I
In deze dialoog verwijst I naar de persoon die spreekt: “I want” en “I usually plan”. Het staat als onderwerp vóór de persoonsvorm. Nieuw voorbeeld: “I need a break” gebruikt hetzelfde patroon om over jezelf te spreken.
want
Want betekent hier dat de spreker iets wenst: “I want a healthier routine”. De vorm want volgt op I en neemt daarna het gewenste ding als object. Nieuw voorbeeld: “I want more energy” is een veelgebruikte manier om een wens uit te drukken.
a
A introduceert in “a healthier routine” één niet nader bepaalde routine. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord routine met de beschrijving healthier ervoor. Nieuw voorbeeld: “a short walk” gebruikt dezelfde onbepaalde verwijzing naar één wandeling.
healthier
Healthier betekent in “a healthier routine” dat de routine gezonder is dan de huidige of een andere routine. Het is de vergelijkende vorm van healthy en staat vóór routine. Nieuw voorbeeld: “a healthier meal” gebruikt dezelfde vorm om een gezondere maaltijd te beschrijven.
routine
Routine betekent hier een vast of regelmatig patroon van activiteiten: “a healthier routine”. Het woord kan na een beschrijving komen, zoals healthier routine. Nieuw voorbeeld: “my morning routine” verwijst naar een regelmatig ochtendpatroon.
but
But verbindt in “I want a healthier routine, but I always quit” twee ideeën met een tegenstelling. Het tweede deel beperkt of contrasteert met het eerste. Nieuw voorbeeld: “I want to go, but I am tired” gebruikt dezelfde verbindingsfunctie.
always
Always betekent hier dat iets iedere keer gebeurt: “I always quit after a week”. Het staat vóór de persoonsvorm quit. Nieuw voorbeeld: “I always walk after dinner” gebruikt dezelfde plaatsing voor een vaste gewoonte.
quit
Quit betekent in “I always quit after a week” stoppen met de genoemde routine of poging. Na I staat de vorm quit zonder extra uitgang. Nieuw voorbeeld: “I quit smoking” gebruikt quit met de activiteit waar iemand mee stopt.
after
After geeft in “after a week” aan dat het stoppen later gebeurt dan een periode van een week. Het wordt hier gevolgd door een zelfstandig naamwoord met a. Nieuw voorbeeld: “after work” geeft aan dat iets na het werk gebeurt.
week
Week betekent hier een periode van zeven dagen in “after a week”. Met a verwijst het naar één week. Nieuw voorbeeld: “once a week” geeft aan dat iets één keer per week gebeurt.
Maybe
Maybe betekent “misschien” in “Maybe you are trying to change too much at once”. Het maakt de suggestie minder stellig en staat hier aan het begin van de zin. Nieuw voorbeeld: “Maybe tomorrow” drukt op dezelfde manier onzekerheid uit.
you
You verwijst in “you are trying” naar de persoon tegen wie wordt gesproken. Het staat als onderwerp vóór are. Nieuw voorbeeld: “You can start today” gebruikt you om de aangesproken persoon aan te spreken.
are
Are is in “you are trying” de vorm van be die samen met trying een activiteit in uitvoering beschrijft. De vorm staat na you. Nieuw voorbeeld: “You are working” gebruikt dezelfde combinatie van are met een werkwoordsvorm op -ing.
trying
Trying betekent hier dat iemand moeite doet om iets te veranderen: “you are trying to change”. Het is de -ing-vorm van try en volgt op are. De bruikbare structuur is “try to” plus een werkwoord, zoals “trying to change”.
to
To markeert in “to change” het werkwoord dat volgt op trying. Samen geeft “trying to change” aan dat iemand probeert iets te veranderen. Nieuw voorbeeld: “I want to rest” gebruikt to vóór het werkwoord dat bij de wens hoort.
change
Change betekent in “to change too much” iets anders maken dan het nu is. Het staat na to in de structuur “try to change”. Nieuw voorbeeld: “change your plan” gebruikt change met datgene wat anders wordt gemaakt.
too
Too betekent in “too much” dat de hoeveelheid groter is dan geschikt of haalbaar. Het versterkt much en staat ervoor. Nieuw voorbeeld: “too difficult” gebruikt too om aan te geven dat iets meer moeilijkheid heeft dan wenselijk.
much
Much verwijst in “too much” naar een grote hoeveelheid van wat iemand probeert te veranderen. Het hoort hier bij het niet afzonderlijk genoemde geheel van veranderingen. Nieuw voorbeeld: “too much work” gebruikt much vóór een niet-telbare hoeveelheid.
at once
At once betekent hier “allemaal tegelijk” in “change too much at once”. At verwijst naar een bepaald moment en once naar één moment; samen beschrijven ze dat meerdere dingen gelijktijdig gebeuren. Nieuw voorbeeld: “Do not do everything at once” gebruikt dezelfde vaste uitdrukking.
usually
Usually betekent in “I usually plan” dat de spreker dit doorgaans of meestal doet. Het staat vóór de persoonsvorm plan. Nieuw voorbeeld: “I usually cook at home” gebruikt dezelfde plaatsing voor een gewone gewoonte.
plan
Plan betekent in “I usually plan exercise, cooking, and earlier sleep” activiteiten vooraf organiseren. Na plan volgen hier drie dingen die de spreker samen organiseert. Nieuw voorbeeld: “plan a walk” gebruikt plan met de activiteit die vooraf wordt ingepland.
exercise
Exercise betekent hier lichamelijke beweging als onderdeel van de geplande routine: “plan exercise”. Het staat als een activiteit naast cooking en earlier sleep. Nieuw voorbeeld: “regular exercise” verwijst naar regelmatige lichamelijke activiteit.
cooking
Cooking betekent in “plan exercise, cooking, and earlier sleep” het bereiden van eten. Het is de -ing-vorm van cook die hier als naam van een activiteit wordt gebruikt. Nieuw voorbeeld: “Cooking takes time” gebruikt cooking op dezelfde manier als activiteit.
and
And verbindt in “exercise, cooking, and earlier sleep” onderdelen van één opsomming. Het laatste onderdeel wordt met and aan de eerdere onderdelen gekoppeld. Nieuw voorbeeld: “walking and cooking” verbindt op dezelfde manier twee activiteiten.
earlier
Earlier betekent in “earlier sleep” dat er eerder wordt geslapen dan gewoonlijk. Het is de vergelijkende vorm van early en staat vóór sleep. Nieuw voorbeeld: “an earlier meeting” verwijst naar een afspraak die eerder plaatsvindt.
sleep
Sleep betekent in “earlier sleep” de rustperiode waarin iemand slaapt. Het staat als activiteit naast exercise en cooking. Nieuw voorbeeld: “more sleep” gebruikt sleep om naar een grotere hoeveelheid slaap te verwijzen.
all
All verwijst in “all at the same time” naar de volledige groep: exercise, cooking en earlier sleep samen. Het benadrukt dat de onderdelen gezamenlijk worden gepland. Nieuw voorbeeld: “They arrived all at once” gebruikt all om de hele groep aan te duiden.
the
The maakt in “the same time” een specifieke tijdsrelatie herkenbaar en in “the way” een specifieke weg of hindernis. In de dialoog komt ook “The main problem” voor, waar the naar het specifieke hoofdprobleem verwijst. Nieuw voorbeeld: “the first step” gebruikt the voor een concreet bedoelde stap.
same
Same betekent in “the same time” dat het om één en hetzelfde moment gaat, niet om verschillende momenten. Het staat na the en vóór time. Nieuw voorbeeld: “the same problem” verwijst naar een probleem dat niet veranderd is.
time
Time betekent in “at the same time” het moment waarop de activiteiten plaatsvinden. Samen met at en the same vormt het de uitdrukking voor gelijktijdigheid. Nieuw voorbeeld: “at the same time” kan twee gebeurtenissen die gelijktijdig plaatsvinden met elkaar verbinden.
Pick
Pick betekent in “Pick one habit first” kiezen welke gewoonte als eerste wordt aangepakt. De vorm staat aan het begin van een directe instructie en wordt gevolgd door one habit. Nieuw voorbeeld: “Pick one option” is een vergelijkbare instructie om één keuze te maken.
habit
Habit betekent hier een regelmatig gedrag dat iemand wil opbouwen: “one habit”. Het wordt voorafgegaan door one om één gewoonte aan te duiden. Nieuw voorbeeld: “a healthy habit” verwijst naar een gewoonte die de gezondheid ondersteunt.
first
First betekent in “Pick one habit first” dat deze gewoonte vóór andere gewoonten wordt gekozen of aangepakt. Het staat hier na het object en bepaalt de volgorde. Nieuw voorbeeld: “Start with one task first” gebruikt first om prioriteit aan te geven.
look
Look betekent in “look at what gets in the way” je aandacht op iets richten of iets onderzoeken. Het staat in een instructie en wordt gevolgd door at. Nieuw voorbeeld: “look at the schedule” gebruikt dezelfde structuur voor iets dat je onderzoekt.
at
At maakt in “look at what gets in the way” duidelijk waarop de aandacht wordt gericht. Het verbindt look met de zaak die onderzocht wordt. Nieuw voorbeeld: “look at the plan” gebruikt dezelfde combinatie.
what
What verwijst in “what gets in the way” naar de zaak of factor die een hindernis vormt. Het leidt hier een deelzin in die uitlegt waarnaar je moet kijken. Nieuw voorbeeld: “Find out what works” gebruikt what om naar een nog te bepalen zaak te verwijzen.
gets in the way
Gets in the way betekent in “what gets in the way” een hindernis vormen of iets moeilijker maken. Gets betekent hier dat iets in die positie terechtkomt, in geeft de positie aan en the way verwijst naar de weg of voortgang; samen vormen ze één uitdrukking. Nieuw voorbeeld: “Lack of time gets in the way” beschrijft een factor die vooruitgang belemmert.
main
Main betekent in “The main problem” het belangrijkste probleem van de situatie. Het staat vóór problem en beperkt welke moeilijkheid bedoeld wordt. Nieuw voorbeeld: “the main reason” verwijst naar de belangrijkste reden.
problem
Problem betekent in “The main problem” de moeilijkheid die de routine belemmert. Het wordt nader bepaald door main. Nieuw voorbeeld: “solve a problem” gebruikt problem als iets waarvoor een oplossing nodig is.
is
Is verbindt in “The main problem is that...” het onderwerp The main problem met de uitleg die daarna komt. Het is de vorm van be die bij dit onderwerp staat. Nieuw voorbeeld: “The issue is that I am tired” gebruikt is om een uitleg te introduceren.
that
That leidt in “The main problem is that I have low energy” de inhoud van het probleem in. In “That feels realistic” verwijst That juist terug naar de voorgestelde korte wandeling. Nieuw voorbeeld: “The point is that we need time” gebruikt that om de inhoud van een uitspraak te verbinden.
have
Have betekent in “I have low energy” dat de spreker weinig energie ervaart of tot zijn beschikking heeft. De vorm staat na I en vóór de beschrijving low energy. Nieuw voorbeeld: “I have more time today” gebruikt have om een beschikbare toestand te beschrijven.
low
Low betekent in “low energy” dat het energieniveau niet hoog is. Het staat vóór energy als beschrijving van de hoeveelheid of mate daarvan. Nieuw voorbeeld: “low light” beschrijft een situatie met weinig licht.
energy
Energy betekent hier de kracht of vitaliteit die de spreker na het werk heeft: “low energy”. Het woord kan worden beschreven met low om een laag niveau aan te geven. Nieuw voorbeeld: “I need more energy” drukt een behoefte aan meer kracht uit.
work
Work betekent in “after work” het werk of de baan van de spreker. Na after verwijst het zonder lidwoord naar de periode of activiteit van werken. Nieuw voorbeeld: “I walk after work” gebruikt dezelfde tijdsbepaling.
Then
Then betekent in “Then start with a short walk” hier “in dat geval”: de voorgestelde stap volgt uit het lage energieniveau. Het staat aan het begin en verbindt de situatie met het advies. Nieuw voorbeeld: “Then take a short break” gebruikt then om een volgende reactie of stap aan te geven.
start
Start betekent in “start with a short walk” beginnen met een bepaalde activiteit. De bruikbare structuur is start with plus de activiteit waarmee je begint. Nieuw voorbeeld: “Start with one small task” geeft op dezelfde manier een eerste stap aan.
with
With geeft in “start with a short walk” aan waarmee de activiteit begint. Het verbindt start met het gekozen beginpunt. Nieuw voorbeeld: “Begin with the basics” gebruikt with voor datgene waarmee je begint.
short
Short betekent in “a short walk” dat de wandeling niet lang duurt of niet ver is. Het staat vóór walk en wordt voorafgegaan door a. Nieuw voorbeeld: “a short break” beschrijft een korte pauze.
walk
Walk betekent in “a short walk” een wandeling als concrete activiteit of uitstap. Het staat als zelfstandig naamwoord na a en wordt beschreven door short. Nieuw voorbeeld: “go for a walk” is een veelgebruikte combinatie voor een wandeling maken.
before
Before geeft in “before dinner” aan dat de wandeling plaatsvindt vóór het avondeten. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dinner. Nieuw voorbeeld: “wash your hands before dinner” gebruikt dezelfde tijdsrelatie.
dinner
Dinner betekent in “before dinner” de maaltijd die vóór of rond de avond wordt gegeten. Het wordt hier gebruikt na before om een tijdstip aan te geven. Nieuw voorbeeld: “after dinner” verwijst naar de periode na deze maaltijd.
feels
Feels betekent in “That feels realistic” dat iets op een bepaalde manier overkomt of aanvoelt. Het is de vorm van feel die bij That staat. Nieuw voorbeeld: “The plan feels simple” gebruikt feels om een indruk van een plan te geven.
realistic
Realistic betekent in “That feels realistic” praktisch en haalbaar binnen de beschreven situatie. Het beschrijft hoe de voorgestelde wandeling overkomt. Nieuw voorbeeld: “a realistic goal” verwijst naar een doel dat haalbaar lijkt.
not
Not ontkent in “not too demanding” de mate waarin de wandeling inspanning vraagt. Het staat vóór de beschrijving too demanding. Nieuw voorbeeld: “not too difficult” gebruikt not om een negatieve beoordeling af te zwakken of te ontkennen.
demanding
Demanding betekent in “not too demanding” dat iets veel inspanning of energie vraagt. Het beschrijft de korte wandeling als niet overdreven zwaar. Nieuw voorbeeld: “a demanding job” beschrijft werk dat veel inspanning vereist.
can
Can betekent in “You can add balanced meals” dat de aangesproken persoon daartoe in staat is of die mogelijkheid heeft. Na can volgt het werkwoord add zonder to. Nieuw voorbeeld: “You can start tomorrow” gebruikt dezelfde structuur voor een mogelijkheid.
add
Add betekent in “add balanced meals later” iets extra’s aan een bestaande routine toevoegen. Het object balanced meals staat direct na add. Nieuw voorbeeld: “add one small habit” gebruikt dezelfde structuur.
balanced
Balanced betekent in “balanced meals” dat de maaltijden een evenwichtige samenstelling hebben. Het staat vóór het meervoud meals en beschrijft die maaltijden. Nieuw voorbeeld: “a balanced routine” gebruikt balanced voor een evenwichtige verdeling van activiteiten.
meals
Meals betekent in “balanced meals” meerdere momenten waarop eten wordt gegeten. De meervoudsvorm verwijst hier naar maaltijden die later aan de routine worden toegevoegd. Nieuw voorbeeld: “regular meals” verwijst naar maaltijden die op vaste momenten plaatsvinden.
later
Later betekent in “add balanced meals later” op een tijdstip na het starten met wandelen. Het staat aan het einde van de hoofdzin en geeft de volgorde aan. Nieuw voorbeeld: “We can discuss it later” verwijst naar een later moment.
once
Once betekent in “once walking feels natural” hier “zodra” of “wanneer” wandelen natuurlijk aanvoelt. Het leidt de voorwaarde of het moment in waarop de volgende stap mogelijk wordt. Nieuw voorbeeld: “Once you are ready, start” gebruikt once om een volgende stap aan een voorwaarde te koppelen.
walking
Walking betekent in “once walking feels natural” de activiteit wandelen. Het is de -ing-vorm van walk die hier als onderwerp van de bijzin wordt gebruikt. Nieuw voorbeeld: “Walking helps me relax” gebruikt walking op dezelfde manier als activiteit.
natural
Natural betekent in “walking feels natural” dat wandelen normaal en gemakkelijk aanvoelt, zonder veel bewuste moeite. Het volgt op feels als beschrijving van de ervaring. Nieuw voorbeeld: “The routine feels natural” beschrijft op dezelfde manier een gewoonte die vanzelf gaat.
Tracking
Tracking betekent in “Tracking it three times a week” het bijhouden of controleren van de voortgang. Het is de -ing-vorm van track en staat aan het begin als onderwerp van de zin. Nieuw voorbeeld: “Tracking your progress can help” gebruikt tracking voor het registreren van vooruitgang.
it
It verwijst in “Tracking it” terug naar de eerder besproken gewoonte of activiteit. Het staat als object na tracking. Nieuw voorbeeld: “Write it down” gebruikt it om naar iets te verwijzen dat al bekend is.
times
Times betekent in “three times a week” gelegenheden waarop iets gebeurt. Samen met three geeft het aan hoe vaak de activiteit per week wordt bijgehouden. Nieuw voorbeeld: “two times a month” gebruikt times voor een vergelijkbare frequentie.
sounds
Sounds betekent in “sounds better” dat iets een bepaalde indruk geeft of geschikt lijkt. Het is de vorm van sound die bij Tracking, een enkelvoudig onderwerp, staat. Nieuw voorbeeld: “That sounds useful” gebruikt sounds om op een voorstel te reageren.
better
Better betekent in “sounds better than trying every day” dat de voorgestelde aanpak geschikter lijkt dan de andere aanpak. Het is de vergelijkende vorm van good en wordt gevolgd door than. Nieuw voorbeeld: “This plan is better for me” vergelijkt de geschiktheid van plannen.
than
Than markeert in “better than trying every day” het tweede deel van de vergelijking. Na than staat hier de alternatieve activiteit trying every day. Nieuw voorbeeld: “Walking is easier than running” gebruikt than voor de tweede kant van een vergelijking.
every
Every betekent in “every day” elke afzonderlijke dag binnen de bedoelde periode. Het staat vóór het enkelvoudige day. Nieuw voorbeeld: “every week” verwijst naar elke week.
day
Day betekent in “every day” een periode van 24 uur. Met every beschrijft het dat iets op iedere dag gebeurt. Nieuw voorbeeld: “I walk every day” gebruikt dezelfde tijdsaanduiding.
Flexible
Flexible betekent in “Flexible goals” dat de doelen kunnen worden aangepast aan de omstandigheden. Het staat aan het begin van de zin vóór goals. Nieuw voorbeeld: “a flexible plan” beschrijft een plan dat niet volledig vastligt.
goals
Goals betekent in “Flexible goals” de gewenste resultaten die iemand probeert te bereiken. De meervoudsvorm verwijst naar meerdere doelen. Nieuw voorbeeld: “set clear goals” gebruikt goals voor resultaten die iemand vooraf bepaalt.
easier
Easier betekent in “easier to keep” dat iets minder moeilijk is om vol te houden. Het is de vergelijkende vorm van easy en staat vóór to keep. Nieuw voorbeeld: “easier to follow” beschrijft iets dat eenvoudiger te volgen is.
keep
Keep betekent in “goals are easier to keep” de doelen blijven naleven of voortzetten. Het staat na to in de structuur “easier to keep”. Nieuw voorbeeld: “keep a promise” gebruikt keep voor iets dat je blijft naleven.
over
Over betekent in “over time” gedurende een langere periode. Samen met time beschrijft het hoe iets zich in de loop van de tijd volhoudt. Nieuw voorbeeld: “Skills improve over time” gebruikt dezelfde vaste combinatie.
volhouden
Volhouden betekent in de Nederlandse vertaling “blijven doen” of “niet opgeven”; het vertaalt hier het Engelse keep in “easier to keep”. Het hoort bij de doelen die iemand op de lange termijn blijft naleven. Nieuw voorbeeld: “Een gewoonte volhouden” gebruikt volhouden met datgene wat je blijft doen.