The
‘The’ verwijst naar iets specifieks dat de gesprekspartners kennen, hier de workshop in ‘The workshop’. Het is het bepaalde lidwoord en staat vóór een zelfstandig naamwoord. In ‘The main outcome’ maakt het duidelijk dat het om één specifieke hoofduitkomst gaat.
workshop
‘workshop’ betekent hier een georganiseerde trainingssessie waarin deelnemers uitleg krijgen en taken of discussies doen. Het woord is hetzelfde in het Nederlands en Engels. In ‘The workshop’ verwijst het naar de sessie die de collega’s samen plannen.
needs
‘needs’ betekent hier ‘nodig heeft’: de workshop kan niet zonder structuur. Dit is de vorm van ‘need’ bij het onderwerp ‘The workshop’. Het patroon ‘something needs structure’ beschrijft wat iets nodig heeft om goed te functioneren.
structure
‘structure’ verwijst hier naar een duidelijke opbouw van de workshop, bijvoorbeeld de volgorde van uitleg, discussies en oefeningen. Het woord benoemt wat de workshop nodig heeft naast interactie. ‘Need structure’ is een bruikbaar patroon om een noodzakelijke opbouw aan te geven.
but
‘but’ introduceert een tegenstelling: de workshop heeft structuur nodig, terwijl de spreker ook een interactieve sfeer wil. Het verbindt twee ideeën die niet volledig dezelfde richting hebben. Je gebruikt ‘but’ vaak om na een eerste punt een beperking of voorkeur toe te voegen.
I
‘I’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker zelf. In ‘I want it to feel interactive’ geeft ‘I’ aan wie de voorkeur of wens heeft. Het Engelse ‘I’ wordt altijd met een hoofdletter geschreven.
want
‘want’ betekent hier ‘willen’ en drukt de wens van de spreker uit dat de workshop interactief aanvoelt. In ‘I want it to feel interactive’ staat na ‘want’ het voorwerp ‘it’ en daarna ‘to feel’. Dit patroon gebruik je om een gewenste toestand of handeling te beschrijven.
it
‘it’ verwijst in ‘I want it to feel interactive’ naar de workshop. Het is het voornaamwoord voor de zaak waarover de spreker spreekt. In de constructie ‘want it to feel interactive’ is ‘it’ degene waarvan de gewenste indruk wordt beschreven.
to
‘to’ markeert hier de infinitief ‘feel’ na ‘want it’. Het maakt deel uit van ‘I want it to feel interactive’, waarin de spreker beschrijft hoe de workshop moet aanvoelen. Na ‘want’ kan deze vorm een gewenste toestand of handeling aangeven.
feel
‘feel’ betekent hier ‘aanvoelen’ en beschrijft de indruk die de workshop bij deelnemers moet wekken. Het verbindt ‘it’ met de beschrijving ‘interactive’. Het patroon ‘feel + bijvoeglijk naamwoord’ beschrijft hoe iets overkomt.
interactive
‘interactive’ betekent hier dat deelnemers actief betrokken zijn en niet alleen luisteren. Het beschrijft hoe de workshop moet aanvoelen in ‘feel interactive’. Je gebruikt het om een sessie, activiteit of ervaring te typeren waarin mensen met elkaar of met de inhoud reageren.
We
‘We’ betekent ‘wij’ en verwijst hier naar de twee collega’s die de workshop samen ontwerpen. In ‘We can alternate’ markeert het de gezamenlijke mogelijkheid of het gezamenlijke voorstel. Het onderwerp staat vóór het modale werkwoord ‘can’.
can
‘can’ drukt hier een mogelijkheid of voorstel uit: de collega’s kunnen uitleg en discussietaken afwisselen. Na ‘can’ volgt de basisvorm ‘alternate’, zonder ‘to’. Het patroon ‘can + werkwoord’ beschrijft wat iemand kan doen of voorstellen.
alternate
‘alternate’ betekent hier dat korte uitleg en praktische discussietaken elkaar afwisselen. De twee onderdelen staan in ‘alternate short explanations with practical discussion tasks’. Het patroon ‘alternate A with B’ geeft aan welke twee soorten onderdelen elkaar opvolgen.
short
‘short’ betekent hier dat de uitleg niet lang duurt. Het beschrijft ‘explanations’ in ‘short explanations’. Je kunt ‘short’ vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om een beperkte duur of omvang aan te geven.
explanations
‘explanations’ verwijst naar korte momenten waarop de inhoud wordt uitgelegd. ‘Explanations’ is de meervoudsvorm van ‘explanation’, omdat het om meerdere uitlegonderdelen gaat. In ‘short explanations’ staat het woord vóór het onderdeel waarmee ze worden afgewisseld.
with
‘with’ verbindt in ‘alternate short explanations with practical discussion tasks’ de korte uitleg met de praktische discussietaken. Het geeft aan waarmee iets wordt gecombineerd of afgewisseld. Het patroon ‘alternate A with B’ gebruikt ‘with’ vóór het tweede onderdeel.
practical
‘practical’ betekent hier dat de discussietaken gericht zijn op toepassen en doen, niet alleen op theorie. Het beschrijft ‘discussion tasks’ in ‘practical discussion tasks’. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een bruikbaar of toepassingsgericht karakter aan te geven.
discussion
‘discussion’ verwijst hier naar het bespreken van ideeën of situaties met anderen. In ‘discussion tasks’ maakt het duidelijk dat de taken een gespreks- of overlegcomponent hebben. Het woord staat vóór ‘tasks’ en specificeert het soort taken.
tasks
‘tasks’ betekent hier opdrachten die deelnemers tijdens de workshop uitvoeren. ‘Tasks’ is de meervoudsvorm van ‘task’, omdat er meerdere opdrachten zijn. In ‘practical discussion tasks’ wordt het soort opdracht beschreven door de woorden ervoor.
That
‘That’ verwijst hier naar het zojuist voorgestelde afwisselen van uitleg en discussietaken. Het onderwerp van ‘That would prevent’ is dus niet één afzonderlijk woord, maar het hele plan. Aan het begin van een zin kan ‘That’ naar een eerder genoemd idee verwijzen.
would
‘would’ geeft hier een mogelijk gevolg van het voorgestelde plan aan: het zou voorkomen dat deelnemers te lang passief luisteren. Het maakt de uitspraak minder absoluut dan een directe bewering. In ‘would prevent’ staat daarna de basisvorm van het werkwoord.
prevent
‘prevent’ betekent hier ‘voorkomen’ dat deelnemers te lang passief luisteren. In de constructie ‘prevent participants from passively listening for too long’ volgt na ‘prevent’ wie wordt tegengehouden en daarna ‘from’ met de activiteit. Dit patroon gebruik je om aan te geven dat iets een ongewenste handeling verhindert.
participants
‘participants’ betekent hier de mensen die aan de workshop deelnemen. ‘Participants’ is de meervoudsvorm van ‘participant’, omdat het om meerdere deelnemers gaat. In ‘prevent participants from passively listening’ zijn zij degenen van wie het gedrag wordt beperkt.
from
‘from’ maakt hier deel uit van de constructie ‘prevent participants from passively listening for too long’. Het verbindt ‘prevent’ met de activiteit die moet worden voorkomen. Na ‘from’ staat in deze constructie ‘passively listening’.
passively
‘passively’ betekent hier dat deelnemers alleen luisteren zonder actief mee te doen. Het beschrijft de manier waarop zij zouden luisteren in ‘passively listening’. De uitgang ‘-ly’ maakt hier duidelijk dat het woord de activiteit ‘listening’ nader beschrijft.
listening
‘listening’ verwijst hier naar het luisteren naar uitleg. Het is de vorm van ‘listen’ die in ‘from passively listening’ de activiteit benoemt die moet worden voorkomen. In deze constructie staat ‘listening’ na ‘from’.
for
‘for’ geeft in ‘for too long’ de duur aan waarin deelnemers zouden luisteren. Het maakt duidelijk dat het probleem niet luisteren op zich is, maar een te lange periode. Je gebruikt ‘for’ vaak vóór een uitdrukking van tijdsduur.
too
‘too’ betekent hier ‘te’ in de betekenis van meer dan wenselijk. In ‘too long’ geeft het aan dat de duur van het luisteren een grens overschrijdt. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord ‘long’.
long
‘long’ beschrijft hier de duur van het luisteren. In ‘for too long’ betekent het dat de activiteit gedurende een lange periode doorgaat, en ‘too’ maakt die periode buitensporig lang. Het woord kan na ‘for’ een tijdsduur helpen beschrijven.
also
‘also’ betekent ‘ook’ en voegt een tweede voordeel van het plan toe. In ‘It also lets us see’ komt naast het voorkomen van passief luisteren nog een mogelijkheid ter sprake. Het staat hier vóór het werkwoord ‘lets’.
lets
‘lets’ betekent hier ‘stelt in staat’ of ‘maakt het mogelijk’. In ‘It also lets us see which ideas need clarification’ zorgt het voorgestelde plan ervoor dat de collega’s kunnen zien welke ideeën extra uitleg nodig hebben. ‘Lets’ is de vorm van ‘let’ bij het onderwerp ‘It’.
us
‘us’ betekent ‘ons’ en verwijst naar de collega’s als groep. In ‘lets us see’ zijn zij degenen die door het plan iets kunnen waarnemen. Na ‘lets’ staat ‘us’ vóór de basisvorm ‘see’.
see
‘see’ betekent hier ‘zien’ of vaststellen welke ideeën verduidelijking nodig hebben. In ‘lets us see’ benoemt het de handeling die door het plan mogelijk wordt gemaakt. Na ‘let’ staat de basisvorm ‘see’ zonder ‘to’.
which
‘which’ betekent hier ‘welke’ en helpt bepalen om welke ideeën het gaat. In ‘which ideas need clarification’ leidt het een deelzin in waarin de relevante ideeën worden geïdentificeerd. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord ‘ideas’.
ideas
‘ideas’ verwijst hier naar de inhoudelijke ideeën die in de workshop aan bod komen. ‘Ideas’ is de meervoudsvorm van ‘idea’, omdat meerdere ideeën kunnen worden verduidelijkt. In ‘which ideas need clarification’ is het woord het onderwerp van ‘need’.
need
‘need’ betekent hier ‘nodig hebben’: bepaalde ideeën hebben extra verduidelijking nodig. In ‘which ideas need clarification’ hoort ‘need’ bij het meervoudige onderwerp ‘ideas’. Het patroon ‘need clarification’ geeft aan dat iets nadere uitleg vereist.
clarification
‘clarification’ betekent hier verduidelijking of extra uitleg over een idee. Het benoemt wat de ideeën nodig hebben in ‘need clarification’. Je gebruikt het woord wanneer informatie of een punt duidelijker moet worden gemaakt.
should
‘should’ drukt hier een aanbeveling uit: de collega’s doen er goed aan eerst de gewenste resultaten te bepalen. Na ‘should’ staat de basisvorm ‘define’. Het patroon ‘should + werkwoord’ wordt gebruikt om advies of een verstandige vervolgstap te geven.
define
‘define’ betekent hier duidelijk vastleggen welke resultaten de workshop moet opleveren. In ‘define outcomes’ is ‘outcomes’ het doel dat wordt vastgesteld. Je kunt ‘define’ gebruiken voor het vooraf concreet maken van doelen, begrippen of resultaten.
outcomes
‘outcomes’ verwijst hier naar de resultaten die de workshop moet opleveren, vooral wat deelnemers uiteindelijk moeten kunnen bereiken. ‘Outcomes’ is de meervoudsvorm van ‘outcome’, omdat er meerdere mogelijke resultaten worden bedoeld. In ‘define outcomes’ worden die resultaten vooraf vastgelegd.
before
‘before’ betekent hier ‘voordat’ en ordent de stappen in de planning. De resultaten moeten eerst worden bepaald, en pas daarna worden oefeningen gekozen. In ‘before choosing exercises’ staat na ‘before’ een activiteit met ‘-ing’.
choosing
‘choosing’ betekent hier het selecteren van oefeningen. Het is de vorm van ‘choose’ die de activiteit beschrijft in ‘before choosing exercises’. De zin maakt duidelijk dat dit pas na het bepalen van de resultaten moet gebeuren.
exercises
‘exercises’ betekent hier oefeningen die deelnemers tijdens de workshop uitvoeren. ‘Exercises’ is de meervoudsvorm van ‘exercise’, omdat er meerdere oefeningen kunnen worden gekozen. In ‘choosing exercises’ is het woord wat wordt geselecteerd.
Otherwise
‘Otherwise’ betekent hier ‘anders’ en waarschuwt voor het gevolg als de resultaten niet eerst worden bepaald. Het verbindt de eerdere aanbeveling met het mogelijke probleem van ongerichte activiteiten. Je kunt ‘Otherwise’ aan het begin van een zin gebruiken om een alternatief gevolg aan te kondigen.
activities
‘activities’ verwijst hier naar de verschillende werkvormen of onderdelen die deelnemers uitvoeren. ‘Activities’ is de meervoudsvorm van ‘activity’, omdat er meerdere activiteiten kunnen zijn. In ‘activities may feel interesting but unfocused’ worden ze beoordeeld op hun effect en samenhang.
may
‘may’ drukt hier een mogelijkheid uit, geen zekerheid: activiteiten kunnen interessant lijken maar toch ongericht zijn. Na ‘may’ staat de basisvorm ‘feel’. Het patroon ‘may + werkwoord’ is bruikbaar om een mogelijk gevolg voorzichtig te formuleren.
interesting
‘interesting’ betekent hier dat de activiteiten de aandacht kunnen trekken of boeiend kunnen zijn. In ‘feel interesting but unfocused’ beschrijft het hoe de activiteiten overkomen. Het staat na ‘feel’ als een beschrijving van de activiteiten.
unfocused
‘unfocused’ betekent hier dat de activiteiten geen duidelijke richting of focus hebben. In ‘interesting but unfocused’ staat het tegenover het positieve kenmerk ‘interesting’, zonder dat de activiteiten daardoor doelgericht worden. Het woord beschrijft een activiteit of plan dat niet duidelijk op een doel is gericht.
main
‘main’ betekent hier ‘belangrijkste’ of ‘voornaamste’. In ‘The main outcome’ selecteert het de uitkomst die centraal staat tussen mogelijke resultaten. Je gebruikt ‘main’ vóór een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel aan te wijzen.
outcome
‘outcome’ betekent hier de centrale uitkomst die de workshop moet bereiken. Het is de enkelvoudsvorm van ‘outcomes’ en verwijst in ‘The main outcome’ naar één hoofdresultaat. Het woord kan een doel of resultaat van een activiteit, plan of proces benoemen.
is
‘is’ verbindt in ‘The main outcome is better decision-making under uncertainty’ het onderwerp met de beschrijving ervan. Het is de vorm van ‘be’ bij ‘The main outcome’. Hier wordt uitgelegd waaruit het belangrijkste resultaat bestaat.
better
‘better’ betekent hier ‘beter’ en geeft aan dat de besluitvorming moet verbeteren. Het is de vergrotende vorm van ‘good’ en vergelijkt de gewenste besluitvorming met een minder goede toestand. In ‘better decision-making’ staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat wordt beoordeeld.
decision-making
‘decision-making’ betekent hier besluitvorming: het proces van beslissingen nemen. Het benoemt precies de vaardigheid die door de workshop moet worden verbeterd. In ‘better decision-making under uncertainty’ wordt die vaardigheid gekoppeld aan moeilijke omstandigheden.
under
‘under’ betekent hier ‘onder’ in de betekenis van ‘in omstandigheden van’. In ‘under uncertainty’ geeft het aan dat de besluitvorming plaatsvindt terwijl niet alles zeker is. Je gebruikt ‘under’ in zulke patronen om de omstandigheden waaronder iets gebeurt te beschrijven.
uncertainty
‘uncertainty’ betekent hier onzekerheid, dus een situatie waarin niet alle uitkomsten of feiten vaststaan. In ‘decision-making under uncertainty’ beschrijft het de omstandigheden waarin beslissingen moeten worden genomen. Het woord benoemt een toestand, niet één afzonderlijke ontbrekende informatie.
Then
‘Then’ betekent hier ‘dan’ en leidt een gevolgtrekking uit de genoemde hoofduitkomst in. Omdat de workshop besluitvorming onder onzekerheid wil verbeteren, zijn scenario’s met onvolledige informatie passend. Aan het begin van een zin kan ‘Then’ een logische vervolgstap markeren.
scenarios
‘scenarios’ verwijst hier naar uitgewerkte situaties waarin deelnemers kunnen oefenen met besluitvorming. ‘Scenarios’ is de meervoudsvorm van ‘scenario’, omdat er meerdere situaties kunnen worden gebruikt. In ‘scenarios with incomplete information’ wordt beschreven welk soort situaties geschikt is.
incomplete
‘incomplete’ betekent hier dat niet alle informatie beschikbaar is. Het beschrijft ‘information’ in ‘incomplete information’. Je kunt het vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om aan te geven dat iets niet volledig is.
information
‘information’ verwijst hier naar de feiten en gegevens die deelnemers in de scenario’s krijgen. In ‘incomplete information’ is die informatie bewust niet volledig, zodat besluitvorming onder onzekerheid kan worden geoefend. Het woord benoemt de beschikbare inhoud waarmee iemand moet werken.
be
‘be’ betekent hier ‘zijn’ en maakt deel uit van ‘would be appropriate’. Na het modale werkwoord ‘would’ staat de basisvorm ‘be’. De constructie beoordeelt of de scenario’s passend zouden zijn voor het genoemde doel.
appropriate
‘appropriate’ betekent hier geschikt of passend voor het trainen van betere besluitvorming onder onzekerheid. In ‘would be appropriate’ wordt voorzichtig beoordeeld of deze scenario’s bij de gewenste uitkomst passen. Je gebruikt het om aan te geven dat een keuze goed aansluit bij een doel of situatie.