Een gemeenschappelijke ruimte opruimen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After an event in a common room, two adults use a checklist to clean up, reset furniture, and look for forgotten items..

NL → EN / Niveau: B1

Over deze les

Met Een gemeenschappelijke ruimte opruimen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

The common room looks messy after the event.

dhuh kómən roem loeks méssi áfter dhi ivént. De gemeenschappelijke ruimte ziet er na het evenement rommelig uit.
B

We need to clean it because we reserved it.

wie nied tuh klien it bikóz wie rizérvd it. We moeten de ruimte schoonmaken omdat we haar hebben gereserveerd.
A

Let's use a checklist so we don't miss anything.

lets joez uh ché klist soow wie doont mis énithing. Laten we een checklist gebruiken, zodat we niets missen.
B

I can collect the trash, and you can put the chairs back.

ai ken kuh-lékt dhuh tresh, uhn joe ken poet dhuh tsjeerz bek. Ik kan het afval verzamelen en jij kunt de stoelen terugzetten.
A

Should the tables go back the way they were?

shud dhuh téibuls goow bek dhuh wéi dhei wur? Moeten de tafels terug op hun oude plek?
B

The next group will expect the usual setup.

dhuh nekst groep wil ikspekt dhi joezjoewel setap. De volgende groep zal de gebruikelijke opstelling verwachten.
A

I'll also check whether anyone left personal items behind.

ail ólsou tsjek wedher éniewan left pursunəl áitemz biháind. Ik zal ook controleren of iemand persoonlijke spullen heeft achtergelaten.
B

Chargers and notebooks are easy to forget.

tsjardjers uhn nootbuks ar íezi tuh furgét. Opladers en notitieboeken worden gemakkelijk vergeten.
A

The room looks ready now.

dhuh roem loeks rédi nau. De ruimte ziet er nu klaar voor gebruik uit.
B

Leaving it clean should make it easier to book again.

líving it klien shud méik it íeziər tuh boek uhgén. De ruimte schoon achterlaten zou het gemakkelijker moeten maken om haar opnieuw te reserveren.

Woord voor woord

The “The” is hier het bepaald lidwoord in “The common room” en verwijst naar een specifieke gemeenschappelijke ruimte. De vorm blijft hetzelfde als “the” midden in een zin. Gebruik the + zelfstandig naamwoord wanneer de luisteraar weet over welke persoon of zaak het gaat.
common “common” betekent hier gemeenschappelijk: de ruimte wordt door meerdere groepen gebruikt. In “The common room” beschrijft het woord welk soort ruimte het is. Het komt vaak vóór een zelfstandig naamwoord om gedeeld gebruik aan te geven.
room “room” betekent hier ruimte of zaal, namelijk de plek waar het evenement plaatsvond. In “The common room” vormt het samen met common de naam van die ruimte. Het kan ook gebruikt worden voor een kamer of andere afgebakende binnenruimte.
looks “looks” betekent hier ziet eruit en beschrijft hoe de ruimte overkomt. De vorm komt van look en krijgt hier -s omdat the common room het onderwerp is. Een veelgebruikt patroon is look + bijvoeglijk naamwoord, zoals bij “looks messy” en “looks ready”.
messy “messy” betekent rommelig: na het evenement ligt of staat er waarschijnlijk van alles niet op zijn plaats. Het woord beschrijft in “looks messy” het uiterlijk van de ruimte. Je gebruikt het voor een plek of situatie die niet netjes georganiseerd is.
after “after” betekent na en plaatst het evenement vóór het moment waarop de ruimte wordt bekeken. In “after the event” leidt het een tijdsbepaling in. Het wordt vaak gevolgd door een gebeurtenis of periode.
event “event” betekent evenement, de georganiseerde activiteit die net heeft plaatsgevonden. In “the event” gaat het om een specifiek evenement dat de gesprekspartners kennen. Het woord wordt vaak gebruikt voor een bijeenkomst, activiteit of georganiseerde gelegenheid.
We “We” betekent we of wij en verwijst naar de gesprekspartners samen. De vorm staat hier aan het begin van de zin; dezelfde vorm verschijnt als “we” verderop in “so we don’t miss anything”. Gebruik we als onderwerp voor een groep waarvan de spreker deel uitmaakt.
need “need” betekent nodig hebben of moeten in “We need to clean it”. Het drukt uit dat schoonmaken noodzakelijk is. Na need volgt hier to + werkwoord; dat is een veelgebruikt patroon om een noodzakelijke handeling te noemen.
to “to” markeert hier het werkwoord clean na need en betekent in deze constructie niet zelfstandig “naar”. Samen geeft “need to clean” aan dat schoonmaken nodig is. Na need to volgt de basisvorm van een werkwoord.
clean In “to clean it” betekent “clean” schoonmaken, terwijl “it clean” later betekent dat iets schoon is. Dezelfde vorm kan dus de handeling of de toestand aanduiden, afhankelijk van de constructie. Bij need to clean volgt clean als basisvorm na to.
it “it” verwijst in “clean it” naar de gemeenschappelijke ruimte. Het is daar het voorwerp van de handeling; in “reserved it” verwijst het opnieuw naar die ruimte. Gebruik it om naar een eerder genoemde zaak of plek te verwijzen.
because “because” betekent omdat en introduceert de reden voor het schoonmaken. In “because we reserved it” wordt uitgelegd waarom de ruimte moet worden schoongemaakt. Na because volgt een volledige redengevende bijzin.
reserved “reserved” betekent hier gereserveerd in “we reserved it”: de groep had de ruimte geboekt. De vorm komt van reserve en verwijst naar het reserveren van de ruimte. Reserve wordt vaak gebruikt met een plaats, ruimte of dienst als voorwerp.
Let's “Let’s” betekent laten we en is de verkorte vorm van let us. In “Let’s use a checklist” doet de spreker een gezamenlijk voorstel. Let’s wordt gevolgd door de basisvorm van een werkwoord om samen een handeling voor te stellen.
use “use” betekent gebruiken; hier gaat het om het gebruiken van een checklist tijdens het opruimen. Het staat na Let’s als basisvorm. Je gebruikt use vaak met een hulpmiddel, methode of voorwerp als object.
a “a” betekent een en introduceert hier één checklist die nog niet eerder is genoemd. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord checklist. Gebruik a wanneer je naar een niet-specifiek of nieuw genoemd exemplaar verwijst.
checklist “checklist” betekent checklist: een lijst waarmee je controleert welke taken nog moeten gebeuren. In de dialoog helpt de lijst om niets over te slaan. Het woord wordt gebruikt voor taken, controles of punten die je één voor één nagaat.
so “so” betekent hier zodat en introduceert het doel van het gebruiken van de checklist. “So we don’t miss anything” legt uit welk resultaat de spreker wil bereiken. In deze betekenis volgt na so een volledige bijzin.
don't “Don’t” is de verkorte vorm van do not en maakt “we don’t miss anything” negatief. Hier betekent het dat de groep niets over het hoofd wil zien. Don’t staat vóór de basisvorm van het werkwoord in een ontkennende tegenwoordige zin.
miss “miss” betekent hier missen of over het hoofd zien: de groep wil geen taak of voorwerp vergeten. Het staat na don’t als basisvorm. Een veelgebruikt patroon is not miss + iets, wanneer je wilt zeggen dat je niets overslaat.
anything “Anything” betekent hier iets of wat dan ook in de ontkennende zin “don’t miss anything”. Het verwijst naar ieder mogelijk punt of voorwerp dat over het hoofd kan worden gezien. Anything komt vaak voor na een ontkenning.
I “I” betekent ik en verwijst naar de spreker. Het staat hier als onderwerp van de aangeboden handelingen collect en check. I wordt in het Engels altijd met een hoofdletter geschreven.
can “Can” betekent hier kunnen en drukt uit dat de spreker bereid of in staat is om iets te doen. In “I can collect the trash” volgt can vóór de basisvorm collect. Can wordt vaak gebruikt om een mogelijkheid, vaardigheid of aanbod uit te drukken.
collect “Collect” betekent hier verzamelen, namelijk het afval bijeenbrengen. Het staat na can als basisvorm. Je gebruikt collect vaak met voorwerpen of materiaal dat op verschillende plaatsen ligt.
trash “Trash” betekent afval, het materiaal dat na het evenement moet worden opgeruimd. In “collect the trash” is het wat de spreker gaat verzamelen. Het woord wordt vaak gebruikt in contexten over opruimen en weggooien.
and “And” betekent en en verbindt hier twee opruimtaken: afval verzamelen en stoelen terugzetten. Het kan woorden, woordgroepen of volledige zinsdelen met elkaar verbinden. Hier koppelt het de taak van de spreker aan die van de ander.
you “You” betekent jij of je en verwijst naar de andere gesprekspartner. In “you can put the chairs back” is you het onderwerp van de tweede taak. You wordt zowel voor één persoon als voor meerdere personen gebruikt.
put “Put” betekent hier zetten of plaatsen, namelijk de stoelen weer op hun plek zetten. De vorm staat na can en blijft daarom de basisvorm. Put wordt vaak gebruikt met een voorwerp en een plaats of richting.
chairs “Chairs” betekent stoelen en verwijst naar meerdere stoelen in de ruimte. De vorm is het meervoud van chair. In “put the chairs back” is het de groep voorwerpen die opnieuw geplaatst moet worden.
back “Back” betekent hier terug en geeft aan dat de stoelen naar hun eerdere plaats moeten gaan. Samen met “put” vormt het de betekenis terugzetten; die betekenis komt niet van back alleen. Back wordt vaak gebruikt na een werkwoord van bewegen of plaatsen om terugkeer aan te geven.
Should “Should” betekent hier zou moeten en vormt een vraag over de gewenste manier van handelen. In “Should the tables go back the way they were?” vraagt de spreker of de tafels terug moeten naar hun eerdere opstelling. Een veelgebruikt patroon is Should + onderwerp + basisvorm van het werkwoord?
tables “Tables” betekent tafels en verwijst naar meerdere tafels in de gemeenschappelijke ruimte. De vorm is het meervoud van table. Hier is het onderwerp van de vraag over hun plaatsing.
go “Go” betekent hier gaan of teruggeplaatst worden in de vraag over de tafels. Het staat na should als basisvorm. In combinatie met back kan go een terugkeer naar een eerdere plaats of toestand aangeven.
way “Way” betekent hier manier of wijze in “the way they were”, met de betekenis zoals ze stonden. Het introduceert daar een beschrijving van de eerdere toestand. Een bruikbaar patroon is the way + volledige bijzin om te beschrijven hoe iets gebeurt of was.
they “They” verwijst hier naar de tafels. In “the way they were” beschrijft de bijzin hoe de tafels eerder stonden. They wordt gebruikt als onderwerp voor meerdere personen of zaken.
were “Were” is hier een vorm van be en beschrijft de eerdere toestand of plaats van de tafels. Het staat in “the way they were” na they. Je gebruikt be in zulke zinnen om een toestand of situatie te beschrijven.
next “Next” betekent volgende en verwijst naar de groep die na deze groep de ruimte zal gebruiken. In “The next group” staat het vóór group en geeft het de volgorde aan. Het wordt vaak gebruikt voor de eerstvolgende persoon, groep of gebeurtenis.
group “Group” betekent groep, hier de mensen die de ruimte na het opruimen zullen gebruiken. In “The next group” gaat het om een specifieke volgende groep. Het woord kan verwijzen naar mensen die samen een activiteit of taak uitvoeren.
will “Will” geeft hier aan dat de volgende groep in de toekomst de gebruikelijke opstelling zal verwachten. Het staat vóór de basisvorm expect. Will wordt vaak gebruikt voor toekomstige verwachtingen, gebeurtenissen of voorspellingen.
expect “Expect” betekent verwachten: de volgende groep rekent op de normale inrichting. Het staat na will als basisvorm. Je gebruikt expect vaak met een persoon of groep als onderwerp en datgene wat zij verwachten als object.
usual “Usual” betekent gebruikelijk of normaal en beschrijft de opstelling die de volgende groep gewend is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord setup. Je gebruikt usual voor iets dat volgens de normale routine gebeurt of eruitziet.
setup “Setup” betekent hier opstelling, dus de manier waarop tafels en stoelen in de ruimte staan. In “the usual setup” verwijst het naar de normale inrichting. Setup is hier één zelfstandig naamwoord voor een arrangement of inrichting.
I'll “I’ll” is de verkorte vorm van I will en betekent ik zal. In “I’ll also check” kondigt de spreker een extra toekomstige handeling aan. I’ll wordt gevolgd door de basisvorm van het werkwoord.
also “Also” betekent ook en voegt check toe aan de andere opruimtaken. In “I’ll also check” staat het vóór het hoofdwerkwoord. Je gebruikt also om aanvullende informatie of een extra actie toe te voegen.
check “Check” betekent controleren of nagaan; de spreker wil nagaan of iemand spullen heeft achtergelaten. Het staat na I’ll als basisvorm. Check wordt vaak gevolgd door whether of if wanneer je een mogelijkheid wilt onderzoeken.
whether “Whether” betekent of en introduceert hier de vraag of iemand persoonlijke spullen heeft achtergelaten. Het gaat om het controleren van een ja-of-neemogelijkheid. Na whether volgt een volledige bijzin.
anyone “Anyone” betekent iemand of wie dan ook en verwijst naar iedere mogelijke persoon die iets kan hebben achtergelaten. In “whether anyone left” is anyone het onderwerp van de bijzin. Het woord wordt vaak gebruikt wanneer de identiteit van de persoon niet bekend of niet belangrijk is.
left “Left” betekent hier achterliet: iemand kan persoonlijke spullen in de ruimte hebben laten liggen. De vorm komt van leave en verschijnt in “left personal items behind”. Leave wordt vaak gebruikt wanneer iemand iets ergens laat liggen of niet meeneemt.
personal “Personal” betekent persoonlijk en beschrijft spullen die van individuele bezoekers zijn. In “personal items” staat het vóór het zelfstandig naamwoord items. Het wordt gebruikt voor zaken die bij een bepaalde persoon horen.
items “Items” betekent spullen of voorwerpen, hier de persoonlijke dingen die iemand kan zijn vergeten. De vorm is het meervoud van item. Het woord is bruikbaar voor afzonderlijke voorwerpen binnen een verzameling of lijst.
behind “Behind” betekent hier achtergelaten, als onderdeel van “left personal items behind”. Het geeft aan dat de spullen in de ruimte zijn blijven liggen nadat iemand vertrok. In de combinatie left + voorwerp + behind beschrijft behind de blijvende plaats van het voorwerp.
Chargers “Chargers” betekent opladers, bijvoorbeeld de opladers die bezoekers voor hun apparaten gebruiken. De vorm is het meervoud van charger en staat aan het begin van de zin. Het woord past bij een lijst van persoonlijke voorwerpen die gemakkelijk blijven liggen.
notebooks “Notebooks” betekent notitieboeken en verwijst naar meerdere schrijfboekjes. De vorm is het meervoud van notebook. Hier worden notebooks samen met chargers genoemd als voorwerpen die iemand kan vergeten.
are “Are” is hier een vorm van be en verbindt chargers and notebooks met de beschrijving easy to forget. Het zegt dat deze voorwerpen gemakkelijk vergeten worden. Be wordt vaak gebruikt om een onderwerp met een eigenschap of beoordeling te verbinden.
easy “Easy” betekent gemakkelijk in “easy to forget”. Het beschrijft dat het niet moeilijk is om deze voorwerpen per ongeluk te vergeten. Een veelgebruikt patroon is be easy to + werkwoord.
forget “Forget” betekent vergeten; hier gaat het om opladers en notitieboeken die iemand niet meeneemt. Het staat na to in “easy to forget” als basisvorm. Je gebruikt forget met een persoon als degene die iets niet onthoudt of meeneemt.
ready “Ready” betekent klaar voor gebruik in “The room looks ready now”. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte na het opruimen verkeert. Ready wordt vaak gebruikt na look of be om aan te geven dat iets gereed is.
now “Now” betekent nu en plaatst de beoordeling op het huidige moment. In “looks ready now” benadrukt het dat de ruimte inmiddels klaar is. Het kan vaak aan het einde van een zin staan om het tijdstip te markeren.
Leaving “Leaving” betekent hier achterlaten en noemt de handeling waarbij de ruimte schoon wordt achtergelaten. De vorm komt van leave en staat aan het begin van “Leaving it clean”. Zo kan een handeling als onderwerp van een volgende beoordeling worden gebruikt.
make “Make” betekent hier maken of ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt. In “make it easier” zorgt het schoon achterlaten ervoor dat het opnieuw boeken gemakkelijker wordt. Een bruikbaar patroon is make + object + bijvoeglijk naamwoord.
easier “Easier” betekent gemakkelijker en vergelijkt de situatie met een minder gemakkelijke mogelijkheid. Het is de vergrotende vorm van easy. In “make it easier to book again” beschrijft het het effect op het opnieuw reserveren.
book “Book” betekent hier reserveren, namelijk de ruimte opnieuw vastleggen. Het staat na to in “to book again” als basisvorm. Je gebruikt book vaak met een kamer, ruimte, ticket of afspraak als object.
again “Again” betekent opnieuw en geeft aan dat de ruimte nog een keer kan worden gereserveerd. In “book again” verwijst het naar een nieuwe reservering na de eerdere reservering. Het wordt vaak na een werkwoord geplaatst om herhaling aan te geven.

Grammatica

check whether + subject + verb

Check whether anyone left personal items behind.

tsjek wedher éniewan left pursunəl áitemz biháind.

Controleer of iemand persoonlijke spullen heeft achtergelaten.

Na whether volgt een bijzin met onderwerp en werkwoord. In het Nederlands gebruik je hier meestal ‘of’.

verb-ing + ... + makes it + adjective + to + verb

Leaving it clean makes it easier to book again.

líving it klien méiks it íeziər tuh boek uhgén.

Het schoon achterlaten maakt het gemakkelijker om opnieuw te reserveren.

Een -ing-vorm kan als onderwerp dienen. Daarna volgt ‘makes it + bijvoeglijk naamwoord + to’.

Engels woordenschat

anything voornaamwoord
énithing iets

Let's use a checklist so we don't miss anything.

chairs zelfstandig naamwoord
tsjeerz stoelen

I can collect the trash, and you can put the chairs back.

checklist zelfstandig naamwoord
chéklist checklist

Let's use a checklist so we don't miss anything.

collect werkwoord
kuh-lékt verzamelen

I can collect the trash, and you can put the chairs back.

common room zelfstandig naamwoord
kómən roem gemeenschappelijke ruimte

The common room looks messy after the event.

event zelfstandig naamwoord
ivént evenement

The common room looks messy after the event.

messy bijvoeglijk naamwoord
méssi rommelig

The common room looks messy after the event.

miss werkwoord
mis missen

Let's use a checklist so we don't miss anything.

put the chairs back uitdrukking
poet dhuh tsjeerz bek de stoelen terugzetten

I can collect the trash, and you can put the chairs back.

reserved werkwoord
rizérvd gereserveerd

We need to clean it because we reserved it.

tables zelfstandig naamwoord
téibuls tafels

Should the tables go back the way they were?

trash zelfstandig naamwoord
tresh afval

I can collect the trash, and you can put the chairs back.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De ruimte ziet er nu klaar voor gebruik uit.

Antwoord tonenThe room looks ready now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gereserveerd

Antwoord tonenreserved

iets

Antwoord tonenanything

evenement

Antwoord tonenevent

checklist

Antwoord tonenchecklist