We
“We” verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon, in dit gesprek de collega. Gebruik “We” als onderwerp wanneer je over jezelf en anderen samen spreekt, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “We need more time.”
should
“should” drukt hier een aanbeveling uit: het is verstandig om iets te doen. Het staat vóór de werkwoordsvorm “check”; gebruik dit patroon om een advies te geven, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “You should call them.”
check
“check” betekent hier iets controleren of testen om te zien of het in orde is. In “check the presentation equipment” staat het vóór het gecontroleerde voorwerp; gebruik hetzelfde patroon met een ander object in een nieuw voorbeeld, zoals “check the connection.”
the
“the” verwijst in “the presentation equipment” naar specifieke apparatuur die voor deze presentatie bedoeld is. Gebruik “the” wanneer de luisteraar weet over welk bepaald voorwerp of welke groep het gaat.
presentation
“presentation” verwijst hier naar de presentatie waarvoor de apparatuur wordt gecontroleerd. Het staat vóór “equipment” en beschrijft welk soort apparatuur bedoeld is; gebruik zo’n combinatie ook met andere presentatieonderdelen.
equipment
“equipment” betekent hier de apparaten en hulpmiddelen voor de presentatie, zoals de projector en microfoon. Het woord kan in deze betekenis naar de verzameling apparatuur verwijzen; in “the presentation equipment” staat het na de beschrijving van het doel.
before
“before” geeft aan dat de controle eerder moet plaatsvinden dan de aankomst van de klanten. In “before the clients arrive” wordt het gevolgd door een volledige gebeurtenis; gebruik dit patroon om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
clients
“clients” zijn hier de klanten die naar de vergadering komen. De vorm “clients” verwijst naar meer dan één klant; gebruik het als onderwerp of object wanneer je over zakelijke klanten spreekt.
arrive
“arrive” betekent hier op de vergaderlocatie aankomen. In “the clients arrive” staat het na het onderwerp en na “before”; gebruik “arrive” voor het moment waarop iemand op een plaats komt.
I
“I” verwijst naar de spreker zelf, die de laptop kan aansluiten. “I” staat in het Engels als onderwerp vóór het werkwoord; gebruik het wanneer je over je eigen handeling of mogelijkheid spreekt.
can
“can” drukt hier uit dat de spreker iets kan doen of daartoe in staat is. Het staat vóór de werkwoordsvorm “connect”; gebruik “can” met een werkwoord zonder extra “to”, bijvoorbeeld in een nieuw voorbeeld: “I can help.”
connect
“connect” betekent hier de laptop met de projector verbinden. In “connect the laptop to the projector” staat het voorwerp na het werkwoord en wordt het verbindingspunt met “to” genoemd; dit patroon is bruikbaar voor apparaten.
laptop
“laptop” betekent hier de draagbare computer die met de projector verbonden wordt. In “connect the laptop to the projector” is het het voorwerp van “connect”; gebruik het woord voor een draagbare computer.
to
“to” geeft in “to the projector” aan met welk apparaat de laptop verbonden wordt. Gebruik het patroon “connect [iets] to [een apparaat]” wanneer je een verbinding tussen twee apparaten beschrijft.
projector
“projector” is hier het apparaat waarop het beeld van de laptop wordt weergegeven. In “the projector” staat het na “to” als het apparaat waarmee de laptop verbonden wordt.
first
“first” betekent hier dat het aansluiten de eerste stap is. Het staat aan het einde van “connect the laptop to the projector first”; gebruik het om de volgorde van handelingen aan te geven.
image
“image” verwijst hier naar het beeld dat op het scherm of via de projector zichtbaar wordt. In “The image is showing” is het onderwerp van de zin; gebruik het voor een zichtbaar beeld in een presentatie of op een scherm.
is
“is” vormt hier samen met “showing” de mededeling dat het beeld op dit moment zichtbaar is. “Is” is een vorm van “be” en staat vóór een vorm op “-ing” in deze beschrijving van een lopende toestand.
showing
“showing” betekent hier dat het beeld wordt weergegeven en zichtbaar is. Het is de vorm van “show” die na “is” staat in “is showing”; gebruik “is showing” om te melden wat er op een scherm verschijnt.
but
“but” introduceert hier een tegenstelling: het beeld is zichtbaar, maar niet helemaal goed weergegeven. Gebruik “but” om twee mededelingen met een tegengesteld of beperkend vervolg te verbinden.
it
“it” verwijst hier terug naar “the image”. Het is het onderwerp van “looks a little stretched”; gebruik “it” om een eerder genoemd enkel voorwerp opnieuw te noemen.
looks
“looks” betekent hier dat iets er op een bepaalde manier uitziet of lijkt. De vorm “looks” hoort bij “it” en is de vorm van “look” in deze zin; gebruik “it looks ...” om een visuele indruk te beschrijven.
a
“a” introduceert in “a little” een kleine hoeveelheid of graad. In deze uitdrukking hoort het bij “little”; gebruik “a little” om iets in beperkte mate aan te duiden.
little
“little” betekent hier in kleine mate: het beeld is slechts enigszins vervormd. Samen met “a” vormt het “a little”; gebruik deze combinatie vóór een bijvoeglijke beschrijving, zoals in “a little different” in een nieuw voorbeeld.
stretched
“stretched” beschrijft hier dat het beeld te breed of te lang lijkt uitgerekt. De vorm hangt samen met “looks” in “looks a little stretched”; gebruik dit woord wanneer een beeld of vorm niet de juiste verhoudingen heeft.
adjust
“adjust” betekent hier de instellingen veranderen om de weergave te verbeteren. In “adjust the display settings” staat het vóór het object dat je verandert; gebruik hetzelfde patroon wanneer je een instelling nauwkeurig bijstelt.
display
“display” verwijst hier naar de beeldweergave op het scherm. In “the display settings” beschrijft het woord welk soort instellingen bedoeld zijn; gebruik het in combinaties over scherm- of beeldweergave.
settings
“settings” zijn hier de instelbare opties voor de beeldweergave. De vorm “settings” verwijst naar meerdere opties en staat in “the display settings” na de beschrijving van het scherm.
and
“and” verbindt hier twee handelingen: de instellingen aanpassen en de dia’s opnieuw testen. Gebruik “and” om gelijkwaardige handelingen of onderdelen in één zin te verbinden.
test
“test” betekent hier controleren of de dia’s goed werken nadat de instellingen zijn aangepast. In “test the slides again” staat het vóór het gecontroleerde object; gebruik dit patroon voor een nieuwe controle van iets.
slides
“slides” zijn hier de afzonderlijke pagina’s van de presentatie. De vorm “slides” verwijst naar meerdere dia’s en is het object van “test”; gebruik het voor de pagina’s die samen een presentatie vormen.
again
“again” betekent hier nog een keer, na de aanpassing van de instellingen. Het staat aan het einde van “test the slides again”; gebruik het om een herhaalde handeling aan te geven.
Could
“Could” maakt hier een beleefd verzoek: de collega wordt gevraagd het microfoonvolume te controleren. In “Could you also check ...?” staat het vóór het onderwerp; gebruik dit patroon voor een beleefde vraag om hulp.
you
“you” verwijst naar de collega die wordt aangesproken. In “Could you also check ...?” staat het als onderwerp na het modale werkwoord; gebruik “you” voor één of meer aangesproken personen.
also
“also” betekent hier bovendien of ook: naast de eerdere controles moet de collega het microfoonvolume controleren. Het staat vóór “check”; gebruik het om een extra handeling aan een verzoek of mededeling toe te voegen.
microphone
“microphone” is hier het apparaat waarmee het geluid van de spreker wordt opgenomen of versterkt. In “the microphone volume” beschrijft het woord welk volume bedoeld is; gebruik het voor het geluidsapparaat zelf.
volume
“volume” betekent hier de luidheid van het geluid uit de microfoon. In “check the microphone volume” is het wat gecontroleerd moet worden; gebruik het woord bij instellingen of veranderingen van geluidssterkte.
sounds
“sounds” betekent hier dat het geluid helder overkomt wanneer je ernaar luistert. De vorm “sounds” hoort bij “it” en komt van “sound”; gebruik “it sounds ...” om een auditieve indruk te geven.
clear
“clear” betekent hier goed verstaanbaar en zonder storingen. In “sounds clear” beschrijft het hoe het geluid klinkt; gebruik deze combinatie om de kwaliteit van gesproken of afgespeeld geluid te beoordelen.
back
“back” betekent hier achteraan, bij het achterste deel van de ruimte. In “the back row” beschrijft het woord welke rij bedoeld is; gebruik zulke combinaties om een positie aan de achterkant aan te geven.
row
“row” betekent hier een rij zitplaatsen in de vergaderruimte. In “the back row” wordt de rij met “back” gelokaliseerd; gebruik “row” wanneer mensen of stoelen in een lijn geplaatst zijn.
may
“may” drukt hier een mogelijkheid uit: het is mogelijk dat de achterste rij meer volume nodig heeft. Het staat vóór “need”; gebruik “may” wanneer je een mogelijkheid voorzichtig formuleert.
need
“need” betekent hier nodig hebben. In “the back row may need more volume” is de achterste rij datgene waarvoor extra volume nodig kan zijn; gebruik “need” met het benodigde object of de benodigde hoeveelheid.
more
“more” betekent hier een grotere hoeveelheid volume dan nu beschikbaar is. Het staat vóór “volume”; gebruik “more” om een grotere hoeveelheid van iets aan te geven.
brought
“brought” betekent hier dat de spreker de dia’s naar deze plaats heeft meegenomen. Het is de verleden vorm van “bring” en staat in “I brought the slides ...”; gebruik “bring” in een nieuw voorbeeld wanneer je zegt dat je iets meeneemt naar een plaats.
on
“on” geeft in “on a backup drive” aan waarop de dia’s zijn opgeslagen of meegenomen. Gebruik het patroon “on a drive” wanneer je bestanden koppelt aan een opslagmedium.
backup
“backup” betekent hier reserve-, bedoeld als extra kopie voor het geval de gewone opslag niet beschikbaar is. In “a backup drive” beschrijft het woord het doel van de drive; gebruik het vóór een opslagmedium voor een reserveoplossing.
drive
“drive” verwijst hier naar een opslagapparaat waarop de dia’s staan. In “a backup drive” is het het concrete medium voor de reservekopie; gebruik het voor een apparaat waarop digitale bestanden worden bewaard.
Let's
“Let's” is de verkorte vorm van “let us” en doet hier een voorstel om samen iets te doen. In “Let's do a quick rehearsal” staat het aan het begin van het voorstel; gebruik dit patroon om gezamenlijk een activiteit voor te stellen.
do
“do” betekent hier uitvoeren of houden, namelijk een repetitie doen. In “do a quick rehearsal” staat het vóór de activiteit; gebruik dit patroon voor activiteiten die je samen uitvoert.
quick
“quick” betekent hier kort en snel, zodat de repetitie weinig tijd kost. Het staat vóór “rehearsal” en beschrijft de duur of het tempo van die activiteit.
rehearsal
“rehearsal” betekent hier een oefening vóór de echte presentatie. In “do a quick rehearsal with the opening slide” verwijst het naar het samen oefenen van het begin; gebruik het voor een voorbereidende oefensessie.
with
“with” geeft hier aan welk onderdeel tijdens de repetitie wordt gebruikt: de openingsdia. In “rehearsal with the opening slide” volgt na “with” het materiaal of onderdeel waarmee je oefent.
opening
“opening” verwijst hier naar het begin van de presentatie. In “the opening slide” beschrijft het de dia die aan het begin wordt gebruikt; gebruik het vóór een onderdeel dat de presentatie opent.
slide
“slide” betekent hier één afzonderlijke presentatiepagina. In “the opening slide” verwijst de enkelvoudige vorm naar de specifieke eerste dia; gebruik “slide” voor één pagina van een presentatie.
worked
“worked” betekent hier dat de openingsdia correct functioneerde tijdens de test. Het is de verleden vorm van “work” en beschrijft in “The opening slide worked” een geslaagde eerdere werking.
so
“so” introduceert hier het gevolg van het feit dat de openingsdia werkte: alles lijkt klaar. Gebruik “so” om een resultaat of conclusie aan de voorafgaande mededeling te koppelen.
everything
“everything” verwijst hier naar alle gecontroleerde apparatuur en voorbereidingen samen. Het vat de relevante onderdelen van de technische controle samen; gebruik het om naar alle zaken binnen een bepaalde situatie te verwijzen.
seems
“seems” betekent hier dat iets de indruk geeft klaar te zijn, zonder dat absolute zekerheid wordt uitgesproken. De vorm “seems” hoort bij “everything” en komt van “seem”; gebruik “seems ready” om een voorzichtige beoordeling te geven.
ready
“ready” betekent hier voorbereid en klaar om voor de vergadering gebruikt te worden. In “seems ready” beschrijft het de toestand van “everything”; gebruik “ready” wanneer een persoon, voorwerp of activiteit voorbereid is.
now
“now” betekent hier op dit moment, na de uitgevoerde controles. Het staat aan het einde van de zin en markeert de huidige toestand; gebruik het om een verandering tot het heden te verbinden.
This
“This” verwijst hier naar de technische controle die zojuist is uitgevoerd. Het staat vóór “tech check” en wijst naar iets specifieks in de huidige situatie; gebruik “This” om naar een nabij of zojuist genoemd onderwerp te verwijzen.
tech
“tech” is hier een informele verkorting die verwijst naar de technische apparatuur en controle voor de presentatie. In “tech check” beschrijft het soort controle; gebruik deze combinatie in een werksituatie rond technische voorbereiding.
gives
“gives” betekent hier dat de controle voor de twee collega’s een zorg minder oplevert. De vorm “gives” hoort bij “This tech check” en komt van “give”; gebruik het patroon “something gives us ...” wanneer iets een effect voor iemand heeft.
us
“us” verwijst hier naar de spreker en de andere collega, voor wie de controle een zorg wegneemt. Het staat na “gives” als de ontvangers van dat effect; gebruik “us” wanneer jij en anderen door iets worden beïnvloed.
one
“one” betekent hier één enkel item of aandachtspunt. In “one less thing” maakt het duidelijk dat het aantal zorgen met één afneemt; gebruik “one” om precies één exemplaar of eenheid aan te geven.
less
“less” betekent hier een kleinere hoeveelheid of een lager aantal zorgen. In “one less thing to worry about” geeft het aan dat er één zorg minder overblijft; gebruik de combinatie “one less thing” voor een taak of probleem dat wegvalt.
thing
“thing” verwijst hier algemeen naar een taak of kwestie waarover men zich zorgen kan maken. In “one less thing to worry about” blijft het bewust onbepaald; gebruik deze uitdrukking wanneer je een extra zorg of taak niet verder wilt specificeren.
worry
“worry” betekent hier je zorgen maken over een mogelijke moeilijkheid. In “to worry about” hoort het bij “thing” en noemt het de zorgactiviteit; gebruik het patroon “worry about [onderwerp]” wanneer je bezorgd bent over iets.
about
“about” geeft in “worry about” aan waar de zorg betrekking op heeft. Het staat na “worry” en koppelt de bezorgdheid aan een onderwerp; gebruik de vaste combinatie “worry about something”.