All
“All” verwijst hier naar de volledige groep wasmachines. Het staat vóór “the washing machines” om aan te geven dat geen enkele machine vrij is. Een herbruikbaar patroon is “All the + meervoudig zelfstandig naamwoord” voor een hele groep.
the
“The” verwijst hier naar de specifieke wasmachines in de gedeelde wasruimte. Het maakt duidelijk over welke bekende groep het gaat. Gebruik “the” vóór iets specifieks dat de gesprekspartners kunnen identificeren.
washing
“Washing” beschrijft hier machines die bedoeld zijn om kleding te wassen. Samen met “machines” vormt het de vaste combinatie “washing machines”. Gebruik dit patroon ook bij andere apparaten of activiteiten wanneer een zelfstandig naamwoord beschrijft waarvoor iets dient.
machines
“Machines” verwijst hier naar de apparaten waarin de was wordt gedaan. In “the washing machines” gaat het om meerdere wasmachines. Een bruikbaar patroon is “the + beschrijving + machines” wanneer je specifieke apparaten aanwijst.
are
“Are” verbindt “the washing machines” met hun toestand “full”. Het zegt hier dat de machines op dit moment vol zijn. Gebruik “are” in een zin met een meervoudig onderwerp en een beschrijving van de toestand.
full
“Full” betekent hier dat de wasmachines geen vrije ruimte of capaciteit meer hebben. Het beschrijft de toestand van de machines in “are full”. Je kunt “full” gebruiken na “be” om aan te geven dat iets helemaal gevuld of bezet is.
again
“Again” betekent hier dat de wasmachines opnieuw vol zijn, net als eerder. Het voegt het idee van herhaling toe aan “are full”. Gebruik “again” vaak aan het einde van een zin wanneer iets opnieuw gebeurt.
Check
“Check” is hier een directe aansporing om iets te bekijken en te controleren. In “Check the schedule” volgt direct het voorwerp dat je moet raadplegen. Een herbruikbaar patroon is “Check + zelfstandig naamwoord” wanneer je informatie of een toestand wilt controleren.
schedule
“Schedule” betekent hier het schema met geplande tijden voor het gebruik van de wasruimte. Het is het document of overzicht dat je moet bekijken om de volgende beschikbare tijd te vinden. Gebruik “check the schedule” voor een gepland overzicht van activiteiten.
and
“And” verbindt hier twee handelingen: “Check the schedule” en “see when the next load finishes”. Het laat zien dat beide handelingen bij dezelfde instructie horen. Gebruik “and” om gelijkwaardige acties of ideeën te koppelen.
see
“See” betekent hier nagaan of ontdekken wanneer iets gebeurt, niet alleen iets met je ogen waarnemen. In “see when the next load finishes” volgt een bijzin met de informatie die je wilt vinden. Gebruik “see + vraagwoordzin” wanneer je iemand vraagt iets uit te zoeken.
when
“When” introduceert hier de vraag naar het tijdstip waarop de volgende was klaar is. Het verbindt “see” met de gebeurtenis “the next load finishes”. Gebruik “when” in een patroon als “see when + gebeurtenis” om een tijdstip te achterhalen.
next
“Next” betekent hier de eerstvolgende was na de huidige of eerder genoemde was. Het geeft de volgorde aan binnen de wasbeurten. Gebruik “the next + zelfstandig naamwoord” voor wat hierna komt.
load
“Load” betekent hier één hoeveelheid was die samen in een machine zit en één wasprogramma doorloopt. In “the next load” gaat het om de eerstvolgende wasbeurt. Gebruik “a load of laundry” als herbruikbare combinatie voor één waslading.
finishes
“Finishes” betekent hier dat de volgende wasbeurt tot een einde komt. Het beschrijft de gebeurtenis waarnaar gevraagd wordt in “when the next load finishes”. Gebruik “finish” bij activiteiten of processen die klaar komen.
One
“One” verwijst hier verkort naar één van de wasmachines die eerder genoemd zijn. Het voorkomt dat “washing machine” opnieuw moet worden gezegd. Gebruik “one” na een eerdere meervoudige verwijzing om één exemplaar aan te wijzen.
should
“Should” drukt hier een verwachting uit: één machine wordt naar verwachting bijna klaar. Het maakt de uitspraak minder absoluut dan een zekere mededeling. Een bruikbaar patroon is “should be + beschrijving” voor wat vermoedelijk of volgens de verwachting zo is.
be
“Be” vormt hier samen met “done” de beschrijving van de toestand van de machine. In “should be done soon” geeft het aan dat de machine binnenkort klaar hoort te zijn. Gebruik “be” na modale woorden zoals “should” vóór een toestand of beschrijving.
done
“Done” betekent hier dat het wasprogramma volledig is afgelopen. Het staat in “be done” als beschrijving van de toestand van de machine. Gebruik “be done” voor een taak of proces dat afgerond is.
soon
“Soon” betekent hier binnen korte tijd. In “be done soon” zegt het wanneer de machine naar verwachting klaar zal zijn. Gebruik “soon” bij iets dat in de nabije toekomst gebeurt.
but
“But” leidt hier een tegenstelling in: de machine is bijna klaar, maar de persoon is niet aanwezig. Het verbindt twee informatiegedeelten die niet helemaal bij elkaar passen. Gebruik “but” om een verwachte of relevante tegenstelling aan te geven.
person
“Person” verwijst hier naar de individuele gebruiker die de wasmachine heeft gestart. Het is een neutrale aanduiding voor die gebruiker. Gebruik “the person who + handeling” om iemand te beschrijven aan de hand van wat diegene heeft gedaan.
who
“Who” verwijst hier naar “the person” en leidt de informatie over die persoon in. In “the person who started it” beschrijft de bijzin welke persoon bedoeld wordt. Gebruik “who” voor een persoon die je met een handeling of eigenschap nader omschrijft.
started
“Started” betekent hier dat de persoon het wasprogramma heeft aangezet of laten beginnen. Het hoort bij “the person who started it” en verwijst naar de handeling waarmee de wasbeurt begon. Gebruik “started” voor iemand die een activiteit of apparaat in werking heeft gesteld.
it
“It” verwijst hier naar de wasmachine of de wasbeurt die de persoon heeft gestart. Het voorkomt herhaling van dat eerder besproken onderwerp. Gebruik “it” voor een eerder genoemd ding wanneer duidelijk is waarnaar je verwijst.
isn't
“Isn't” zegt hier dat de persoon niet aanwezig is in de wasruimte. Het is de ontkennende vorm in “isn't around”. Gebruik “isn't” vóór een beschrijving van waar iemand niet is of hoe iemand niet is.
around
“Around” betekent hier in de buurt of aanwezig. Samen met “isn't” geeft “isn't around” aan dat de persoon niet in de buurt is om de was op tijd op te halen. Gebruik “be around” voor aanwezigheid in een bepaalde omgeving.
Give
“Give” betekent hier iemand tijd toestaan voordat je handelt. In “Give them a few minutes” volgt eerst de persoon en daarna de toegestane tijd. Gebruik het patroon “Give someone + tijd” wanneer je iemand een bepaalde hoeveelheid tijd gunt.
them
“Them” verwijst hier naar de persoon die de was heeft gestart. Het is een enkelvoudig, genderneutraal voornaamwoord in de positie van degene die de tijd krijgt. Gebruik “give them + tijd” wanneer je naar een eerder genoemde persoon verwijst zonder het geslacht te benoemen.
a
“A” introduceert hier één niet nader bepaalde hoeveelheid in “a few minutes”. Het maakt van “few minutes” één kleine tijdsperiode. Gebruik “a” vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord of in vaste hoeveelheidsuitdrukkingen zoals deze.
few
“Few” betekent hier een klein aantal. In “a few minutes” gaat het om enkele minuten, genoeg om kort te wachten. Gebruik “a few + meervoudig zelfstandig naamwoord” voor een kleine maar aanwezige hoeveelheid.
minutes
“Minutes” zijn hier tijdseenheden waarin de andere persoon de was nog kan komen ophalen. In “a few minutes” geeft het woord de duur van het uitstel aan. Gebruik “for + aantal + minutes” of “a few minutes” om een korte tijdsduur te beschrijven.
before
“Before” betekent hier eerder dan het moment waarop je de was verplaatst. Het verbindt de wachttijd met de daaropvolgende handeling. Gebruik “before + handeling” om aan te geven wat eerst moet gebeuren.
moving
“Moving” betekent hier de was uit de huidige machine of plaats naar een andere plek brengen. Na “before” beschrijft het de handeling die nog niet meteen moet gebeuren. Gebruik “before moving + voorwerp” om een eerdere wachttijd voor een handeling uit te drukken.
their
“Their” geeft aan dat de was toebehoort aan de persoon die de machine heeft gestart. In “their laundry” staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat bij die persoon hoort. Gebruik “their + zelfstandig naamwoord” voor bezit of verbondenheid met een persoon of groep.
laundry
“Laundry” betekent hier de kleding die in de wasmachine wordt gewassen. In “their laundry” gaat het om de was van de afwezige gebruiker. Gebruik “laundry” voor wasgoed in het algemeen, vooral in de context van wassen of ophalen.
How
“How” vraagt hier naar de mate of hoeveelheid van iets. Samen met “long” vormt het de vraag naar de duur van het wachten. Gebruik “How + bijvoeglijk naamwoord” om naar een graad of omvang te vragen.
long
“Long” verwijst hier naar de duur van het wachten. In “How long” vraagt het hoeveel tijd redelijk is voordat de was wordt verplaatst. Gebruik “How long” voor vragen over tijdsduur.
is
“Is” verbindt de situatie met de beoordeling “fair”. In “How long is fair” gaat het om de vraag welke wachttijd redelijk is. Gebruik “is” bij een enkelvoudige tijdsduur of situatie vóór een beoordeling of beschrijving.
move
“Move” betekent hier de was naar een andere plaats brengen. In “before I move it” verwijst “it” naar de was die in de machine ligt. Gebruik “move + voorwerp” wanneer je beschrijft dat je iets verplaatst.
I
“I” verwijst naar de spreker die overweegt de was te verplaatsen. Het is het onderwerp van “move”. Gebruik “I” wanneer je jezelf als uitvoerder van een handeling noemt.
fair
“Fair” betekent hier redelijk en eerlijk tegenover de andere gebruikers van de gedeelde wasruimte. Het beoordeelt de wachttijd voordat iemand anders’ was wordt verplaatst. Gebruik “fair” om een handeling of regel als billijk te beoordelen.
short
“Short” betekent hier dat de wachttijd niet lang duurt. In “a short grace period” beschrijft het de beperkte duur van de toegestane extra tijd. Gebruik “a short + tijdsperiode” voor een korte periode.
grace
“Grace” draagt hier het idee van extra toegeeflijkheid of een toegestane marge bij. Samen met “period” vormt het “a short grace period”, de korte extra wachttijd voordat je de was verplaatst. Gebruik “grace period” wanneer iemand tijdelijk extra tijd krijgt voordat een regel of volgende stap geldt.
period
“Period” betekent hier een afgebakende tijdsduur. In “a short grace period” verwijst het naar de korte periode die iemand krijgt om terug te komen. Gebruik “a period of time” of een beschrijving zoals “a short period” voor een tijdsinterval.
enough
“Enough” betekent hier dat de korte wachttijd voldoende is. Het staat na “is” en beoordeelt of de hoeveelheid tijd voldoet. Gebruik “be enough” om te zeggen dat iets aan de behoefte voldoet.
if
“If” introduceert hier de voorwaarde dat andere mensen op een machine wachten. De korte wachttijd is volgens deze zin voldoende onder die omstandigheid. Gebruik “if + situatie” om een voorwaarde voor een advies of beoordeling te geven.
other
“Other” verwijst hier naar mensen naast de persoon die de machine al gebruikt. Het maakt duidelijk dat er aanvullende gebruikers wachten. Gebruik “other + meervoudig zelfstandig naamwoord” voor andere of extra personen of dingen.
people
“People” verwijst hier naar de andere gebruikers van de gedeelde wasruimte. Zij wachten totdat een machine beschikbaar komt. Gebruik “people” voor personen in het algemeen of voor een groep mensen.
waiting
“Waiting” betekent hier blijven totdat een wasmachine beschikbaar komt. In “people are waiting” beschrijft het de activiteit van de andere gebruikers. Gebruik “be waiting” wanneer iemand op een persoon, gebeurtenis of beschikbare plaats wacht.
I'll
“I'll” geeft hier aan dat de spreker van plan is iets te doen: een herinnering instellen. Het verwijst naar de spreker als uitvoerder van de aangekondigde handeling. Gebruik “I'll + werkwoord” om een eigen voornemen of toekomstige actie aan te kondigen.
set
“Set” betekent hier instellen of aanmaken, namelijk een herinnering. In “set a reminder” volgt het voorwerp direct na het werkwoord. Gebruik “set + a reminder/alarm” wanneer je een melding voor later instelt.
reminder
“Reminder” is hier iets dat de spreker eraan helpt denken om terug te komen. In “set a reminder” gaat het waarschijnlijk om een ingestelde melding voor het einde van de was. Gebruik “set a reminder” voor een melding die je aan een latere actie herinnert.
so
“So” introduceert hier het doel van de herinnering: de spreker wil op tijd terugkomen. Het verbindt “set a reminder” met het gewenste gevolg of doel. Gebruik “so + onderwerp + werkwoord” om een doel of gevolg aan te geven.
come
“Come” betekent hier teruggaan naar de wasruimte in “come back”. Het beschrijft de beweging naar de plaats waar de spreker of gesprekssituatie zich bevindt. Gebruik “come + back” voor terugkeren naar een eerdere of relevante plaats.
back
“Back” voegt aan “come” het idee van terugkeer toe. In “come back” gaat de spreker opnieuw naar de wasruimte. Gebruik “back” na bewegingswerkwoorden om aan te geven dat iemand of iets terugkeert.
as soon as
“As soon as” betekent hier onmiddellijk nadat de was klaar is. De volledige uitdrukking verbindt de terugkeer met het moment waarop “my load is done”; “as” opent en sluit de vergelijking, terwijl “soon” de korte tijd ertussen benadrukt. Gebruik “as soon as + gebeurtenis” wanneer je iets direct na die gebeurtenis wilt doen.
my
“My” geeft aan dat de waslading van de spreker is. In “my load” staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat bij de spreker hoort. Gebruik “my + zelfstandig naamwoord” om bezit of betrokkenheid van jezelf aan te geven.
That
“That” verwijst hier naar de zojuist genoemde gewoonte om een herinnering in te stellen en op tijd terug te komen. Het neemt die hele eerdere handeling als onderwerp van de volgende zin. Gebruik “That” om naar een eerder genoemd idee of een eerdere handeling te verwijzen.
makes
“Makes” betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt, namelijk makkelijker wordt. In “makes it easier” leidt het tot de beoordeling van een handeling. Gebruik het patroon “make it + bijvoeglijk naamwoord” om te zeggen dat iets een handeling gemakkelijker of moeilijker maakt.
easier
“Easier” betekent hier minder moeilijk. Het beschrijft dat consequent handelen het eenvoudiger maakt om dezelfde verwachting aan anderen te stellen. Gebruik “make it easier to + werkwoord” voor iets dat een handeling vereenvoudigt.
to
“To” markeert hier de handeling die eenvoudiger wordt: “ask the same of everyone else”. Het staat vóór het werkwoord in de infinitiefconstructie. Gebruik “to + werkwoord” na uitdrukkingen zoals “make it easier” om de betreffende handeling te noemen.
ask
“Ask” betekent hier van anderen dezelfde zorgvuldigheid of regelmaat verwachten. In “ask the same of everyone else” staat eerst wat je vraagt en daarna van wie je dat vraagt. Gebruik het patroon “ask something of someone” wanneer je een bepaalde handeling of standaard van iemand verwacht.
same
“Same” verwijst hier naar dezelfde gewoonte of verwachting die de spreker voor zichzelf noemt. Het staat in “ask the same of everyone else” en wordt niet gevolgd door een herhaling van de hele inhoud. Gebruik “the same” om naar een eerder genoemde handeling, regel of standaard te verwijzen.
of
“Of” verbindt hier “the same” met de mensen van wie diezelfde standaard wordt verwacht. In “ask the same of everyone else” geeft het aan op wie de vraag of verwachting wordt toegepast. Gebruik “ask something of someone” als herbruikbaar patroon voor iets van iemand verlangen of verwachten.
everyone
“Everyone” betekent hier alle andere personen die de gedeelde wasruimte gebruiken. Het verwijst naar de groep als geheel. Gebruik “everyone” wanneer je zonder uitzonderingen naar alle mensen in een bepaalde groep verwijst.
else
“Else” voegt aan “everyone” de betekenis toe van alle overige mensen naast de spreker. In “everyone else” gaat het dus om de anderen in de gedeelde situatie. Gebruik “everyone else” om alle andere personen dan de al genoemde persoon te bedoelen.
can't
“Can't” zegt hier dat de spreker niet het recht of de grond heeft om te klagen. De beperking geldt in de voorwaardelijke situatie die daarna volgt. Gebruik “can't + werkwoord” om te zeggen dat iemand iets niet kan of niet verantwoord kan doen.
complain
“Complain” betekent hier ontevredenheid uiten over was die door iemand is achtergelaten. In “complain about” volgt het onderwerp waarover de klacht gaat. Gebruik het patroon “complain about + onderwerp” wanneer je een probleem of ergernis benoemt.
about
“About” introduceert hier het onderwerp van de klacht: “abandoned laundry”. Het verbindt “complain” met datgene waarover iemand ontevreden is. Gebruik “complain about + zelfstandig naamwoord” voor het onderwerp van een klacht.
abandoned
“Abandoned” betekent hier achtergelaten zonder dat de eigenaar de was op tijd komt ophalen. Het beschrijft “laundry” in de gedeelde wasruimte. Gebruik “abandoned + zelfstandig naamwoord” wanneer iets op een plaats is achtergelaten en niet wordt opgehaald.
leave
“Leave” betekent hier iets op een plaats laten liggen in plaats van het mee te nemen. In “leave mine there” gaat het om de eigen was in de wasruimte laten liggen. Gebruik het patroon “leave + voorwerp + plaats” voor iets ergens achterlaten.
mine
“Mine” verwijst hier naar de was die van de spreker is. Het vervangt een zelfstandig naamwoord na “leave”, zodat “my laundry” niet herhaald hoeft te worden. Gebruik “mine” zelfstandig om bezit van de spreker aan te geven.
there
“There” verwijst hier naar de plaats waar de wasmachine of wasruimte zich bevindt. In “leave mine there” geeft het aan waar de was blijft liggen. Gebruik “there” om naar een eerder genoemde of aangewezen plaats te verwijzen.
too
“Too” betekent hier ook. De spreker zegt dat diegene eveneens de eigen was daar laat liggen, en daardoor in dezelfde situatie terechtkomt. Gebruik “too” vaak aan het einde van een zin om een extra persoon, ding of handeling toe te voegen.
Shared
“Shared” betekent hier dat de wasruimte door meer dan één persoon wordt gebruikt. Het beschrijft “laundry” in “Shared laundry” en maakt de gezamenlijke context duidelijk. Gebruik “shared + zelfstandig naamwoord” voor iets dat meerdere mensen samen gebruiken.
goes
“Goes” betekent hier verloopt of functioneert. In “Shared laundry goes more smoothly” beschrijft het hoe het gezamenlijke wassen in de praktijk verloopt. Gebruik “something goes + bijwoord” om te beschrijven hoe een activiteit of proces verloopt.
more
“More” geeft hier een hogere mate aan dan zonder vergelijking. Samen met “smoothly” betekent “more smoothly” dat het wassen met minder problemen verloopt. Gebruik “more + bijwoord” om een manier van handelen met een hogere mate te vergelijken.
smoothly
“Smoothly” betekent hier zonder problemen of onderbrekingen. Het beschrijft hoe het gezamenlijke wassen verloopt wanneer mensen op de tijden letten. Gebruik “go smoothly” als herbruikbare combinatie voor een activiteit die zonder moeilijkheden verloopt.
watch
“Watch” betekent hier aandachtig volgen of in de gaten houden. In “watch the cycle times” letten mensen op hoe lang wasprogramma’s duren. Gebruik “watch + zelfstandig naamwoord” wanneer je iets bewust observeert of monitort.
cycle
“Cycle” verwijst hier naar één volledige wascyclus in een machine. In “the cycle times” maakt het duidelijk dat de gemeten tijden bij wasprogramma’s horen. Gebruik “washing cycle” of “cycle time” wanneer je over een volledige programmaduur spreekt.
times
“Times” betekent hier de tijdsduren van de wascycli. In “the cycle times” gaat het om de tijden waarop programma’s eindigen of hoe lang ze duren. Gebruik “cycle times” om programmaduur te bespreken in een planning voor gedeeld gebruik.