De beste plek om te studeren kiezen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: While planning study time, two adults compare a cafe, a library, and home for different learning tasks..

NL → EN / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De beste plek om te studeren kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need to choose the best place to study.

Ai nied tuh tjoez de best plees tuh stuhdie. Ik moet de beste plek om te studeren kiezen.
B

Think about noise, light, comfort, and distractions.

Fink uhbaut noiz, lait, kamfert, uhnd distrèksjuns. Denk aan lawaai, licht, comfort en afleiding.
A

The cafe is bright, but people keep walking past my table.

De ka-fei iz brait, bat piepel kiep woking paast mai teibel. Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.
B

That movement could make it hard to focus.

Det moevment koed meik it haard tuh fowkes. Die beweging kan het moeilijk maken om me te concentreren.
A

The library is quieter, but I can't practice speaking there.

De laibreri iz kwai-etter, bat ai kaant prektis spieking der. De bibliotheek is stiller, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.
B

Use the library for reading, then practice speaking at home.

Joez de laibreri fer rieding, den prektis spieking et hoom. Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.
A

That lets me choose a suitable place for each task.

Det lets mie tjoez uh soetebel plees fer ietsj taak. Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.
B

A clear choice should make studying feel less stressful.

Uh klir tjois sjud meik stuhdie-ing fiel les stresfel. Een duidelijke keuze zou studeren minder stressvol moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. I need to choose the best place to study.

    Ik moet de beste plek om te studeren kiezen.

    need
    nodig hebben
    choose
    kiezen
    best
    beste
    place
    plek
    study
    studeren
    Uitgebreide uitleg

    need betekent hier dat de spreker iets noodzakelijk vindt of nodig heeft. In I need to choose staat need in de tegenwoordige tijd bij I; bij he/she/it wordt dat needs. Na need kan een to-infinitief volgen: I need to rest. — “Ik moet rusten.” choose betekent hier “kiezen”. Dit is de basisvorm na to: to choose. De belangrijkste vormen zijn choose (tegenwoordige tijd), chose (verleden tijd) en chosen (voltooid deelwoord), bijvoorbeeld: I chose a quiet room. — “Ik koos een rustige kamer.” best is de overtreffende trap van good: good — better — best. Het beschrijft hier de plaats die, binnen de relevante mogelijkheden, als beste wordt gezien. the best place gebruikt the omdat het om die beste plaats binnen de bedoelde keuze gaat; best is hier geen vorm van place, maar een bijvoeglijk woord dat place beschrijft. place betekent “plek” of “plaats”. Het is een zelfstandig naamwoord. In the best place to study bepaalt to study welke activiteit met die plek verbonden is: een plek waar men kan studeren. Een ander voorbeeld is This is a good place to meet. — “Dit is een goede plek om af te spreken.” study betekent “studeren”. In to study staat het in de basisvorm, omdat het deel is van de to-infinitief. De vorm verandert bijvoorbeeld in studies bij he/she/it in de tegenwoordige tijd: She studies at home. — “Zij studeert thuis.” Samen vormt I need to choose de betekenis “Ik moet kiezen”. Daarna volgt the best place to study: “de beste plek om te studeren”. De volledige uiting betekent dus: “Ik moet de beste plek om te studeren kiezen.”

  2. Think about noise, light, comfort, and distractions.

    Denk aan lawaai, licht, comfort en afleiding.

    Think about
    denk aan
    noise
    lawaai
    light
    licht
    comfort
    comfort
    distractions
    afleiding
    Uitgebreide uitleg

    Think about staat hier aan het begin als een aansporing: “denk aan” of “overweeg”. De vorm Think is de gebiedende wijs van think; het onderwerp you wordt in het Engels meestal niet uitgesproken. Het patroon Think about + zelfstandig naamwoord is bruikbaar wanneer je iemand vraagt iets mee te nemen in een beslissing. Voorbeeld: Think about the cost. — “Denk aan de kosten.” noise betekent hier ongewenst of storend geluid. Het is een ontelbaar zelfstandig naamwoord: zeg bijvoorbeeld some noise of a lot of noise, niet normaal a noise wanneer je geluid in het algemeen bedoelt. Een verwant maar niet identiek woord is sound, dat ook neutraal geluid kan betekenen. Voorbeeld: The noise makes it hard to study. — “Het lawaai maakt studeren moeilijk.” light betekent hier licht of verlichting, dus de hoeveelheid of aanwezigheid van licht op een plek. In deze betekenis is het een zelfstandig naamwoord. Hetzelfde woord kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, zoals in a light room (“een lichte kamer”); de woordsoort en betekenis blijken dan uit de zinsbouw. Voorbeeld: There is not enough light here. — “Er is hier niet genoeg licht.” comfort is een zelfstandig naamwoord voor gemak of lichamelijk welbevinden. Het verwijst hier naar een omstandigheid die een plek aangenamer maakt. Het woord kan ook in de vaste combinatie in comfort voorkomen. Voorbeeld: This chair provides comfort. — “Deze stoel biedt comfort.” distractions is het meervoud van distraction, een afleiding: iets dat je aandacht van je taak wegtrekt. De uitgang -s markeert hier meerdere afleidingen; het enkelvoud is distraction. Het verwante werkwoord is distract, “afleiden”, maar dat is niet de vorm in de zin. Voorbeeld: I study better without distractions. — “Ik studeer beter zonder afleidingen.” De gebiedende wijs Think about wordt gevolgd door een opsomming van vier zaken: noise, light, comfort en distractions. and verbindt het laatste onderdeel met de voorafgaande reeks. Samen betekent de zin: “Denk aan lawaai, licht, comfort en afleiding.”

  3. The cafe is bright, but people keep walking past my table.

    Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.

    cafe
    café
    bright
    licht
    people
    mensen
    keep walking
    blijven lopen
    past
    langs, voorbij
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    cafe betekent hier “café”. In standaard Engels krijgt een gewoon zelfstandig naamwoord als cafe in deze positie meestal een lidwoord: the cafe = “het café”. Het meervoud is cafes. bright beschrijft hier dat het café veel licht heeft of licht aanvoelt: “licht”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is brighter (“lichter”) en de overtreffende trap the brightest (“het lichtst”). Voorbeeld: This room is brighter. — “Deze kamer is lichter.” people betekent “mensen”. Dit is het meervoud van person; het werkwoord staat daarom in het meervoud: people keep, niet people keeps. People verwijst hier algemeen naar mensen die langs de tafel lopen; de zin identificeert geen specifieke personen. keep walking vormt hier de herhaalconstructie “blijven lopen”. Keep is het werkwoord met de basisvorm keep; na keep staat hier de vorm walking met -ing. Het patroon keep + -ing-vorm geeft aan dat een handeling doorgaat of zich blijft herhalen. Voorbeeld: She keeps asking questions. — “Ze blijft vragen stellen.” past geeft in deze zin de beweging langs een punt of object heen aan: “langs” of “voorbij”. In walk past my table is de tafel het punt waar de mensen langs lopen. Dit gebruik verschilt van passed, de verleden tijd van het werkwoord pass: They passed the table. — “Ze liepen langs de tafel.” table betekent “tafel”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; my table betekent “mijn tafel”, waarbij my bezit uitdrukt en niet het aantal tafels aangeeft. Het meervoud is tables. Voorbeeld: The book is on my table. — “Het boek ligt op mijn tafel.” De eerste helft, The cafe is bright, zegt dat het café licht is. But verbindt daarmee een tegenstelling. In de tweede helft is people het onderwerp: zij keep walking en doen dat past my table, dus langs de tafel heen. Samen betekent de volledige uiting: “Het café is licht, maar mensen blijven langs mijn tafel lopen.”

  4. That movement could make it hard to focus.

    Die beweging kan het moeilijk maken om me te concentreren.

    That
    die
    movement
    beweging
    could
    kan
    make
    maken
    it
    het
    hard
    moeilijk
    to focus
    zich concentreren
    Uitgebreide uitleg

    That staat hier vóór het zelfstandig naamwoord en wijst een bepaalde beweging aan: “die beweging”. Als aanwijzend woord kan het ook “dat” betekenen; de vorm hangt af van het grammaticale getal en de afstand of afbakening, niet alleen van het feit dat het woord vóór een zelfstandig naamwoord staat. movement is het zelfstandig naamwoord voor een beweging. Het is verbonden met het werkwoord move (“bewegen”), maar movement benoemt de handeling of het verschijnsel als ding. Het meervoud is movements. could drukt hier een mogelijkheid uit: de beweging zou het moeilijk kunnen maken om te focussen. Het is de verleden vorm van can, maar in deze zin verwijst die vorm niet noodzakelijk naar verleden tijd; could wordt ook gebruikt voor een mogelijke of minder stellige uitkomst in het heden of de toekomst. Vergelijk: It can be noisy. — “Het kan er lawaaierig zijn.” en It could be noisy. — “Het zou er lawaaierig kunnen zijn.” make betekent hier “ervoor zorgen dat” of “maken dat”. In het patroon make + object + adjective beschrijft het bijvoeglijk naamwoord een toestand die door het onderwerp wordt veroorzaakt. Voorbeeld: The noise makes me nervous. — “Het lawaai maakt me zenuwachtig.” Make blijft na een modaal werkwoord zoals could in de basisvorm; daarom staat er niet makes. it is hier geen zelfstandig benoemd ding met een eigen inhoudelijke betekenis zoals “het” in “het boek”. Het is het object in de vaste constructie make it + adjective + to-infinitive: de daaropvolgende activiteit bepaalt wat moeilijk wordt. In deze zin gaat het dus om focussen, zoals ook de Nederlandse vertaling aangeeft. hard betekent hier “moeilijk”, niet “hard” in de betekenis van stevig of luid. Het is een bijvoeglijk naamwoord na it en beschrijft de moeilijkheidsgraad van de activiteit. In het patroon make it hard to ... kun je het bijvoeglijk naamwoord vervangen: make it easy to remember — “het gemakkelijk maken om het te onthouden”. to focus is de infinitief met to van focus, “zich concentreren”. In deze zin benoemt de infinitief de activiteit die moeilijk wordt. In het Engels kan focus ook zonder to na bepaalde werkwoorden staan, bijvoorbeeld I can focus; na make it hard gebruikt men hier juist to focus. Het onderwerp van deze activiteit wordt uit de zin begrepen als de persoon die spreekt, overeenkomstig “me te concentreren” in de vaste vertaling. De delen vormen samen That movement could make it hard to focus: “Die beweging zou het moeilijk kunnen maken om me te concentreren.” That movement is de oorzaak, could maakt het effect mogelijk in plaats van zeker, en make it hard to focus beschrijft het mogelijke gevolg. De zin zegt dus dat die beweging het focussen mogelijk bemoeilijkt, niet dat het onmogelijk wordt.

  5. The library is quieter, but I can't practice speaking there.

    De bibliotheek is stiller, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.

    library
    bibliotheek
    quieter
    stiller
    I can't
    ik kan niet
    practice
    oefenen
    speaking
    spreken
    there
    daar
    Uitgebreide uitleg

    library betekent hier “bibliotheek”. Het is een zelfstandig naamwoord voor een plaats waar boeken en andere leermaterialen beschikbaar zijn. Het meervoud is libraries; daarbij verandert de spelling van y in ie vóór de meervoudsuitgang -s. quieter betekent hier “stiller”. Dit is de vergrotende trap van quiet: quiet → quieter → the quietest. De vorm vergelijkt de bibliotheek met een andere relevante situatie; hij zegt dat er minder geluid of activiteit is. Voorbeeld: This room is quieter. — “Deze kamer is stiller.” I can't is de verkorte vorm van I cannot en betekent hier “ik kan niet”. can drukt vermogen of mogelijkheid uit; na can staat het werkwoord in de basisvorm: I can practice, I can't practice. can't bevat al de ontkenning, dus er komt geen extra not direct achter. practice betekent hier “oefenen”. Na can blijft het de basisvorm. Het kan ook als zelfstandig naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld in I need more practice — “Ik heb meer oefening nodig.” speaking betekent hier “spreken” en is de -ing-vorm van speak. In practice speaking volgt deze vorm op practice om de activiteit te benoemen die iemand oefent. Vergelijk: I practice speaking English. — “Ik oefen met Engels spreken.” there betekent hier “daar”: een plaatsaanduiding. In deze context verwijst het naar de bibliotheek. In een andere zin kan there naar een andere eerder genoemde plaats verwijzen; de vorm zelf geeft geen getal of grammaticaal geslacht aan. Samen vormen The library is quieter en but I can't practice speaking there de betekenis: “De bibliotheek is stiller, maar ik kan daar niet oefenen met spreken.” but verbindt de twee delen met een tegenstelling. is quieter beschrijft de bibliotheek als stiller, terwijl can't practice speaking there zegt dat de spreker die plaats niet kan gebruiken om te oefenen met spreken.

  6. Use the library for reading, then practice speaking at home.

    Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.

    Use
    gebruik
    library
    bibliotheek
    reading
    lezen
    then
    daarna
    practice
    oefen
    speaking
    spreken
    at home
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Use is hier een bevelsvorm van use (‘gebruiken’). De aangesproken persoon is niet expliciet genoemd; in het Engels heeft de gebiedende wijs meestal geen uitgesproken onderwerp. Vergelijk: Use this key. = ‘Gebruik deze sleutel.’ library betekent ‘bibliotheek’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a library verwijst naar één bibliotheek en libraries is het meervoud. In deze zin staat the library, omdat het om een bepaalde, voor de gesprekssituatie herkenbare bibliotheek gaat. De vorige zin ondersteunt diezelfde plaats. reading komt van read en betekent hier ‘lezen’. Na for kan een vorm op -ing een activiteit aanduiden: for reading = ‘om te lezen’ of letterlijk ‘voor het lezen’. read heeft in de tegenwoordige tijd en de verleden tijd dezelfde spelling, maar de uitspraak verschilt; dat is hier niet aan de orde. Voorbeeld: This room is for reading. = ‘Deze ruimte is om te lezen.’ then geeft de volgorde aan: de tweede handeling gebeurt daarna. Het verbindt hier twee opeenvolgende opdrachten. Voorbeeld: Read this, then answer. = ‘Lees dit en antwoord daarna.’ practice is hier de gebiedende wijs van practice (‘oefenen’), niet het zelfstandig naamwoord ‘oefening’. Het onderwerp blijft onuitgesproken, net als bij Use. Na practice kan een activiteit met een -ing-vorm volgen: practice speaking = ‘spreken oefenen’. Voorbeeld: Practice every day. = ‘Oefen elke dag.’ speaking komt van speak (‘spreken’) en benoemt hier de activiteit die geoefend wordt. In practice speaking staat speaking als activiteit na het werkwoord practice; het is niet de persoonsvorm van deze opdracht. Voorbeeld: She practices speaking English. = ‘Zij oefent met Engels spreken.’ at home betekent ‘thuis’ en geeft de plaats van het oefenen aan. home kan in deze vaste plaatsbepaling zonder lidwoord staan: at home. Vergelijk: at school = ‘op school’; de keuze van het voorzetsel hoort bij de betreffende uitdrukking. Samen betekent Use the library for reading dat de aangesproken persoon de bibliotheek gebruikt om te lezen. then practice speaking at home voegt daarna een tweede opdracht toe: thuis spreken oefenen. De volledige betekenis is dus: ‘Gebruik de bibliotheek om te lezen en oefen daarna thuis met spreken.’

  7. That lets me choose a suitable place for each task.

    Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.

    That
    dat
    lets
    maakt mogelijk
    me
    mij
    choose
    kiezen
    suitable
    geschikt
    place
    plek
    for each
    voor elke
    task
    taak
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier naar de voorafgaande situatie of handeling en betekent in deze zin ongeveer ‘dat’ of ‘zo’. Als aanwijzend voornaamwoord kan het ook naar een concreet ding verwijzen, maar de precieze referent wordt hier niet afzonderlijk genoemd. lets is de vorm van let bij he, she of it in de tegenwoordige tijd. In de constructie let + persoon + werkwoord zonder to betekent het ‘iemand in staat stellen iets te doen’ of ‘ervoor zorgen dat iets mogelijk is’. Hier staat me ertussen: lets me choose = ‘stelt mij in staat om te kiezen’. Let op het verschil met lets zonder apostrof en let’s met apostrof: let’s betekent ‘laten we’. me is de objectvorm van I (‘ik’). Na een werkwoord als let gebruik je dus me, niet I. Voorbeeld: The map lets me find the station. — ‘De kaart stelt me in staat het station te vinden.’ choose is de basisvorm van het werkwoord ‘kiezen’. Na let me blijft het werkwoord in deze kale vorm staan: let me choose, niet let me to choose. Belangrijke vormen zijn choose (tegenwoordige basisvorm), chooses (bij he/she/it in de tegenwoordige tijd), chose (verleden tijd) en chosen (voltooid deelwoord). suitable is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘geschikt voor het doel of de situatie’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: a suitable place. Een vergelijkbare, maar niet altijd uitwisselbare keuze is appropriate, ‘passend’. place is hier een zelfstandig naamwoord: een plek of locatie. Het kan ook een werkwoord zijn met de betekenis ‘plaatsen’, maar die andere functie geldt niet voor de vorm in deze zin. Voorbeeld: This is a quiet place to study. — ‘Dit is een rustige plek om te studeren.’ for each drukt een verdeling uit: voor ieder afzonderlijk onderdeel. Each behandelt de onderdelen één voor één; het zelfstandig naamwoord erna staat daarom in het enkelvoud. Voorbeeld: There is a folder for each subject. — ‘Er is een map voor elk vak.’ task betekent een taak, dus iets dat iemand moet doen. In each task staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, omdat each naar afzonderlijke taken verwijst. Het meervoud is tasks wanneer je taken als groep benoemt. Samen vormt That lets me choose de betekenis ‘Zo kan ik kiezen’ of letterlijker ‘Dat stelt mij in staat om te kiezen’. Daarna specificeert a suitable place wat er gekozen wordt: een geschikte plek. for each task geeft aan dat er voor iedere afzonderlijke taak zo’n keuze wordt gemaakt. De hele zin betekent dus: ‘Zo kan ik voor elke taak een geschikte plek kiezen.’

  8. A clear choice should make studying feel less stressful.

    Een duidelijke keuze zou studeren minder stressvol moeten maken.

    clear
    duidelijk
    choice
    keuze
    should
    zou moeten
    make
    maken
    studying
    studeren
    feel
    zich voelen
    less stressful
    minder stressvol
    Uitgebreide uitleg

    clear betekent hier dat de keuze gemakkelijk te begrijpen is. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord: a clear choice. Vergelijk bijvoorbeeld a clear answer — «een duidelijk antwoord». choice betekent hier «keuze». Het zelfstandig naamwoord hoort bij het werkwoord choose («kiezen»): I have a choice betekent «Ik heb een keuze». Het meervoud is choices. should drukt hier een verwachting of gewenste uitkomst uit: iets wordt geacht op een bepaalde manier te werken. De vorm blijft hetzelfde bij alle personen: I/you/she should. Na should komt de basisvorm van het werkwoord, dus should make, niet should makes of should to make. In deze zin vormt should make het patroon «zou ... moeten maken». make betekent hier «maken» in de betekenis «ervoor zorgen dat iets een bepaald effect heeft». In het patroon make + persoon of ding + werkwoord beschrijft het daaropvolgende werkwoord het effect: Music makes me relax — «Muziek zorgt ervoor dat ik ontspan». Na make staat in zo’n patroon de basisvorm feel. studying verwijst hier naar de activiteit van studeren. De vorm komt van het werkwoord study; studying kan als -ing-vorm als onderwerp van de zin optreden. Bijvoorbeeld: Studying takes time — «Studeren kost tijd». De spelling heeft hier studying, met y behouden. feel betekent hier «zich voelen» en beschrijft hoe studying wordt ervaren. Na make blijft het werkwoord in de basisvorm: make studying feel .... In een andere constructie verandert de vorm wel: Studying feels difficult — «Studeren voelt moeilijk aan». less stressful betekent «minder stressvol». less drukt een lagere mate uit, terwijl stressful het bijvoeglijk naamwoord «stressvol» is. More stressful drukt juist een hogere mate uit; dat is geen tegengesteld begrip, maar de tegenovergestelde richting op de schaal. Less staat ook vóór andere bijvoeglijke naamwoorden: less expensive — «minder duur». Samen is de structuur: A clear choice («een duidelijke keuze») + should make («zou ... moeten maken») + studying feel less stressful («studeren minder stressvol laten aanvoelen»). De volledige betekenis is: «Een duidelijke keuze zou ervoor moeten zorgen dat studeren minder stressvol aanvoelt.»

Grammatica

quieter than + noun

The library is quieter than the cafe.

De laibreri iz kwai-etter den de ka-fei.

De bibliotheek is stiller dan het café.

quieter is de vergrotende trap van quiet. Gebruik than om twee plaatsen of dingen te vergelijken.

keep + -ing + past

Keep walking past the library.

Kiep woking paast de laibreri.

Blijf langs de bibliotheek lopen.

Na keep gebruik je een werkwoord met -ing. keep walking past betekent dat je verdergaat terwijl je ergens langs loopt.

Engels woordenschat

bright bijvoeglijk naamwoord
brait licht
choose werkwoord
tjoez kiezen
comfort zelfstandig naamwoord
kamfert comfort
distraction zelfstandig naamwoord
distrèksjun afleiding distractions
focus werkwoord
fowkes concentreren
light zelfstandig naamwoord
lait licht
movement zelfstandig naamwoord
moevment beweging
noise zelfstandig naamwoord
noiz lawaai
place zelfstandig naamwoord
plees plek
practice werkwoord
prektis oefenen
quiet bijvoeglijk naamwoord
kwai-et stil quieter
study werkwoord
stuhdie studeren

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

studeren

Antwoord tonenstudy

lawaai

Antwoord tonennoise

beweging

Antwoord tonenmovement

licht

Antwoord tonenbright