Professioneel netwerken over werkprocessen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a professional networking event, two attendees discuss overlapping work in product strategy, research, operations, and workflow improvement..

NL → EN / Niveau: B2

Over deze les

Met Professioneel netwerken over werkprocessen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I noticed your badge mentions product strategy.

ai NOU-tist jor bèdzj MEN-sjənz PRA-dakt STRÈ-tuh-dzjie. Ik zag dat er op je badge productstrategie staat.
B

That is my main area, though my work also crosses into research and operations.

dhet iz mai MEIN EE-rie-uh, dhou mai WURK OL-sou KRO-siz IN-tuh ri-SURTSJ ænd op-uh-REI-sjənz. Dat is mijn belangrijkste werkgebied, al raakt mijn werk ook aan onderzoek en bedrijfsvoering.
A

That mix must help when product decisions get complicated.

dhet miks mast HELP wen PRA-dakt di-SIZJənz get KOM-pli-kei-tid. Die combinatie moet helpen wanneer productbeslissingen ingewikkeld worden.
B

It does, especially when a strategy depends on how teams actually work.

it daz, i-SPE-sjuh-li wen uh STRÈ-tuh-dzjie di-PENDZ on hau TIEMZ AK-tsjoe-uh-li WURK. Dat helpt inderdaad, vooral wanneer een strategie afhangt van hoe teams in de praktijk werken.
A

I help small digital teams clean up their workflows.

ai HELP SMOL DI-dzji-tul TIEMZ KLIEN AP dher WURK-flouz. Ik help kleine digitale teams om hun werkprocessen te stroomlijnen.
B

Then we are probably dealing with some of the same coordination issues.

dhen wie ur PRO-buh-bli DII-ling widh sam uhv dhuh SEIM kou-or-duh-NEI-sjən ISJOEZ. Dan hebben we waarschijnlijk met een aantal van dezelfde coördinatieproblemen te maken.
A

I would like to compare approaches sometime.

ai wud laik tuh kum-PEER uh-PROU-tsjiz SAM-taim. Ik zou onze aanpakken graag eens vergelijken.
B

That could be useful, especially if we keep the conversation practical.

dhet kud bi JOES-fuhl, i-SPE-sjuh-li if wie KIIP dhuh kon-vur-SEI-sjən PRAK-ti-kul. Dat kan nuttig zijn, vooral als we het gesprek praktisch houden.

Woord voor woord

I “I” verwijst naar de spreker zelf en betekent hier “ik”. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord, zoals in “I noticed”. In een professionele kennismaking gebruik je dit om je eigen observatie of ervaring te formuleren.
noticed “noticed” betekent hier dat de spreker iets heeft opgemerkt: “Ik zag dat…”. Het is de verleden vorm van “notice” en verwijst naar een concrete observatie tijdens het evenement. Een bruikbaar patroon is “I noticed …” wanneer je beleefd iets wilt benoemen.
your “your” betekent hier “jouw” of “je” en verwijst naar de badge van de gesprekspartner. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in “your badge”. Gebruik dit patroon om beleefd naar iets van de ander te verwijzen.
badge “badge” betekent hier een badge of naamkaartje dat iemand op een evenement draagt. In “your badge” geeft het woord aan welk voorwerp de spreker heeft bekeken. Dit woord is bruikbaar bij conferenties, netwerkbijeenkomsten en andere professionele evenementen.
mentions “mentions” betekent hier “vermeldt” of “noemt”. In “your badge mentions product strategy” is “your badge” het onderwerp en staat “mentions” bij een enkelvoudig onderwerp. Gebruik deze vorm wanneer een document, profiel of bord bepaalde informatie noemt.
product “product” verwijst hier naar iets dat met producten te maken heeft, in de uitdrukking “product strategy”. Het woord staat vóór “strategy” en specificeert het werkgebied. In professionele gesprekken gebruik je deze combinatie om strategie rond een product te benoemen.
strategy “strategy” betekent hier “strategie”, dus een planmatige manier om productbeslissingen of doelen te benaderen. In “product strategy” vormt het samen met “product” een professioneel vakgebied. Gebruik het woord om een langetermijnplan of richting binnen werk te bespreken.
That “That” verwijst hier naar het eerder genoemde werkgebied rond product strategy en betekent “dat”. Als onderwerp staat het vóór “is” in “That is my main area”. Je gebruikt deze vorm om naar een zojuist genoemde zaak terug te verwijzen.
is “is” verbindt “That” met de beschrijving “my main area” en betekent hier “is”. Het is de vorm van “be” die past bij het enkelvoudige onderwerp “That”. Een veelgebruikt patroon is “That is …” om iets te identificeren of te typeren.
my “my” betekent hier “mijn” en maakt duidelijk dat het werkgebied bij de spreker hoort. Het staat direct vóór “main area” in “my main area”. Gebruik dit bezittelijke woord om je eigen rol, werk of expertise te beschrijven.
main “main” betekent hier “belangrijkste” of “voornaamste”. In “my main area” geeft het aan dat dit het centrale werkgebied van de spreker is. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel van een onderwerp aan te wijzen.
area “area” betekent hier “gebied” in de betekenis van werkgebied of vakgebied. In “my main area” verwijst het niet naar een fysieke ruimte, maar naar het belangrijkste professionele domein. Gebruik dit woord om een expertisegebied of verantwoordelijkheidsgebied te benoemen.
though “though” introduceert hier een beperking of aanvulling en betekent ongeveer “hoewel” of “al”. In “though my work also crosses into …” voegt het een tweede aspect van het werk toe. Gebruik deze voegwoordelijke vorm om na een hoofdgedachte een nuancering te geven.
work “work” betekent hier het werk of de professionele activiteit van de spreker. In “my work also crosses into …” is het onderwerp van de zin. Gebruik het met een bezittelijk woord, zoals “my work”, om je eigen werkzaamheden algemeen te beschrijven.
also “also” betekent hier “ook” en voegt research en operations toe als extra terreinen van het werk. Het staat vóór “crosses” in “my work also crosses into …”. Gebruik het om aanvullende informatie toe te voegen zonder een nieuw hoofdonderwerp te introduceren.
crosses “crosses” betekent hier dat het werk zich ook uitstrekt tot of raakt aan andere gebieden. In “my work also crosses into research and operations” heeft het “work” als enkelvoudig onderwerp. Gebruik dit werkwoord met “into” om overlap tussen werkgebieden te beschrijven.
into “into” geeft hier aan dat het werk zich uitstrekt tot een ander gebied: “into research and operations”. Het volgt op “crosses” en leidt de terreinen in die erbij betrokken zijn. Gebruik het patroon “crosses into …” wanneer activiteiten meerdere domeinen raken.
research “research” betekent hier “onderzoek” als professioneel werkgebied. Het staat na “into” en wordt samen met “operations” genoemd in “research and operations”. Gebruik het woord om systematisch onderzoek of een onderzoeksfunctie binnen werk te benoemen.
and “and” verbindt hier de twee werkgebieden “research” en “operations”. Het betekent “en” en maakt duidelijk dat beide gebieden deel uitmaken van de uitbreiding van het werk. Gebruik het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen met elkaar te verbinden.
operations “operations” verwijst hier naar bedrijfsvoering of operationele werkzaamheden. Het staat als tweede onderdeel in “research and operations”. Gebruik deze meervoudsvorm in professionele context voor activiteiten die nodig zijn om een organisatie of proces te laten functioneren.
mix “mix” betekent hier een combinatie van verschillende werkgebieden, namelijk product strategy, research en operations. In “That mix” verwijst het naar die eerder beschreven combinatie. Gebruik het zelfstandig naamwoord om verschillende elementen als één geheel te bespreken.
must “must” drukt hier een sterke gevolgtrekking uit: die combinatie helpt waarschijnlijk wanneer beslissingen ingewikkeld worden. In “must help” staat het vóór de werkwoordsvorm “help”. Gebruik “must” wanneer je op basis van bekende informatie iets vrijwel zeker afleidt.
help “help” betekent hier “helpen” en beschrijft het positieve effect van de combinatie op ingewikkelde productbeslissingen. Na “must” blijft het werkwoord in de basisvorm in “must help”. Gebruik het patroon “help when …” om uit te leggen wanneer iets nuttig is.
when “when” betekent hier “wanneer” en introduceert de situatie waarin productbeslissingen ingewikkeld worden. Het verbindt “must help” met “product decisions get complicated”. Gebruik het om een tijdstip of voorwaarde te koppelen aan een resultaat.
decisions “decisions” betekent hier “beslissingen” en verwijst specifiek naar keuzes over producten. De meervoudsvorm staat in “product decisions”. Gebruik deze combinatie om keuzes binnen productontwikkeling of productstrategie te bespreken.
get “get” betekent hier niet “krijgen”, maar geeft samen met “complicated” een verandering aan: productbeslissingen worden ingewikkeld. In “decisions get complicated” verbindt het onderwerp zich met een veranderende toestand. Gebruik “get + bijvoeglijk naamwoord” om aan te geven dat iets een bepaalde toestand krijgt.
complicated “complicated” betekent hier “ingewikkeld” en beschrijft de toestand waarin productbeslissingen kunnen komen. In “get complicated” gaat het om het ingewikkelder worden van die beslissingen. Gebruik het bij situaties, keuzes of problemen die meerdere factoren bevatten.
It “It” verwijst hier naar de eerdere bewering dat de combinatie helpt wanneer beslissingen ingewikkeld worden. In “It does” staat het voor die hele eerder genoemde werking, niet voor een afzonderlijk voorwerp. Gebruik “It” op deze manier om naar een zojuist besproken situatie terug te verwijzen.
does “does” maakt in “It does” duidelijk dat de eerdere bewering inderdaad klopt: de combinatie helpt. Het werkwoord vervangt hier het eerder genoemde “help” om herhaling te vermijden. Gebruik deze korte bevestiging wanneer iemand een gevolgtrekking over je werk heeft gemaakt.
especially “especially” betekent hier “vooral” en benadrukt de situatie waarin een strategie afhangt van de manier waarop teams werken. Het staat vóór “when” in “especially when …”. Gebruik het om één geval extra nadruk te geven binnen een bredere bewering.
a “a” introduceert in “a strategy” één niet nader bepaalde strategie. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “strategy”. Gebruik dit lidwoord wanneer je een enkelvoudig telbaar begrip voor het eerst of algemeen noemt.
depends “depends” betekent hier “hangt af” en geeft aan dat het succes of de werking van een strategie verbonden is met hoe teams werken. In “a strategy depends on …” volgt de vaste combinatie met “on”. Gebruik het patroon “depends on + factor” om een afhankelijkheid te beschrijven.
on “on” hoort hier bij de vaste combinatie “depends on” en leidt de factor in waarvan iets afhankelijk is. In deze zin is dat “how teams actually work”. Gebruik “depends on” met een zelfstandig naamwoord of een volledige bijzin.
how “how” betekent hier “hoe” en introduceert een bijzin over de manier waarop teams werken. In “how teams actually work” staat het aan het begin van die indirecte vraag of beschrijving. Gebruik “how + onderwerp + werkwoord” om een werkwijze te bespreken.
teams “teams” betekent hier “teams” en verwijst naar groepen mensen die samenwerken. Het is het onderwerp in “how teams actually work”. Gebruik het meervoud om meerdere samenwerkende groepen of een algemene groep teams te beschrijven.
actually “actually” betekent hier “daadwerkelijk” of “in de praktijk”. In “how teams actually work” benadrukt het de echte werkwijze, niet alleen de formele of veronderstelde werkwijze. Gebruik het om een verschil tussen theorie en feitelijke praktijk te markeren.
small “small” betekent hier “kleine” en beschrijft de omvang van de digitale teams. Het staat vóór “digital teams” in “small digital teams”. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte omvang aan te geven.
digital “digital” betekent hier “digitale” en specificeert het soort teams waar de spreker mee werkt. In “small digital teams” staat het vóór “teams” als beschrijving. Gebruik het om werk, producten of teams met een digitale context te typeren.
clean up “clean up” betekent hier niet letterlijk schoonmaken, maar werkprocessen verbeteren en stroomlijnen. In “clean up their workflows” draagt “clean” het idee van opruimen of verbeteren bij en maakt “up” deel uit van het volledige werkwoord. Gebruik het patroon “clean up + object” wanneer je wanorde of inefficiëntie in een proces wilt aanpakken.
their “their” betekent hier “hun” en verwijst naar de kleine digitale teams. Het staat vóór “workflows” in “their workflows”. Gebruik dit bezittelijke woord om iets te koppelen aan meerdere personen of aan een groep.
workflows “workflows” betekent hier “werkprocessen” of de opeenvolging van stappen waarmee teams werken. In “clean up their workflows” is het datgene wat verbeterd en gestroomlijnd wordt. Gebruik het meervoud om verschillende processen of meerdere procesroutes te bespreken.
Then “Then” betekent hier “dan” en trekt een gevolgtrekking uit de overeenkomst tussen hun werk. In “Then we are probably dealing with …” leidt het de conclusie in. Gebruik het aan het begin van een reactie wanneer nieuwe informatie een logisch gevolg ondersteunt.
we “we” betekent hier “we” of “wij” en verwijst naar beide gesprekspartners. Het is het onderwerp in “we are probably dealing with …”. Gebruik het om gezamenlijke ervaring, verantwoordelijkheid of betrokkenheid aan te geven.
are “are” betekent hier “zijn” en vormt samen met “we” de constructie “we are …”. In deze zin leidt het de beschrijving van hun gedeelde problemen in. Gebruik “we are” om de huidige situatie van meerdere betrokkenen te beschrijven.
probably “probably” betekent hier “waarschijnlijk” en maakt de conclusie voorzichtig: de gesprekspartners hebben vermoedelijk dezelfde problemen. Het staat vóór “dealing with” in “we are probably dealing with …”. Gebruik het wanneer je iets aannemelijk vindt maar niet volledig zeker weet.
dealing with “dealing with” betekent hier “te maken hebben met” of “zich bezighouden met”. In “we are probably dealing with some of the same coordination issues” beschrijft “dealing” de betrokkenheid bij problemen en geeft “with” aan waarmee. Gebruik het patroon “deal with + probleem, onderwerp of situatie” om te zeggen dat je iets behandelt of ermee omgaat.
some “some” betekent hier “een aantal” en verwijst naar een niet precies bepaald deel van de coördinatieproblemen. In “some of the same coordination issues” vormt het samen met “of” een hoeveelheid binnen een grotere groep. Gebruik dit patroon wanneer je naar enkele elementen verwijst zonder een exact aantal te noemen.
of “of” verbindt “some” met de groep waaruit die problemen afkomstig zijn in “some of the same coordination issues”. Het betekent hier ongeveer “van”. Gebruik “some of + meervoudig zelfstandig naamwoord” om een deel van een groep aan te geven.
the “the” maakt in “the same coordination issues” duidelijk dat het om herkenbare of eerder bedoelde problemen gaat. Het staat vóór “same” en bepaalt de volledige woordgroep. Gebruik dit lidwoord wanneer de gesprekspartner kan begrijpen welke specifieke zaken bedoeld zijn.
same “same” betekent hier “dezelfde” en benadrukt dat de coördinatieproblemen overeenkomen met problemen die beide gesprekspartners kennen. In “the same coordination issues” staat het vóór de volledige beschrijving van de problemen. Gebruik “the same + zelfstandig naamwoord” om gelijkheid met iets bekends aan te geven.
coordination “coordination” betekent hier “coördinatie” en beschrijft het afstemmen van mensen, taken of teams. In “coordination issues” specificeert het welk soort problemen bedoeld wordt. Gebruik het vóór “issues” wanneer je problemen met samenwerking of afstemming bespreekt.
issues “issues” betekent hier “problemen” of “kwesties” en verwijst naar moeilijkheden bij de coördinatie. In “the same coordination issues” is het het hoofdwoord van de woordgroep. Gebruik het meervoud om meerdere concrete werkproblemen te benoemen.
would “would” maakt in “I would like to compare approaches sometime” een beleefde formulering van een wens. Het staat vóór “like” en verzacht het voorstel om ervaringen te vergelijken. Gebruik “I would like to …” wanneer je professioneel en niet te direct een wens of verzoek wilt uitdrukken.
like “like” betekent hier niet “leuk vinden”, maar vormt met “would” de uitdrukking “would like to” voor “graag willen”. Het wordt gevolgd door “to compare”. Gebruik deze constructie om beleefd een gewenste activiteit te noemen.
to “to” is hier de infinitiefmarkeerder in “to compare” en betekent in de Nederlandse betekenis “om te”. Het verbindt “would like” met de gewenste handeling. Gebruik “would like to + werkwoord” om een beleefde wens te formuleren.
compare “compare” betekent hier “vergelijken” en verwijst naar het naast elkaar leggen van de werkwijzen van beide gesprekspartners. In “to compare approaches” volgt het op de infinitiefmarkeerder “to”. Gebruik het patroon “compare + twee zaken” wanneer je overeenkomsten of verschillen wilt bespreken.
approaches “approaches” betekent hier “aanpakken” of manieren waarop iemand een werkprobleem benadert. In “compare approaches” is het datgene wat de gesprekspartners met elkaar willen vergelijken. Gebruik het meervoud om verschillende methoden of werkwijzen te bespreken.
sometime “sometime” betekent hier “een keer” op een nog niet bepaald moment in de toekomst. In “compare approaches sometime” maakt het het voorstel informeel en open zonder een datum vast te leggen. Gebruik het wanneer je een activiteit op een later, niet gespecificeerd moment wilt voorstellen.
could “could” drukt in “That could be useful” een mogelijkheid uit: het vergelijken van aanpakken zou nuttig kunnen zijn. Het staat vóór “be” en klinkt voorzichtig en professioneel. Gebruik “could be …” om een mogelijk voordeel te benoemen zonder het als zekerheid te presenteren.
be “be” betekent hier “zijn” en vormt met “could” de constructie “could be useful”. Na een modaal werkwoord zoals “could” staat deze basisvorm. Gebruik “could be + bijvoeglijk naamwoord” om een mogelijke beoordeling of eigenschap uit te drukken.
useful “useful” betekent hier “nuttig” en beschrijft het mogelijke voordeel van het vergelijken van aanpakken. In “could be useful” geeft het een voorzichtige positieve beoordeling. Gebruik het om aan te geven dat een gesprek, idee of hulpmiddel praktisch voordeel kan hebben.
if “if” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde waaronder het gesprek nuttig kan zijn. In “if we keep the conversation practical” gaat het om de manier waarop de gesprekspartners het gesprek voeren. Gebruik “if + bijzin” om een voorwaarde voor een resultaat te formuleren.
keep “keep” betekent hier “houden” in de betekenis van iets in een bepaalde toestand laten blijven. In “keep the conversation practical” zorgt het ervoor dat het gesprek praktisch blijft. Gebruik het patroon “keep + object + bijvoeglijk naamwoord” om een toestand te handhaven.
conversation “conversation” betekent hier “gesprek” en verwijst naar de verdere uitwisseling tussen de twee professionals. In “keep the conversation practical” is het het object van “keep”. Gebruik het woord voor een gesprek dat gericht is op informatie, ideeën of samenwerking.
practical “practical” betekent hier “praktisch” en beschrijft een gesprek dat gericht blijft op concrete werkervaringen en toepasbare ideeën. In “keep the conversation practical” staat het na “conversation” om de gewenste toestand te beschrijven. Gebruik het om nadruk op concrete toepassing te leggen.

Grammatica

depend on + noun

Product decisions depend on research.

PRA-dakt di-SIZJənz di-PEND on ri-SURTSJ.

Productbeslissingen hangen af van onderzoek.

Na depend on komt een zelfstandig naamwoord of een andere woordgroep: depend on research.

actually als bijwoord vóór het werkwoord

The main area actually crosses into operations.

dhuh MEIN EE-rie-uh AK-tsjoe-uh-li KRO-siz IN-tuh op-uh-REI-sjənz.

Het belangrijkste werkgebied strekt zich daadwerkelijk uit tot de bedrijfsvoering.

Actually staat vaak vóór het hoofdwerkwoord en benadrukt wat werkelijk het geval is.

Engels woordenschat

badge zelfstandig naamwoord
bèdzj naambadge
complicated bijvoeglijk naamwoord
KOM-pli-kei-tid ingewikkeld
cross into uitdrukking
KROS IN-tuh overgaan in; zich uitstrekken tot
depend on uitdrukking
di-PEND on afhangen van
main area uitdrukking
MEIN EE-rie-uh belangrijkste werkgebied
mention werkwoord
MEN-sjən vermelden mentions
mix zelfstandig naamwoord
miks combinatie
notice werkwoord
NOU-tis opmerken noticed
operations zelfstandig naamwoord
op-uh-REI-sjənz bedrijfsvoering
product decisions uitdrukking
PRA-dakt di-SIZJənz productbeslissingen
product strategy uitdrukking
PRA-dakt STRÈ-tuh-dzjie productstrategie
research zelfstandig naamwoord
ri-SURTSJ onderzoek

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

naambadge

Antwoord tonenbadge

bedrijfsvoering

Antwoord tonenoperations

opmerken

Antwoord tonennoticed

onderzoek

Antwoord tonenresearch