I
“I” betekent hier “ik” en verwijst naar de spreker. De vorm “I” staat als onderwerp vóór de rest van de zin, bijvoorbeeld in “I noticed” of “I sent them”.
noticed
“noticed” betekent hier dat de spreker iets heeft opgemerkt: er kwamen berichten binnen. Het is de verleden vorm van “notice”; je gebruikt “notice” bijvoorbeeld voor iets wat je ziet of vaststelt.
several
“several” betekent hier “meerdere” en verwijst naar meer dan één bericht. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals in “several messages”.
messages
“messages” betekent hier “berichten”, dus de berichten die buiten werktijd binnenkwamen. De meervoudsvorm staat in “several messages” en kan bijvoorbeeld met “send” of “receive” worden gebruikt.
coming
“coming” draagt in “coming in” de betekenis van binnenkomen: de berichten kwamen de inbox of communicatiestroom binnen. De vorm staat na “messages” in “messages coming in” om aan te geven wat die berichten aan het doen waren.
in
“in” maakt in “coming in” duidelijk dat iets naar binnen komt. De combinatie “coming in” past bijvoorbeeld bij berichten, telefoontjes of verzoeken die binnenkomen.
after
“after” betekent hier “na” en geeft aan dat de berichten later kwamen dan de werktijd. In “after my working hours” staat het vóór het tijdswoord of de tijdsuitdrukking waarop het betrekking heeft.
my
“my” betekent hier “mijn” en geeft aan dat de werktijden bij de spreker horen. Het staat vóór “working hours”, zoals in “my working hours”.
working
“working” verwijst hier naar werk en vormt samen met “hours” de uitdrukking “working hours”, dus werktijd of werkuren. In deze combinatie beschrijft “working” welke uren bedoeld zijn.
hours
“hours” betekent hier “uren” en verwijst naar de periode waarin de spreker werkt. Samen met “working” vormt het “working hours”; samen met “after my” staat het in “after my working hours”.
sent
“sent” betekent hier “stuurde” en verwijst naar het versturen van de berichten. Het is de verleden vorm van “send”; “send” kan bijvoorbeeld worden gebruikt met een bericht als object, zoals in “send a message”.
them
“them” betekent hier “ze” en verwijst naar de eerder genoemde berichten. Het staat na het werkwoord in “I sent them” en wordt gebruikt als object van de handeling.
then
“then” betekent hier “toen”, namelijk op het moment waarop de spreker de berichten stuurde. In “I sent them then” verwijst het naar een eerder genoemd moment.
but
“but” betekent hier “maar” en verbindt twee delen die tegenover elkaar staan: de spreker stuurde de berichten wel, maar verwachtte geen direct antwoord. Het introduceert in deze zin de beperking of tegenstelling.
did
“did” is in “I did not expect” het hulpwerkwoord dat de ontkenning in de verleden tijd vormt. Na “did” staat de basisvorm “expect”; samen maakt “did not expect” duidelijk dat de verwachting in het verleden ontbrak.
not
“not” maakt in “did not expect” de verwachting negatief: de spreker verwachtte geen onmiddellijke reactie. Het staat na het hulpwerkwoord “did”.
expect
“expect” betekent hier “verwachten”, specifiek verwachten dat er onmiddellijk een antwoord zou komen. In “did not expect an immediate reply” staat het na “did” in de basisvorm en krijgt het “an immediate reply” als datgene wat niet werd verwacht.
an
“an” betekent hier “een” en introduceert “an immediate reply”, dus één niet nader bepaalde onmiddellijke reactie. Dit lidwoord staat vóór “immediate”, dat met een klinkerklank begint.
immediate
“immediate” betekent hier “onmiddellijk” en beschrijft een reactie die zonder uitstel komt. Het staat vóór “reply” in “an immediate reply”.
reply
“reply” betekent hier “reactie” of “antwoord” op een bericht. In “an immediate reply” verwijst het naar het antwoord dat de spreker niet direct verwachtte; het kan bijvoorbeeld na “expect” staan als het verwachte antwoord wordt genoemd.
That
“That” betekent hier “dat” en verwijst naar wat eerder is besproken: dat de berichten buiten werktijd werden gestuurd zonder dat een direct antwoord werd bedoeld. Als onderwerp staat “That” vóór “was not clear”.
was
“was” betekent hier “was” en beschrijft hoe de bedoelde boodschap in het verleden overkwam. Het is de verleden vorm van “be” bij “That” in “That was not clear”.
clear
“clear” betekent hier “duidelijk” of gemakkelijk te begrijpen. In “That was not clear” gaat het om de formulering van de berichten; in “Clear urgency labels” beschrijft “Clear” labels die de urgentie begrijpelijk aangeven.
from
“from” betekent hier “uit” of “op basis van” in “clear from the wording”. De spreker zegt dat de bedoeling niet uit de formulering kon worden afgeleid; “from” staat vóór “the wording of the messages”.
the
“the” verwijst hier naar een specifieke formulering en naar specifieke berichten die in de situatie bekend zijn. Het staat vóór “wording” in “the wording of the messages”.
wording
“wording” betekent hier de precieze formulering of bewoordingen van de berichten. In “the wording of the messages” verwijst het naar de manier waarop de boodschap geschreven was; dezelfde combinatie is bruikbaar wanneer je de formulering van een tekst bespreekt.
of
“of” verbindt in “the wording of the messages” de formulering met de berichten waarvan die formulering afkomstig is. Het geeft hier een relatie aan die in het Nederlands meestal met “van” wordt weergegeven.
should
“should” drukt hier uit dat de spreker iets had moeten doen: de berichten als niet-dringend markeren. In “should have marked” verwijst het naar een betere of juiste handeling in het verleden.
have
“have” vormt in “should have marked” samen met “should” een terugblik op een niet-uitgevoerde of gewenste handeling. Na “should have” staat de vorm “marked”; deze constructie is bruikbaar om te zeggen wat iemand eerder had moeten doen.
marked
“marked” betekent hier “gemarkeerd” of van een aanduiding voorzien. In “marked them as non-urgent” krijgt “them” de aanduiding “non-urgent”; het patroon “mark something as ...” is bruikbaar voor het toekennen van een categorie.
as
“as” verbindt in “marked them as non-urgent” de berichten met de categorie die eraan wordt gegeven. De constructie “mark something as ...” betekent dat je iets als een bepaalde soort of status aanduidt.
non-urgent
“non-urgent” betekent hier “niet-dringend” en geeft aan dat een bericht niet onmiddellijk behandeld hoeft te worden. In “marked them as non-urgent” is het de status die aan de berichten wordt toegekend.
urgency
“urgency” betekent hier “urgentie”, dus de mate waarin iets snel aandacht nodig heeft. In “urgency labels” bepaalt het waarvan de labels informatie geven; de combinatie past bij het aangeven van de vereiste snelheid.
labels
“labels” betekent hier “labels” of aanduidingen die aangeven hoe dringend een bericht is. In “urgency labels” staat het na “urgency”; zulke labels kunnen aan berichten of onderwerpen worden toegevoegd.
would
“would” geeft hier een verwacht gevolg van duidelijke urgentielabels aan: die labels zouden de spreker helpen tijd vrij te houden. In “would help me” staat het vóór de basisvorm “help” om een mogelijk of voorgesteld gevolg te beschrijven.
help
“help” betekent hier “helpen” en beschrijft wat duidelijke labels voor de spreker zouden doen. In “would help me protect time” staat na “help” de persoon die geholpen wordt en daarna de handeling die daardoor mogelijk wordt.
me
“me” betekent hier “mij” en verwijst naar de spreker als degene die hulp krijgt. Het staat na “help” in “help me protect time”.
protect
“protect” betekent hier “vrijhouden” of beschermen tegen onderbreking, niet alleen fysiek beschermen. In “help me protect time for focused work” gaat het om tijd reserveren voor geconcentreerd werk; het patroon “protect time for ...” kan voor een doel worden gebruikt.
time
“time” betekent hier “tijd”, specifiek tijd die beschikbaar moet blijven voor geconcentreerd werk. In “protect time for focused work” staat het na “protect” en vóór “for” plus het doel.
for
“for” geeft in “time for focused work” aan waarvoor de tijd bedoeld is. Het staat vóór het doel of de activiteit die volgt, hier “focused work”.
focused
“focused” betekent hier “geconcentreerd” en beschrijft werk waarvoor ononderbroken aandacht nodig is. In “focused work” staat het vóór “work”; de combinatie kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor werk waarvoor je je aandacht wilt vrijhouden.
work
“work” betekent hier “werk”, namelijk de taak waarvoor de spreker geconcentreerde tijd nodig heeft. In “focused work” vormt het samen met “focused” een omschrijving van het soort werk.
can
“can” betekent hier “kan” en geeft aan dat de spreker in staat is onderwerpstags toe te voegen. In “I can add” staat het vóór de basisvorm “add” om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
add
“add” betekent hier “toevoegen”, namelijk onderwerpstags aan berichten toevoegen. In “I can add subject tags” staat het na “can” en vóór het object “subject tags”.
subject
“subject” betekent hier “onderwerp” en specificeert het soort tags: aanduidingen die met het onderwerp van een bericht te maken hebben. In “subject tags” staat het vóór “tags” om die combinatie te vormen.
tags
“tags” betekent hier “tags” of korte aanduidingen die berichten helpen categoriseren. In “add subject tags for action items, background information, and anything that can wait” worden de tags gekoppeld aan verschillende soorten inhoud.
action
“action” draagt in “action items” de betekenis van iets waarvoor actie nodig is. Samen met “items” verwijst de uitdrukking naar punten of taken die moeten worden opgepakt; “action” staat vóór “items”.
items
“items” betekent hier “punten” of “taken” binnen “action items”. De combinatie “action items” is bruikbaar voor onderdelen van een bespreking of bericht die nog moeten worden uitgevoerd.
background
“background” betekent hier “achtergrond” en beschrijft informatie die context geeft maar niet noodzakelijk direct handelen vereist. In “background information” staat het vóór “information”.
information
“information” betekent hier “informatie”, specifiek contextuele informatie in “background information”. Het is een van de soorten inhoud waarvoor onderwerpstags kunnen worden gebruikt.
and
“and” betekent hier “en” en verbindt de drie soorten inhoud in de opsomming: “action items”, “background information” en “anything that can wait”. Het voegt gelijkwaardige onderdelen aan elkaar toe.
anything
“anything” betekent hier “alles wat” en verwijst naar ieder soort bericht of inhoud dat kan wachten. In “anything that can wait” staat het vóór een bijzin die verduidelijkt welke dingen bedoeld zijn.
wait
“wait” betekent hier “wachten” in de betekenis dat iets niet meteen behandeld hoeft te worden. In “anything that can wait” beschrijft het wat zulke inhoud kan doen; “can” staat ervoor om die mogelijkheid aan te geven.
lower
“lower” betekent hier “verlagen” en verwijst naar het verminderen van de druk die de berichten veroorzaken. In “would lower the pressure” staat het na “would” en vóór “the pressure”.
pressure
“pressure” betekent hier “druk”, namelijk het gevoel dat berichten onmiddellijk aandacht vereisen. In “lower the pressure” is het datgene waarvan de hoeveelheid of intensiteit kan afnemen.
without
“without” betekent hier “zonder” en geeft aan dat de druk kan dalen terwijl samenwerking niet trager wordt. In “without slowing collaboration” wordt het gevolgd door een werkwoordsvorm op “-ing”.
slowing
“slowing” betekent hier “vertragen” en verwijst naar het trager maken van de samenwerking. In “without slowing collaboration” beschrijft het de ongewenste bijkomende consequentie die uitblijft.
collaboration
“collaboration” betekent hier “samenwerking” tussen de betrokken mensen. In “slowing collaboration” is het datgene wat niet trager mag worden; de combinatie past bij gezamenlijk werken aan taken.
will
“will” geeft hier aan dat de spreker vanaf nu een voornemen heeft. In “I will make that my default” staat het vóór de basisvorm “make” om een toekomstige beslissing of toezegging uit te drukken.
make
“make” betekent hier niet simpelweg iets vervaardigen, maar iets tot de standaardwerkwijze maken. In “make that my default” verbindt het “that” met de nieuwe standaard; het patroon “make something your default” kan voor een vaste werkwijze worden gebruikt.
default
“default” betekent hier “standaardinstelling” of standaardwerkwijze: wat de spreker voortaan normaal zal doen. In “make that my default” wordt “that” de gebruikelijke aanpak.
now
“now” betekent hier “nu” en verwijst naar het huidige moment. In de uitdrukking “from now on” draagt het bij aan de betekenis “vanaf nu”, dus vanaf dit moment in de toekomst.
on
“on” is hier onderdeel van de vaste uitdrukking “from now on”, die “vanaf nu” betekent. De uitdrukking wordt gebruikt om aan te geven dat een nieuwe gewoonte of afspraak vanaf het huidige moment geldt.