Verantwoord parafraseren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During an academic tutoring session, a student and tutor discuss how to paraphrase sources responsibly and cite ideas even when wording changes..

NL → EN / Niveau: B2

Over deze les

Met Verantwoord parafraseren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I worry that my paraphrases stay too close to the sources.

Aj wurrie dhat maj pèruhfreiziz stee toe kloows tuh dhuh sórsiz. Ik maak me zorgen dat mijn parafrasen te dicht bij de bronnen blijven.
B

A useful test is whether the sentence structure has changed.

Uh joesfuhl test iz wedhur dhuh sentuhns stràktjur hèz tsjeendjd. Een nuttige test is of de zinsstructuur veranderd is.
A

Sometimes I change vocabulary but keep the original logic.

Sàmtajmz aj tsjeendj vuhkèbjuhleri but kiep dhi uh-ridjuhnull lodjik. Soms verander ik de woordkeus, maar behoud ik de oorspronkelijke logica.
B

Then the paraphrase may still depend too heavily on the source.

Dhen dhuh pèruhfreiz mee stil dipènd toe hevuhlie on dhuh sors. Dan kan de parafrase nog steeds te sterk op de bron leunen.
A

I should probably close the article before drafting.

Aj sjoed próbuhbli kloowz dhi ártikuhl bihfór drèfting. Ik zou het artikel waarschijnlijk moeten sluiten voordat ik ga schrijven.
B

That can force you to reconstruct the idea in your own terms.

Dhat kuh n fors joe tuh riekunstràkt dhi ajdie in jor oon turmz. Dat kan je dwingen om het idee in je eigen woorden te reconstrueren.
A

I should also cite claims even when the wording differs.

Aj sjoed óolsow sajt kleemz iewuhn wen dhuh wurding difurz. Ik zou ook bronnen moeten vermelden bij beweringen, zelfs als de formulering anders is.
B

That is essential, because ideas require attribution too.

Dhat iz isènsjuhl, bihkóz ajdiez rikwajr ètruhbjoesjun toe. Dat is essentieel, omdat ook ideeën aan een bron moeten worden toegeschreven.

Woord voor woord

I In “I worry”, “I” verwijst naar de spreker zelf. Deze vorm gebruik je als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in “I should also cite claims”.
worry In “I worry”, betekent “worry” dat de spreker zich zorgen maakt. Het staat hier na “I” en beschrijft een bezorgd gevoel over de eigen parafrasen. Je gebruikt “worry” vaak met “about” voor het onderwerp van de zorg.
that In “I worry that my paraphrases stay too close”, leidt “that” de inhoud van de bezorgdheid in. Het verbindt “I worry” met een volledige mededeling. Je gebruikt hetzelfde patroon wanneer je een zorg koppelt aan wat er volgens jou gebeurt.
my In “my paraphrases” geeft “my” aan dat de parafrasen van de spreker zijn. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord “paraphrases”. Gebruik “my” op dezelfde manier om iets aan de spreker te koppelen.
paraphrases “Paraphrases” verwijst hier naar herformuleringen van bronmateriaal. In “my paraphrases” gaat het om de teksten die de spreker zelf heeft geformuleerd. Je gebruikt dit woord in een academische context wanneer je bronideeën in andere woorden weergeeft.
stay In “my paraphrases stay too close”, betekent “stay” dat de parafrasen te dicht bij de bron blijven. Het beschrijft dat een toestand voortduurt. Je kunt “stay” gebruiken met een bijvoeglijke bepaling om aan te geven dat iets in een bepaalde toestand blijft.
too In “too close” betekent “too” dat de mate hoger is dan wenselijk. De parafrasen zijn dus niet alleen dicht bij de bron, maar onwenselijk dicht. “Too” staat hier vóór het bijvoeglijk naamwoord dat de overmatige mate beschrijft.
close In “stay too close to the sources” betekent “close” dat de formulering sterk op de bronnen lijkt. Het gaat hier om inhoudelijke of tekstuele nabijheid, niet om fysieke afstand. De combinatie “close to” geeft aan waaraan iets nabij of vergelijkbaar is.
to In “close to the sources” hoort “to” bij “close” en geeft het aan waarmee de parafrasen worden vergeleken. Hier leidt “to” dus geen infinitief in. De combinatie “close to” is een herbruikbaar patroon voor nabijheid of sterke overeenkomst.
the In “the sources” verwijst “the” naar specifieke bronnen die in deze academische context bekend zijn. Het staat vóór “sources” om die bepaalde teksten aan te wijzen. Gebruik “the” wanneer de gesprekspartner kan begrijpen welke bronnen bedoeld zijn.
sources In “the sources” betekent “sources” de oorspronkelijke teksten of referenties waarop de parafrasen gebaseerd zijn. Het woord verwijst hier naar academisch bronmateriaal. Je gebruikt “sources” wanneer je meerdere teksten, publicaties of referenties als basis noemt.
A In “A useful test” introduceert “A” één test zonder die vooraf als specifieke test te hebben aangewezen. Het staat vóór “useful”, dat het daaropvolgende zelfstandig naamwoord beschrijft. Gebruik “a” wanneer je één niet nader bepaalde mogelijkheid of zaak noemt.
useful In “A useful test” betekent “useful” dat de test praktisch helpt om iets te beoordelen. Hier beschrijft het een test waarmee je kunt nagaan of de zinsstructuur veranderd is. Je gebruikt “useful” vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat bij een taak helpt.
test In “A useful test” is een “test” een manier om te controleren of een parafrase voldoende veranderd is. De test bestaat hier uit het nagaan van de zinsstructuur. Je gebruikt “test” voor een controle of methode waarmee je iets beoordeelt.
is In “A useful test is whether the sentence structure has changed” verbindt “is” de test met de controle die hem definieert. Het geeft aan wat de test inhoudt. Je gebruikt “is” vaak om een zaak te koppelen aan uitleg of identificerende informatie.
whether In “is whether the sentence structure has changed” leidt “whether” de vraag of een bepaalde toestand het geval is. Het maakt van de verandering van de zinsstructuur het te controleren punt. Je gebruikt “whether” in constructies waarin je een onzekere uitkomst of keuze onderzoekt.
sentence In “the sentence structure” verwijst “sentence” naar een afzonderlijke grammaticale zin. Samen met “structure” gaat het om de manier waarop de onderdelen van die zin zijn geordend. Je gebruikt “sentence” in academische taal om naar een grammaticale of geschreven zin te verwijzen.
structure In “the sentence structure” betekent “structure” de ordening van de onderdelen van een zin. De tutor gebruikt het om te beoordelen of de parafrase anders is opgebouwd. Je gebruikt “structure” met een zelfstandig naamwoord om de organisatie van dat geheel te beschrijven.
has In “has changed” helpt “has” om aan te geven dat de verandering vóór nu heeft plaatsgevonden en relevant is voor de huidige beoordeling. Het staat samen met “changed” in een voltooide constructie. Je gebruikt “has” in zulke constructies bij een onderwerp als “the sentence structure”.
changed In “has changed” betekent “changed” dat de zinsstructuur anders is geworden. Samen met “has” beschrijft het een voltooide verandering met betekenis voor de huidige situatie. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat iets niet meer hetzelfde is als eerder.
Sometimes “Sometimes” betekent “op sommige momenten” of “bij sommige gelegenheden”. In “Sometimes I change vocabulary” leidt het een gewoonte in die niet altijd voorkomt. Je gebruikt “Sometimes” vaak aan het begin van een zin om de frequentie van een handeling aan te geven.
change In “I change vocabulary” betekent “change” dat de spreker de gebruikte woorden anders maakt. Het heeft hier “vocabulary” als object. Je gebruikt “change” met een object wanneer je zegt wat je anders maakt.
vocabulary In “I change vocabulary” betekent “vocabulary” de woordkeuze of verzameling woorden die in de tekst wordt gebruikt. De spreker verandert de woorden maar behoudt de oorspronkelijke logica. Je gebruikt “vocabulary” in taal- en schrijfcontexten voor de gebruikte woorden.
but In “but keep the original logic” contrasteert “but” het veranderen van de woordkeuze met het behouden van de logica. Het verbindt twee handelingen die niet dezelfde richting hebben. Je gebruikt “but” om een tegenstelling of beperking na een eerdere mededeling toe te voegen.
keep In “keep the original logic” betekent “keep” dat de spreker de oorspronkelijke logica behoudt. Het staat met “the original logic” als datgene wat niet verandert. Je gebruikt “keep” met een object wanneer je zegt wat iemand behoudt.
original In “the original logic” betekent “original” dat de logica al in de bron aanwezig was. Het onderscheidt die logica van de nieuwe woordkeuze. Je gebruikt “original” vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat uit de eerste of bronversie komt.
logic In “the original logic” verwijst “logic” naar de onderliggende redenering van de bron. De spreker verandert de woorden maar laat deze redenering hetzelfde. Je gebruikt “logic” voor de manier waarop ideeën samenhangen en tot een conclusie leiden.
Then In “Then the paraphrase may still depend too heavily on the source”, betekent “Then” dat de volgende conclusie voortkomt uit het zojuist beschreven geval. Het markeert een gevolg in de redenering. Je gebruikt “Then” om een gevolg of volgende stap in een uitleg aan te kondigen.
paraphrase In “the paraphrase may still depend too heavily on the source” betekent “paraphrase” één herformulering van bronmateriaal. De tutor beoordeelt hier of die tekst nog te sterk van de bron afhankelijk is. Je gebruikt dit woord voor een specifieke herformuleerde tekst.
may In “may still depend” drukt “may” een mogelijkheid uit, geen zekerheid. De tutor zegt dat de parafrase mogelijk nog te sterk op de bron leunt. Je gebruikt “may” vóór een werkwoord om een mogelijke situatie te beschrijven.
still In “may still depend too heavily” betekent “still” dat de afhankelijkheid blijft bestaan ondanks de veranderde woordkeuze. Het benadrukt dat het probleem niet verdwenen is. Je gebruikt “still” vóór de relevante werkwoordelijke informatie om voortduring aan te geven.
depend In “depend too heavily on the source” betekent “depend” dat de parafrase te sterk op de bron steunt. Het werkwoord wordt hier gevolgd door “on” en de bron waarop de afhankelijkheid gericht is. De combinatie “depend on” gebruik je om aan te geven waarvan iets afhankelijk is.
heavily In “depend too heavily on the source” beschrijft “heavily” de mate van afhankelijkheid. De parafrase steunt in ongewenst sterke mate op de bron. Je gebruikt “heavily” hier als versterking bij een werkwoord dat een sterke invloed of afhankelijkheid uitdrukt.
on In “depend too heavily on the source” geeft “on” aan waarop de afhankelijkheid gericht is. Het hoort bij het patroon “depend on”. Gebruik dit patroon wanneer je noemt waarvan een tekst, besluit of resultaat afhankelijk is.
source In “the source” betekent “source” één oorspronkelijke tekst of referentie waarop de parafrase steunt. Het woord staat na “the” omdat de bedoelde bron in de context bekend is. Je gebruikt “source” in academische context voor de tekst waaruit een idee of bewering afkomstig is.
should In “I should probably close the article” geeft “should” advies of een passende handelwijze voor de spreker aan. Het staat vóór “close”, zonder extra werkwoordsuitgang. Je gebruikt “should” om een aanbeveling of eigen verplichting minder absoluut te formuleren.
probably In “should probably close” betekent “probably” dat de spreker deze handelwijze waarschijnlijk juist vindt, maar niet volledig zeker formuleert. Het nuanceert het advies dat met “should” wordt gegeven. Je gebruikt “probably” om een waarschijnlijkheid aan te geven.
article In “close the article” verwijst “article” naar het academische geschreven stuk dat de spreker gebruikt. De spreker wil dit stuk sluiten voordat het schrijven begint. Je gebruikt “article” voor een geschreven tekst, hier specifiek in een academische context.
before In “before drafting” betekent “before” dat het sluiten van het artikel eerder gebeurt dan het opstellen van de eerste tekstversie. Het ordent de twee handelingen in de tijd. Je gebruikt “before” vóór een activiteit of gebeurtenis die later plaatsvindt.
drafting In “before drafting” verwijst “drafting” naar het schrijven van een eerste versie. De spreker wil dit pas doen nadat het artikel is gesloten. Je gebruikt deze vorm na “before” om de activiteit te benoemen die nog moet beginnen.
can In “That can force you” geeft “can” aan dat iets de mogelijkheid heeft om dit effect te veroorzaken. Het sluiten van het artikel kan de schrijver ertoe brengen het idee zelfstandig te reconstrueren. Je gebruikt “can” vóór een werkwoord voor mogelijkheid of vermogen.
force In “can force you to reconstruct” betekent “force” dat iets iemand ertoe brengt iets te doen, doordat er weinig ruimte blijft om het anders te doen. Hier leidt het sluiten van het artikel tot zelfstandig reconstrueren. Het patroon “force you to reconstruct” bevat de persoon die handelt en de daaropvolgende activiteit.
you In “force you to reconstruct” verwijst “you” naar de persoon die door de tutor wordt aangesproken. Die persoon is degene die het idee opnieuw moet opbouwen. Je gebruikt “you” voor de gesprekspartner als object van een handeling.
reconstruct In “to reconstruct the idea” betekent “reconstruct” dat je het idee opnieuw opbouwt vanuit je eigen begrip. Het staat na “to” en heeft “the idea” als object. Je gebruikt “reconstruct” wanneer iets opnieuw wordt samengesteld uit begrepen onderdelen.
idea In “reconstruct the idea” verwijst “idea” naar de gedachte of inhoud uit de bron die opnieuw moet worden geformuleerd. Het gaat niet om het letterlijk kopiëren van de oorspronkelijke zin. Je gebruikt “idea” voor een gedachte of concept dat iemand uitlegt of ontwikkelt.
in In “in your own terms” geeft “in” aan welke woorden of formulering je gebruikt om het idee uit te drukken. De uitleg gebeurt dus binnen de eigen bewoordingen van de aangesprokene. De combinatie “in your own terms” is een herbruikbaar patroon voor uitleg in eigen woorden.
your In “your own terms” verwijst “your” naar de persoon die wordt aangesproken. Het maakt duidelijk dat de woorden bij die persoon horen. Je gebruikt “your” vóór een zelfstandig naamwoord om iets aan de gesprekspartner toe te schrijven.
own In “your own terms” benadrukt “own” dat het om de persoonlijke bewoordingen van de aangesprokene gaat. Het versterkt de verbinding tussen “your” en “terms”. Gebruik “your own” wanneer je wilt benadrukken dat iets specifiek van de gesprekspartner zelf is.
terms In “your own terms” betekent “terms” de woorden of formuleringen waarmee je een idee uitlegt. De uitdrukking vraagt hier om een zelfstandige herformulering. Je gebruikt “in your own terms” om iemand aan te moedigen iets met eigen woorden uit te leggen.
also In “I should also cite claims” voegt “also” een tweede aanbevolen handeling toe naast het sluiten van het artikel. Het betekent dat de spreker dit bovendien zou moeten doen. Je gebruikt “also” om extra informatie of een extra actie toe te voegen.
cite In “cite claims” betekent “cite” dat je de bron vermeldt die een bewering ondersteunt. De spreker zegt dat dit ook nodig is wanneer de formulering verandert. Je gebruikt “cite” in academische context voor het verwijzen naar bronnen.
claims In “cite claims” verwijst “claims” naar beweringen die als waar of geldig worden gepresenteerd. De spreker wil de bronnen bij zulke beweringen vermelden. Je gebruikt “claims” wanneer je specifieke uitspraken of stellingen bespreekt die ondersteuning nodig hebben.
even In “even when the wording differs” benadrukt “even” dat de verplichting blijft gelden ondanks een verschil in formulering. Ook een geparafraseerde bewering moet dus worden geciteerd. Je gebruikt “even when” om een omstandigheid te noemen die de hoofdregel niet opheft.
when In “even when the wording differs” leidt “when” de situatie in waarin de formulering anders is. Die situatie verandert niets aan de noodzaak om te citeren. Je gebruikt “when” om een tijdstip of toepasselijke omstandigheid te introduceren.
wording In “the wording differs” betekent “wording” de specifieke keuze en formulering van de woorden. De betekenis of het idee kan hetzelfde blijven terwijl de wording verandert. Je gebruikt “wording” wanneer je bespreekt hoe iets precies is geformuleerd.
differs In “the wording differs” betekent “differs” dat de formulering niet hetzelfde is als die van de bron. Het beschrijft het verschil tussen de gebruikte woorden. Je gebruikt “differ” met “from” wanneer je expliciet wilt aangeven waarvan iets verschilt.
essential In “That is essential” betekent “essential” dat iets absoluut noodzakelijk is. De tutor beoordeelt het citeren van ideeën als een onmisbaar onderdeel van verantwoord academisch schrijven. Je gebruikt “essential” om het belang of de noodzakelijkheid van iets sterk te benadrukken.
because In “because ideas require attribution too” leidt “because” de reden voor de uitspraak “That is essential”. Het verklaart waarom citeren noodzakelijk blijft. Je gebruikt “because” vóór een volledige reden.
ideas In “ideas require attribution too” verwijst “ideas” naar gedachten of inhoud die uit een bron afkomstig kunnen zijn. De tutor benadrukt dat niet alleen exacte formuleringen, maar ook zulke ideeën een bronvermelding nodig hebben. Je gebruikt “ideas” voor de inhoudelijke gedachten die iemand uitwerkt of overneemt.
require In “ideas require attribution” betekent “require” dat ideeën bronvermelding nodig hebben. Het drukt een noodzakelijke voorwaarde uit, niet slechts een voorkeur. Je gebruikt “require” met datgene wat nodig is en met de zaak die deze noodzaak heeft.
attribution In “ideas require attribution” betekent “attribution” het erkennen en vermelden van de bron van een idee. Het verklaart waarom je ook bij gewijzigde bewoordingen moet citeren. Je gebruikt “attribution” in academische of professionele context wanneer je duidelijk maakt aan wie een idee of bijdrage toekomt.

Grammatica

whether + subject + verb

It depends on whether the wording differs.

It dipèndz on wedhur dhuh wurding difurz.

Het hangt ervan af of de formulering verschilt.

Na whether volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. Gebruik dit bij een indirecte ja/nee-vraag.

require + object + to-infinitive

The test requires you to reconstruct the logic.

Dhuh test rikwajrz joe tuh riekunstràkt dhuh lodjik.

De test vereist dat je de logica reconstrueert.

Na require kan een persoon gevolgd worden door to + werkwoord: require someone to do something.

Engels woordenschat

change werkwoord
tsjeendj veranderen changed

A useful test is whether the sentence structure has changed.

depend on werkwoord
dipènd on afhangen van

Then the paraphrase may still depend too heavily on the source.

logic zelfstandig naamwoord
lodjik logica

Sometimes I change vocabulary but keep the original logic.

original bijvoeglijk naamwoord
uh-ridjuhnull oorspronkelijk

Sometimes I change vocabulary but keep the original logic.

paraphrase zelfstandig naamwoord
pèruhfreiz parafrase paraphrases

I worry that my paraphrases stay too close to the sources.

sentence structure uitdrukking
sentuhns stràktjur zinsstructuur

A useful test is whether the sentence structure has changed.

source zelfstandig naamwoord
sors bron sources

I worry that my paraphrases stay too close to the sources.

test zelfstandig naamwoord
test test

A useful test is whether the sentence structure has changed.

useful bijvoeglijk naamwoord
joesfuhl nuttig

A useful test is whether the sentence structure has changed.

vocabulary zelfstandig naamwoord
vuhkèbjuhleri woordenschat

Sometimes I change vocabulary but keep the original logic.

whether voegwoord
wedhur of

A useful test is whether the sentence structure has changed.

worry werkwoord
wurrie zich zorgen maken

I worry that my paraphrases stay too close to the sources.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

of

Antwoord tonenwhether

parafrase

Antwoord tonenparaphrases

test

Antwoord tonentest

nuttig

Antwoord tonenuseful