The
"The" en "the" markeren hier dat het om een specifieke, bekende zaak gaat: het omroepbericht of het bord. Gebruik dit lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de context duidelijk maakt welke zaak bedoeld is.
announcement
"announcement" betekent hier een openbare mededeling die reizigers informeert. In "The announcement" verwijst het naar het bericht op het station; gebruik het voor een mededeling die iets bekendmaakt.
says
"says" geeft hier aan wat het omroepbericht meedeelt. Het is de vorm na "The announcement"; gebruik "says" voor wat een persoon, bericht of bord communiceert.
there
"there" introduceert hier het bestaan van een vertraging in "there is a delay". Dit patroon gebruik je om te zeggen dat iets aanwezig is of plaatsvindt; het verwijst hier niet naar een locatie.
is
"is" drukt hier uit dat er een vertraging bestaat in "there is a delay". Samen met "there" gebruik je het om het bestaan van één situatie of zaak te melden.
a
"a" introduceert hier één niet nader bepaalde vertraging in "a delay". Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer de luisteraar nog niet naar een specifieke eerdere vertraging verwijst.
delay
"delay" betekent hier een vertraging ten opzichte van de geplande reistijd. In "there is a delay" benoemt het wat er aan de hand is; gebruik het bij een trein, vlucht of andere geplande activiteit die later komt.
but
"but" verbindt hier de mededeling over de vertraging met de beperking dat de reden ontbreekt. Gebruik het om twee inhoudelijk contrasterende delen te verbinden, zoals in "there is a delay, but it does not say why".
it
"it" verwijst hier naar het omroepbericht als bron van de informatie: het zegt niet waarom. Gebruik "it" voor een zaak, bericht of situatie die al uit de context bekend is.
does
"does" is hier het hulpwerkwoord in de ontkenning "does not say". Het helpt de ontkenning vormen, terwijl "say" de inhoudelijke handeling noemt; gebruik dit patroon bij een derde-persoonsonderwerp in de tegenwoordige tijd.
not
"not" maakt "does not say" negatief: het bericht vermeldt de reden niet. Plaats "not" in dit patroon na "does" en vóór "say".
say
"say" betekent hier informatie meedelen of vermelden in "does not say why". Na "does" blijft de vorm "say"; gebruik "say" voor wat iemand of iets zegt.
why
"why" vraagt hier naar de reden van de vertraging in "say why". Gebruik het in een directe of indirecte vraag naar een oorzaak; hier staat het na "does not say".
I
"I" verwijst naar de spreker zelf in "I think". Het staat als onderwerp wanneer je je eigen mening, waarneming of handeling uitdrukt.
think
"think" betekent hier een mening of inschatting hebben in "I think they are checking the train". Na "I think" volgt de inhoud van de inschatting; gebruik "I think" om voorzichtig een oordeel te geven.
they
"they" verwijst hier naar het personeel of de verantwoordelijke mensen die de trein controleren. Gebruik "they" voor meerdere personen wanneer je de groep niet bij naam noemt; hier is de groep uit de stationscontext duidelijk.
are
"are" is hier het hulpwerkwoord in "they are checking". Samen met "checking" laat het zien dat de controle op dat moment bezig is; gebruik dit patroon voor een handeling die gaande is.
checking
"checking" betekent hier de trein inspecteren. In "are checking the train" volgt het op "are"; gebruik een vergelijkbaar patroon voor een controle die bezig is.
train
"train" is hier het voertuig dat vóór het instappen wordt gecontroleerd. In "checking the train" staat het als object van de controle; gebruik het voor treinvervoer.
before
"before" introduceert hier de handeling die eerst plaatsvindt in "before letting people board". Het geeft aan dat de controle voorafgaat aan het laten instappen; gebruik het om een tijdsvolgorde aan te geven.
letting
"letting" betekent hier toestaan dat mensen instappen. In "letting people board" staat het voor de persoon of groep die toestemming krijgt; gebruik dit patroon om toestemming voor een handeling uit te drukken.
people
"people" betekent hier de reizigers die op de trein wachten. In "letting people board" is het de groep die mag instappen; gebruik het voor mensen in het algemeen of een groep personen.
board
"board" betekent hier aan boord van de trein gaan in "letting people board". Het staat na "people" om de toegestane handeling te noemen; gebruik het in een reiscontext voor instappen in een voertuig.
Should
"Should" maakt hier een voorstel aan de groep in "Should we stay here". Gebruik "Should we ...?" om samen een handelingsoptie te bespreken.
we
"we" verwijst hier naar de twee reizigers samen. Het is het onderwerp in "Should we stay here" en omvat de spreker en de gesprekspartner.
stay
"stay" betekent hier op dezelfde plaats blijven, eerst in "Should we stay here" en daarna als aansporing in "Stay close for now". Gebruik het met een plaats of nabijheidsaanduiding om niet weg te gaan.
here
"here" verwijst naar de huidige plek op het station in "stay here". Gebruik het om de plaats van de spreker of gesprekspartners aan te wijzen.
or
"or" introduceert hier het alternatief in "Should we stay here, or should we look for another platform?". Gebruik het om tussen twee mogelijkheden of handelingen te kiezen.
look
"look" betekent hier zoeken in "look for another platform". Met "for" richt het zoeken zich op iets dat je wilt vinden; gebruik dit patroon bij het zoeken naar een plaats, persoon of zaak.
for
"for" koppelt "look" hier aan het gezochte doel in "look for another platform". Gebruik "look for" gevolgd door het object waarnaar je zoekt.
another
"another" betekent hier een ander perron dan het huidige, in "another platform". Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en wijst op een extra of alternatieve keuze.
platform
"platform" is hier het perron waar reizigers wachten of instappen. In "another platform" is het het gezochte alternatief; gebruik het bij trein- of metroreizen.
close
"close" betekent hier dichtbij of in de buurt in "Stay close for now". Het beschrijft waar de gesprekspartner moet blijven; gebruik het na "stay" om nabijheid uit te drukken.
now
"now" verwijst hier naar de huidige, tijdelijke fase in "for now". Gebruik "for now" wanneer een beslissing voorlopig geldt en later kan veranderen.
If
"If" introduceert een voorwaarde in "If it changes" en "if we need to switch platforms". Zet daarna de mogelijke situatie; gebruik deze vorm om een gevolg afhankelijk te maken van een voorwaarde.
changes
"changes" betekent hier dat de reisinformatie of situatie anders wordt in "If it changes". Het onderwerp "it" verwijst naar de eerder besproken situatie; gebruik "changes" voor iets dat anders wordt.
staff
"staff" betekent hier het stationspersoneel dat reizigers aanwijzingen geeft. In "staff will say where to go" is het de groep die informatie verstrekt; gebruik het voor medewerkers van een organisatie.
will
"will" kondigt hier aan wat medewerkers later zullen doen in "staff will say where to go". Gebruik "will" vóór de werkwoordsvorm om een toekomstige handeling of verwachting uit te drukken.
where
"where" vraagt hier naar de bestemming in "where to go". In dit patroon volgt een plaats of richting als ontbrekende informatie; gebruik het om te vragen op welke plek iemand moet zijn.
to
"to" markeert hier de infinitief in "to board", "to go", "to switch" en "to keep". Het staat vóór de handeling die iemand moet, kan of wil uitvoeren; gebruik het zo vóór een werkwoord in zulke patronen.
go
"go" betekent hier naar een andere plek gaan in "where to go". Het volgt op "to" en benoemt de beweging; gebruik het voor de bestemming of verplaatsing die besproken wordt.
have
"have" betekent hier bij zich hebben in "I have luggage". Het geeft bezit of aanwezigheid bij de spreker aan; gebruik "have" met een zaak die iemand bezit of meedraagt.
luggage
"luggage" betekent hier de bagage die de spreker bij zich heeft. In "I have luggage" benoemt het wat de verplaatsing lastig maakt; gebruik het voor tassen en persoonlijke spullen tijdens een reis.
so
"so" verbindt hier de bagage met het gevolg dat de spreker niet wil blijven rondlopen in "I have luggage, so I do not want to keep moving around". Gebruik het om een gevolg of conclusie in te leiden.
do
"do" is hier het hulpwerkwoord in "do not want". Het helpt de ontkenning vormen; de inhoudelijke voorkeur wordt door "want" uitgedrukt. Gebruik dit patroon om een wens of voorkeur in de tegenwoordige tijd te ontkennen.
want
"want" betekent hier willen in "do not want to keep moving around". De handeling die niet gewenst is volgt met "to keep"; gebruik "want to" vóór wat iemand wil doen.
keep
"keep" betekent hier doorgaan met een handeling in "keep moving around". Het wordt gevolgd door "moving"; gebruik dit patroon wanneer dezelfde handeling voortduurt.
moving
"moving" betekent hier van plaats veranderen in "moving around". Na "keep" benoemt het de handeling die blijft doorgaan; gebruik het voor fysieke verplaatsing.
around
"around" geeft hier aan dat de spreker zich steeds van plaats tot plaats verplaatst in "moving around". Gebruik het met een bewegingswerkwoord wanneer de beweging niet naar één vaste bestemming gaat.
ask
"ask" betekent hier informatie vragen aan personeel in "I will ask". Het introduceert hier de indirecte vraag "whether they can help"; gebruik het voor een informatieverzoek.
whether
"whether" introduceert hier de indirecte ja/nee-vraag "whether they can help". Gebruik het na werkwoorden zoals "ask" wanneer je wilt weten of iets het geval is, zonder de vraag rechtstreeks te formuleren.
can
"can" drukt hier uit dat het personeel mogelijk in staat is te helpen in "they can help". Het staat vóór "help"; gebruik het om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
help
"help" betekent hier praktische hulp bieden bij het wisselen van perron. In "they can help" volgt het na "can"; gebruik het voor ondersteuning van een persoon in een concrete situatie.
need
"need" betekent hier nodig hebben in "we need to switch platforms". Het geeft aan dat de wissel noodzakelijk wordt als de situatie verandert; gebruik "need to" vóór een noodzakelijke handeling.
switch
"switch" betekent hier van het ene perron naar het andere gaan in "switch platforms". Het krijgt hier "platforms" als object; gebruik dit patroon wanneer je tussen opties of plaatsen verandert.
platforms
"platforms" verwijst hier naar de perrons waartussen de reizigers eventueel moeten wisselen. In "switch platforms" benoemt het de plaatsen die bij de verandering betrokken zijn; gebruik het meervoud wanneer er meer dan één perron in beeld is.
That
"That" verwijst hier terug naar de voorgestelde hulp in "That would help". Gebruik het om naar een zojuist genoemde handeling, idee of situatie te verwijzen.
would
"would" maakt "That would help" voorwaardelijk: de hulp zou nuttig zijn als de verandering laat komt. Gebruik het om een mogelijk gevolg van een voorwaarde uit te drukken.
change
"change" is hier een verandering van perron of reisinformatie in "if the change comes at the last minute". Het is hier een zelfstandig naamwoord; gebruik het voor een wijziging die gevolgen heeft voor de planning.
comes
"comes" betekent hier plaatsvindt of zich voordoet in "the change comes at the last minute". Het onderwerp is "the change"; gebruik deze vorm om te zeggen dat een gebeurtenis of wijziging zich voordoet.
at
"at" geeft hier het precieze moment aan in "at the last minute". Gebruik "at" met een specifiek tijdstip of een vaste tijdsaanduiding.
last
"last" betekent hier laatste in de vaste tijdsaanduiding "the last minute". Samen met "minute" markeert het dat de verandering heel laat komt; gebruik deze uitdrukking voor een wijziging vlak vóór het moment waarop iets gebeurt.
minute
"minute" is hier een zeer korte tijdseenheid in "the last minute". In de uitdrukking "at the last minute" verwijst het niet naar een exact meetmoment, maar naar het allerlaatste moment vóór de actie.
Once
"Once" introduceert hier het moment waarop het bord is bijgewerkt in "Once they update the board". Het betekent hier nadat die voorwaarde is vervuld; gebruik het om een volgende handeling aan een eerdere gebeurtenis te koppelen.
update
"update" betekent hier nieuwe informatie op het bord zetten in "they update the board". Het krijgt "the board" als object; gebruik het voor het bijwerken van informatie, systemen of overzichten.
move
"move" betekent hier naar de juiste plek gaan in "we can move". Na "can" blijft het de basisvorm; gebruik het voor verplaatsing wanneer de bestemming uit de context duidelijk is.
without
"without" geeft hier aan dat de verplaatsing gebeurt zonder te gokken in "without guessing". Het wordt gevolgd door de activiteit die niet plaatsvindt; gebruik het om een afwezigheid of uitsluiting te beschrijven.
guessing
"guessing" betekent hier proberen te beslissen zonder bevestigde informatie. In "without guessing" benoemt het de handeling die de reizigers willen vermijden; gebruik het na "without" voor een activiteit die niet gebeurt.