Reistassen controleren voor vertrek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before leaving for a trip, two adults check travel bags for journey items, chargers, snacks, water, and extra space..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Reistassen controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Our travel bags need a final check before we go.

aur trèvel bègs niid e fainel tsjek bifoor wie gou Onze reistassen moeten nog een laatste controle krijgen voordat we vertrekken.
B

Start with the items you need during the journey.

start widh dhi aitems joe niid djoering dhe djurnie Begin met de spullen die je tijdens de reis nodig hebt.
A

I have my keys, medicine, and a warm layer.

ai hev mai kiez, medisin, end e woorm lejer Ik heb mijn sleutels, medicijnen en een warme extra laag kleding bij me.
B

Are snacks and water easy to reach?

ar sneks end wóter iezie te rietsj Kun je makkelijk bij de snacks en het water?
A

They are in the side pocket.

dhei ar in dhe said poket Ze zitten in het zijvak.
B

What about chargers and small comfort items?

wot ebaut tsjardzjers end smol kamfert aitems En de opladers en kleine spullen voor comfort?
A

I packed them together so they are easy to find.

ai pekt dhem tegedher sou dhei ar iezie te faind Ik heb ze bij elkaar ingepakt, zodat je ze makkelijk kunt vinden.
B

That should make the trip calmer if plans change.

dhet sjoed meik dhe trip kaamer if plenz tsjeindzj Dat zou de reis rustiger moeten maken als de plannen veranderen.
A

I also left extra space for anything we pick up.

ai ólsou left ekstra speis fer eniesing wie pik ap Ik heb ook extra ruimte vrijgelaten voor alles wat we nog meenemen.
B

Then we should be able to leave without repacking at the station.

dhen wie sjoed bie ee-bel te liiv widhhaut riepeking et dhe steesjun Dan zouden we zonder opnieuw inpakken op het station moeten kunnen vertrekken.

Woord voor woord

Our Our geeft aan dat de reistassen van de spreker en minstens één andere persoon zijn. In Our travel bags staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik Our om gezamenlijk bezit aan te geven.
travel Travel beschrijft hier dat de bags voor een reis zijn. In travel bags staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Het patroon travel + zelfstandig naamwoord benoemt iets dat met reizen te maken heeft.
bags Bags betekent hier reistassen waarin spullen worden meegenomen. Het is het meervoud van bag en staat in travel bags. Dit woord gebruik je wanneer je meerdere tassen voor bagage bedoelt.
need Need betekent hier dat de reistassen een laatste controle nodig hebben. In Our travel bags need a final check staat need vóór datgene wat nodig is. Gebruik need + zelfstandig naamwoord wanneer iets een handeling of voorziening vereist.
a A verwijst hier naar één nog niet nader bepaalde controle: a final check. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord check. Gebruik a vóór één telbaar ding dat niet als specifiek bekend wordt voorgesteld.
final Final betekent hier laatste: na deze controle is er geen geplande controle meer vóór vertrek. In a final check staat het vóór check. Gebruik final vóór een zelfstandig naamwoord om het laatste onderdeel van een reeks aan te geven.
check Check betekent hier een controle of inspectie van de reistassen. In a final check is het een zelfstandig naamwoord na a. Je gebruikt check voor een handeling waarbij je nagaat of alles in orde is.
before Before geeft aan dat de controle eerder plaatsvindt dan het vertrek. In before we go leidt het een volledige bijzin in. Gebruik before + gebeurtenis of before + bijzin om een eerdere tijd aan te geven.
we We verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In we go is het het onderwerp van go. Gebruik we als meerdere personen, waaronder de spreker, samen handelen.
go Go betekent hier vertrekken of op reis gaan. In before we go verwijst het naar het geplande vertrek. Gebruik go na een onderwerp om beweging of vertrek uit te drukken.
Start Start is hier een aansporing om ergens mee te beginnen. In Start with the items you need geeft het aan waarmee de controle moet beginnen. Gebruik Start with + iets wanneer je het eerste onderdeel van een taak aanwijst.
with With geeft hier het beginpunt van de controle aan: de items you need. In Start with the items you need staat het na Start en vóór het eerste onderdeel. Gebruik start with + zelfstandig naamwoord om aan te geven waarmee je begint.
the The verwijst hier naar specifieke items, namelijk de spullen die de aangesproken persoon tijdens de reis nodig heeft. In the items you need wordt die specificatie direct door you need gegeven. Gebruik the wanneer duidelijk is welke dingen bedoeld zijn.
items Items betekent hier de afzonderlijke spullen die tijdens de reis nodig zijn. In the items you need wordt het nader bepaald door you need. Het meervoud items past bij een verzameling verschillende reisbenodigdheden.
you You verwijst naar de persoon tegen wie B spreekt. In you need is het het onderwerp van need. Gebruik you om de aangesproken persoon of personen aan te duiden.
during During betekent hier gedurende de periode van de reis. In during the journey staat het vóór de gebeurtenis of periode waarbinnen iets nodig is. Gebruik during + gebeurtenis of periode om aan te geven wanneer iets binnen die tijd plaatsvindt.
journey Journey betekent hier de concrete reis die de twee personen gaan maken. In the journey verwijst the naar die specifieke reis. Gebruik journey voor een verplaatsing van de ene plaats naar de andere.
I I verwijst naar de spreker zelf. In I have is het het onderwerp van have en wordt het altijd met een hoofdletter geschreven. Gebruik I wanneer je over jezelf spreekt.
have Have betekent hier dat de spreker de genoemde spullen bij zich heeft. In I have my keys, medicine, and a warm layer staat have vóór de opgesomde voorwerpen. Gebruik have + voorwerp om bezit of het bij zich hebben van iets uit te drukken.
my My geeft aan dat de keys van de spreker zijn. In my keys staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik my + zelfstandig naamwoord om bezit door de spreker aan te geven.
keys Keys betekent hier voorwerpen waarmee sloten worden geopend en die de spreker meeneemt. Het is het meervoud van key en staat in my keys. Dit woord past in een opsomming van persoonlijke spullen.
medicine Medicine betekent hier medicatie die de spreker tijdens de reis bij zich heeft. Het staat in de opsomming I have my keys, medicine, and a warm layer. Gebruik medicine voor een geneesmiddel of behandeling die iemand nodig kan hebben.
and And verbindt hier medicine met a warm layer binnen dezelfde opsomming. Het voegt het volgende item toe zonder tegenstelling aan te geven. Gebruik and om gelijkwaardige woorden, woordgroepen of ideeën te verbinden.
warm Warm betekent hier dat de laag warmte geeft. In a warm layer staat het vóór layer en beschrijft het die kledinglaag. Gebruik warm vóór een kledingwoord wanneer je bescherming tegen kou bedoelt.
layer Layer betekent hier een extra stuk kleding dat als laag wordt gedragen. In a warm layer wordt het nader beschreven door warm. Je gebruikt layer voor één kledinglaag binnen een combinatie van kledingstukken.
Are Are begint hier een vraag over de bereikbaarheid van snacks and water. In Are snacks and water easy to reach? staat Are vóór het meervoudige onderwerp. Gebruik Are aan het begin van een ja-neevraag over een toestand of eigenschap.
snacks Snacks betekent hier kleine hoeveelheden eten voor onderweg. Het staat samen met water in Are snacks and water easy to reach? en is het meervoud van snack. Gebruik snacks voor eten dat je tussen maaltijden door of tijdens een reis eet.
water Water betekent hier drinkwater dat in de tas zit. In snacks and water is het een van de dingen die gemakkelijk bereikbaar moeten zijn. Gebruik water voor de vloeistof die iemand kan drinken.
easy Easy geeft hier aan dat weinig moeite nodig is om iets te bereiken. In easy to reach vormt het samen met to reach de betekenis dat je er gemakkelijk bij kunt. Gebruik easy + to + werkwoord om te zeggen dat een handeling weinig moeite kost.
to To maakt hier deel uit van de constructie easy to reach. Het leidt het werkwoord reach in dat uitlegt welke handeling gemakkelijk is. Gebruik adjective + to + werkwoord om een eigenschap met een handeling te verbinden.
reach Reach betekent hier toegang krijgen tot de snacks en het water. In easy to reach beschrijft het de handeling die gemakkelijk moet zijn. Gebruik reach + voorwerp wanneer je bedoelt dat je iets kunt bereiken of pakken.
They They verwijst hier terug naar snacks and water. In They are in the side pocket is het het meervoudige onderwerp. Gebruik They om naar meerdere eerder genoemde personen of dingen te verwijzen.
in In geeft hier aan dat de snacks en het water zich binnen de side pocket bevinden. In in the side pocket staat het vóór de plaats. Gebruik in + plaats of houder wanneer iets zich daarin bevindt.
side Side geeft hier aan dat het pocket aan de zijkant van de tas zit. In side pocket staat het vóór pocket en bepaalt het om welk soort vak het gaat. Gebruik side vóór een zelfstandig naamwoord om een positie aan de zijkant aan te geven.
pocket Pocket betekent hier een klein vak in de tas. In the side pocket wordt het door side en the nader bepaald. Gebruik pocket voor een afzonderlijke opbergruimte in bijvoorbeeld een tas.
What What opent hier de vraag What about chargers and small comfort items? waarmee B naar een ander onderwerp vraagt. Het introduceert dus het onderwerp waarover informatie of aandacht wordt gevraagd. Gebruik What about + onderwerp om te vragen hoe het met een ander punt zit.
about About betekent in What about chargers and small comfort items? ongeveer ‘wat betreft’. Samen met What brengt het een nieuw onderwerp ter sprake. Gebruik What about + zelfstandig naamwoord om naar een nog niet besproken item of kwestie te vragen.
chargers Chargers betekent hier apparaten waarmee batterijen, bijvoorbeeld van elektronische apparaten, worden opgeladen. Het is het meervoud van charger en staat naast small comfort items. Gebruik chargers in een opsomming van elektronische reisbenodigdheden.
small Small betekent hier dat de comfort items niet groot zijn. In small comfort items staat het vóór comfort items en beschrijft het hun formaat. Gebruik small vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een beperkte grootte bedoelt.
comfort Comfort geeft hier aan dat de items bedoeld zijn om het reizen aangenamer te maken. In comfort items beschrijft het het doel van de items. Gebruik comfort vóór items wanneer je spullen voor gemak of welbevinden bedoelt.
packed Packed betekent hier dat de spreker de opladers en comfortspullen heeft ingepakt. Het is de verleden vorm van pack en staat in I packed them together. Gebruik packed + voorwerp om te vertellen dat iets in een tas of andere verpakking is gedaan.
them Them verwijst hier naar chargers and small comfort items. In I packed them together staat het als het voorwerp van packed. Gebruik them om naar meerdere al genoemde dingen te verwijzen na een werkwoord.
together Together geeft hier aan dat de spullen bij elkaar zijn ingepakt en dus in dezelfde groep of plaats zitten. In packed them together staat het na het voorwerp. Gebruik werkwoord + together wanneer meerdere dingen gezamenlijk worden geplaatst of behandeld.
so So leidt hier het doel of gewenste gevolg van het samen inpakken in: they are easy to find. Het verbindt de handeling met het resultaat dat de spullen gemakkelijk te vinden zijn. Gebruik so + bijzin om een bedoeld gevolg of doel uit te drukken.
find Find betekent hier lokaliseren of terugvinden van de ingepakte spullen. In easy to find gaat het om het snel kunnen lokaliseren van they. Gebruik find + voorwerp wanneer je zegt dat je iets lokaliseert of terugvindt.
That That verwijst hier naar de voorafgaande keuze om de spullen samen in te pakken. In That should make the trip calmer is het die hele voorafgaande handeling die als oorzaak wordt genoemd. Gebruik That aan het begin van een zin om naar een eerder genoemd idee of resultaat te verwijzen.
should Should drukt hier een verwachte of waarschijnlijke uitkomst uit: de reis zal daardoor rustiger verlopen. In should make staat het vóór de basisvorm make. Gebruik should + werkwoord wanneer je een verwachting of waarschijnlijke uitkomst beschrijft.
make Make betekent hier ervoor zorgen dat the trip calmer wordt. In should make the trip calmer staat make vóór het voorwerp en de daaropvolgende beschrijving. Gebruik make + voorwerp + bijvoeglijk naamwoord om een verandering in toestand of effect te beschrijven.
trip Trip betekent hier de reis die de twee personen gaan maken. In the trip verwijst het naar hun concrete reis en niet naar reizen in het algemeen. Gebruik trip voor een afzonderlijke reis van begin tot einde.
calmer Calmer betekent hier rustiger en minder stressvol. Het is de vergelijkende vorm van calm en beschrijft het verwachte effect op the trip. Gebruik make + voorwerp + calmer wanneer een handeling iets rustiger maakt.
if If leidt hier de voorwaarde in dat de plannen veranderen. In if plans change beschrijft het een mogelijke situatie waarin de voorbereiding nuttig blijft. Gebruik if + bijzin om een voorwaarde of mogelijke situatie aan te geven.
plans Plans betekent hier de afspraken of regelingen voor de reis. In plans change is plans het onderwerp van change en is het meervoud van plan. Gebruik plans voor de voorgenomen organisatie van een activiteit of reis.
change Change betekent hier anders worden dan eerst gepland. In if plans change gaat het om gewijzigde reisplannen. Gebruik change met een onderwerp om aan te geven dat dat onderwerp anders wordt.
also Also voegt hier een extra voorbereiding toe naast de eerder genoemde ingepakte spullen. In I also left extra space staat het vóór left. Gebruik also om aanvullende informatie over dezelfde persoon of handeling te geven.
left Left betekent hier vrijgelaten of niet opgevuld: de spreker heeft extra ruimte beschikbaar gehouden. Het is hier de verleden vorm van leave, in de betekenis ruimte vrijlaten, en staat in left extra space. Gebruik leave + ruimte wanneer je ruimte voor later beschikbaar houdt.
extra Extra betekent hier aanvullend boven op de al gebruikte ruimte. In extra space beschrijft het hoeveel ruimte bewust beschikbaar is gehouden. Gebruik extra vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een aanvullende hoeveelheid of mogelijkheid bedoelt.
space Space betekent hier vrije ruimte in de tas. In left extra space for anything wordt die ruimte gereserveerd voor later opgehaalde spullen. Gebruik space for + iets wanneer je aangeeft waarvoor vrije ruimte bedoeld is.
for For geeft hier het doel van de vrije ruimte aan: die is bedoeld voor anything we pick up. In space for anything staat het vóór datgene waarvoor de ruimte wordt bewaard. Gebruik space for + zelfstandig naamwoord of woordgroep om een bestemming van ruimte aan te geven.
anything Anything betekent hier om het even welk voorwerp dat de twee personen later meenemen of aanschaffen. In anything we pick up verwijst het naar een nog onbekend item. Gebruik anything wanneer het precieze ding niet bekend of niet belangrijk is.
pick In pick up betekent pick samen met up iets ophalen of meenemen. In we pick up hoort het dus bij de volledige woordcombinatie pick up, niet alleen bij de betekenis ‘kiezen’. Gebruik pick up + voorwerp wanneer je zegt dat je iets ophaalt of meeneemt.
up Up is hier het vaste deel van pick up en draagt samen met pick de betekenis ‘ophalen’ of ‘meenemen’. In we pick up staat het direct na pick. Gebruik pick up + voorwerp voor iets dat je ergens ophaalt of onderweg meeneemt.
Then Then geeft hier een gevolgtrekking aan op basis van de extra vrije ruimte. In Then we should be able to leave volgt de verwachte mogelijkheid op de eerdere voorbereiding. Gebruik Then aan het begin van een zin om een gevolg of volgende stap aan te geven.
be Be vormt hier samen met able to de constructie voor ‘in staat zijn om’. In should be able to leave staat be na should in de basisvorm. Gebruik be able to + werkwoord om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
able Able betekent hier dat de twee personen de mogelijkheid hebben om te vertrekken. In be able to leave vormt het samen met be en to een vaste constructie. Gebruik be able to + werkwoord wanneer iemand iets kan doen.
leave Leave betekent hier vertrekken van de plaats waar de reis begint. In be able to leave without repacking beschrijft het de handeling die mogelijk moet zijn. Gebruik leave wanneer iemand een plaats verlaat of vertrekt.
without Without betekent hier dat het opnieuw inpakken niet nodig is. In leave without repacking staat het vóór de handeling die wordt vermeden. Gebruik without + -ing-vorm om te zeggen dat iemand iets doet zonder een andere handeling te verrichten.
repacking Repacking betekent hier opnieuw inpakken van de reistassen. Het is de -ing-vorm van repack en staat na without. Gebruik without + repacking wanneer je het vertrek beschrijft zonder de tassen opnieuw in te pakken.
at At geeft hier de plaats aan waar de twee personen kunnen vertrekken: the station. In at the station staat het vóór een specifieke locatie. Gebruik at + plaats voor een punt of locatie waar iemand zich bevindt of iets gebeurt.
station Station betekent hier de plaats waar de twee personen hun reis kunnen voortzetten of vertrekken. In at the station wordt het als concrete locatie gebruikt. Gebruik station voor een vertrek- of aankomstplaats van openbaar vervoer.

Grammatica

be easy to + infinitive

The side pocket is easy to reach.

dhe said poket iz iezie te rietsj

Het zijvak is makkelijk te bereiken.

Na easy to volgt een werkwoord in de infinitief: easy to reach, niet easy to reaching.

gerund als onderwerp: verb-ing + werkwoord

Repacking gives us extra space.

riepeking givz es ekstra speis

Opnieuw inpakken geeft ons extra ruimte.

Repacking is hier een activiteit en staat als onderwerp vooraan; daarom krijgt het de vorm op -ing.

Engels woordenschat

charger zelfstandig naamwoord
tsjardzjur oplader chargers
comfort item zelfstandig naamwoord
kamfert aitem comfortartikel comfort items
easy to reach uitdrukking
iezie te rietsj makkelijk te bereiken
final check uitdrukking
fainel tsjek laatste controle
journey zelfstandig naamwoord
djurnie reis
key zelfstandig naamwoord
kie sleutel keys
layer zelfstandig naamwoord
lejer laag kleding
medicine zelfstandig naamwoord
medisin medicijn
side pocket uitdrukking
said poket zijvak
snack zelfstandig naamwoord
snek snack snacks
travel bag zelfstandig naamwoord
trèvel bèg reistas travel bags
warm bijvoeglijk naamwoord
woorm warm

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ze zitten in het zijvak.

Antwoord tonenThey are in the side pocket.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

reis

Antwoord tonenjourney

medicijn

Antwoord tonenmedicine

snack

Antwoord tonensnacks

warm

Antwoord tonenwarm