My
'My' verwijst hier naar de spreker en geeft aan dat het essay van die persoon is. Het staat vóór 'essay' in 'My essay'. Gebruik deze vorm wanneer je in een gesprek of tekst iets aan jezelf toeschrijft.
essay
'Essay' betekent hier een formeel geschreven werk waarin een onderwerp of argument wordt uitgewerkt. In 'My essay' gaat het om het academische werk van de student. Je gebruikt het in een academische context om naar zo'n geschreven tekst te verwijzen.
draws
'Draws' betekent hier gebruikt of steunt op, in de uitdrukking 'draws on research'. De basisvorm is 'draw'; 'draws' staat hier bij 'My essay'. Na deze vorm volgt de bron waarop de tekst steunt, hier 'research'.
on
'On' geeft hier aan waarop het essay steunt: 'draws on research'. In deze betekenis hoort het bij de uitdrukking 'draws on' en volgt er een bron of materiaal. In een academische tekst gebruik je het om aan te geven welke informatie wordt gebruikt.
research
'Research' betekent hier systematisch onderzoek dat informatie voor het essay levert. In 'draws on research' is het de bron waarop het essay steunt. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld wanneer je de basis van een academisch argument bespreekt.
but
'But' introduceert hier een tegenstelling tussen het gebruik van onderzoek en de onduidelijkheid van het hoofdargument. Het verbindt twee delen van de zin, zoals in 'research, but the central argument'. Je gebruikt het wanneer de tweede mededeling de eerste nuanceert of tegenspreekt.
the
'The' verwijst in 'the central argument' naar een specifiek argument dat bij het essay hoort. Het staat vóór de volledige naamwoordgroep 'central argument'. In academische gesprekken gebruik je deze vorm wanneer de lezer of gesprekspartner weet welk argument bedoeld wordt.
central
'Central' betekent hier het belangrijkste of centrale onderdeel. In 'central argument' beschrijft het welk argument de kern van het essay vormt. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel van een onderwerp aan te duiden.
argument
'Argument' betekent hier de centrale stelling of positie die in het essay wordt verdedigd. Het gaat niet om een ruzie, maar om de inhoudelijke lijn van de tekst. In deze context bespreek je een argument samen met het bewijs dat het ondersteunt.
feels
'Feels' betekent hier lijkt of wekt de indruk, in 'feels unclear'. De basisvorm is 'feel'; 'feels' staat hier bij 'the central argument'. Na 'feels' volgt de beschrijving 'unclear', zodat de spreker een beoordeling van het argument geeft.
unclear
'Unclear' betekent hier niet gemakkelijk te begrijpen of af te bakenen. In 'feels unclear' beschrijft het waarom het centrale argument problematisch aanvoelt. Je gebruikt het wanneer een uitleg, tekst of standpunt onvoldoende duidelijk is.
evidence
'Evidence' betekent hier informatie die een claim ondersteunt. In 'The evidence is relevant' beoordeelt de tutor het materiaal dat voor het argument wordt gebruikt. Je gebruikt het in academische context om onderbouwing van een stelling te bespreken.
is
'Is' verbindt hier 'The evidence' met de beschrijving 'relevant'. De basisvorm is 'be'; 'is' is de vorm die in deze zin bij het onderwerp staat. Het patroon 'evidence is relevant' beschrijft de betekenis of kwaliteit van bewijs.
relevant
'Relevant' betekent hier rechtstreeks verbonden met het onderwerp of de claim. In 'The evidence is relevant' zegt de tutor dat het bewijs inhoudelijk bruikbaar is. Je gebruikt het wanneer je beoordeelt of informatie bij een vraag of argument past.
yet
'Yet' introduceert hier een tegengesteld of beperkend punt: het bewijs is relevant, maar de claim is nog niet scherp genoeg. Het verbindt de delen in 'evidence is relevant, yet the claim'. In academische feedback gebruik je het om een positieve beoordeling met een kritische aanvulling te combineren.
claim
'Claim' betekent hier de stelling of positie die de schrijver verdedigt. In 'the claim needs sharper boundaries' gaat het om de afbakening van die stelling; later verwijst 'the same claim' naar dezelfde centrale stelling. Je gebruikt het bij argumentatie, bewijs en academisch schrijven.
needs
'Needs' betekent hier vereist of nodig hebben. De basisvorm is 'need'; 'needs' staat in 'needs sharper boundaries'. Na deze vorm volgt wat nodig is, hier 'sharper boundaries'.
sharper
'Sharper' betekent hier duidelijker en preciezer afgebakend. De basisvorm is 'sharp'; 'sharper' drukt hier een hogere mate van duidelijkheid uit in 'sharper boundaries'. Je gebruikt deze vorm wanneer een argument of onderscheid preciezer moet worden gemaakt.
boundaries
'Boundaries' betekent hier grenzen die bepalen hoe ruim of beperkt de claim is. De basisvorm is 'boundary'; 'boundaries' verwijst in deze zin naar meerdere grenzen rond de claim. In academisch schrijven gebruik je het bij het bepalen van de reikwijdte van een onderwerp of stelling.
I
'I' verwijst naar de spreker, de student. Het is het onderwerp in 'I think' en 'I am trying'. Je gebruikt deze vorm wanneer je je eigen mening, handeling of bedoeling beschrijft.
think
'Think' betekent hier geloven of tot een voorlopige beoordeling komen, in 'I think'. De student presenteert hiermee een eigen inschatting zonder die als absoluut feit te formuleren. Je gebruikt het vaak aan het begin van een persoonlijke mening of uitleg.
am
'Am' verbindt de spreker met de huidige poging in 'I am trying'. De basisvorm is 'be'; 'am' staat hier bij 'I'. Samen met 'trying' beschrijft het een handeling die op dit moment gaande is.
trying
'Trying' betekent hier moeite doen om iets te bereiken. De basisvorm is 'try'; in 'trying to answer' benoemt het de poging van de student. Na 'trying to' volgt de handeling die men probeert uit te voeren.
to
'To' markeert hier de handeling die wordt geprobeerd, namelijk 'answer'. In 'trying to answer' leidt het de infinitief in. Je gebruikt dit patroon om een doel of poging aan te geven.
answer
'Answer' betekent hier reageren op of behandelen, in 'answer too many questions'. Het staat na 'to' en heeft 'questions' als datgene waarop de student moet reageren. In een academische context kan een essay verschillende vragen beantwoorden.
too
'Too' geeft hier aan dat de hoeveelheid boven een geschikte of beheersbare grens ligt. In 'too many questions' versterkt het 'many' en maakt het duidelijk dat het aantal problematisch groot is. Je gebruikt het vóór een hoeveelheid of eigenschap wanneer die overdreven is.
many
'Many' geeft hier een grote hoeveelheid aan bij 'questions'. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in 'too many questions'. Je gebruikt het bij telbare zaken wanneer je een groot, maar niet precies genoemd aantal bedoelt.
questions
'Questions' betekent hier de zaken die de student in het essay probeert te beantwoorden of onderzoeken. De basisvorm is 'question'; 'questions' verwijst naar meerdere onderzoeksvragen. Het woord past hier bij de handeling 'answer'.
That
'That' verwijst hier naar de voorafgaande situatie waarin de student te veel vragen probeert te beantwoorden. In 'That often happens' is het de verwijzing naar die hele situatie. Je gebruikt het om in een reactie terug te verwijzen naar wat zojuist is gezegd.
often
'Often' betekent hier regelmatig of vaak. In 'That often happens' geeft het aan dat de beschreven situatie niet uitzonderlijk is. Je gebruikt het doorgaans bij een werkwoord om de frequentie van een gebeurtenis te beschrijven.
happens
'Happens' betekent hier plaatsvindt of voorkomt. De basisvorm is 'happen'; 'happens' staat in 'That often happens'. Je gebruikt het om te zeggen dat een situatie of gebeurtenis zich voordoet.
when
'When' introduceert hier de situatie waarin iets gebeurt: 'when the topic is interesting but broad'. Het leidt een volledige bijzin in die de omstandigheden beschrijft. In een uitleg gebruik je het om een terugkerend verband tussen een situatie en een gevolg aan te geven.
topic
'Topic' betekent hier het onderwerp dat in het essay wordt besproken. In 'the topic is interesting but broad' beoordeelt de tutor de reikwijdte van dat onderwerp. Je gebruikt het in gesprekken en teksten om het besproken onderwerp aan te duiden.
interesting
'Interesting' betekent hier boeiend of de moeite waard om aandacht aan te besteden. In 'the topic is interesting' beschrijft het waarom de student het onderwerp aantrekkelijk vindt. Je gebruikt het na een koppelwerkwoord om een onderwerp of zaak te beoordelen.
broad
'Broad' betekent hier dat het onderwerp een groot bereik heeft en veel verschillende aspecten omvat. In 'the topic is interesting but broad' verklaart het waarom de student moeite heeft om het essay af te bakenen. Je gebruikt het bij onderwerpen, vragen of argumenten met een ruime reikwijdte.
How
'How' introduceert hier een vraag naar de manier waarop iets kan worden gedaan. In 'How can I narrow it' vraagt de student om een praktische methode. Je gebruikt het aan het begin van vragen over aanpak, werkwijze of uitvoering.
can
'Can' drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit, in 'How can I narrow it'. De vorm staat vóór het werkwoord 'narrow'. De student gebruikt deze vraag om te weten te komen welke aanpak mogelijk is.
narrow
'Narrow' betekent hier de reikwijdte van iets beperken. In 'narrow it' heeft het voornaamwoord 'it' de rol van object: iets wordt smaller afgebakend. Je gebruikt het bij een onderwerp, vraag of argument dat te ruim is.
it
'It' verwijst hier naar wat in het essay moet worden afgebakend, namelijk het onderwerp of argument. In 'narrow it' staat het na het werkwoord als object. Je gebruikt zo'n voornaamwoord om een eerder genoemd onderwerp niet opnieuw te herhalen.
without
'Without' geeft hier aan dat een bepaalde negatieve uitkomst niet mag optreden. In 'without making it simplistic' wil de student het onderwerp beperken zonder het te simplistisch te maken. Je gebruikt 'without' vóór een handeling die achterwege blijft.
making
'Making' betekent hier ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt, in 'making it simplistic'. De basisvorm is 'make'; na 'making' staat het object 'it', gevolgd door de beschrijving 'simplistic'. In deze context gaat het om het resultaat van het afbakenen van het argument.
simplistic
'Simplistic' betekent hier te eenvoudig, waardoor belangrijke complexiteit verloren gaat. In 'making it simplistic' beschrijft het de ongewenste uitkomst van het afbakenen. Je gebruikt het wanneer een uitleg of argument wel eenvoudig is gemaakt, maar daardoor onvoldoende nuance behoudt.
Choose
'Choose' is hier een directe instructie om iets te selecteren. De basisvorm is 'choose'; in 'Choose one tension' staat het als aansporing aan de student. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand adviseert of opdraagt een keuze te maken.
tension
'Tension' betekent hier een spanning of tegenstelling tussen ideeën. In 'one tension' kiest de student één inhoudelijk conflict als focus van het essay. Je gebruikt het in academische analyse wanneer verschillende perspectieven of argumenten niet volledig samenvallen.
appears
'Appears' betekent hier aanwezig zijn of zichtbaar worden in verschillende bronnen. De basisvorm is 'appear'; 'appears' staat in 'that appears across several sources'. Je gebruikt het om aan te geven dat een patroon of idee in materiaal terugkomt.
across
'Across' betekent hier verspreid over of in meerdere bronnen. In 'appears across several sources' geeft het aan dat dezelfde spanning niet tot één bron beperkt blijft. Je gebruikt het met een reeks plaatsen, teksten of bronnen waarin iets terugkomt.
several
'Several' betekent hier meerdere, zonder een precies aantal te noemen. In 'several sources' staat het vóór het zelfstandig naamwoord 'sources'. Je gebruikt het wanneer er meer dan één bron of onderdeel is, maar het exacte aantal niet belangrijk is.
sources
'Sources' betekent hier teksten of andere materialen die informatie leveren voor het essay. De basisvorm is 'source'; 'sources' verwijst naar meerdere van zulke materialen. In academisch werk bespreek je bronnen als basis voor bewijs en vergelijking.
Then
'Then' geeft hier de volgende stap of het gevolg van de eerdere keuze aan. In 'Then I can compare perspectives' beschrijft de student wat na het kiezen van één spanning mogelijk wordt. Je gebruikt het om opeenvolgende stappen in een plan uit te leggen.
compare
'Compare' betekent hier overeenkomsten en verschillen onderzoeken. In 'compare perspectives' zijn de perspectieven het object van die vergelijking. Je gebruikt het bij een analytische taak waarin verschillende standpunten naast elkaar worden gelegd.
perspectives
'Perspectives' betekent hier verschillende standpunten of manieren om naar een onderwerp te kijken. De basisvorm is 'perspective'; 'perspectives' verwijst naar meerdere gezichtspunten. In deze context worden ze met elkaar vergeleken in het essay.
losing
'Losing' betekent hier het niet langer vasthouden of behouden van iets belangrijks. De basisvorm is 'lose'; in 'without losing the main point' gaat het om het behouden van de centrale gedachte. Je gebruikt deze vorm na 'without' om een ongewenste handeling te benoemen.
main
'Main' betekent hier het belangrijkste of centrale. In 'the main point' beschrijft het de gedachte die de rest van het essay moet blijven sturen. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het voornaamste onderdeel aan te duiden.
point
'Point' betekent hier de centrale gedachte of boodschap. In 'the main point' gaat het om wat de schrijver uiteindelijk duidelijk wil maken. Je gebruikt het in academische gesprekken om naar de kern van een argument of uitleg te verwijzen.
focus
'Focus' betekent hier de gerichte aandacht op de gekozen spanning en de centrale claim. In 'That focus' verwijst het naar de afbakening die de tutor heeft voorgesteld. Je gebruikt het als zelfstandig naamwoord om aan te geven waarop een tekst, bespreking of onderzoek gericht is.
will
'Will' drukt hier een toekomstig gevolg uit: de focus zal elk onderdeel op dezelfde claim richten. In 'will make' staat het vóór de basisvorm van het volgende werkwoord. Je gebruikt het om een verwacht resultaat of effect te beschrijven.
make
'Make' betekent hier veroorzaken dat iets op een bepaalde manier functioneert. In 'will make each paragraph support the same claim' zorgt de focus ervoor dat elke alinea dezelfde claim ondersteunt. Na 'make' volgt hier een object en daarna de basisvorm 'support'.
each
'Each' verwijst hier naar elke afzonderlijke alinea binnen het essay. In 'each paragraph' wordt de groep één voor één bekeken. Je gebruikt het vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer ieder onderdeel afzonderlijk bedoeld is.
paragraph
'Paragraph' betekent hier een afzonderlijk tekstgedeelte binnen het essay. In 'each paragraph' gaat het om alle alinea's afzonderlijk. Je gebruikt het bij de structuur van geschreven teksten.
support
'Support' betekent hier bewijs leveren voor of bijdragen aan de onderbouwing van een claim. In 'support the same claim' is 'the same claim' datgene wat elke alinea moet ondersteunen. Na 'make' staat 'support' hier in de basisvorm.
same
'Same' geeft hier aan dat alle alinea's één gedeelde claim ondersteunen. In 'the same claim' verwijst het naar de al eerder besproken centrale stelling. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets identiek of gemeenschappelijk blijft.