Omgaan met wachten in de rij | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: While waiting in line, a person weighs whether to stay close to the queue or explain a delay to someone else..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Omgaan met wachten in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My turn still seems a long way off.

mai têrn stil siemz uh long wee off Het lijkt nog lang te duren voordat ik aan de beurt ben.
A

I need to be somewhere else soon.

ai nied tuh bie samweer els soen Ik moet binnenkort ergens anders zijn.
B

Let me explain how the queue is moving before you decide whether to stay.

let mie iksplein hau de kjoe iz moeving bifoor joe disaid weder tuh stee Laat me uitleggen hoe de rij opschuift voordat je besluit of je blijft.
A

Is it moving at a steady pace?

iz it moeving uh uh stedi pees Schuift de rij in een vast tempo op?
B

The pace is uneven today. Some requests are taking longer than expected.

dhuh pees iz un-ie-vuhn tuh-dee. sam rikwèsts ar teeking longer dhen ikspektid Het tempo is vandaag onregelmatig. Sommige verzoeken duren langer dan verwacht.
A

If I step away for a moment, can I come back to the same place?

if ai step uh-wee fer uh moh-muhnt, ken ai kum bek tuh dhuh seim plees Als ik even wegga, kan ik dan terugkomen op dezelfde plek?
B

You can only keep your place if you stay close to the line.

joe ken oonli kiep jor plees if joe stee klohs tuh dhuh lain Je kunt je plek alleen behouden als je dicht bij de rij blijft.
A

Then I need to decide whether this can wait.

dhen ai nied tuh disaid weder dhis ken weit Dan moet ik beslissen of dit kan wachten.
B

If this service is important today, staying close is the safer choice.

if dhis survis iz impoortuhnt tuh-dee, stee-ing klohs iz dhuh seifer chois Als deze dienst vandaag belangrijk is, is dicht bij de rij blijven de veiligste keuze.
A

I can message the other person and explain the delay.

ai ken mesidj dhie uder pursun en iksplein dhuh dilei Ik kan de andere persoon een bericht sturen en de vertraging uitleggen.
B

That should help them understand why you are running late.

dhet sjoed help dhem anderstend wai joe ar ranning leit Dat zou hen moeten helpen begrijpen waarom je te laat komt.

Woord voor woord

My “My” geeft aan dat de beurt bij de spreker hoort: “My turn”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid aan te geven. Je gebruikt het ook in patronen zoals “My place” wanneer je naar je eigen plek verwijst.
turn In “My turn” betekent “turn” de beurt waarop de spreker geholpen wordt. Het woord staat hier na “My” in de vaste combinatie “my turn”. Je gebruikt “turn” ook wanneer mensen om de beurt iets doen.
still “Still” betekent hier dat iets tot nu toe voortduurt: de beurt is nog steeds ver weg. Het staat vóór “seems” en benadrukt dat de situatie niet veranderd is. Je gebruikt het vaak om aan te geven dat een toestand nog voortduurt.
seems “Seems” geeft aan dat iets zo lijkt of overkomt, zonder het als een zeker feit te presenteren. In “My turn still seems a long way off” beschrijft het hoe de wachttijd aanvoelt voor de spreker. Na “seems” kan een beschrijving van een toestand volgen.
a “A” verwijst hier naar één niet nader bepaalde afstand of mate in “a long way off”. Het staat vóór “long way” als onbepaald lidwoord. Je gebruikt “a” vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om iets specifieks gaat.
long “Long” beschrijft in “a long way off” dat de afstand of wachttijd groot is. Samen met “way off” maakt het duidelijk dat de beurt nog ver weg is. Het kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan om een grote duur aan te geven.
way In “a long way off” verwijst “way” naar de afstand tot de beurt, niet naar een route. Het vormt samen met “long” en “off” de uitdrukking voor iets dat nog ver weg is. Je gebruikt “way” in vergelijkbare patronen om afstand of mate aan te geven.
off “Off” betekent hier dat de beurt nog op afstand of in de toekomst ligt. In de vaste uitdrukking “a long way off” versterkt het idee dat iets nog ver weg is. Je gebruikt “off” hier dus niet als aanwijzing dat iets uitgeschakeld is.
I “I” verwijst naar de spreker van de zin. In “I need to be somewhere else soon” is het de persoon die ergens anders moet zijn. Het staat vóór het werkwoord in een gewone mededelende zin.
need “Need” betekent hier dat iets noodzakelijk is: de spreker moet binnenkort ergens anders zijn. Het volgt op “I” en wordt gevolgd door “to” plus een werkwoord. Je gebruikt het patroon “need to” om een noodzakelijke handeling of toestand uit te drukken.
to In “need to be” markeert “to” het werkwoord dat volgt op “need”. Het verbindt de noodzaak met de handeling of toestand “be somewhere else”. Na “need to” volgt het werkwoord in deze basisvorm.
be “Be” geeft in “to be somewhere else” de toestand aan dat de spreker zich op een andere plek bevindt. Het volgt hier op “to” en wordt aangevuld door “somewhere else”. Je gebruikt “to be” om een noodzakelijke of gewenste toestand te beschrijven.
somewhere “Somewhere” betekent hier “op een bepaalde maar niet genoemde plaats”. In “somewhere else” gaat het om een andere plek dan waar de spreker nu is. Je gebruikt het wanneer de exacte plaats niet wordt genoemd of niet belangrijk is.
else “Else” voegt aan “somewhere” de betekenis toe van een andere of aanvullende plaats: “somewhere else”. Het staat direct na “somewhere” en maakt duidelijk dat het niet om de huidige plek gaat. Je gebruikt het ook na andere onbepaalde woorden om een alternatief aan te geven.
soon “Soon” betekent dat de spreker in de nabije toekomst ergens anders moet zijn. Het staat aan het einde van “I need to be somewhere else soon” en geeft de tijdsdruk aan. Je gebruikt het om een gebeurtenis in de nabije toekomst te plaatsen.
Let “Let” leidt in “Let me explain” een aanbod of voorstel in: de spreker vraagt ruimte om iets uit te leggen. Het staat aan het begin van de zin en wordt gevolgd door “me” plus “explain”. Je gebruikt het patroon “Let me” wanneer je aanbiedt iets te doen.
me “Me” verwijst naar de spreker als degene die de uitleg zal geven in “Let me explain”. Het staat na “Let” en vóór het werkwoord “explain”. In dit patroon is de spreker de persoon die toestemming of ruimte krijgt om te handelen.
explain “Explain” betekent hier iets duidelijk maken, namelijk hoe de rij beweegt. Het volgt op “Let me” en neemt daarna de inhoud van de uitleg in: “how the queue is moving”. Je gebruikt “explain how” om uit te leggen op welke manier iets gebeurt.
how “How” introduceert in “how the queue is moving” de manier waarop de rij beweegt. Het leidt hier een ingebedde vraag of uitleg in, geen losse vraag. Je gebruikt “how” vóór een onderwerp en werkwoord om naar een manier of verloop te verwijzen.
the “The” verwijst in “the queue” naar de specifieke rij waar de gesprekspartners al bij staan. Het staat vóór “queue” omdat het om een bekende, bepaalde rij gaat. Je gebruikt “the” wanneer de context duidelijk maakt om welk ding het gaat.
queue “Queue” betekent hier de rij mensen die wacht om geholpen te worden. Het staat in “the queue” en is het onderwerp van “is moving”. Je gebruikt “queue” voor een rij wachtende mensen of voertuigen.
is “Is” verbindt “the queue” met de handeling “moving” in “the queue is moving”. Samen beschrijven ze dat de rij op dit moment vooruitgaat. Je gebruikt “is” hier vóór een vorm op “-ing” om een lopende situatie te beschrijven.
moving “Moving” betekent hier dat de rij vooruitgaat en mensen geleidelijk aan de beurt komen. Het staat na “is” in “the queue is moving”. Je gebruikt “moving” in deze combinatie om een handeling te beschrijven die nu gaande is.
before “Before” geeft aan dat het uitleggen eerder gebeurt dan het beslissen: “before you decide whether to stay”. Het verbindt hier twee gebeurtenissen in de tijd. Je gebruikt “before” vóór een gebeurtenis die eerst moet plaatsvinden.
you “You” verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken. In “before you decide” is die persoon degene die beslist of hij of zij blijft. Het staat vóór het werkwoord in de bijzin.
decide “Decide” betekent hier een keuze maken over blijven of weggaan. Het staat na “you” en wordt gevolgd door “whether to stay”, waarin de mogelijke keuze wordt genoemd. Je gebruikt “decide whether” wanneer iemand tussen mogelijkheden moet kiezen.
whether “Whether” introduceert in “whether to stay” de onzekerheid of keuze rond blijven. Het verbindt “decide” met de handeling “to stay”. Je gebruikt het patroon “decide whether to” om een beslissing tussen wel of niet iets doen uit te drukken.
stay “Stay” betekent hier op dezelfde plaats bij de rij blijven. Het staat na “to” in “whether to stay”. Je gebruikt “stay” wanneer iemand niet weggaat uit een plaats of situatie.
it “It” verwijst in “Is it moving at a steady pace?” naar de rij of het verloop daarvan. Het is het onderwerp waarover wordt gevraagd of er vooruitgang is. Je gebruikt “it” hier voor iets dat al uit de context bekend is.
at In “at a steady pace” geeft “at” de snelheid of het tempo aan waarop iets gebeurt. Het staat vóór “a steady pace” en vormt daarmee een vaste manier om een tempo te beschrijven. Je gebruikt “at” ook in patronen die een niveau, punt of tempo aangeven.
steady “Steady” betekent hier regelmatig en zonder grote schommelingen. In “at a steady pace” vraagt de spreker of de rij steeds ongeveer even snel vooruitgaat. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een stabiel verloop te beschrijven.
pace “Pace” betekent in deze dialoog de snelheid waarmee de rij vooruitgaat. Het staat in “a steady pace” en wordt later opnieuw beschreven als “The pace”. Je gebruikt “pace” om de snelheid van een proces of activiteit te bespreken.
uneven “Uneven” betekent hier dat het tempo niet regelmatig is en van moment tot moment kan verschillen. In “The pace is uneven today” beschrijft het hoe de rij vandaag vooruitgaat. Je gebruikt het om een ongelijk of wisselend verloop aan te geven.
today “Today” plaatst de ongelijke voortgang op de huidige dag. Het staat aan het einde van “The pace is uneven today”. Je gebruikt het om aan te geven dat een situatie op deze dag geldt.
Some “Some” verwijst hier naar een niet nader genoemd deel van de verzoeken. In “Some requests are taking longer” wordt niet gezegd welke of hoeveel verzoeken dat zijn. Je gebruikt “some” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord voor een onbepaalde hoeveelheid.
requests “Requests” betekent hier de verzoeken van mensen die geholpen willen worden. Het is het onderwerp van “are taking longer”. Je gebruikt “requests” voor dingen die iemand vraagt of indient bij een dienst.
are “Are” helpt in “requests are taking longer” om een lopend verloop te beschrijven. Het staat na het onderwerp “Some requests” en vóór “taking”. Je gebruikt deze vorm wanneer het onderwerp in deze zin uit meerdere verzoeken bestaat.
taking “Taking” betekent hier dat verzoeken een bepaalde hoeveelheid tijd nodig hebben. In “are taking longer than expected” gaat het om een proces dat nu meer tijd vraagt. Je gebruikt “take” met tijdsduur om uit te drukken hoeveel tijd iets nodig heeft.
longer “Longer” betekent hier dat iets meer tijd nodig heeft dan eerst werd gedacht. Het staat in de vergelijking “taking longer than expected”. Je gebruikt “longer than” om een langere duur met een verwachting of andere duur te vergelijken.
than “Than” introduceert in “longer than expected” het tweede deel van de vergelijking. Het verbindt de langere duur met wat verwacht was. Je gebruikt “than” na een vergelijkende vorm zoals “longer”.
expected “Expected” verwijst hier naar wat men vooraf dacht dat de duur zou zijn. In “longer than expected” wordt die verwachting als vergelijkingspunt gebruikt. Je gebruikt deze vorm na een vergelijking wanneer de oorspronkelijke verwachting niet volledig wordt uitgesproken.
If “If” introduceert de voorwaarde “If I step away for a moment”. De vraag gaat over wat er kan gebeuren wanneer de spreker even weggaat. Je gebruikt “if” om een mogelijke voorwaarde voor een gevolg of antwoord te beschrijven.
step In “step away” betekent “step” hier kort weggaan of zich een stukje verplaatsen. De betekenis ontstaat samen met “away”, dus het gaat niet alleen om een afzonderlijke stap. Je gebruikt “step away” wanneer je tijdelijk afstand neemt van een plek of gesprek.
away “Away” geeft in “step away” aan dat de spreker zich van de rij verwijdert. Samen met “step” beschrijft het een korte verplaatsing naar een andere plek. Je gebruikt “away” hier om beweging weg van de huidige plaats aan te geven.
for In “for a moment” geeft “for” aan hoelang de spreker weggaat. Het verbindt de handeling met de korte duur “a moment”. Je gebruikt “for” vóór een tijdsduur om de duur van een handeling te noemen.
moment “Moment” betekent hier een zeer korte periode. In “for a moment” maakt het duidelijk dat de spreker maar kort weg wil gaan. Je gebruikt “for a moment” om een tijdelijke onderbreking of korte afwezigheid aan te geven.
can “Can” vraagt in “can I come back” of iets mogelijk of toegestaan is. Het staat vóór het onderwerp “I” omdat de zin een vraag is. Je gebruikt “can” om naar mogelijkheid of toestemming te vragen.
come In “come back” betekent “come” zich naar de eerdere plaats of situatie bewegen. De volledige betekenis ontstaat samen met “back”. Je gebruikt “come” wanneer de beweging naar de plaats van de gesprekspartner of naar de relevante plek toe gaat.
back “Back” geeft in “come back” aan dat de spreker terugkeert naar de eerdere plek in de rij. Het staat na “come” en maakt de terugkeer expliciet. Je gebruikt “come back” wanneer iemand teruggaat naar een eerdere plaats of toestand.
same “Same” betekent in “the same place” dat het om precies dezelfde plek gaat, niet zomaar een andere plek. Het staat vóór “place” en benadrukt dat de positie behouden blijft. Je gebruikt “the same” om naar iets identieks aan iets eerder genoemd te verwijzen.
place “Place” betekent hier de positie van de spreker in de rij. In “the same place” gaat het dus om dezelfde positie als vóór het korte weggaan. Je gebruikt “place” om een fysieke locatie of positie aan te geven.
only “Only” beperkt de mogelijkheid in “can only keep your place”: de plek kan uitsluitend onder de genoemde voorwaarde behouden blijven. Het staat vóór “keep” en benadrukt de beperking. Je gebruikt “only” om aan te geven dat er geen andere genoemde mogelijkheid is.
keep In “keep your place” betekent “keep” je positie behouden. De betekenis ontstaat samen met “your place”, niet alleen met het werkwoord. Je gebruikt het patroon “keep your place” wanneer iemand zijn positie in een rij of volgorde niet wil verliezen.
your “Your” geeft aan dat de plek bij de aangesproken persoon hoort: “your place”. Het staat vóór “place”. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om naar iets van de aangesproken persoon te verwijzen.
close In “stay close to the line” betekent “close” dat iemand in de buurt blijft. Het wordt aangevuld door “to the line”, dat aangeeft waarvan de persoon dichtbij blijft. Je gebruikt “stay close to” om te zeggen dat iemand of iets nabij moet blijven.
line “Line” betekent hier de rij waarin mensen wachten. In “close to the line” is het de plaats waar de spreker bij in de buurt moet blijven. Je gebruikt “line” in deze betekenis voor een rij wachtende mensen.
Then “Then” betekent hier “dan” of “als gevolg daarvan”. Het verwijst naar de informatie over het behouden van de plek en leidt de volgende beslissing in. Je gebruikt “then” om een gevolg of volgende stap in een redenering aan te geven.
this “This” verwijst in “whether this can wait” naar de huidige situatie of de benodigde dienst. Het staat vóór “can wait” en maakt de situatie tot onderwerp van de beslissing. Je gebruikt “this” voor iets dat in de directe context aanwezig of zojuist genoemd is.
wait “Wait” betekent hier uitstellen tot later zonder dat de zaak nu wordt afgehandeld. In “whether this can wait” vraagt de spreker of uitstel mogelijk is. Je gebruikt “can wait” om te vragen of iets niet onmiddellijk hoeft te gebeuren.
service “Service” verwijst hier naar de dienstverlening waarvoor de persoon in de rij staat. In “If this service is important today” wordt die dienst beoordeeld op urgentie. Je gebruikt “service” voor hulp of een proces dat door een organisatie of medewerker wordt aangeboden.
important “Important” betekent hier dat de dienst vandaag voldoende waarde of prioriteit heeft om dichtbij de rij te blijven. Het staat na “is” en beschrijft “this service”. Je gebruikt “important” om de betekenis of prioriteit van iets te beoordelen.
staying “Staying” betekent hier in de buurt van de rij blijven. In “staying close is the safer choice” is het blijven zelf de keuze die wordt beoordeeld. Je gebruikt een vorm op “-ing” aan het begin van een zin om een handeling als onderwerp te gebruiken.
safer “Safer” betekent dat een keuze minder risico met zich meebrengt dan de andere optie. In “the safer choice” wordt dichtbij blijven als de veiligere mogelijkheid beschreven. Je gebruikt “safer” om twee keuzes of situaties op veiligheid te vergelijken.
choice “Choice” betekent hier de mogelijkheid die iemand kiest of zou kunnen kiezen. In “the safer choice” gaat het specifiek om de optie om dichtbij te blijven. Je gebruikt “choice” na een beschrijving zoals “the safer” om een optie als beslissing te benoemen.
message “Message” betekent hier de andere persoon een geschreven bericht sturen. In “I can message the other person” wordt het als werkwoord gebruikt en volgt het direct op “can”. Je gebruikt “message” in het patroon “message someone” wanneer je iemand via een bericht informeert.
other “Other” verwijst in “the other person” naar de persoon die niet de spreker is en die op de hoogte moet worden gebracht. Het staat vóór “person” en onderscheidt die persoon van de gesprekspartner. Je gebruikt “the other” om naar de andere van twee relevante personen of opties te verwijzen.
person “Person” betekent hier de individuele persoon aan wie de spreker een bericht wil sturen. Het staat in de woordgroep “the other person”. Je gebruikt “person” wanneer je naar één afzonderlijk mens verwijst.
and “And” verbindt in “message the other person and explain the delay” twee handelingen van dezelfde spreker. De verbonden handelingen zijn iemand berichten en de vertraging uitleggen. Je gebruikt “and” om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of handelingen te verbinden.
delay “Delay” betekent hier de vertraging waardoor de spreker later komt dan bedoeld. In “explain the delay” is het datgene wat aan de andere persoon wordt uitgelegd. Je gebruikt “explain the delay” wanneer je de reden of situatie achter een vertraging toelicht.
That “That” verwijst in “That should help” naar de zojuist genoemde actie: een bericht sturen en de vertraging uitleggen. Het maakt die volledige actie tot onderwerp van de volgende beoordeling. Je gebruikt “that” om naar iets eerder genoemde te verwijzen.
should “Should” geeft hier aan dat het bericht naar verwachting zal helpen. Het drukt een waarschijnlijke uitkomst uit, geen absolute zekerheid. Je gebruikt “should” in patronen zoals “That should help” om een verwachte werking of resultaat te benoemen.
help “Help” betekent hier het voor de andere persoon gemakkelijker maken om iets te begrijpen. In “help them understand” wordt het gevolgd door de persoon die hulp krijgt en door wat die persoon begrijpt. Je gebruikt het patroon “help someone understand” om ondersteuning bij begrip te beschrijven.
them “Them” verwijst naar de andere persoon of personen die het bericht zullen ontvangen. In “help them understand” is het de groep die geholpen wordt. Je gebruikt “them” na een werkwoord wanneer die personen het doel van de handeling zijn.
understand “Understand” betekent hier de reden van de vertraging begrijpen. Het staat na “help them” in “help them understand why you are running late”. Je gebruikt “help someone understand” wanneer iemand geholpen wordt om de betekenis of reden van iets te doorzien.
why “Why” introduceert in “why you are running late” de reden die de andere persoon moet begrijpen. Het leidt een bijzin in die uitlegt om welke reden iemand te laat is. Je gebruikt “why” om naar een oorzaak of reden te vragen of die uit te leggen.
running In “running late” betekent “running” dat iemand op dit moment te laat dreigt te komen of te laat is volgens de planning. De betekenis ontstaat samen met “late”. Je gebruikt “running late” om iemand te beschrijven die niet op de verwachte tijd zal aankomen.
late “Late” betekent in “running late” dat iemand na de verwachte tijd komt. Samen met “running” beschrijft het een vertraging van de persoon, niet alleen een laat tijdstip. Je gebruikt “running late” wanneer je iemand informeert dat je later aankomt dan afgesproken.

Grammatica

seem + adjective / phrase

It seems a long way off.

it siemz uh long wee off

Het lijkt nog ver weg.

Na seem volgt vaak een bijvoeglijk naamwoord of een vaste uitdrukking. Bij it krijgt seem de vorm seems.

keep + object + noun

Keep your place.

kiep jor plees

Behoud je plek.

Keep kan met een object een opdracht uitdrukken: behoud je positie met keep your place.

Engels woordenschat

a long way off uitdrukking
uh long wee off nog ver weg; nog lang niet
decide werkwoord
disaid beslissen
explain werkwoord
iksplein uitleggen
moving werkwoord
moeving in beweging; opschuivend
queue zelfstandig naamwoord
kjoe rij
request zelfstandig naamwoord
rikwèst verzoek requests
seem werkwoord
siem lijken seems
somewhere else uitdrukking
samweer els ergens anders
stay werkwoord
stee blijven
steady pace uitdrukking
stedi pees vast tempo
turn zelfstandig naamwoord
têrn beurt

My turn

uneven bijvoeglijk naamwoord
un-ie-vuhn onregelmatig

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rij

Antwoord tonenqueue

uitleggen

Antwoord tonenexplain

beslissen

Antwoord tonendecide

in beweging; opschuivend

Antwoord tonenmoving