I
"I" verwijst hier naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór een werkwoord, zoals in "I need".
need
"need" drukt hier uit dat de spreker iets moet of nodig heeft: telefonisch contact opnemen met de kliniek. Een veelgebruikt patroon is "need to" + werkwoord, zoals in "I need to call".
to
"to" maakt hier deel uit van de constructie "need to call" en leidt de handeling in die daarna komt. Gebruik "to" op dezelfde manier vóór een werkwoord na "need".
call
"call" betekent hier iemand of een organisatie telefonisch contacteren. In "call the clinic" staat de persoon of organisatie die je belt na "call".
the
"the" verwijst hier naar een specifieke kliniek, niet naar een willekeurige kliniek. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in "the clinic".
clinic
"clinic" betekent hier een medische instelling waar de spreker hulp of advies kan krijgen. Je kunt het gebruiken na "the" wanneer je naar een specifieke kliniek verwijst.
because
"because" leidt hier de reden in waarom de spreker de kliniek moet bellen. Na "because" volgt een volledige reden, zoals in "because my cough is not getting better".
my
"my" geeft aan dat de hoest bij de spreker hoort. Het staat direct vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in "my cough".
cough
"cough" betekent hier de hoestklacht van de spreker. Je kunt het gebruiken met een bezittelijk woord, zoals in "my cough", om wiens klacht je bedoelt aan te geven.
is
"is" verbindt hier "my cough" met de toestand "not getting better". Dit is de vorm van "be" die in deze zin bij het onderwerp "my cough" staat.
not
"not" maakt de uitspraak negatief: de hoest wordt niet beter. Het staat hier vóór "getting better" in de constructie "is not getting better".
getting
"getting" drukt hier een verandering naar een toestand uit: beter worden. In "getting better" staat het vóór een bijvoeglijk woord om een verandering te beschrijven.
better
"better" betekent hier verbeterd of minder slecht, in de uitdrukking "getting better". Het is de vergrotende vorm die bij "good" hoort en wordt gebruikt om een toestand te vergelijken met eerder.
Tell
"Tell" is hier een opdracht om informatie aan iemand door te geven. In "Tell them what has changed" staat de ontvanger direct na het werkwoord; "Tell" is de hoofdlettervorm van "tell" aan het begin van de zin.
them
"them" verwijst hier naar de medewerkers van de kliniek. Het staat als ontvanger na "Tell", zoals in "Tell them".
what
"what" leidt hier de informatie in waarnaar gevraagd of die doorgegeven wordt: wat er veranderd is. Een bruikbaar patroon is "what" + een volledige bijzin, zoals in "what has changed".
has
"has" helpt hier de voltooide verandering in "has changed" uit te drukken. Dit is een vorm van "have" en staat hier vóór "changed" bij het onderwerp "what".
changed
"changed" betekent hier anders geworden sinds eerder. Het is de vorm van "change" in "has changed"; gebruik die constructie om een verandering tot nu toe te beschrijven.
and
"and" verbindt hier twee stukken informatie over wat aan de kliniek verteld moet worden. Het koppelt "what has changed" aan "what worries you most".
worries
"worries" betekent hier zorgen veroorzaken bij de aangesproken persoon. Het is de vorm van "worry" in "what worries you most"; het onderwerp is "what".
you
"you" verwijst hier naar de persoon tegen wie gesproken wordt. Het kan in het Engels zowel één persoon als meerdere aangesproken personen aanduiden.
most
"most" betekent hier meer dan al het andere: datgene waarover je je het meest zorgen maakt. In "worries you most" staat het na de persoon die de zorg ervaart.
It
"It" verwijst hier naar de hoest of de betreffende gezondheidstoestand. Het is het onderwerp van "It has gotten worse"; aan het begin van de zin staat het met een hoofdletter.
gotten
"gotten" drukt hier uit dat de toestand erger is geworden. Het is een vorm van "get" in de constructie "has gotten worse", die een verandering tot nu toe beschrijft.
worse
"worse" betekent hier ernstiger of minder goed dan eerder. Het is de vergrotende vorm die bij "bad" hoort en staat in "has gotten worse" na de verandering.
feel
"feel" betekent hier lichamelijk ervaren, namelijk je koortsig en moe voelen. In "I feel feverish and tired" volgt na "feel" een beschrijving van de toestand.
feverish
"feverish" betekent hier dat iemand zich koortsig voelt. Het staat na "feel" om een lichamelijke ervaring te beschrijven, zoals in "feel feverish".
tired
"tired" betekent hier weinig energie hebben of moe zijn. In "feel feverish and tired" beschrijft het samen met "feverish" hoe de spreker zich voelt.
Mention
"Mention" betekent hier iets zeggen over een relevant feit, namelijk wanneer de klacht begon en wat geholpen heeft. Het is een opdracht; een bruikbaar patroon is "mention" + informatie, zoals in "Mention when it started".
when
"when" vraagt hier naar het moment waarop iets begon. In "when it started" leidt het een bijzin in over tijd.
started
"started" betekent hier begon. Het is de vorm van "start" in "when it started" en verwijst naar het begin van de klacht.
whether
"whether" leidt hier een indirecte ja-neevraag in over de vraag of iets geholpen heeft. Een bruikbaar patroon is "whether" + een volledige bijzin, zoals in "whether anything has helped".
anything
"anything" verwijst hier naar om het even welke mogelijke hulp of maatregel die effect kan hebben gehad. Het staat in de vraagconstructie "whether anything has helped".
helped
"helped" betekent hier een verbetering of verlichting hebben veroorzaakt. Het is de vorm van "help" in "anything has helped"; gebruik die constructie om te vragen wat tot nu toe effect heeft gehad.
also
"also" betekent hier bovendien of daarnaast. Het voegt in "I also need to know" een extra informatiebehoefte toe aan wat al genoemd is.
know
"know" betekent hier informatie hebben, namelijk weten wat te doen. In "need to know" volgt daarna vaak een vraagwoordconstructie, zoals "what to do".
do
"do" betekent hier een handeling uitvoeren in de vraag "what to do". Na "what to" staat het werkwoord in deze basisvorm om te vragen welke handeling nodig is.
if
"if" leidt hier de voorwaarde in waaronder de vraag relevant wordt: als de toestand vanavond erger wordt. Een veelgebruikt patroon is "if" + een volledige voorwaardelijke bijzin.
gets
"gets" betekent hier wordt of verandert naar een slechtere toestand, in "gets worse". Het is de vorm van "get" bij "it" in een voorwaardelijke bijzin.
tonight
"tonight" verwijst hier naar deze avond of nacht. Het geeft in "gets worse tonight" aan wanneer de mogelijke verslechtering plaatsvindt.
Ask
"Ask" betekent hier om informatie vragen over de plaats waar je hulp kunt krijgen. Het is een opdracht; een bruikbaar patroon is "ask where" + een bijzin, zoals in "Ask where you should go".
where
"where" vraagt hier naar een plaats of bestemming. In "where you should go" leidt het een indirecte vraag in.
should
"should" drukt hier uit wat volgens het advies of de verwachting nodig is. In "where you should go" staat het vóór de basisvorm "go".
go
"go" betekent hier naar een bepaalde plaats gaan voor snelle hulp. In "should go" staat het in de basisvorm na "should".
help
"help" betekent hier bijstand of medische hulp. In "need help quickly" staat het na "need" als datgene wat de persoon nodig kan hebben.
quickly
"quickly" betekent hier in korte tijd of met weinig vertraging. Het beschrijft in "need help quickly" hoe snel de hulp nodig is.
will
"will" markeert hier een voorgenomen toekomstige handeling: de spreker zal de punten opschrijven. Een bruikbaar patroon is "will" + werkwoord in de basisvorm, zoals in "will write".
write
"write" betekent hier informatie schriftelijk vastleggen. In "write the main points down" staat eerst wat je opschrijft en maakt "down" de notitiehandeling compleet.
main
"main" betekent hier belangrijkste of centraal relevante. In "the main points" bepaalt het welke punten uit de informatie geselecteerd worden.
points
"points" betekent hier afzonderlijke belangrijke stukjes informatie. Het is het meervoud van "point" in "the main points"; je kunt het gebruiken voor een lijst met zaken die je wilt onthouden of bespreken.
down
"down" hoort hier bij de uitdrukking "write the main points down" en geeft aan dat de informatie wordt genoteerd. Het staat na het lijdend voorwerp in deze werkwoordconstructie.
before
"before" betekent hier eerder dan het moment waarop de spreker belt. In "before I call" leidt het een volledige bijzin in die de eerdere handeling aangeeft.
That
"That" verwijst hier naar het opschrijven van de belangrijkste punten. Het is het onderwerp van "That should make the call clearer" en staat aan het begin van de zin met een hoofdletter.
make
"make" betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt: de oproep duidelijker maken. Na "should" staat "make" in de basisvorm, gevolgd door het object en de beschrijving ervan.
clearer
"clearer" betekent hier gemakkelijker te begrijpen. Het is de vergrotende vorm van "clear" en vergelijkt het gesprek na de voorbereiding met de situatie zonder die voorbereiding.
for
"for" geeft hier aan voor wie het gesprek duidelijker wordt. In "clearer for both of you" volgt na "for" de groep die daarvan voordeel heeft.
both
"both" verwijst hier naar de twee betrokken personen samen. In de vaste constructie "both of you" betekent het dat de duidelijkheid voor ieder van hen geldt.
of
"of" maakt hier deel uit van de constructie "both of you" en verbindt "both" met de aangesproken personen. Gebruik "both of" vóór een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord wanneer je twee personen of zaken samen aanduidt.