Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Hoestklachten beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
I need to call the clinic because my cough is not getting better.
ai nied tuh kòl dhuh klínik bikòz mai kof iz not geting beter. Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.Tell them what has changed and what worries you most.
tel dhem wot haz cheindjd end wot wuriz joe moust. Vertel ze wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.It has gotten worse, and I feel feverish and tired.
it haz goten wurs, end ai fiel fieverisj end taierd. Het is erger geworden en ik voel me koortsig en moe.Mention when it started and whether anything has helped.
mensjen wen it startid end wedher enithing haz helpt. Zeg wanneer het is begonnen en of iets heeft geholpen.I also need to know what to do if it gets worse tonight.
ai olso nied tuh nou wot tuh doe if it gets wurs tuhnaït. Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.Ask where you should go if you need help quickly.
ask wer joe sjoed gou if joe nied help kwikli. Vraag waar je naartoe moet als je snel hulp nodig hebt.I will write the main points down before I call.
ai wil rait dhuh mein points daun bifòr ai kòl. Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.That should make the call clearer for both of you.
dhat sjoed meik dhuh kòl klierer for bouth uhv joe. Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.Uitleg van de zinnen
I need to call the clinic because my cough is not getting better.
Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.
- I need … to
- ik moet ...
- call
- bellen
- clinic
- kliniek
- because
- omdat
- cough
- hoest
- not
- niet
- getting better
- beter worden
Uitgebreide uitleg
I need to drukt hier uit dat de spreker iets noodzakelijk vindt: “ik moet ...”. need is het werkwoord in de basisvorm; in de tegenwoordige tijd krijgt het bij he/she/it de vorm needs, maar na I blijft het need. De combinatie need to wordt gevolgd door een werkwoord in de basisvorm: I need to rest = “Ik moet rusten”. call betekent hier telefonisch contact opnemen met iemand of een instelling. Het is een regelmatig werkwoord: call – called – called. Na need to staat de basisvorm call, niet een verleden tijd. I need to call my doctor betekent “Ik moet mijn dokter bellen”. the clinic verwijst naar een specifieke, identificeerbare kliniek. clinic is een telbaar zelfstandig naamwoord; the maakt de verwijzing bepaald, zonder op zichzelf een aantal uit te drukken. Een onbepaalde verwijzing kan bijvoorbeeld a clinic zijn: She works at a clinic = “Zij werkt in een kliniek”. because leidt de redengevende bijzin in. Het verbindt een situatie met de reden ervoor: I stayed home because I was ill = “Ik bleef thuis omdat ik ziek was”. my cough betekent “mijn hoest”. cough kan als zelfstandig naamwoord een hoest of hoestklacht aanduiden; als werkwoord betekent het “hoesten”. Het bezittelijke woord my geeft aan dat de hoest bij de spreker hoort. Als werkwoord: I cough at night = “Ik hoest ’s nachts”. not maakt de daaropvolgende bewering negatief. In deze zin wordt niet ontkend dat de hoest bestaat; ontkend wordt dat die beter wordt. Bij een ander onderwerp staat de ontkenning bijvoorbeeld in The pain is not changing = “De pijn verandert niet”. getting better beschrijft een verandering die zich ontwikkelt: beter worden of verbeteren. getting is de vorm op -ing van get; samen met is vormt die hier de tegenwoordige duurvorm: is getting better. get better is een veelgebruikt patroon voor “beter worden”; het tegenovergestelde is get worse, “slechter worden”. Bijvoorbeeld: The patient is getting better = “De patiënt wordt beter”. Samen vormen I need to call the clinic en because my cough is not getting better de volledige structuur. De tweede helft geeft de reden voor de eerste: de spreker moet de kliniek bellen omdat de hoest van de spreker niet verbetert. In natuurlijk Nederlands: “Ik moet de kliniek bellen, omdat mijn hoest niet beter wordt.”
Tell them what has changed and what worries you most.
Vertel ze wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.
- Tell
- vertel
- them
- ze / hen
- what has changed
- wat er is veranderd
- worries
- zorgen baart
- you
- je / jou
- most
- het meest
Uitgebreide uitleg
Tell staat aan het begin als gebiedende wijs: de spreker vraagt de aangesprokene om iets te vertellen. De basisvorm is tell; in de tegenwoordige tijd krijg je bijvoorbeeld I tell, you tell en she tells. In deze zin staat geen onderwerp voor de gebiedende wijs, omdat you als aangesproken persoon wordt begrepen. them is het objectpronomen voor de personen aan wie de informatie verteld moet worden. Het onderscheidt zich van they, dat als onderwerp wordt gebruikt: They listen, maar Tell them. De vertaling maakt duidelijk dat het om die personen gaat, zonder hun precieze identiteit verder te benoemen. what has changed is een ingebedde vraag naar wat er veranderd is. what verwijst hier naar datgene wat veranderd is; het is niet zelf een naamwoord met een vooraf bepaalde referent. has changed is de present perfect van change: has + het voltooid deelwoord changed. Omdat what hier de grammaticale enkelvoudige onderwerpsrol heeft, staat er has, niet have. De present perfect verbindt een eerdere verandering met de huidige situatie. Bijvoorbeeld: Tell me what has changed. — Vertel me wat er is veranderd. worries is de derde persoon enkelvoud van worry, hier met de betekenis ‘zorgen baart’ of ‘ongerust maakt’. De vorm worries krijgt deze uitgang omdat het onderwerp van dit werkwoord de voorafgaande ingebedde vraag what is: datgene wat je het meest zorgen baart. Vergelijk I worry met it worries me. Het is dus worry dat de vorm worries draagt, niet you. you is hier het object van worries: datgene wat genoemd wordt, veroorzaakt bij jou ongerustheid. you heeft in het Engels dezelfde vorm als onderwerp en object: You worry, maar It worries you. De Nederlandse vertaling maakt de objectrelatie zichtbaar met je in waar je je ... zorgen over maakt. most versterkt worries tot de hoogste graad: iets maakt je meer zorgen dan andere dingen. In deze zin staat het als bijwoord bij worries, niet als zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbare tegenstelling is worries you a little tegenover worries you most. Samen betekent Tell them ‘vertel het hun’, waarna twee inhoudelijke delen volgen: what has changed (‘wat er is veranderd’) en what worries you most (‘wat je het meest zorgen baart’). De twee what-delen zijn parallelle ingebedde vragen en vormen samen wat verteld moet worden. De volledige zin betekent daarom: Vertel ze wat er is veranderd en waar je je het meest zorgen over maakt.
It has gotten worse, and I feel feverish and tired.
Het is erger geworden en ik voel me koortsig en moe.
- It
- het
- has gotten worse
- is erger geworden
- I feel
- ik voel me
- feverish
- koortsig
- tired
- moe
Uitgebreide uitleg
It is hier het onderwerp van de eerste mededeling. In combinatie met de vaste vertaling verwijst het naar de toestand waarover wordt gezegd dat die veranderd is; er wordt geen concreet zelfstandig naamwoord herhaald. Engels gebruikt it vaak zo voor een eerder begrepen situatie of toestand. has gotten worse betekent dat die toestand nu erger is dan eerder. gotten is hier de vorm van get in de present perfect: has + voltooid deelwoord. De vergelijking is bad → worse → worst; worse is dus de vergrotende vorm van bad, niet een vorm van get. Het patroon has/have gotten worse is herbruikbaar wanneer een toestand in de loop van de tijd verslechterd is. Voorbeeld: The pain has gotten worse. — De pijn is erger geworden. I feel heeft I als onderwerp en feel als werkwoord. Met een bijvoeglijk naamwoord beschrijft feel hoe iemand zich lichamelijk of emotioneel ervaart: I feel tired betekent niet dat iemand iets aanraakt, maar dat die persoon zich moe voelt. De vorm feel hoort bij I; in de tegenwoordige tijd is het bij he/she/it feels. feverish is een bijvoeglijk naamwoord voor het gevoel of de toestand koortsig. Het beschrijft hier de toestand die de spreker ervaart na feel; het zegt op zichzelf niet hoe hoog een eventuele temperatuur is. Voorbeeld: She feels feverish. — Zij voelt zich koortsig. tired is hier een bijvoeglijk naamwoord voor moe zijn. Na feel staat het als beschrijving van de toestand van de spreker. Het is iets anders dan tiring: tired beschrijft degene die moe is, terwijl tiring iets beschrijft dat vermoeiend is. Voorbeeld: I feel tired after work. — Ik voel me moe na het werk. Samen zegt It has gotten worse dat de eerder bedoelde toestand is verslechterd. Daarna geeft and een tweede, parallelle mededeling: I feel feverish and tired, waarin de spreker twee gelijktijdig ervaren toestanden noemt. De volledige betekenis is daarom: de toestand is erger geworden, en de spreker voelt zich koortsig en moe.
Mention when it started and whether anything has helped.
Zeg wanneer het is begonnen en of iets heeft geholpen.
- Mention
- zeggen of vermelden
- when
- wanneer
- started
- begon
- whether
- of
- anything
- iets
- helped
- geholpen
Uitgebreide uitleg
Mention is hier een bevel: “zeg” of “vermeld”. De basisvorm is mention, die in de gebiedende wijs wordt gebruikt. In de tegenwoordige tijd krijgt de derde persoon enkelvoud wel de vorm mentions; bij andere personen blijft de vorm mention. Bijvoorbeeld: Mention your name. = “Vermeld je naam.” when leidt een indirecte vraag naar een tijdstip in: “wanneer”. In when it started vraagt het geheel naar het moment waarop iets begon. Bijvoorbeeld: Tell me when it ends. = “Zeg me wanneer het eindigt.” started is de verleden tijd van start en betekent hier “begon”. Het onderwerp van started is it; started markeert dus een gebeurtenis in het verleden. De vorm start is de basisvorm en started is ook het voltooid deelwoord: has started betekent “is begonnen”. whether betekent hier “of” in een indirecte ja-neevraag. Het introduceert een tweede informatiepunt: er wordt gevraagd vast te stellen of iets geholpen heeft, niet om een alternatief tussen twee genoemde opties te kiezen. Bijvoorbeeld: I don’t know whether it works. = “Ik weet niet of het werkt.” anything betekent hier “iets” in de vraag binnen whether .... Het verwijst niet naar een specifiek genoemd ding; er wordt algemeen gevraagd of er ook maar iets geholpen heeft. In een ontkennende zin wordt anything in het Nederlands vaak met “niets” vertaald: I didn’t notice anything. = “Ik merkte niets.” helped is de verleden tijd én de vorm van het voltooid deelwoord van help. Op zichzelf kan het dus “hielp” betekenen, maar in het volledige deel anything has helped staat het na has als voltooid deelwoord: “heeft geholpen”. has is de vorm van have bij it of een enkelvoudig onderwerp. De present perfect verbindt mogelijke hulp in het verleden met de huidige situatie. Bijvoorbeeld: This medicine has helped. = “Dit medicijn heeft geholpen.” Samen bestaat de zin uit twee opdrachten die door and verbonden zijn: vermeld eerst when it started — wanneer het begon — en vermeld daarnaast whether anything has helped — of iets geholpen heeft. De volledige betekenis is daarom: “Zeg wanneer het is begonnen en of iets heeft geholpen.”
I also need to know what to do if it gets worse tonight.
Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.
- I
- ik
- also
- ook
- need
- moeten
- know
- weten
- what to do
- wat te doen
- if
- als
- it
- het
- gets
- wordt
- worse
- erger
- tonight
- vanavond
Uitgebreide uitleg
I is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp: de spreker verwijst naar zichzelf. In een andere zinspositie gebruikt het Engels vaak de aparte vorm me, niet I. also betekent hier dat deze behoefte naast iets anders bestaat. Het staat in deze zin vóór het hoofdwerkwoord need; in andere zinnen kan de plaats van also variëren. need is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord need voor een behoefte of noodzakelijkheid. Met to volgt een handeling: need to know = iets moeten weten. Voorbeelden: I need to rest. — Ik moet rusten. She needs to rest. — Zij moet rusten. Alleen bij he, she en it krijgt dit werkwoord in de tegenwoordige tijd de vorm needs. know is de basisvorm van het werkwoord know, hier ‘weten’. Na need to staat de basisvorm: need to know. De verleden tijd is knew en het voltooid deelwoord is known; die vormen horen bij andere tijden. what to do is een compacte constructie met what en een infinitief. Hier gaat het om de handeling die iemand moet uitvoeren: ‘wat te doen’. Voorbeeld: I don’t know what to say. — Ik weet niet wat ik moet zeggen. Dit is geen volledige directe vraag; What should I do? is dat wel. if leidt hier een voorwaardelijke bijzin in: de genoemde handeling geldt voor het geval dat de toestand verslechtert. De bijzin staat na de hoofdzin, maar kan ook voorop staan: If it gets worse tonight, I need to know what to do. — Als het vanavond erger wordt, moet ik weten wat ik moet doen. it is een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud en is hier het onderwerp van gets. De vertaling gebruikt daarvoor het. De concrete toestand waarnaar it verwijst, wordt in deze zin niet met een zelfstandig naamwoord benoemd. gets is de tegenwoordige vorm van get bij he, she of it. In it gets worse betekent get hier ‘worden’ of een verandering ondergaan, niet ‘krijgen’. Na I, you en they staat de vorm get: They get tired. — Zij worden moe. worse is de vergrotende trap van bad: bad — worse — worst. Hier drukt het een verslechtering uit ten opzichte van de eerdere toestand. It gets bad en it gets worse hebben dus niet dezelfde betekenis: worse vergelijkt met een eerdere toestand. tonight betekent hier vanavond en verwijst naar de avond van vandaag. Het staat aan het einde van de voorwaardelijke bijzin. De hoofdzin I also need to know betekent ‘ik moet ook weten’. what to do specificeert wat de spreker moet weten. if it gets worse tonight geeft de voorwaarde: als de toestand vanavond erger wordt. Samen betekent de hele zin: ‘Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.’
Ask where you should go if you need help quickly.
Vraag waar je naartoe moet als je snel hulp nodig hebt.
- Ask
- vraag
- where
- waar naartoe
- you should
- je moet
- go
- gaan
- need
- nodig hebben
- help
- hulp
- quickly
- snel
Uitgebreide uitleg
Ask staat hier vooraan als gebiedende wijs: de basisvorm van het werkwoord wordt gebruikt om een opdracht of verzoek te geven. Het onderwerp you wordt daarbij niet uitgesproken: Ask ... betekent “Vraag ...”. where vraagt naar een plaats of bestemming. In where you should go leidt het een indirecte vraag in; daarom is de betekenis hier “waar je naartoe moet”, niet een losse directe vraag als Where should you go?. you should bestaat uit het onderwerp you en het modale hulpwerkwoord should. Should staat vóór het hoofdwerkwoord en drukt hier uit welke bestemming passend of nodig is. In deze vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven met moet; should is niet hetzelfde als het gewone hoofdwerkwoord need. go is de basisvorm van het werkwoord. Na het modale should komt in het Engels de basisvorm: should go, niet should goes of should went. Zonder modaliteit krijgt het werkwoord andere vormen, bijvoorbeeld you go en you went. need betekent hier “nodig hebben”. In you need help is you degene die iets nodig heeft en help datgene wat nodig is. De vorm need past bij you; bij een derde persoon enkelvoud staat in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld needs. help betekent hier “hulp” en is een zelfstandig naamwoord. Het kan ook een werkwoord zijn, zoals in I can help you — “Ik kan je helpen.” In de vaste zin is het geen handeling maar datgene wat iemand nodig heeft. quickly is een bijwoord en betekent hier dat de hulp snel nodig is. Het is verwant aan het bijvoeglijk naamwoord quick: a quick answer betekent “een snel antwoord”, terwijl answer quickly betekent “snel antwoorden”. Samen vormt where you should go een indirecte vraag naar de bestemming. if you need help quickly geeft de voorwaarde: wanneer je snel hulp nodig hebt. De gebiedende wijs Ask verbindt die twee delen en levert de volledige betekenis op: “Vraag waar je naartoe moet als je snel hulp nodig hebt.”
I will write the main points down before I call.
Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.
- I will
- ik zal
- write … down
- opschrijven
- main
- belangrijkste
- points
- punten
- before
- voordat
- call
- bellen
Uitgebreide uitleg
I will geeft hier de spreker als onderwerp weer en will markeert een toekomstige handeling: “ik zal …”. Na will staat de basisvorm van het werkwoord, dus write, niet een verleden vorm. In andere zinnen kan will ook een voorspelling of bereidheid uitdrukken; hier past de toekomstige planning bij de vertaling. write + down vormt samen het werkwoord write down: iets opschrijven zodat de informatie wordt vastgelegd. De twee delen kunnen in deze zin uit elkaar staan door het lijdend voorwerp: write the points down. Bij een voornaamwoord staat het vaak ertussen: write them down. main betekent hier “belangrijkste” of “voornaamste”: het gaat om de kernpunten, niet om alle mogelijke punten. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat vóór het zelfstandig naamwoord staat. Een bruikbaar contrast is main points tegenover minor points — “belangrijkste punten” tegenover “kleinere/bijzaken”. points is het meervoud van point, hier “punten” in de betekenis van afzonderlijke ideeën of zaken die je wilt noemen. Het meervoud krijgt de uitgang -s: one point, several points. In een andere context kan point bijvoorbeeld ook een plaats of een punt op een schaal betekenen. before verbindt de hoofdhandeling met een eerdere tijdsgrens: eerst worden de punten opgeschreven, daarna vindt het bellen plaats. In before I call introduceert het een bijzin. Voor een toekomstige gebeurtenis gebruikt het Engels na before normaal de tegenwoordige vorm call, niet will call: I will leave before it gets dark — “Ik zal vertrekken voordat het donker wordt.” call is hier de basisvorm van het werkwoord “bellen”. Het onderwerp van deze bijzin is I, dus I call; de vorm verandert in de tegenwoordige tijd niet door deze eerste persoon. call kan in andere contexten ook “roepen” betekenen, maar de vaste vertaling en deze zin ondersteunen hier de betekenis “bellen”. Samen vormen de delen: I will write the main points down = “Ik zal de belangrijkste punten opschrijven”, gevolgd door before I call = “voordat ik bel”. De hele zin betekent dus: “Ik zal de belangrijkste punten opschrijven voordat ik bel.”
That should make the call clearer for both of you.
Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.
- That
- dat
- should
- zou moeten
- make
- maken
- call
- gesprek
- clearer
- duidelijker
- both of you
- jullie allebei
Uitgebreide uitleg
That is hier het onderwerp en verwijst naar een eerder genoemde handeling of situatie; de vaste vertaling geeft dit weer als dat. Het woord zelf noemt geen nieuwe persoon. Als aanwijzend voornaamwoord kan that zelfstandig staan; vóór een zelfstandig naamwoord kan het ook aanwijzend gebruikt worden, zoals in that idea — dat idee. should drukt hier niet simpelweg een verplichting uit, maar een verwachte of gewenste uitkomst: iets zou een bepaald effect moeten hebben. Na should staat de kale vorm van het werkwoord: should make, niet should makes of should to make. Vergelijk: It should help. — Het zou moeten helpen. make betekent hier niet alleen ‘maken’ in de zin van iets vervaardigen. In het patroon make + object + adjective betekent het dat iets ervoor zorgt dat het object een bepaalde eigenschap krijgt: make the call clearer — het gesprek duidelijker maken. De vorm make blijft na should onvervoegd; zonder should krijg je bijvoorbeeld It makes the call clearer — Het maakt het gesprek duidelijker. call is hier een zelfstandig naamwoord voor het bedoelde gesprek, in deze context een telefoongesprek. Het lidwoord the maakt duidelijk dat het om een specifiek, voor de gesprekspartners herkenbaar gesprek gaat. Als werkwoord betekent call onder andere ‘bellen’: I will call tomorrow. — Ik bel morgen. clearer is de vergrotende trap van clear: clear — duidelijk, clearer — duidelijker, clearest — het duidelijkst. De vorm clearer hoort bij het bijvoeglijk naamwoord, niet bij call. Hier wordt een vergelijking met de eerdere of verwachte duidelijkheid geïmpliceerd; er wordt niet gezegd dat er een expliciet tweede vergelijkingspunt is. both of you betekent jullie allebei en verwijst naar de twee aangesproken personen. both benadrukt dat de twee personen samen worden bedoeld. Vergelijk both of us — wij allebei en all of you — jullie allemaal; both hoort bij precies twee personen, terwijl all voor een groep van meer dan twee kan worden gebruikt. In het geheel verbindt should het onderwerp That met het verwachte effect. Het patroon is That should make + object + comparative adjective: iets zou een object duidelijker moeten maken. for both of you geeft aan voor wie dit effect geldt. Daarom betekent de volledige zin: Dat zou het gesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.
Grammatica
need to + verb
I need to call the clinic.
ai nied tuh kòl dhuh klínik.Ik moet de kliniek bellen.
Na need komt vaak to + werkwoord om een noodzakelijke handeling uit te drukken.
be getting + adjective
I'm getting better.
aim geting beter.Ik word beter.
Get + bijvoeglijk naamwoord beschrijft een verandering van toestand; getting benadrukt dat die nu plaatsvindt.
Engels woordenschat
call the clinic
what has changed
call the clinic
my cough
I feel feverish
my cough is not getting better
It has gotten worse
Mention when it started
I need to call
when it started
I feel feverish and tired
what worries you most
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kliniek
Antwoord tonen
cliniczorgen maken
Antwoord tonen
worrieskoortsig
Antwoord tonen
feverishhoest