I
In ‘I am not sure’ betekent I de spreker zelf. Het staat hier als onderwerp en wordt gebruikt wanneer je over jezelf spreekt.
am
In ‘I am not sure’ is am de vorm van be die hier bij I hoort; het geeft de toestand van onzekerheid aan. Een herbruikbaar patroon is ‘I am’ gevolgd door een beschrijving of toestand.
not
In ‘not sure’ maakt not de betekenis ontkennend: de spreker is niet zeker. Je gebruikt het hier om zekerheid of een andere eigenschap te ontkennen.
sure
In ‘I am not sure’ betekent sure dat iemand ergens zeker van is; met not wordt de spreker onzeker. De combinatie ‘not sure whether’ is bruikbaar wanneer je twijfelt tussen mogelijkheden.
whether
In ‘whether I want to continue’ leidt whether een indirecte ja-neevraag in. Je gebruikt het hier na onzekerheid om een keuze of mogelijkheid te bespreken.
want
In ‘I want to continue’ geeft want aan dat de spreker iets wil. Het staat hier vóór ‘to continue’; het patroon ‘want to’ gebruik je om een gewenste handeling te noemen.
to
In ‘want to continue’ markeert to de handeling continue. In ‘changed from relaxing to another obligation’ en ‘switch to casual practice’ wijst to op de nieuwe toestand of optie.
continue
In ‘continue the painting class’ betekent continue doorgaan met de cursus. Het kan hier direct gevolgd worden door wat je voortzet, zoals ‘the painting class’.
the
In ‘the painting class’ verwijst the naar een specifieke cursus die in het gesprek bekend is. Je gebruikt the vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de bedoelde zaak herkenbaar of bepaald is.
painting
In ‘the painting class’ verwijst painting naar de activiteit waarbij je schilderijen maakt. Het staat hier als onderdeel van de benaming van de cursus: ‘painting class’.
class
In ‘the painting class’ betekent class een georganiseerde cursus of les. Je kunt class gebruiken om een georganiseerde leeractiviteit te benoemen.
Are
In ‘Are you losing interest?’ is Are de vorm van be die hier bij you hoort en die een vraag inleidt. Het patroon ‘Are you ...?’ gebruik je om naar iemands toestand of ervaring te vragen.
you
In ‘Are you losing interest?’ verwijst you naar de persoon tegen wie gesproken wordt. Het staat hier als onderwerp van de vraag en komt ook voor in ‘your life’ en ‘your ideal self’.
losing
In ‘losing interest’ betekent losing dat iemand geleidelijk minder interesse heeft. Het is de -ing-vorm van lose en staat hier na ‘Are you’.
interest
In ‘losing interest’ betekent interest enthousiasme of nieuwsgierigheid voor iets. Deze combinatie past bij een gesprek over minder belangstelling voor een hobby.
or
In ‘interest, or is the fixed commitment too much?’ introduceert or een alternatief. Je gebruikt het om twee mogelijke verklaringen of keuzes tegenover elkaar te zetten.
is
In ‘is the fixed commitment too much?’ is is de vorm van be die bij ‘the fixed commitment’ hoort. Hier verbindt het onderwerp met de beoordeling ‘too much’.
fixed
In ‘the fixed commitment’ en ‘the fixed schedule’ betekent fixed dat iets vaststaat en weinig flexibel is. Je gebruikt fixed vóór een zelfstandig naamwoord om de vaste aard ervan te beschrijven.
commitment
In ‘the fixed commitment’ betekent commitment een verplichting om ergens aan vast te houden of aanwezig te zijn. Hier gaat het om de vaste verplichting die bij de cursus hoort.
too
In ‘too much’ geeft too aan dat de hoeveelheid of mate boven een aanvaardbare grens ligt. De combinatie ‘too much’ gebruik je wanneer iets buitensporig wordt gevonden.
much
In ‘too much’ verwijst much naar een grote mate of hoeveelheid. Samen met too beschrijft het hier dat de verplichting te zwaar aanvoelt.
A
In ‘A bit of both’ is A het onbepaalde lidwoord vóór bit. De uitdrukking gebruikt een kleine hoeveelheid om aan te geven dat beide genoemde redenen meespelen.
bit
In ‘A bit of both’ betekent bit een kleine hoeveelheid. Het patroon ‘a bit of’ gebruik je om een beperkte hoeveelheid van iets aan te duiden.
of
In ‘A bit of both’ verbindt of de hoeveelheid bit met wat die hoeveelheid beschrijft, namelijk both. Het helpt hier aangeven waarvan er een kleine hoeveelheid is.
both
In ‘A bit of both’ verwijst both naar de twee eerder genoemde redenen samen. Je gebruikt both wanneer twee zaken allebei worden bedoeld.
like
In ‘I like painting’ betekent like dat de spreker schilderen prettig vindt. In ‘less like fun’ vergelijkt like de ervaring met plezier; de precieze betekenis volgt dus uit de hele woordgroep.
but
In ‘I like painting, but the class feels stressful’ leidt but een tegenstelling in. De spreker vindt schilderen leuk, terwijl de cursus toch stressvol aanvoelt.
feels
In ‘the class feels stressful’ en ‘it feels less like fun’ beschrijft feels hoe iets wordt ervaren. Het is de vorm van feel die hier bij een enkelvoudig onderwerp staat en past bij een persoonlijke beoordeling.
stressful
In ‘the class feels stressful’ betekent stressful dat de cursus stress veroorzaakt of als belastend wordt ervaren. Je gebruikt het hier na ‘feels’ om een ervaring of indruk te beschrijven.
Maybe
In ‘Maybe the hobby changed’ en ‘Maybe pausing the class would show’ drukt Maybe een mogelijkheid uit, geen zekerheid. Je gebruikt het aan het begin van een zin wanneer je voorzichtig een verklaring of voorstel geeft.
hobby
In ‘the hobby changed’ betekent hobby een vrijetijdsactiviteit die iemand regelmatig doet. Hier verwijst het naar schilderen als activiteit buiten noodzakelijke verplichtingen.
changed
In ‘the hobby changed from relaxing to another obligation’ betekent changed dat de hobby anders is geworden. Het is de verleden tijd van change en beschrijft hier een verandering van karakter.
from
In ‘changed from relaxing to another obligation’ markeert from de oorspronkelijke toestand. Samen met to beschrijft het de overgang van de ene toestand naar de andere.
relaxing
In ‘changed from relaxing to another obligation’ beschrijft relaxing de vroegere, ontspannende toestand van de hobby. Het is de -ing-vorm van relax en functioneert hier als beschrijving van die toestand.
another
In ‘another obligation’ betekent another een verdere of andere verplichting naast wat er al is. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord obligation.
obligation
In ‘another obligation’ betekent obligation een plicht of verantwoordelijkheid waaraan iemand zich gebonden voelt. In deze context voelt de hobby niet meer alleen als ontspanning, maar ook als zo’n verplichting.
Yes
In ‘Yes, it feels less like fun’ drukt Yes instemming uit met wat de ander net heeft gezegd. Je gebruikt het hier om een bevestigend antwoord in te leiden.
it
In ‘it feels less like fun’ en ‘whether I miss it’ verwijst it terug naar de hobby of cursus die besproken wordt. Het voorkomt dat die zaak telkens opnieuw genoemd moet worden.
less
In ‘less like fun and more like another task’ geeft less een kleinere mate van overeenkomst met plezier aan. Het staat hier in contrast met more en helpt de verandering in ervaring te beschrijven.
fun
In ‘less like fun’ betekent fun plezier of aangenaam tijdverdrijf. De woordgroep vergelijkt de ervaring van de cursus met iets dat plezierig is.
and
In ‘less like fun and more like another task’ verbindt and twee vergelijkingen. Het koppelt de kleinere overeenkomst met plezier aan de grotere overeenkomst met een taak.
more
In ‘less like fun and more like another task’ geeft more een grotere mate van overeenkomst aan. Samen met less vormt het een vergelijking tussen twee manieren waarop de cursus aanvoelt.
task
In ‘another task’ betekent task een afgebakend stuk werk. Hier wordt de cursus ervaren als werk dat gedaan moet worden in plaats van als plezierige hobby.
could
In ‘You could switch to casual practice’ doet could een mogelijke suggestie. Het patroon ‘could’ gevolgd door een werkwoord is bruikbaar om iemand een optie voor te stellen zonder die op te leggen.
switch
In ‘switch to casual practice’ betekent switch overstappen van de cursus naar een andere manier van oefenen. Het patroon ‘switch to’ gebruik je om de nieuwe optie na de verandering te noemen.
casual
In ‘casual practice’ betekent casual dat het oefenen informeel en niet aan een vaste cursus gebonden is. Het beschrijft hier een lossere vorm van dezelfde hobby.
practice
In ‘casual practice at home’ betekent practice oefenen om een vaardigheid te onderhouden of te verbeteren. Hier gaat het om zelfstandig oefenen in plaats van deelname aan de cursus.
at
In ‘at home’ markeert at de plaats waar de oefening gebeurt. De vaste woordgroep ‘at home’ gebruik je om thuis als locatie aan te geven.
home
In ‘at home’ betekent home de plaats waar iemand woont. Samen met at geeft het aan dat de persoon daar zelfstandig oefent.
instead
In ‘at home instead’ betekent instead in plaats daarvan. Het verwijst hier naar thuis oefenen als alternatief voor de vaste schildercursus.
Then
In ‘Then I can keep the benefit’ leidt Then het gevolg van de voorgestelde keuze in. Je gebruikt het hier om te zeggen wat er daarna mogelijk wordt.
can
In ‘Then I can keep the benefit’ drukt can uit dat de spreker die mogelijkheid heeft. Het staat vóór het basiswerkwoord keep in het patroon ‘can + werkwoord’.
keep
In ‘keep the benefit’ betekent keep het voordeel behouden. Het kan hier direct gevolgd worden door wat je wilt behouden, namelijk ‘the benefit’.
benefit
In ‘the benefit’ betekent benefit het positieve resultaat van de hobby. Hier wil de spreker dat voordeel behouden zonder de vaste planning.
without
In ‘without the fixed schedule’ geeft without aan dat iets ontbreekt of niet wordt meegenomen. Hier gaat het om het behouden van het voordeel zonder de vaste planning.
schedule
In ‘the fixed schedule’ betekent schedule een geplande tijdindeling. Met fixed wordt hier een planning bedoeld die niet gemakkelijk kan worden aangepast.
Hobbies
In ‘Hobbies should fit your life’ is Hobbies het meervoud van hobby en verwijst het algemeen naar vrijetijdsactiviteiten. De zin geeft een algemene raad over zulke activiteiten.
should
In ‘Hobbies should fit your life’ drukt should advies of een gewenste verwachting uit. Het staat vóór het basiswerkwoord fit in het patroon ‘should + werkwoord’.
fit
In ‘fit your life’ betekent fit dat iets goed aansluit bij iemands dagelijks leven. Het patroon ‘fit’ gevolgd door een object gebruik je om geschiktheid voor dat object te beschrijven.
your
In ‘your life’ en ‘your ideal self’ geeft your aan dat het om de persoon tegenover de spreker gaat. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bij die persoon hoort.
life
In ‘your life’ betekent life het dagelijks leven en de omstandigheden van de aangesproken persoon. De hobby moet volgens de zin bij dat leven aansluiten.
just
In ‘not just your ideal self’ betekent just alleen of uitsluitend. Het beperkt de gedachte dat hobby’s enkel moeten passen bij het ideale beeld dat iemand van zichzelf heeft.
ideal
In ‘your ideal self’ beschrijft ideal een gewenste of best denkbare versie van jezelf. Het staat vóór self en maakt duidelijk dat het niet per se om de huidige persoon gaat.
self
In ‘your ideal self’ verwijst self naar iemands eigen persoon of identiteit. Samen met your en ideal benoemt het het beeld van de persoon die je zou willen zijn.
pausing
In ‘pausing the class’ betekent pausing de cursus tijdelijk onderbreken zonder definitief te stoppen. Het is de -ing-vorm van pause en staat hier als de voorgestelde handeling.
would
In ‘pausing the class would show’ markeert would een verondersteld gevolg van de voorgestelde actie. Het patroon ‘would’ gevolgd door een basiswerkwoord gebruik je om zo’n hypothetisch gevolg te formuleren.
show
In ‘would show whether I miss it’ betekent show dat iets een antwoord of uitkomst duidelijk maakt. Het kan hier gevolgd worden door een whether-zin die uitlegt wat duidelijk wordt.
miss
In ‘whether I miss it’ betekent miss dat de spreker de afwezigheid van de cursus of hobby zou voelen. Het staat hier vóór it, dat naar de besproken cursus of hobby verwijst.
That
In ‘That is better than quitting suddenly’ verwijst That terug naar het zojuist genoemde idee van de cursus tijdelijk pauzeren. Het staat hier als onderwerp van de volgende beoordeling.
better
In ‘That is better than quitting suddenly’ betekent better dat de ene keuze geschikter of verkieslijker is dan de andere. Het wordt gebruikt in de vergelijking ‘better than’.
than
In ‘better than quitting suddenly or forcing yourself’ leidt than de optie in waarmee iets wordt vergeleken. Hier volgt na than een beschrijving van handelingen die minder wenselijk worden gevonden.
quitting
In ‘quitting suddenly’ betekent quitting volledig stoppen met de cursus of hobby. Het is de -ing-vorm van quit en wordt hier vergeleken met tijdelijk pauzeren.
suddenly
In ‘quitting suddenly’ betekent suddenly dat het stoppen abrupt en zonder geleidelijke overgang gebeurt. Het beschrijft hier hoe de handeling quitting zou plaatsvinden.
forcing
In ‘forcing yourself’ betekent forcing dat je jezelf iets laat doen terwijl je dat niet echt wilt. Het is de -ing-vorm van force en vormt hier samen met yourself de tweede onwenselijke optie.
yourself
In ‘forcing yourself’ verwijst yourself naar dezelfde persoon als degene die de handeling uitvoert: je dwingt jezelf. Het is hier het object van forcing en maakt die wederkerige betekenis duidelijk.