrukking
rèdhuh dhèn in plaats van

Rather than too little.

recover werkwoord
rikávuh herstellen

Help it recover.

soil zelfstandig naamwoord
sojl grond; aarde

Let the soil dry a little.

thought werkwoord
thót dacht

I thought more water would help it recover.

water werkwoord
wóter water geven

I water it often.

wilting werkwoord
wilting verwelken

My plant is wilting.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

verwelken

Antwoord tonenwilting

water geven

Antwoord tonenwater

vaak

Antwoord tonenoften

plant

Antwoord tonenplant