Een workshop evalueren op toepassing | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After a professional workshop, two colleagues plan a short evaluation that measures later application rather than satisfaction alone..

NL → EN / Niveau: B2

Over deze les

Met Een workshop evalueren op toepassing oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

After the workshop, we need more than satisfaction scores.

Aaftur dhuh wurkshop, wee niid moor dhan setisfekshun skoorsz. Na de workshop hebben we meer nodig dan tevredenheidsscores.
B

We should measure whether participants apply the method later.

Wee shud mezhur wedhur paartisupunts uhplai dhuh methud leitur. We zouden moeten meten of deelnemers de methode later toepassen.
A

Application is harder to measure, but it matters more.

Eplukeishun iz haardur tuh mezhur, but it meturs moor. Toepassing is moeilijker te meten, maar belangrijker.
B

We could ask for brief reflection notes after implementation.

Wee kud aask fur briif riflekshun noots aaftur implumenteishun. We zouden na de toepassing om korte reflectienotities kunnen vragen.
A

That would show what changed and what remained difficult.

Dhat wud shoo wot tsjeindzjd end wot rimeindid difikult. Dat zou laten zien wat er is veranderd en wat moeilijk bleef.
B

It also gives us material for improving the next session.

It olso givz us mutiriul fur improoving dhuh nekst seshun. Het geeft ons ook materiaal om de volgende sessie te verbeteren.
A

Let's keep the form short enough to complete honestly.

Lets kiip dhuh foorm shoort inuf tuh kuhmpliit onistli. Laten we het formulier kort genoeg houden om het eerlijk in te vullen.
B

Excessive evaluation often produces careless answers.

Ikssesiv evaljoe-eishun ofun pruhdjoesis keerlus aansurs. Te veel evaluatie leidt vaak tot slordige antwoorden.

Woord voor woord

After In “After the workshop” means na afloop van de workshop. “After” staat hier voor een gebeurtenis of periode en wordt vaak gevolgd door een zelfstandig naamwoord, zoals in een planning na een vergadering.
the In “the workshop” verwijst “the” naar een specifieke workshop die de gesprekspartners kennen. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: “the” + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld bij een eerder genoemde activiteit.
workshop “Workshop” betekent hier een georganiseerde bijeenkomst waarin deelnemers iets leren of oefenen. Het woord kan direct na “the” staan, zoals in “the workshop”, wanneer het om een specifieke workshop gaat.
we “We” verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon, waarschijnlijk de collega. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in “we need” en “We should measure”; je gebruikt het bijvoorbeeld bij gezamenlijke plannen.
need “Need” betekent hier nodig hebben: de gesprekspartners hebben meer informatie nodig dan alleen tevredenheidsscores. Een veelgebruikt patroon is “need” + zelfstandig naamwoord, zoals in “need more information”.
more “More” betekent hier meer of aanvullende informatie. In “more than satisfaction scores” geeft het aan dat er iets extra’s nodig is bovenop de tevredenheidsscores; je gebruikt “more” vaak vóór een zelfstandig naamwoord.
than “Than” verbindt hier de vergelijking in “more than satisfaction scores”. Het woord geeft aan waarmee “more” wordt vergeleken en komt vaak na een vergelijkende vorm zoals “more”.
satisfaction “Satisfaction” betekent hier tevredenheid over de workshop. In “satisfaction scores” vormt het samen met “scores” een vaste inhoudelijke combinatie voor beoordelingen van tevredenheid; vergelijkbaar gevormde combinaties kunnen een zelfstandig naamwoord voor een ander zelfstandig naamwoord plaatsen.
scores “Scores” zijn hier cijfers of beoordelingen die aangeven hoe tevreden deelnemers waren. In “satisfaction scores” verwijst het naar meetbare resultaten; het woord wordt vaak gebruikt voor punten of beoordelingen in een evaluatie.
should “Should” geeft in “We should measure” een aanbeveling of passend plan weer: dit zouden ze moeten meten. Het staat vóór de basisvorm van het werkwoord, zoals in “should measure”, en is bruikbaar bij professioneel advies.
measure “Measure” betekent hier meten of beoordelen hoe deelnemers de methode later gebruiken. Het kan gevolgd worden door wat je meet, zoals “measure satisfaction”, of door een bijzin met “whether”.
whether “Whether” leidt hier de inhoud in die gemeten moet worden: of deelnemers de methode later toepassen. Het staat vóór een volledige bijzin, zoals in “whether participants apply the method”, bijvoorbeeld bij een indirecte vraag of controle.
participants “Participants” zijn hier de mensen die aan de workshop hebben deelgenomen. Het woord kan het onderwerp zijn van een handeling, zoals in “participants apply the method”, en wordt vaak gebruikt bij cursussen, onderzoeken en bijeenkomsten.
apply “Apply” betekent hier een methode in de praktijk gebruiken. In “apply the method” staat het werkwoord vóór het concrete object; je kunt het bijvoorbeeld gebruiken wanneer iemand een geleerde werkwijze op het werk gebruikt.
method “Method” betekent hier de werkwijze die deelnemers in de workshop hebben geleerd. In “apply the method” verwijst het naar een specifieke aanpak; “apply” wordt vaak direct gevolgd door de methode die iemand gebruikt.
later “Later” verwijst hier naar een moment na de workshop, wanneer deelnemers de methode in hun werk kunnen gebruiken. Het staat in “apply the method later” achter de handeling en is bruikbaar om een later moment aan te geven.
Application “Application” betekent hier het daadwerkelijk gebruiken van de methode in de praktijk. Het is in “Application is harder to measure” het onderwerp van de zin en past bijvoorbeeld in een professionele bespreking van hoe kennis wordt toegepast.
is “Is” verbindt in “Application is harder” het onderwerp met de eigenschap “harder”. Het staat tussen het onderwerp en de beschrijving ervan, zoals in “The task is difficult”, en wordt gebruikt om iets te beschrijven.
harder “Harder” betekent hier moeilijker: toepassing is moeilijker te meten dan tevredenheid. Het geeft een vergelijking aan en staat vóór “to measure”; je gebruikt het wanneer twee taken of situaties in moeilijkheid worden vergeleken.
to In “to measure” markeert “to” de handeling die beschreven wordt als meten. De combinatie “to” + werkwoord komt vaak na een beschrijving van doel, taak of mogelijkheid, bijvoorbeeld bij wat er gemeten moet worden.
but “But” verbindt twee tegengestelde ideeën: toepassing is moeilijker te meten, maar wel belangrijker. Het wordt vaak gebruikt om na een eerste beoordeling een tegenstelling of nuancering toe te voegen.
it “It” verwijst in “it matters more” naar de toepassing die net besproken is. Het staat als onderwerp vóór “matters” en wordt vaak gebruikt om een eerder genoemde zaak opnieuw als onderwerp te nemen.
matters “Matters” betekent hier ertoe doen of belangrijk zijn. In “it matters more” zegt de spreker dat toepassing belangrijker is dan de moeilijkheid van het meten; een gebruikelijk patroon is “something matters”.
could “Could” geeft in “We could ask” een mogelijke aanpak of een voorzichtig voorstel weer: ze zouden kunnen vragen om notities. Het staat vóór de basisvorm “ask” en is geschikt wanneer je een optie bespreekt zonder die als vast besluit te presenteren.
ask “Ask” betekent hier vragen om reflectienotities van deelnemers. In de combinatie “ask for” volgt wat iemand wil ontvangen; je gebruikt bijvoorbeeld “ask for feedback” wanneer je om feedback verzoekt.
for In “ask for brief reflection notes” geeft “for” aan wat gevraagd wordt. Het patroon “ask for” + zelfstandig naamwoord is een gebruikelijke manier om te zeggen dat je om iets verzoekt.
brief “Brief” betekent hier kort en beperkt in lengte: de deelnemers hoeven slechts korte notities te schrijven. Het staat vóór “reflection notes” en wordt bijvoorbeeld gebruikt voor korte antwoorden, gesprekken of opmerkingen.
reflection “Reflection” verwijst hier naar het nadenken over de toepassing en de resultaten daarvan. In “reflection notes” beschrijft het soort notities; zulke notities kunnen bijvoorbeeld vastleggen wat iemand uit een ervaring heeft geleerd.
notes “Notes” zijn hier korte geschreven opmerkingen over de toepassing van de methode. In “reflection notes” gaat het om schriftelijke terugblik; het woord wordt vaak gebruikt voor informatie die iemand kort opschrijft.
implementation “Implementation” betekent hier de uitvoering van de methode in de praktijk. In “after implementation” geeft het aan dat de notities worden gevraagd nadat de methode is uitgevoerd; het woord past bij plannen, procedures en werkmethoden.
That “That” verwijst hier naar het voorgestelde plan om korte reflectienotities te vragen. Het staat als onderwerp aan het begin van “That would show” en kan in een gesprek een eerder genoemde actie of suggestie opnieuw aanduiden.
would “Would” beschrijft in “That would show” het verwachte gevolg van het voorgestelde plan. Het staat vóór “show” en wordt vaak gebruikt om uit te leggen wat een idee of actie waarschijnlijk zou opleveren.
show “Show” betekent hier zichtbaar of duidelijk maken welke veranderingen plaatsvonden en wat moeilijk bleef. In “show what changed” wordt het gevolgd door informatie die het plan aan het licht kan brengen; bijvoorbeeld een rapport kan laten zien wat er verbeterde.
what “What” leidt in “what changed” de informatie in waarover de notities iets moeten laten zien. Het staat vóór een werkwoord en verwijst naar de zaak of verandering die onderzocht wordt.
changed “Changed” verwijst hier naar wat anders is geworden na de toepassing van de methode. In “what changed” benoemt het de verandering die deelnemers in hun reflectie kunnen beschrijven.
and “And” verbindt hier twee soorten informatie: “what changed” en “what remained difficult”. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden, woordgroepen of bijzinnen naast elkaar te plaatsen.
remained “Remained” betekent hier bleef bestaan of bleef moeilijk. In “what remained difficult” gaat het om problemen die na de toepassing nog niet waren verdwenen; het patroon “remain” + eigenschap beschrijft iets dat zo blijft.
difficult “Difficult” betekent hier moeilijk om uit te voeren of onder de knie te krijgen. In “remained difficult” beschrijft het wat ondanks de toepassing nog lastig bleef, bijvoorbeeld een onderdeel van een nieuwe werkwijze.
also “Also” voegt in “It also gives us” een tweede voordeel toe naast het laten zien van veranderingen. Het staat hier vóór het werkwoord “gives” en is bruikbaar wanneer je nog een gevolg of voordeel noemt.
gives “Gives” betekent hier levert of verschaft: het materiaal levert de gesprekspartners bruikbare informatie. In “gives us material” staat eerst de ontvanger en daarna wat die ontvangt; dit patroon is gebruikelijk bij geven en opleveren.
us “Us” verwijst naar de gesprekspartners als ontvangers van het materiaal. In “gives us material” staat het na het werkwoord en vóór het ontvangen materiaal; je gebruikt het bijvoorbeeld in “send us the results”.
material “Material” betekent hier bruikbare informatie of inhoud uit de reflectienotities. In “material for improving the next session” geeft “for” aan waarvoor die inhoud gebruikt kan worden, namelijk voor verbetering.
improving “Improving” betekent hier beter maken van de volgende sessie. In “for improving the next session” volgt het op “for” en beschrijft het het doel waarvoor het materiaal wordt gebruikt.
next “Next” betekent hier de daaropvolgende sessie in de reeks. In “the next session” staat het vóór “session” en wordt het gebruikt om de eerstvolgende bijeenkomst aan te wijzen.
session “Session” betekent hier een afzonderlijke bijeenkomst of lesmoment. “The next session” verwijst naar de volgende workshopbijeenkomst en is bruikbaar voor geplande onderwijs- of werksessies.
Let's “Let's” introduceert in “Let's keep the form” een gezamenlijk voorstel: laten we het formulier zo houden. Het wordt gevolgd door een werkwoord en is bruikbaar wanneer je iemand uitnodigt om samen iets te doen.
keep “Keep” betekent hier in een bepaalde toestand houden. In “keep the form short enough” gaat het erom dat het formulier kort blijft; een bruikbaar patroon is “keep” + object + beschrijving, zoals “keep the report clear”.
form “Form” betekent hier een formulier waarop deelnemers antwoorden invullen. In “keep the form short enough” is het het object dat kort gehouden moet worden; je gebruikt “form” bijvoorbeeld voor een evaluatieformulier.
short “Short” betekent hier beperkt in lengte of hoeveelheid vragen. In “short enough to complete” beschrijft het de gewenste omvang van het formulier en geeft “enough” aan dat die omvang voldoende praktisch moet zijn.
enough “Enough” betekent hier voldoende om het formulier eerlijk te kunnen invullen. In “short enough to complete” volgt het op het bijvoeglijk naamwoord en staat het vóór “to” + werkwoord om een voldoende niveau voor een handeling aan te geven.
complete “Complete” betekent hier het formulier volledig invullen. In “to complete” beschrijft het de handeling waarvoor het formulier kort genoeg moet zijn; “complete a form” is een gebruikelijk patroon.
honestly “Honestly” betekent hier oprecht en zonder onzorgvuldige of automatisch gegeven antwoorden. In “complete honestly” beschrijft het hoe deelnemers het formulier moeten invullen; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je om eerlijke feedback vraagt.
Excessive “Excessive” betekent hier buitensporig of meer dan nuttig is. In “Excessive evaluation” beschrijft het een te grote hoeveelheid evaluatie; het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “excessive detail”.
evaluation “Evaluation” betekent hier het beoordelen of meten van de workshop en de toepassing ervan. In “Excessive evaluation” verwijst het naar het evaluatieproces als geheel; het woord wordt gebruikt bij feedback, onderzoek en kwaliteitsbeoordeling.
often “Often” betekent hier vaak of regelmatig. In “often produces” staat het vóór het werkwoord en geeft het aan dat het genoemde gevolg geregeld voorkomt; je gebruikt het om een terugkerend patroon te beschrijven.
produces “Produces” betekent hier veroorzaakt of levert als resultaat op. In “evaluation often produces careless answers” beschrijft het welk gevolg een bepaalde aanpak kan hebben; een gebruikelijk patroon is “produces” + resultaat.
careless “Careless” betekent hier zonder voldoende aandacht of zorgvuldigheid. In “careless answers” beschrijft het antwoorden die deelnemers waarschijnlijk minder zorgvuldig geven wanneer de evaluatie te lang of te uitgebreid is.
answers “Answers” zijn hier de ingevulde reacties van deelnemers op de evaluatie. In “careless answers” gaat het om antwoorden die niet zorgvuldig zijn; het woord wordt vaak gebruikt voor reacties op vragen of formulieren.

Grammatica

comparative adjective: harder than

The method was harder than the application.

Dhuh methud wuz haardur dhan dhi eplukeishun.

De methode was moeilijker dan de toepassing.

Gebruik harder than om twee dingen te vergelijken: hard krijgt de uitgang -er.

adverb placement: often

Participants often complete the form honestly.

Paartisupunts ofun kuhmpliit dhuh foorm onistli.

Deelnemers vullen het formulier vaak eerlijk in.

Often staat meestal vóór het hoofdwerkwoord; honestly staat vaak achter het werkwoord of object.

Engels woordenschat

application zelfstandig naamwoord
eplukeishun toepassing
apply werkwoord
uhplai toepassen
brief bijvoeglijk naamwoord
briif kort
hard bijvoeglijk naamwoord
haard moeilijk harder
later bijwoord
leitur later
matter werkwoord
metur ertoe doen
measure werkwoord
mezhur meten
method zelfstandig naamwoord
methud methode
participant zelfstandig naamwoord
paartisupunt deelnemer participants
reflection note uitdrukking
riflekshun noot reflectienotitie reflection notes
satisfaction score uitdrukking
setisfekshun skoor tevredenheidsscore satisfaction scores
workshop zelfstandig naamwoord
wurkshop workshop

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Te veel evaluatie leidt vaak tot slordige antwoorden.

Antwoord tonenExcessive evaluation often produces careless answers.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

later

Antwoord tonenlater

meten

Antwoord tonenmeasure

methode

Antwoord tonenmethod

workshop

Antwoord tonenworkshop