I
“I” verwijst naar de spreker zelf: ik. In “I have a clinic appointment” is het de persoon die de afspraak heeft.
have
“have” betekent hier dat iemand iets heeft, namelijk een geplande afspraak. In “I have a clinic appointment” staat het vóór wat iemand heeft.
a
“a” geeft aan dat het om één niet nader bepaalde afspraak gaat. In “a clinic appointment” staat het vóór de zelfstandige naamwoordgroep.
clinic
“clinic” betekent kliniek en beschrijft hier het soort afspraak. In “a clinic appointment” staat het vóór “appointment” om de afspraak te specificeren.
appointment
“appointment” betekent afspraak, hier een geplande afspraak bij een kliniek. In “I have a clinic appointment” kan “have” samen met “appointment” aangeven dat iemand zo’n afspraak heeft.
But
“But” betekent maar en leidt een tegenstelling in. In “But I am not sure what to do first” contrasteert het hebben van een afspraak met niet weten wat de eerste stap is.
am
“am” betekent ben en verbindt “I” met de toestand “not sure”. In “I am not sure” beschrijft het de huidige onzekerheid van de spreker.
not
“not” maakt “sure” negatief: niet zeker. In “I am not sure” staat het vóór het woord dat de toestand beschrijft.
sure
“sure” betekent zeker; in “I am not sure” gaat het om onzeker zijn over wat eerst moet gebeuren. De uitdrukking “be sure” wordt gebruikt wanneer iemand zekerheid heeft.
what
“what” verwijst in “what to do first” naar de handeling die nog onbekend is: wat te doen. De combinatie “what to do” benoemt een onbekende actie.
to
“to” maakt in “what to do first” deel uit van de infinitief “to do”. Het koppelt de vraag “what” aan de handeling die moet worden uitgevoerd.
do
“do” betekent doen en verwijst hier naar de eerste handeling tijdens het kliniekbezoek. In “what to do first” staat het na “to”.
first
“first” betekent eerst en geeft de volgorde van de handelingen aan. In “what to do first” vraagt de spreker welke actie als eerste komt.
Start
“Start” betekent begin en is hier een directe instructie om bij de receptie te beginnen. In “Start at reception” volgt er een plaats na “at”.
at
“at” geeft in “Start at reception” de locatie aan waar de handeling begint. Het staat vóór de plaats “reception”.
reception
“reception” betekent receptie, de plek waar de bezoeker zich eerst meldt. In “Start at reception” is het de locatie van de eerste stap.
and
“and” betekent en en verbindt twee instructies. In “Start at reception and show them your insurance card” koppelt het de start bij de receptie aan het tonen van de kaart.
show
“show” betekent laten zien of tonen. In “show them your insurance card” staat eerst degene aan wie je iets toont en daarna wat je toont.
them
“them” verwijst in “show them your insurance card” naar de medewerkers bij de receptie. Het benoemt de ontvangers van de kaart die wordt getoond.
your
“your” betekent jouw of je en geeft aan dat de kaart van de aangesproken persoon is. In “your insurance card” staat het vóór de volledige naamgroep.
insurance
“insurance” verwijst hier naar verzekering en beschrijft welk soort kaart het is. In “insurance card” staat het vóór “card”.
card
“card” betekent kaart, hier de kaart die bij de verzekering hoort. In “show them your insurance card” is het de informatie die de bezoeker aan de receptie moet tonen.
Will
“Will” helpt in “Will I need to fill out a form before I see the nurse?” om naar een verwachte toekomstige noodzaak te vragen. Na “Will” volgt de persoon en daarna de handeling.
need
“need” betekent nodig hebben. In “Will I need to fill out a form” vraagt de spreker of het invullen van een formulier noodzakelijk zal zijn.
fill out
“fill out” betekent een formulier volledig invullen. In “fill out a form” verwijst “fill” naar het invullen en maakt “out” deel uit van de uitdrukking die de handeling als voltooid geheel weergeeft; samen nemen ze “a form” als object.
form
“form” betekent formulier, het document dat de bezoeker moet invullen. In “fill out a form” staat het na de uitdrukking “fill out”.
before
“before” betekent voordat en geeft aan dat één handeling eerder plaatsvindt dan een andere. In “before I see the nurse” komt het invullen van het formulier vóór het zien van de verpleegkundige.
see
“see” betekent hier de verpleegkundige zien in de betekenis van bij de verpleegkundige komen of door die persoon geholpen worden. In “before I see the nurse” volgt na “see” de persoon die de spreker ontmoet.
the
“the” verwijst naar een specifieke verpleegkundige binnen deze kliniek. In “the nurse” staat het vóór de functie van de persoon.
nurse
“nurse” betekent verpleegkundige. In “I see the nurse” is het de medewerker die de spreker na het invullen van het formulier ziet.
Probably
“Probably” betekent waarschijnlijk en geeft aan dat het antwoord vermoedelijk ja is, zonder volledige zekerheid. In “Probably, especially if this is your first visit” wordt het gevolgd door extra toelichting.
especially
“especially” betekent vooral en legt extra nadruk op één omstandigheid. In “especially if this is your first visit” wordt het eerste bezoek als bijzonder relevante situatie genoemd.
if
“if” betekent als en leidt de voorwaarde in waaronder de eerdere verwachting vooral geldt. In “if this is your first visit” volgt na “if” een volledige voorwaardelijke situatie.
this
“this” verwijst in “this is your first visit” naar het huidige bezoek aan de kliniek. Het staat vóór “is” en wijst naar de situatie die nu wordt besproken.
is
“is” verbindt in “this is your first visit” het huidige bezoek met de beschrijving ervan. Het maakt duidelijk dat dit bezoek het eerste bezoek van de aangesproken persoon is.
visit
“visit” betekent bezoek, hier het bezoek aan de kliniek. In “your first visit” wordt aangegeven dat het om de eerste keer gaat dat de persoon daar komt.
Should
“Should” wordt in “Should I wait in the main waiting room after that?” gebruikt om advies of de verwachte volgende handeling te vragen. Na “Should” volgt de persoon en daarna de handeling zonder extra persoonsuitgang.
wait
“wait” betekent wachten. In “Should I wait in the main waiting room” vraagt de spreker of die persoon daar moet blijven wachten.
in
“in” geeft in “in the main waiting room” de plaats aan waar het wachten gebeurt. Het staat vóór de naam van de ruimte.
main
“main” betekent belangrijkste of hoofd- en beschrijft hier de belangrijkste wachtkamer. In “the main waiting room” staat het vóór “waiting room”.
waiting
“waiting” verwijst in “waiting room” naar wachten en beschrijft het doel van de ruimte. Samen met “room” vormt het de naam van de wachtkamer.
room
“room” betekent kamer of ruimte. In “the main waiting room” is het de ruimte waar bezoekers wachten.
after
“after” betekent na of daarna en plaatst een gebeurtenis later dan iets eerder genoemds. In “after that” verwijst het naar het moment na de vorige stap.
that
“that” verwijst naar iets dat eerder is genoemd. In “after that” gaat het om de eerdere stap, terwijl “That is normal” verwijst naar het zenuwachtige gevoel dat net is genoemd.
Stay
“Stay” betekent blijf en is hier een directe instructie om op dezelfde plaats te blijven. In “Stay there” wordt de plaats direct erna genoemd.
there
“there” betekent daar en verwijst naar de eerder genoemde hoofdwachtkamer. In “Stay there” geeft het aan waar de persoon moet blijven.
unless
“unless” betekent tenzij en introduceert de enige genoemde uitzondering op de instructie. In “unless reception sends you somewhere else” geldt het blijven daar niet wanneer de receptie iemand verder stuurt.
sends
“sends” betekent stuurt en beschrijft hier dat de receptie iemand naar een andere plaats verwijst. In “sends you somewhere else” staat de persoon na “sends” en de bestemming daarna.
you
“you” verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken. In “reception sends you somewhere else” is die persoon degene die naar een andere plaats wordt gestuurd.
somewhere
“somewhere” betekent ergens en verwijst naar een niet nader genoemde plaats. In “somewhere else” blijft de precieze bestemming onbekend.
else
“else” betekent anders of ergens anders. In “somewhere else” maakt het duidelijk dat de bestemming een andere plaats is dan de huidige wachtkamer.
feel
“feel” betekent voelen of aanvoelen. In “I feel nervous” beschrijft het de eigen emotie, en in “make the appointment feel less rushed” beschrijft het hoe de afspraak wordt ervaren.
nervous
“nervous” betekent zenuwachtig en beschrijft hier het gevoel van de spreker bij onzekerheid over de procedure. In “I feel nervous” volgt het op “feel” om die toestand te benoemen.
when
“when” betekent wanneer of als en verbindt een gevoel met het moment waarop het ontstaat. In “when I do not know the procedure” gaat het om de situatie waarin de procedure onbekend is.
know
“know” betekent weten of kennen; hier gaat het om begrijpen hoe de procedure verloopt. In “I do not know the procedure” staat het na “do not”.
procedure
“procedure” betekent procedure of werkwijze. In “I do not know the procedure” verwijst het naar de stappen en manier waarop het kliniekbezoek verloopt.
normal
“normal” betekent normaal en stelt de ander gerust over het zenuwachtige gevoel. In “That is normal” beschrijft het de situatie die eerder is genoemd.
can
“can” geeft in “You can ask the staff” de mogelijkheid aan om iets te doen. Na “can” volgt de handeling in de basisvorm.
ask
“ask” betekent vragen. In “ask the staff to explain each step” vraagt de persoon het personeel om uitleg te geven; de constructie bevat degene aan wie je iets vraagt en daarna de gevraagde handeling.
staff
“staff” betekent het personeel of de medewerkers van de kliniek. In “ask the staff to explain each step” is het personeel degene aan wie de bezoeker om uitleg kan vragen.
explain
“explain” betekent uitleggen. In “to explain each step” is het de handeling die de bezoeker van het personeel kan vragen.
each
“each” betekent elke en benadrukt de afzonderlijke onderdelen. In “each step” verwijst het naar iedere stap van de procedure.
step
“step” betekent stap en verwijst hier naar één onderdeel van de procedure. In “explain each step” vraagt de spreker om uitleg over alle afzonderlijke onderdelen.
arrive
“arrive” betekent aankomen. In “I will arrive early” vertelt de spreker dat die persoon vóór het geplande moment bij de kliniek zal aankomen.
early
“early” betekent vroeg en geeft aan dat de aankomst vóór het afgesproken moment plaatsvindt. In “arrive early” beschrijft het wanneer iemand aankomt.
so
“so” betekent hier zodat en leidt het doel van de vroege aankomst in. In “so I have enough time for the paperwork” legt het uit dat de spreker voldoende tijd wil hebben.
enough
“enough” betekent genoeg of voldoende. In “enough time for the paperwork” geeft het aan dat de beschikbare tijd toereikend moet zijn voor het papierwerk.
time
“time” betekent tijd, hier de periode die beschikbaar is om iets te doen. In “enough time for the paperwork” wordt die tijd gekoppeld aan een doel.
for
“for” geeft in “time for the paperwork” aan waarvoor de tijd bestemd is. Het staat vóór de activiteit waarvoor de tijd nodig is.
paperwork
“paperwork” betekent papierwerk en verwijst hier naar administratieve formulieren en taken rond het bezoek. In “time for the paperwork” benoemt het waarvoor de extra tijd nodig is.
Extra
“Extra” betekent extra of aanvullend. In “Extra time” verwijst het naar meer tijd dan de gewone beschikbare tijd.
make
“make” betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaalde ervaring krijgt. In “make the appointment feel less rushed” vormt het samen met “the appointment feel” een patroon waarin iets een bepaald gevoel veroorzaakt.
less
“less” betekent minder en verlaagt in “less rushed” de mate waarin de afspraak gehaast aanvoelt. Het staat vóór het woord dat de ervaring beschrijft.
rushed
“rushed” betekent gehaast en beschrijft hier hoe de afspraak aanvoelt wanneer er te weinig tijd lijkt te zijn. In “feel less rushed” wordt gezegd dat de afspraak minder gehaast zal aanvoelen.