Presentatieangst beheersen met structuur | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During an academic tutoring session, a student and tutor discuss using notes, rehearsal, and flexible signposts to manage presentation anxiety..

NL → EN / Niveau: B2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Presentatieangst beheersen met structuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I know the material, but presenting makes my thinking scattered.

ai NOO de mə-TIE-ri-əl, bət pri-ZEN-ting MEIKS mai THINK-ing SKA-tərd. Ik ken de stof, maar tijdens het presenteren raken mijn gedachten versnipperd.
B

Anxiety can disrupt the structure of a presentation, even when you are well prepared.

eng-ZAI-ə-tie kən dis-RUPT de STRAK-tsjur əv ə prezən-TEE-sjən, IE-vən wen joe ar wel pri-PAIRD. Angst kan de structuur van een presentatie verstoren, zelfs als je goed voorbereid bent.
A

I tend to rush through complex transitions.

ai TEND tə RASJ throe KOM-pleks træn-ZI-sjənz. Ik heb de neiging om snel door complexe overgangen heen te gaan.
B

Highlighting transitions in your notes may help.

HAI-lai-ting træn-ZI-sjənz in jor NOOTS mee HELP. Het kan helpen om de overgangen in je aantekeningen te markeren.
A

I could also rehearse only the difficult sections.

ai kəd OL-soe ri-HURS OUN-li de DI-fi-kəlt SEK-sjənz. Ik zou ook alleen de moeilijke gedeelten kunnen oefenen.
B

That is efficient, since not every part needs equal practice.

THAT iz i-FI-sjənt, sins not EV-ri part niidz IE-kwəl PRAK-tis. Dat is efficiënt, omdat niet elk onderdeel evenveel oefening nodig heeft.
A

I want to sound prepared without seeming memorized.

ai WANT tə SAUND pri-PAIRD wi-THAUT SIE-ming MEM-ə-raizd. Ik wil voorbereid klinken zonder ingestudeerd over te komen.
B

Aim for flexible signposts rather than fixed sentences.

EIM fər FLEX-ə-bəl SAIN-poosts RATH-ər thən fikst SEN-təns-iz. Richt je op flexibele signaalzinnen in plaats van vaste zinnen.

Uitleg van de zinnen

  1. I know the material, but presenting makes my thinking scattered.

    Ik ken de stof, maar tijdens het presenteren raken mijn gedachten versnipperd.

    know
    kennen; weten
    material
    stof; lesmateriaal
    presenting
    presenteren
    makes
    maakt
    thinking
    denken; denkpatroon
    scattered
    versnipperd
    Uitgebreide uitleg

    know betekent hier dat de spreker vertrouwd is met de stof en die kent. Het Engelse know kan zowel kennis van feiten als vertrouwdheid met iets uitdrukken; de context maakt hier de tweede uitleg passend. Voorbeeld: “I know this topic.” = “Ik ken dit onderwerp.” material betekent hier de leerstof of het lesmateriaal. Het is een zelfstandig naamwoord; het kan in andere contexten ook materiaal in bredere zin betekenen. Voorbeeld: “The material is difficult.” = “De stof is moeilijk.” presenting is de -ing-vorm van present, hier gebruikt als activiteit: presenteren. De vorm benoemt dus het presenteren als situatie of bezigheid. Voorbeeld: “Presenting takes practice.” = “Presenteren vereist oefening.” makes is de derde persoon enkelvoud van make in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is hier presenting, een activiteit die grammaticaal als enkelvoud wordt behandeld. Daarom staat er makes, niet make. In “Presenting makes me nervous” betekent makes dat presenteren een bepaald effect veroorzaakt. thinking is een zelfstandig naamwoord voor het denken of de manier waarop iemand denkt. In my thinking geeft my aan dat het om het denken van de spreker gaat; thinking is hier niet de werkwoordsvorm in een duratieve tijd. Voorbeeld: “Clear notes improve my thinking.” = “Duidelijke aantekeningen verbeteren mijn denken.” scattered is het voltooid deelwoord van scatter, hier gebruikt als beschrijvend bijvoeglijk naamwoord: versnipperd of onsamenhangend. Het beschrijft de toestand van my thinking nadat of doordat het minder geordend raakt. Voorbeeld: “My thoughts feel scattered.” = “Mijn gedachten voelen versnipperd aan.” De structuur is I know the material, gevolgd door de tegenstelling but: de spreker kent de stof, maar er ontstaat een probleem bij het presenteren. In presenting makes my thinking scattered is presenting het onderwerp, makes geeft het veroorzaakte effect aan, en my thinking is wat dat effect ondergaat. De volledige betekenis is daarom: “Ik ken de stof, maar tijdens het presenteren raken mijn gedachten versnipperd.”

  2. Anxiety can disrupt the structure of a presentation, even when you are well prepared.

    Angst kan de structuur van een presentatie verstoren, zelfs als je goed voorbereid bent.

    Anxiety
    angst
    can
    kan
    disrupt
    verstoren
    structure
    structuur
    presentation
    presentatie
    even when
    zelfs als
    well prepared
    goed voorbereid
    Uitgebreide uitleg

    Anxiety betekent hier angst of spanning die invloed heeft op het presenteren. Het is een ontelbaar zelfstandig naamwoord: je zegt bijvoorbeeld I feel anxiety, niet normaal an anxiety wanneer je angst in het algemeen bedoelt. Voor een concrete angst of zorg kun je wel a fear of a worry gebruiken. can drukt hier mogelijkheid uit: angst kan de structuur verstoren. Na can komt het werkwoord in de basisvorm, dus can disrupt, niet can disrupts. Dezelfde vorm geldt bij alle personen: I can, she can, they can. Disrupt betekent hier dat iets een ordelijk proces of een goede structuur verstoort. De basisvorm is disrupt; de derde persoon enkelvoud is disrupts, de verleden tijd is disrupted en het voltooid deelwoord is ook disrupted. Voorbeeld: Noise can disrupt a meeting. — Lawaai kan een vergadering verstoren. Structure verwijst hier naar de ordening en opbouw van de presentatie. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a structure, the structure, several structures. In deze zin staat met het voorafgaande lidwoord the de relevante opbouw van die presentatie centraal. Presentation betekent hier een presentatie als gesproken uiteenzetting. Het zelfstandig naamwoord komt van het werkwoord present, maar presentation is de naam van de activiteit of het resultaat, niet de werkwoordsvorm zelf. Voorbeeld: Her presentation was clear. — Haar presentatie was duidelijk. Even when leidt een omstandigheid in die de hoofdgedachte niet verhindert: ook op het moment of in de situatie waarin iemand goed voorbereid is, kan angst de structuur verstoren. When alleen betekent wanneer of als; even voegt de nadruk toe dat dit ondanks die omstandigheid geldt. Voorbeeld: I make mistakes even when I am careful. — Ik maak fouten, zelfs als ik voorzichtig ben. Well prepared beschrijft de toestand van de aangesprokene met you: je bent goed voorbereid. Prepared is het voltooid deelwoord van prepare en functioneert hier als bijvoeglijke beschrijving; well versterkt die beschrijving. Well betekent in deze combinatie goed, terwijl good bijvoorbeeld een zelfstandig naamwoord kan beschrijven: a good plan — een goed plan. Voorbeeld: They are well prepared for the exam. — Zij zijn goed voorbereid op het examen. Samen vormt Anxiety can disrupt the structure of a presentation de hoofdmededeling: angst kan de opbouw van een presentatie verstoren. Even when you are well prepared voegt de concessieve omstandigheid toe: dit kan zelfs gebeuren als je goed voorbereid bent. De volledige betekenis is dus: angst kan de structuur van een presentatie verstoren, zelfs als je goed voorbereid bent.

  3. I tend to rush through complex transitions.

    Ik heb de neiging om snel door complexe overgangen heen te gaan.

    tend to
    de neiging hebben om
    rush through
    snel door iets heen gaan
    complex
    complex
    transitions
    overgangen
    Uitgebreide uitleg

    tend to: In I tend to rush, betekent tend to + werkwoord dat iets kenmerkend of vaak gebeurt: “de neiging hebben om …”. tend staat hier in de tegenwoordige tijd; bij I blijft de vorm tend, terwijl bij he/she/it de vorm tends is. Bijvoorbeeld: She tends to speak quickly. = “Ze heeft de neiging snel te spreken.” rush through: rush betekent hier iets gehaast doen, en through geeft aan dat je een geheel of reeks heen gaat. Samen betekent rush through dat je iets te snel doorneemt of afwerkt. Het is een werkwoordelijke combinatie; na tend to staat het werkwoord in de basisvorm: tend to rush. complex: Dit beschrijvende woord betekent hier “ingewikkeld” of “samengesteld uit veel onderling verbonden delen”. Het beschrijft transitions, niet rush. De vergelijkingsvormen zijn complex, more complex en most complex. transitions: Het meervoud van transition betekent “overgangen”: momenten of passages waarin iets van de ene fase, toestand of sectie naar een andere gaat. Het enkelvoud is transition; het meervoud krijgt -s: transition → transitions. Bijvoorbeeld: The transitions between sections are clear. = “De overgangen tussen de secties zijn duidelijk.” Samen betekent I tend to rush through complex transitions dat de spreker de neiging heeft om complexe overgangen te snel te doorlopen: “Ik heb de neiging om snel door complexe overgangen heen te gaan.”

  4. Highlighting transitions in your notes may help.

    Het kan helpen om de overgangen in je aantekeningen te markeren.

    Highlighting
    markeren
    transitions
    overgangen
    your
    je
    notes
    aantekeningen
    may help
    kan helpen
    Uitgebreide uitleg

    Highlighting staat hier aan het begin als een activiteit die als onderwerp van de zin fungeert: “het markeren”. Het is de -ing-vorm van highlight (“markeren”, “benadrukken”). In dit patroon kan een activiteit als onderwerp staan: Reading helps = “Lezen helpt”. Het betekent hier niet dat iemand noodzakelijk op dit moment aan het markeren is. transitions betekent hier “overgangen”. Het is het meervoud van transition; het enkelvoud is transition en het meervoud krijgt -s: one transition, several transitions. De vorm verwijst hier naar overgangen in de aantekeningen, zonder verder te bepalen welke overgangen dat zijn. your is een bezittelijk bepalend woord voor de aangesprokene: “je” of “jouw”. Engels verandert your niet naar het aantal of grammaticale geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord: your note en your notes gebruiken dezelfde vorm. Het verwijst hier naar de aantekeningen van de aangesprokene, zoals de vertaling “je aantekeningen” aangeeft. notes betekent hier “aantekeningen”. Het is het meervoud van note: a note = “een aantekening”, notes = “aantekeningen”. In your notes bepaalt your wie de aantekeningen bezit; notes geeft aan dat het om meer dan één aantekening gaat. may help bestaat uit het modale werkwoord may en het werkwoord help. Na may blijft help in de basisvorm; er komt dus geen -s bij: may help, niet may helps. May drukt hier een mogelijkheid uit, weergegeven als “kan”, en help betekent “helpen”. Een ander voorbeeld: This example may help = “Dit voorbeeld kan helpen.” Samen vormt Highlighting transitions in your notes het onderwerp: “het markeren van de overgangen in je aantekeningen”. in your notes geeft aan waar die overgangen staan. Dat onderwerp wordt gecombineerd met may help, “kan helpen”. De volledige betekenis is daarom: “Het kan helpen om de overgangen in je aantekeningen te markeren.”

  5. I could also rehearse only the difficult sections.

    Ik zou ook alleen de moeilijke gedeelten kunnen oefenen.

    I could
    ik zou kunnen
    also
    ook
    rehearse
    oefenen
    only
    alleen
    difficult
    moeilijk
    sections
    gedeelten
    Uitgebreide uitleg

    I could bevat het onderwerp I en het modale werkwoord could. Hier drukt could geen verleden tijd uit, maar een voorzichtige mogelijkheid of optie: de spreker zou dit kunnen doen. Het basispaar is can–could; can klinkt directer, terwijl could vaak voorzichtiger klinkt. Voorbeeld: I could help tomorrow. — Ik zou morgen kunnen helpen. also voegt deze mogelijkheid toe aan iets dat al genoemd of overwogen is. Het betekent hier ook en verandert niet wie de handeling uitvoert of wanneer die zou plaatsvinden. rehearse is een zelfstandig werkwoord voor iets herhaaldelijk oefenen, vooral tekst, een optreden of een onderdeel daarvan. De vorm is hier de basisvorm, omdat zij na het modale could staat: could rehearse, niet could rehearses of could to rehearse. Voorbeeld: They rehearse the speech. — Zij oefenen de toespraak. only beperkt wat er geoefend zou worden tot de daaropvolgende gedeelten. Het betekent hier alleen; samen met de rest maakt het duidelijk dat niet alle onderdelen bedoeld zijn. difficult beschrijft sections als lastig om te beheersen of uit te voeren. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De gewone vergelijkingsvormen zijn difficult, more difficult en most difficult; in deze zin wordt geen vergelijking gemaakt. Voorbeeld: This is a difficult exercise. — Dit is een moeilijke oefening. sections is het meervoud van het zelfstandig naamwoord section, een afzonderlijk onderdeel van een groter geheel. Het meervoud verwijst hier naar meerdere gedeelten; a section is één gedeelte. Voorbeeld: We practised two sections. — We oefenden twee gedeelten. Samen vormen de delen de betekenis: de spreker noemt ook de mogelijkheid om niet alles, maar uitsluitend de moeilijke gedeelten te oefenen. De volledige Nederlandse betekenis is: Ik zou ook alleen de moeilijke gedeelten kunnen oefenen.

  6. That is efficient, since not every part needs equal practice.

    Dat is efficiënt, omdat niet elk onderdeel evenveel oefening nodig heeft.

    That is
    Dat is
    efficient
    efficiënt
    since
    omdat
    not every
    niet elk
    part
    onderdeel
    needs
    nodig heeft
    equal
    gelijk
    practice
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    That is is een herbruikbare manier om naar iets te verwijzen en er een eigenschap aan toe te kennen: “Dat is …”. That is hier een aanwijzend voornaamwoord; de precieze referent wordt door deze ene zin niet zelfstandig benoemd. Voor een meervoudig onderwerp gebruik je bijvoorbeeld Those are …. efficient betekent hier dat de aanpak weinig verspilde inspanning vraagt en doelgericht is. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Engelse bijvoeglijke naamwoorden veranderen hier niet voor enkelvoud of meervoud, en dat komt niet alleen door hun plaats na is. De vergrotende trap is more efficient, bijvoorbeeld: This method is more efficient. — “Deze methode is efficiënter.” since leidt hier de reden in en betekent “omdat”. Het verbindt de hoofdzin met de reden die erop volgt. In andere contexten kan since ook een tijdsbetekenis hebben, maar hier geeft de Nederlandse vertaling een oorzaak aan. not every drukt uit dat de uitspraak niet voor elk afzonderlijk geval geldt: “niet elk(e)”. Every staat bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord, zoals in Every part matters. — “Elk onderdeel is belangrijk.” De ontkenning not maakt daarvan not every; de zin zegt niet welke onderdelen niet dezelfde hoeveelheid oefening nodig hebben. part betekent hier een afzonderlijk onderdeel of gedeelte van iets. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: one part, two parts. In every part staat het in het enkelvoud, omdat every die vorm gebruikt. needs is de vorm van need in de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud: need → needs. Het betekent hier “nodig hebben”. Het onderwerp van deze vorm is every part, dat grammaticaal enkelvoud is. Vergelijk: The parts need practice. — “De onderdelen hebben oefening nodig.” Bij het meervoud blijft het werkwoord need zonder -s. equal betekent hier “gelijk” en beschrijft samen met practice een gelijke hoeveelheid oefening voor de onderdelen. Het is een bijvoeglijk naamwoord, niet de vorm van het zelfstandig naamwoord practice. Een bruikbaar patroon is equal attention — “gelijke aandacht” of “evenveel aandacht”, afhankelijk van de context. practice betekent hier oefening als activiteit of hoeveelheid oefening. In deze betekenis is het een niet-telbaar zelfstandig naamwoord: some practice, niet one practice voor één oefenmoment. Het kan ook een werkwoord zijn, bijvoorbeeld They practice daily. — “Ze oefenen dagelijks.” Die werkwoordelijke betekenis is niet de functie van practice in deze zin. Samen betekent That is efficient “Dat is efficiënt”. since introduceert de reden: not every part needs equal practice betekent dat niet elk onderdeel evenveel oefening nodig heeft. De volledige uitspraak is dus: “Dat is efficiënt, omdat niet elk onderdeel evenveel oefening nodig heeft.”

  7. I want to sound prepared without seeming memorized.

    Ik wil voorbereid klinken zonder ingestudeerd over te komen.

    I want
    ik wil
    sound
    klinken
    prepared
    voorbereid
    without
    zonder
    seeming
    overkomen
    memorized
    ingestudeerd
    Uitgebreide uitleg

    I want: want is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord want; met het onderwerp I staat er want, niet wants. Het herbruikbare patroon is want to + werkwoord: I want to learn = “Ik wil leren”. In de vaste zin hoort to bij sound als onderdeel van want to sound. sound: hier betekent sound “klinken” of “overkomen”: de spreker wil voorbereid overkomen. Na want to staat de basisvorm van het volgende werkwoord: I want to sound natural = “Ik wil natuurlijk klinken”. Dit verschilt van listen, dat betekent dat je aandachtig naar geluid luistert. prepared: dit betekent hier “voorbereid”. Het is een adjectief na sound: sound prepared = “voorbereid klinken”. Het beschrijft de indruk die de spreker wekt; de zin zegt niet afzonderlijk hoe die voorbereiding is gedaan. Een bruikbaar tegenovergesteld woord is unprepared = “onvoorbereid”. without: without betekent “zonder” en leidt hier de omstandigheid in die de spreker wil vermijden. Voor een handeling volgt vaak without + werkwoord-ing: She left without saying goodbye = “Ze vertrok zonder afscheid te nemen.” seeming: seeming is de -ing-vorm van seem, “lijken” of “overkomen”. In without seeming ... vormt die combinatie een deelzin met de betekenis “zonder over te komen ...”. De -ing-vorm past hier omdat het werkwoord na without staat. Seem kan ook gevolgd worden door een beschrijving: They seem tired = “Ze lijken moe.” memorized: hier betekent memorized “ingestudeerd” of “uit het hoofd geleerd”, als beschrijving van hoe de spreker overkomt. Het hangt samen met het werkwoord memorize, “uit het hoofd leren”. In seem memorized werkt het als een beschrijvende vorm bij seem: “ingestudeerd overkomen”. Samen geeft I want to sound prepared de wens weer om voorbereid over te komen. without seeming memorized voegt de manier toe die de spreker wil vermijden: de spreker wil niet zelf ingestudeerd overkomen. De volledige betekenis is daarom: “Ik wil voorbereid klinken zonder ingestudeerd over te komen.”

  8. Aim for flexible signposts rather than fixed sentences.

    Richt je op flexibele signaalzinnen in plaats van vaste zinnen.

    Aim for
    richt je op
    flexible
    flexibele
    signposts
    signaalzinnen
    rather than
    in plaats van
    fixed
    vaste
    sentences
    zinnen
    Uitgebreide uitleg

    Aim for is hier een aansporing: streef naar of kies voor iets. De basisvorm aim krijgt in een bevel geen uitgang; in de derde persoon enkelvoud wordt dat aims, en het verleden is aimed. Het patroon aim for + zelfstandig naamwoord is bruikbaar voor een doel: Aim for clarity. — Streef naar duidelijkheid. flexible betekent hier dat iets zich gemakkelijk aan verschillende situaties kan aanpassen. Het is een bijvoeglijk naamwoord; het verandert in deze vorm niet voor enkelvoud of meervoud. Het tegengestelde fixed komt later in de zin en benadrukt juist dat iets vooraf vastligt. signposts betekent hier signalen of richtinggevende formuleringen die de luisteraar door een betoog leiden. Het is het meervoud van signpost; het enkelvoud is a signpost. In deze context wordt het woord figuurlijk gebruikt voor zulke taal in plaats van voor een letterlijk bord of wegwijzer. Voorbeeld: Use signposts to guide your audience. — Gebruik signaalzinnen om je publiek te leiden. rather than introduceert het alternatief dat niet de voorkeur krijgt: X rather than Y betekent X in plaats van Y. Het verbindt hier flexible signposts met fixed sentences; het is dus een contrastpatroon, geen onderdeel van de betekenis van alleen signposts. fixed beschrijft hier sentences als vooraf bepaalde, onveranderlijke zinnen. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; fixed is ook de vorm die bij een zelfstandig naamwoord in het meervoud blijft staan. Voorbeeld: She used a fixed expression rather than a flexible one. — Ze gebruikte een vaste uitdrukking in plaats van een flexibele. sentences is het meervoud van sentence, een volledige zin. Het meervoud wordt gevormd met -s; sentence kan bijvoorbeeld één afzonderlijke formulering aanduiden, terwijl sentences meerdere formuleringen aanduidt. Samen bestaat de zin uit het bevel Aim for ... en de tegenstelling rather than ...: de spreker raadt aan om flexibele richtinggevende formuleringen na te streven, niet vooraf vastgelegde zinnen. In combinatie met de eerdere context sluit dit aan bij voorbereid klinken zonder dat de formulering ingestudeerd overkomt.

Grammatica

tend to + werkwoord

You tend to rush through complex transitions.

joe TEND tə RASJ throe KOM-pleks træn-ZI-sjənz.

Je hebt de neiging om snel door complexe overgangen heen te gaan.

Na tend to volgt de infinitief zonder to: tend to rush. Deze structuur beschrijft een gewoonte of terugkerende neiging.

rather than + werkwoord

Rather than rush through difficult sections, rehearse.

RATH-ər thən RASJ throe DI-fi-kəlt SEK-sjənz, ri-HURS.

Oefen in plaats van snel door moeilijke gedeelten heen te gaan.

Rather than verbindt twee alternatieven. Na rather than kan hier de infinitief zonder to staan: rather than rush.

Engels woordenschat

anxiety zelfstandig naamwoord
eng-ZAI-ə-tie angst; zenuwachtigheid
complex bijvoeglijk naamwoord
KOM-pleks complex; ingewikkeld
disrupt werkwoord
dis-RUPT verstoren
material zelfstandig naamwoord
mə-TIE-ri-əl stof; lesmateriaal
presentation zelfstandig naamwoord
prezən-TEE-sjən presentatie
presenting werkwoord
pri-ZEN-ting presenteren
rush through uitdrukking
RASJ throe snel ergens doorheen gaan
scattered bijvoeglijk naamwoord
SKA-tərd versnipperd; onsamenhangend
structure zelfstandig naamwoord
STRAK-tsjur structuur; opbouw
tend to uitdrukking
TEND tə de neiging hebben om
transition zelfstandig naamwoord
træn-ZI-sjən overgang transitions
well prepared uitdrukking
wel pri-PAIRD goed voorbereid

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

structuur; opbouw

Antwoord tonenstructure

presentatie

Antwoord tonenpresentation

stof; lesmateriaal

Antwoord tonenmaterial

angst; zenuwachtigheid

Antwoord tonenanxiety