Presentatieapparatuur controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before clients arrive for a meeting, two coworkers test the projector, microphone, slides, and backup drive..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Presentatieapparatuur controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

We should check the presentation equipment before the clients arrive.

Wie sjoed tjek dhuh prezen-teesjun i-kwip-ment bi-foor dhuh klai-ents uh-raiv. We moeten de presentatieapparatuur controleren voordat de klanten aankomen.
B

I can connect the laptop to the projector first.

Ai ken kuh-nekt dhuh leptop tuh dhuh pro-djek-ter furst. Ik kan de laptop eerst op de projector aansluiten.
A

The image is showing, but it looks a little stretched.

Dhi imidzj iz sjoo-wing, bət it loeks uh lit-təl stretjt. Het beeld wordt weergegeven, maar het lijkt een beetje uitgerekt.
B

I can adjust the display settings and test the slides again.

Ai ken uh-dzjust dhuh dis-plee set-ingz uhnd test dhuh slaidz uh-gen. Ik kan de beeldscherminstellingen aanpassen en de dia's opnieuw testen.
A

Could you also check the microphone volume?

Koed joe ool-soo tjek dhuh mai-kruh-foon vol-joem? Kun je ook het volume van de microfoon controleren?
B

It sounds clear, but the back row may need more volume.

It saundz klir, bət dhuh bek rou mei nied mor vol-joem. Het geluid klinkt helder, maar de achterste rij heeft misschien meer volume nodig.
A

I brought the slides on a backup drive.

Ai brot dhuh slaidz on uh bek-ap draiv. Ik heb de dia's op een reserveopslag meegenomen.
B

Let's do a quick rehearsal with the opening slide.

Lets doe uh kwik ri-hur-suhl widh dhi oup-ning slaid. Laten we de openingsdia kort oefenen.
A

The opening slide worked, so everything seems ready now.

Dhi oup-ning slaid werkt, soe ev-ri-thing siemz redi nau. De openingsdia werkte, dus alles lijkt nu klaar te zijn.
B

This tech check gives us one less thing to worry about.

Dhis tek tjek givz uhss wan les thing tuh wurrie uh-baut. Deze technische controle is één ding minder om ons zorgen over te maken.

Uitleg van de zinnen

  1. We should check the presentation equipment before the clients arrive.

    We moeten de presentatieapparatuur controleren voordat de klanten aankomen.

    We should
    we zouden moeten
    check
    controleren
    presentation equipment
    presentatieapparatuur
    before
    voordat
    clients
    klanten
    arrive
    aankomen
    Uitgebreide uitleg

    We should betekent hier dat de spreker samen met anderen voorstelt of vindt dat zij iets moeten doen. We is de eerste persoon meervoud: de spreker en ten minste één andere persoon. Should is een modaal hulpwerkwoord; daarna komt het werkwoord in de basisvorm: We should check. Het drukt hier een aanbeveling uit, niet een harde zekerheid. Voorbeeld: We should leave now. = We zouden nu moeten vertrekken. check betekent hier controleren of nakijken. De basisvorm is check; na should blijft die vorm onveranderd. In andere zinnen kan dezelfde vorm bijvoorbeeld na to staan: I want to check the list. = Ik wil de lijst controleren. presentation equipment is een woordgroep voor apparatuur die voor een presentatie wordt gebruikt. Presentation beschrijft het soort apparatuur; equipment is het zelfstandige hoofdwoord. In het Engels is equipment doorgaans een ontelbaar zelfstandig naamwoord: zeg some equipment of a piece of equipment, niet normaal gesproken equipments. Voorbeeld: The equipment is ready. = De apparatuur is klaar. before leidt hier een tijdsbepaling in: eerst vindt het controleren plaats, daarna arriveren de klanten. Voor een toekomstige gebeurtenis gebruikt het Engels na before vaak de tegenwoordige vorm, niet will: Check the room before the meeting starts. = Controleer de ruimte voordat de vergadering begint. clients betekent hier klanten. De vorm is meervoud; het enkelvoud is client. Het meervoud wordt regelmatig gevormd met -s: one client, two clients. Voorbeeld: The clients are waiting. = De klanten wachten. arrive betekent aankomen. Dit is de basisvorm van het werkwoord. In the clients arrive staat de tegenwoordige vorm; bij een meervoudig onderwerp krijgt het werkwoord hier geen -s. Vergelijk: the client arrives = de klant komt aan, maar the clients arrive = de klanten komen aan. Samen vormen de delen: We should check geeft het voorstel of advies om iets te controleren; the presentation equipment benoemt wat gecontroleerd moet worden; before the clients arrive geeft de tijdsgrens. De volledige betekenis is daarom: we zouden de presentatieapparatuur moeten controleren voordat de klanten aankomen. De zin stelt voor dat de spreker en anderen dit doen; hij zegt niet dat ze het al hebben gecontroleerd.

  2. I can connect the laptop to the projector first.

    Ik kan de laptop eerst op de projector aansluiten.

    I can
    ik kan
    connect
    aansluiten
    laptop
    laptop
    projector
    projector
    first
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    I can betekent hier dat de spreker in staat is of de mogelijkheid heeft om iets te doen. can is een modaal hulpwerkwoord: na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to. Het verandert niet met de persoon: I can, she can, they can. Voorbeeld: She can help. — Zij kan helpen. connect betekent hier een apparaat met iets anders verbinden, dus aansluiten. Het is een regelmatig werkwoord: connect — connected — connected. De herbruikbare constructie is connect A to B: Connect the cable to the screen. — Sluit de kabel op het scherm aan. Het voorzetsel to markeert waarmee het eerste apparaat wordt verbonden. laptop is een zelfstandig naamwoord voor een draagbare computer. In het Engels krijgt een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord meestal een bepaler; daarom staat hier the laptop, omdat het om een specifieke laptop gaat. Voorbeeld: The laptop is on the table. — De laptop staat op tafel. projector is een zelfstandig naamwoord voor een apparaat dat beeld op een scherm of oppervlak projecteert. Ook hier maakt the van projector een specifieke projector: the projector. Voorbeeld: The projector is ready. — De projector is klaar. first geeft aan dat iets als eerste gebeurt of als eerste stap wordt uitgevoerd. Het kan achteraan staan, zoals in deze zin, maar ook eerder: I can first connect the laptop to the projector. — Ik kan eerst de laptop op de projector aansluiten. In de gegeven zin staat first na de twee objecten; het bepaalt de volgorde van de handeling, niet welk apparaat wordt aangesloten. Samen vormt de zin het patroon I can connect A to B first: de spreker zegt dat diegene de laptop op de projector kan aansluiten en dat als eerste kan doen. the laptop is het apparaat dat wordt aangesloten, to the projector geeft het aansluitpunt aan, en first plaatst deze handeling vóór eventuele volgende handelingen. De natuurlijke Nederlandse betekenis is: Ik kan de laptop eerst op de projector aansluiten.

  3. The image is showing, but it looks a little stretched.

    Het beeld wordt weergegeven, maar het lijkt een beetje uitgerekt.

    image
    beeld
    showing
    weergeven
    looks
    lijkt
    a little
    een beetje
    stretched
    uitgerekt
    Uitgebreide uitleg

    image betekent hier ‘beeld’ of ‘afbeelding’: het is het onderwerp van de zin. Het meervoud is images. Voorbeeld: “The image is clear.” — “Het beeld is duidelijk.” showing is de vorm op -ing van show (‘weergeven’ of ‘tonen’). Samen met is vormt het hier de tegenwoordige duurvorm: is showing beschrijft wat het beeld op dit moment doet of weergeeft. De vorm show staat bijvoorbeeld na can: “The projector can show the image.” — “De projector kan het beeld weergeven.” looks komt van look en betekent hier ‘lijkt’ in de betekenis ‘eruitzien’. De uitgang -s staat omdat het onderwerp it is, dat naar het beeld verwijst: it looks. In andere tegenwoordige-zinstypen blijft het werkwoord zonder -s, bijvoorbeeld: “They look tired.” — “Ze zien er moe uit.” Na look kan een bijvoeglijk naamwoord volgen om een indruk te beschrijven, zoals looks stretched. a little verzacht de mate: ‘een beetje’. Het maakt de daaropvolgende beschrijving minder sterk. Voorbeeld: “The text is a little small.” — “De tekst is een beetje klein.” stretched beschrijft hier dat het beeld uitgerekt lijkt, dus niet in de juiste verhoudingen wordt weergegeven. Het is de vorm op -ed van stretch; in deze zin werkt het als beschrijvend woord na looks, niet als een afzonderlijk verleden-tijdwerkwoord. Voorbeeld: “The photo looks stretched.” — “De foto lijkt uitgerekt.” De eerste helft, The image is showing, zegt dat het beeld wordt weergegeven. but verbindt daarna een tegenstelling: ondanks die weergave it looks a little stretched — het beeld lijkt een beetje uitgerekt. Samen betekent de volledige zin: “Het beeld wordt weergegeven, maar het lijkt een beetje uitgerekt.”

  4. I can adjust the display settings and test the slides again.

    Ik kan de beeldscherminstellingen aanpassen en de dia's opnieuw testen.

    I can
    ik kan
    adjust
    aanpassen
    display settings
    beeldscherminstellingen
    test
    testen
    slides
    dia’s
    again
    opnieuw
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt hier uit dat de spreker iets kan of in staat is te doen. Can is een modaal werkwoord; er staat daarna de basisvorm van het werkwoord: I can adjust, niet een vorm met to. Het verandert in deze betekenis niet voor de persoon: I can, she can, they can. Voorbeeld: We can start now. — We kunnen nu beginnen. adjust betekent hier iets bijstellen zodat het beter werkt of past. De basisvorm is adjust; na can blijft die vorm onveranderd. In een gewone tegenwoordige zin krijgt een derde persoon enkelvoud wel vaak -s: She adjusts the brightness. — Zij stelt de helderheid bij. display settings is de woordgroep voor de instellingen van de weergave op een scherm. Display specificeert hier het soort instellingen; settings is het zelfstandig naamwoord en is meervoud. Het enkelvoud is setting, bijvoorbeeld in This setting is useful. — Deze instelling is nuttig. Het meervoud verwijst hier naar de instellingen als geheel, zonder een exact aantal vast te leggen. test betekent hier iets uitproberen of controleren om te zien of het goed werkt. De basisvorm is test, en die staat na and als tweede werkwoord dat bij can hoort: I can adjust ... and test .... Ook hier komt dus geen to en geen aparte persoonsuitgang. Voorbeeld: They test the connection. — Zij testen de verbinding. slides betekent hier dia’s in een presentatie. Het is het meervoud van slide: one slide, two slides. Het woord slides is bovendien een zelfstandig naamwoord; het is niet de werkwoordsvorm in deze zin. again betekent opnieuw of nog een keer. Het geeft aan dat het testen nogmaals gebeurt. Voorbeeld: Please try again. — Probeer het opnieuw. Samen vormt I can adjust the display settings and test the slides again een mededeling over twee handelingen die de spreker kan uitvoeren: de beeldscherminstellingen aanpassen en de dia’s opnieuw testen. Can geldt voor beide werkwoorden: can adjust en can test. De vertaling is daarom: Ik kan de beeldscherminstellingen aanpassen en de dia’s opnieuw testen.

  5. Could you also check the microphone volume?

    Kun je ook het volume van de microfoon controleren?

    Could you
    Zou je …?
    also
    ook
    check
    controleren
    microphone
    microfoon
    volume
    volume
    Uitgebreide uitleg

    Could you is hier een beleefde vraagopening voor een verzoek. De vorm could + onderwerp + werkwoord gebruikt daarna de basisvorm van het werkwoord: Could you help? = Zou je kunnen helpen? In deze zin drukt could geen verleden tijd uit; het maakt het verzoek beleefder. You is het onderwerp en verandert in deze vorm niet voor enkelvoud of meervoud. also betekent hier dat deze handeling wordt toegevoegd aan iets anders. Het staat vóór het hoofdwerkwoord: Could you also check ...? = Zou je ook ... kunnen controleren? Voorbeeld: Can you also send the file? = Kun je het bestand ook sturen? check is de basisvorm die na could nodig is. Het betekent hier iets nakijken of controleren. Zonder modaal werkwoord krijgt het in de tegenwoordige tijd andere vormen: I check maar she checks; na could blijft het check: Could she check the cable? = Zou zij de kabel kunnen controleren? microphone is een zelfstandig naamwoord voor een microfoon. In the microphone maakt the duidelijk dat het om een bepaalde, voor de gesprekspartners herkenbare microfoon gaat. Het meervoud is microphones: The microphones are ready. = De microfoons zijn klaar. volume betekent hier het geluidsniveau. Het is het hoofdwoord in de woordgroep the microphone volume, terwijl microphone aangeeft van welk volume sprake is. Een bruikbaar contrast is turn up the volume = het volume hoger zetten en turn down the volume = het volume lager zetten. Samen vormen de delen een beleefd verzoek: de spreker vraagt de aangesprokene om naast een andere handeling ook het geluidsniveau van de betreffende microfoon te controleren. De vraag gaat dus om een extra controle, niet om een bewering dat het volume al is aangepast.

  6. It sounds clear, but the back row may need more volume.

    Het geluid klinkt helder, maar de achterste rij heeft misschien meer volume nodig.

    sounds
    klinkt
    clear
    helder
    back
    achterste
    row
    rij
    may need
    heeft misschien nodig
    more
    meer
    volume
    volume
    Uitgebreide uitleg

    sounds is hier de tegenwoordige tijd van sound: sound wordt sounds bij een derde persoon enkelvoud. In deze betekenis beschrijft het hoe iets klinkt of welke indruk het via het gehoor maakt. Voorbeeld: “The music sounds good.” = “De muziek klinkt goed.” clear beschrijft hier de klank: die is helder en goed verstaanbaar. Na sound kan een bijvoeglijk naamwoord de waargenomen eigenschap benoemen, zoals in sound clear, sound loud of sound strange. Clear kan in andere contexten ook “duidelijk” of “vrij van obstakels” betekenen; hier gaat het om de klank. Het onderwerp It verwijst in deze zin, volgens de vaste vertaling, naar het geluid. It sounds clear betekent dus “Het geluid klinkt helder”. It is hier een enkelvoudig voornaamwoord. back betekent hier “achterste” en bepaalt de positie van row. In deze combinatie is het een bijvoeglijke bepaling, niet het zelfstandige naamwoord “rug” of “achterkant”. Een vergelijkbaar patroon is the front row = “de voorste rij”. row is een zelfstandig naamwoord voor een rij personen of dingen. In the back row gaat het om de achterste rij. Het lidwoord the maakt deze rij bepaald in de situatie, maar zegt op zichzelf niet hoeveel personen erin zitten. may need combineert de modale vorm may met het werkwoord need. May drukt hier mogelijkheid uit: iets is misschien nodig, maar dat staat niet vast. Na een modaal werkwoord blijft het volgende werkwoord in de basisvorm: may need, niet may needs. Need betekent “nodig hebben”. Voorbeeld: “The room may need more light.” = “De ruimte heeft misschien meer licht nodig.” more duidt hier een grotere hoeveelheid aan dan de hoeveelheid die nu beschikbaar of ingesteld is. In more volume betekent het “meer volume”. More is de vergelijkende vorm die bij hoeveelheden wordt gebruikt; het staat bijvoorbeeld tegenover less (“minder”). Voorbeeld: “We need more time.” = “We hebben meer tijd nodig.” volume betekent hier het geluidsvolume: hoe sterk of luid het geluid wordt weergegeven. In deze betekenis is het doorgaans een niet-telbaar zelfstandig naamwoord, zodat more volume geen meervoudsuitgang heeft. Het eerdere voorbeeld microphone volume gebruikt hetzelfde betekenisgebied. Samen betekent It sounds clear dat het geluid helder klinkt. But voegt daar een tegenstelling aan toe: ondanks de heldere klank kan the back row misschien more volume nodig hebben. De volledige betekenis is: “Het geluid klinkt helder, maar de achterste rij heeft misschien meer volume nodig.”

  7. I brought the slides on a backup drive.

    Ik heb de dia's op een reserveopslag meegenomen.

    brought
    meegenomen
    slides
    dia’s
    on
    op
    backup
    reserve-
    drive
    opslagmedium
    Uitgebreide uitleg

    brought betekent hier dat de spreker de dia’s heeft meegenomen of bij zich heeft gebracht. Het is de verleden tijd en het voltooid deelwoord van bring; de vorm verandert niet volgens persoon of getal: I brought, they brought. Voorbeeld: She brought the keys. — Zij heeft de sleutels meegenomen. slides betekent hier presentatiedia’s. Het is het meervoud van slide; het enkelvoud is slide en het meervoud krijgt -s. Voorbeeld: The first slide is ready. — De eerste dia is klaar. on verbindt de dia’s met het medium waarop ze staan: de dia’s staan op die opslagdrager. In dit gebruik geeft on dus de locatie of het medium van digitale informatie aan. Voorbeeld: The file is on my laptop. — Het bestand staat op mijn laptop. backup beschrijft drive: het medium is bedoeld als reservekopie, niet als de primaire opslag. Als zelfstandig naamwoord betekent backup bijvoorbeeld een reservekopie; vóór een ander zelfstandig naamwoord werkt het hier beschrijvend: backup drive. Voorbeeld: Keep a backup copy. — Bewaar een reservekopie. drive is hier een opslagmedium waarop bestanden kunnen staan, niet het werkwoord ‘rijden’. In backup drive vormt het samen met backup een naamwoordgroep: een opslagmedium voor reservekopieën. Voorbeeld: The photos are on an external drive. — De foto’s staan op een externe schijf. Samen vormen brought the slides en on a backup drive de betekenis: de spreker heeft de presentatiedia’s meegenomen, en ze staan op een reserveopslagmedium. De verleden tijd van bring plaatst het meenemen vóór het moment van spreken. De vaste vertaling maakt duidelijk dat slides hier dia’s zijn en dat backup drive als reserveopslag wordt bedoeld.

  8. Let's do a quick rehearsal with the opening slide.

    Laten we de openingsdia kort oefenen.

    Let's
    laten we
    do
    doen
    quick
    kort; snel
    rehearsal
    oefening; repetitie
    opening
    openings-
    slide
    dia
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de samentrekking van let us. In deze zin leidt het een voorstel in: de spreker stelt voor dat de betrokkenen samen iets doen. Na Let's volgt de basisvorm van het werkwoord: Let's practise. betekent bijvoorbeeld: “Laten we oefenen.” Het is hier dus geen letterlijke opdracht om iemand iets te laten doen. do staat na Let's in de basisvorm. Hier betekent do samen met a rehearsal “een repetitie houden” of “oefenen”; het is niet nodig om het als “maken” te vertalen. De vormen zijn do (basisvorm), did (verleden tijd) en done (voltooid deelwoord). Voorbeeld: We did a rehearsal yesterday. — “We hielden gisteren een repetitie.” quick beschrijft rehearsal en geeft hier aan dat de repetitie kort duurt of vlot verloopt. De vergelijkingsvormen zijn quick, quicker en quickest: This rehearsal is quicker. — “Deze repetitie gaat sneller.” In de vaste zin ligt, gezien de vertaling, vooral de nadruk op de korte duur. rehearsal is een zelfstandig naamwoord voor het vooraf oefenen van een presentatie, optreden of andere uitvoering. Het bijbehorende werkwoord is rehearse: They rehearsed the presentation. — “Ze oefenden de presentatie.” De combinatie do a rehearsal is een bruikbaar patroon; have a rehearsal komt ook voor. opening staat vóór slide en beschrijft welke dia bedoeld wordt: de dia aan het begin van de presentatie. Het woord kan ook zelfstandig verwijzen naar het begin of een openingshandeling, maar hier functioneert het als beschrijving van een zelfstandig naamwoord. slide is hier een dia in een presentatie. Het meervoud is slides: I brought the slides. — “Ik heb de dia’s meegenomen.” In de vaste zin vormt slide samen met opening de woordgroep the opening slide. Het bepaald lidwoord the hoort bij die volledige woordgroep en markeert de dia als identificeerbaar in de situatie; het betekent niet dat slide op zichzelf altijd bepaald is. In with the opening slide geeft with aan waarmee de repetitie wordt gedaan: de oefening gebeurt met of aan de hand van de openingsdia. De volledige structuur is Let's do a quick rehearsal with ...: “Laten we kort oefenen met ...”. Samen betekent de hele uiting: “Laten we de openingsdia kort oefenen.”

  9. The opening slide worked, so everything seems ready now.

    De openingsdia werkte, dus alles lijkt nu klaar te zijn.

    opening
    openings-
    slide
    dia
    worked
    werkte
    everything
    alles
    seems
    lijkt
    ready
    klaar
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    opening beschrijft hier slide: het gaat om de dia waarmee de presentatie begint. Als zelfstandig naamwoord betekent opening bijvoorbeeld “opening” of “begin”, maar in deze combinatie is het een bepaling vóór het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: the opening scene — “de openingsscène”. slide is hier een dia in een presentatie. Het meervoud is slides; het woord kan in andere contexten ook “glijbaan” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Voorbeeld: The next slide is simpler. — “De volgende dia is eenvoudiger.” worked is de verleden tijd én het voltooid deelwoord van work. Hier betekent het dat de openingsdia goed functioneerde. De relevante vormreeks is work (tegenwoordige tijd) → worked (verleden tijd en voltooid deelwoord). Voorbeeld: The plan worked. — “Het plan werkte.” everything is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord met de betekenis “alles”. Het verwijst hier naar alle relevante zaken in de situatie, zonder dat de zin afzonderlijke zaken opsomt. Het krijgt grammaticaal een enkelvoudige werkwoordsvorm: Everything works. — “Alles werkt.” seems is de derde persoon enkelvoud van seem, “lijken”. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp everything: everything seems. Na seem staat hier het bijvoeglijk naamwoord ready; de constructie seem + adjective drukt een indruk of beoordeling uit, niet absolute zekerheid. Voorbeeld: She seems tired. — “Ze lijkt moe.” ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. In seems ready beschrijft het de toestand waarin alles zich volgens de huidige indruk bevindt. Het verandert hier niet om bij everything te passen. Voorbeeld: We are ready. — “We zijn klaar.” now is een bijwoord dat het tijdstip “nu” aangeeft. Het maakt duidelijk dat de indruk van gereedheid op het huidige moment geldt. Voorbeeld: Everything is ready now. — “Alles is nu klaar.” De zin begint met het onderwerp The opening slide en het verleden-tijdwerkwoord worked: de openingsdia functioneerde goed. So verbindt dat resultaat met de gevolgtrekking erna. In everything seems ready now is everything het onderwerp, seems geeft een voorzichtige beoordeling weer, ready beschrijft de toestand en now situeert die beoordeling in het heden. Samen betekent de hele uiting: “De openingsdia werkte, dus alles lijkt nu klaar te zijn.”

  10. This tech check gives us one less thing to worry about.

    Deze technische controle is één ding minder om ons zorgen over te maken.

    This
    deze
    tech check
    technische controle
    gives
    geeft
    us
    ons
    one less
    één minder
    thing
    ding
    to worry about
    om zich zorgen over te maken
    Uitgebreide uitleg

    This staat hier vóór tech check en wijst naar die concrete controle. Als aanwijzend woord past het zich in het Engels niet aan getal of grammaticaal geslacht aan. Vergelijk: this check = deze controle, these checks = deze controles. tech check is een compacte samenstelling: tech is de informele verkorting van technology en check betekent hier een controle of test. Check kan ook een werkwoord zijn, maar in deze woordgroep is het een zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbaar voorbeeld is a safety check = een veiligheidscontrole. gives is de vorm van het werkwoord give in de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud, namelijk this tech check. De uitgang -s hoort dus bij gives, niet bij tech of check. De basisreeks is give – gives – gave – given. In give us is us de ontvanger: de controle geeft ons iets, in figuurlijke zin een vermindering van een zorg. us is de objectsvorm van we: we als onderwerp, us na een werkwoord of voorzetsel. Hier verwijst us, volgens de vertaling, naar de spreker samen met minstens één andere betrokkene; het is dus niet de vorm voor één spreker alleen. Voorbeeld: The result helps us. = Het resultaat helpt ons. one less drukt hier uit dat er één zorg of taak minder is. One geeft in deze vaste betekenis wel degelijk het aantal één aan; less vergelijkt de nieuwe situatie met een eerdere of verwachte situatie. Bij telbare zelfstandige naamwoorden komt ook one fewer voor, maar one less thing to worry about is een zeer gebruikelijke Engelse formulering. Less is hier niet hetzelfde als little: less vergelijkt hoeveelheden, terwijl little een kleine hoeveelheid aanduidt. thing betekent hier een zaak, punt of zorg; het verwijst niet noodzakelijk naar een fysiek voorwerp. In one less thing is het de telbare eenheid waarvan er één minder is. Voorbeeld: That is one more thing to remember. = Dat is nog één ding om te onthouden. to worry about is een infinitiefgroep die thing nader bepaalt: het gaat om een ding waarover men zich zorgen zou kunnen maken. Het werkwoord is worry, gevolgd door het voorzetsel about; de basiscombinatie is worry about something. In a problem to worry about blijft about aan het einde staan, terwijl het bijbehorende something vooraan in de woordgroep staat. In deze zin noemt to worry about geen afzonderlijke handeling die de controle uitvoert, maar het soort zorg dat met één verminderd is. Samen vormt gives us one less thing to worry about de betekenis: deze controle zorgt ervoor dat wij één zorg minder hebben. De controle is dus de oorzaak van die vermindering; us zijn de betrokken ontvangers van dat effect. De volledige zin betekent: Deze technische controle is één ding minder om ons zorgen over te maken.

Grammatica

worry about + noun

Don't worry about the tech check.

Doehnt wurrie uh-baut dhuh tek tjek.

Maak je geen zorgen over de technische controle.

Na worry komt about voordat je zegt waarover je je zorgen maakt.

be + adjective

The opening slide is ready.

Dhi oup-ning slaid iz redi.

De openingsdia is klaar.

Gebruik be vóór een bijvoeglijk naamwoord om een toestand of eigenschap te beschrijven.

Engels woordenschat

adjust werkwoord
uh-dzjust aanpassen
arrive werkwoord
uh-raiv aankomen
client zelfstandig naamwoord
klai-ent klant clients
connect werkwoord
kuh-nekt aansluiten
display settings zelfstandig naamwoord
dis-plee set-ingz beeldscherminstellingen
image zelfstandig naamwoord
imidzj beeld
laptop zelfstandig naamwoord
leptop laptop
microphone zelfstandig naamwoord
mai-kruh-foon microfoon
presentation equipment zelfstandig naamwoord
prezen-teesjun i-kwip-ment presentatieapparatuur
projector zelfstandig naamwoord
pro-djek-ter projector
slide zelfstandig naamwoord
slaid dia slides
stretched bijvoeglijk naamwoord
stretjt uitgerekt

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klant

Antwoord tonenclients

aansluiten

Antwoord tonenconnect

aankomen

Antwoord tonenarrive

beeld

Antwoord tonenimage