Policies
“Policies” betekent hier beleidsregels of geplande regels die kunnen mislukken. Het is de meervoudsvorm van “policy”. Gebruik het bijvoorbeeld als onderwerp in “Policies tend to fail” wanneer je algemeen over beleid spreekt.
tend
“tend” geeft aan dat iets meestal of vaak gebeurt: beleid mislukt vaak. In “tend to fail” staat het gevolgd door “to” en een werkwoord. Gebruik dit patroon om een algemene neiging te beschrijven.
to
“to” markeert in “tend to fail” het werkwoord dat de neiging beschrijft. Samen geeft de constructie aan dat iets meestal mislukt. Gebruik “tend to” met een werkwoord voor algemene patronen.
fail
“fail” betekent hier niet slagen of niet het gewenste resultaat bereiken. In “tend to fail” gaat het om beleid dat in de praktijk niet werkt. Gebruik het bijvoorbeeld voor een plan, systeem of poging die niet lukt.
when
“when” introduceert hier de situatie waarin beleid vaak mislukt: werknemers voelen dat veranderingen hun worden opgelegd. Het verbindt de hoofdzin met een tijds- of voorwaardelijke situatie. Gebruik “when” om uit te leggen wanneer een gevolg optreedt.
employees
“employees” verwijst hier naar de mensen die voor een organisatie werken. Het is de meervoudsvorm van “employee”. Gebruik het bijvoorbeeld als onderwerp in “employees feel” wanneer je over werknemers in het algemeen spreekt.
feel
“feel” betekent hier ervaren of de indruk hebben dat iets op een bepaalde manier gebeurt. In “employees feel changes are being imposed” beschrijft het een persoonlijke indruk. Gebruik “feel” vaak gevolgd door een bijzin of een bijvoeglijk naamwoord.
changes
“changes” betekent hier wijzigingen in beleid of werkwijze. Het is de meervoudsvorm van “change”. Gebruik het als onderwerp in een passieve constructie, zoals “changes are being imposed”, wanneer de wijzigingen centraal staan.
are
“are” is hier een vorm van “be” bij het meervoudige onderwerp “changes”. Samen met “being imposed” vormt het een passieve beschrijving van een handeling die aan de gang is. Gebruik “are” ook in andere tegenwoordige constructies met meervoudige onderwerpen.
being
“being” geeft in “are being imposed” aan dat het opleggen op dat moment of in die situatie plaatsvindt. Samen met “are” en “imposed” vormt het de passieve vorm. Gebruik “being” in een passieve constructie om een lopende handeling te benadrukken.
imposed
“imposed” betekent hier zonder voldoende keuze of inspraak opgelegd. In “changes are being imposed on them” worden de veranderingen als iets beschreven dat werknemers overkomt. Gebruik “impose” met een maatregel, regel of verandering en de persoon of groep die ermee te maken krijgt.
on
“on” geeft in “imposed on them” aan op wie de opgelegde veranderingen gericht zijn of wie ze moet ondergaan. Het hoort hier bij het patroon “impose something on someone”. Gebruik deze combinatie wanneer een beslissing of last aan iemand wordt opgelegd.
them
“them” verwijst hier naar de werknemers die de veranderingen moeten ondergaan. Het is de objectsvorm voor meerdere personen. Gebruik “on them” na “imposed on” om de betrokken personen aan te wijzen.
People
“People” betekent hier mensen in het algemeen, niet een specifieke groep. Het staat als meervoudig onderwerp in “People are more likely to adjust”. Gebruik het om algemene uitspraken over mensen te doen.
more
“more” geeft hier een hogere mate aan: mensen hebben een grotere kans om zich aan te passen. In “more likely” versterkt het de vergelijking van waarschijnlijkheid. Gebruik “more” vóór een vergelijkende uitdrukking of om een grotere hoeveelheid of mate aan te geven.
likely
“likely” betekent hier waarschijnlijk. In “more likely to adjust” beschrijft het hoe groot de kans is dat mensen zich aanpassen. Gebruik “likely to” gevolgd door een werkwoord om waarschijnlijk gedrag of een waarschijnlijke gebeurtenis te beschrijven.
adjust
“adjust” betekent hier zich aanpassen aan een nieuwe situatie of verandering. In “to adjust” volgt het op “likely to”. Gebruik het bijvoorbeeld voor mensen die zich aanpassen aan nieuw beleid, nieuwe omstandigheden of een andere werkwijze.
they
“they” verwijst hier naar de mensen die zich mogelijk aanpassen. Het is het onderwerp van “have a real say in the process”. Gebruik “they” om naar eerder genoemde personen te verwijzen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
have
“have” betekent hier beschikken over of ervaren: mensen hebben inspraak in het proces. Het staat bij het onderwerp “they”. Gebruik “have” met zaken zoals “a say”, “a role” of “an influence” om betrokkenheid of invloed uit te drukken.
a
“a” introduceert hier één niet nader gespecificeerde vorm van inspraak in “a real say”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “say”. Gebruik “a” wanneer je één voorbeeld of mogelijkheid noemt zonder die verder te specificeren.
real
“real” benadrukt hier dat de inspraak daadwerkelijk betekenis heeft en niet alleen schijn is. In “a real say” versterkt het de waarde van de invloed. Gebruik “real” vóór een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets echt of substantieel is.
say
“say” betekent hier inspraak of invloed op een beslissing, niet alleen het werkwoord spreken. In “have a real say in the process” gaat het om de mogelijkheid om mee te beslissen. Gebruik het patroon “have a say in” met een proces, besluit of onderwerp.
in
“in” geeft in “a say in the process” aan op welk proces de inspraak betrekking heeft. Het verbindt invloed met het terrein waarop die invloed geldt. Gebruik “have a say in” gevolgd door een beslissing, plan of proces.
the
“the” verwijst hier naar een specifiek proces dat in deze werkomgeving wordt besproken. Het staat vóór “process”. Gebruik “the” wanneer de luisteraar kan weten over welk proces of welke zaak het gaat.
process
“process” betekent hier de reeks stappen waarmee het plan wordt ontwikkeld en vastgesteld. In “the process” gaat het om het specifieke besluitvormingsproces uit de discussie. Gebruik het bijvoorbeeld na “in” om deelname aan een proces te beschrijven.
We
“We” verwijst hier naar de spreker en de andere betrokkenen die samen een plan kunnen ontwikkelen. Het is het onderwerp van “could invite suggestions”. Gebruik “we” om een gezamenlijke mogelijkheid of aanbeveling voor een team te formuleren.
could
“could” presenteert hier een mogelijke actie: suggesties uitnodigen. Het maakt het voorstel minder stellig en geschikt voor overleg. Gebruik “could” gevolgd door een werkwoord om een voorstel of mogelijkheid te formuleren.
invite
“invite” betekent hier mensen aanmoedigen om suggesties te geven of deel te nemen. In “invite suggestions” is “suggestions” het gevraagde resultaat. Gebruik “invite” met personen om deelname te vragen, of met bijdragen zoals suggesties en feedback.
suggestions
“suggestions” verwijst hier naar ideeën of voorgestelde verbeteringen voor het plan. Het is de meervoudsvorm van “suggestion”. Gebruik het bijvoorbeeld na “invite” of “ask for” wanneer je meerdere mogelijke oplossingen wilt verzamelen.
before
“before” geeft aan dat het vragen om suggesties eerder gebeurt dan het definitief maken van het plan. Het introduceert de bijzin “before we finalize the plan”. Gebruik “before” met een gebeurtenis of handeling om de volgorde duidelijk te maken.
finalize
“finalize” betekent hier een plan definitief maken. In “before we finalize the plan” is “we” degene die de beslissing afrondt. Gebruik “finalize” met een plan, overeenkomst of document wanneer verdere wijzigingen niet meer worden verwacht.
plan
“plan” betekent hier de voorgenomen aanpak voor de beleidsverandering. Het is het object van “finalize”. Gebruik het bijvoorbeeld met “develop”, “discuss”, “finalize” of “implement” wanneer je over een geplande aanpak spreekt.
That
“That” verwijst hier naar het eerder voorgestelde vragen om suggesties voordat het plan definitief wordt. Het staat als onderwerp van de reactie. Gebruik “That would...” om naar een zojuist genoemde actie of mogelijkheid te verwijzen.
would
“would” beschrijft hier een mogelijk gevolg van het voorgestelde vragen om suggesties. In “That would bring up practical issues” maakt het gevolg hypothetisch of afhankelijk van de voorgestelde actie. Gebruik “would” om gevolgen van een voorstel te bespreken.
bring up
“bring up” betekent hier praktische problemen zichtbaar maken of ter sprake brengen. In deze uitdrukking betekent “bring” dat iets naar voren wordt gebracht en draagt “up” bij aan de betekenis van naar voren of ter sprake brengen. Gebruik “bring up” met een issue, probleem, onderwerp of vraag in een gesprek.
practical
“practical” betekent hier verbonden met de concrete uitvoering van het plan. In “practical issues” gaat het om problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen ontstaan. Gebruik “practical” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je de nadruk legt op uitvoerbaarheid of reële gevolgen.
issues
“issues” verwijst hier naar problemen of onderwerpen die aandacht nodig hebben. Het is de meervoudsvorm van “issue”. Gebruik het bijvoorbeeld na “bring up” wanneer een gesprek onverwachte problemen of bespreekpunten aan het licht brengt.
might
“might” geeft hier een mogelijkheid aan: de gesprekspartners zien deze problemen misschien niet vanuit hun huidige positie. Het maakt de bewering voorzichtig. Gebruik “might” met een werkwoord om een onzekere mogelijkheid te beschrijven.
not
“not” ontkent hier dat de gesprekspartners de praktische problemen zien. Het staat vóór het werkwoord “see”. Gebruik “not” om een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of andere bewering te ontkennen.
see
“see” betekent hier opmerken of herkennen, niet alleen iets met de ogen waarnemen. In “might not see” gaat het om problemen die nog niet worden onderkend. Gebruik “see” ook voor inzicht in een probleem of gevolg.
from
“from” geeft in “from here” het huidige standpunt of de huidige positie aan. De gesprekspartners beoordelen de situatie vanuit waar ze nu staan. Gebruik “from” met een plaats, perspectief of uitgangspunt.
here
“here” verwijst hier naar de huidige positie of het huidige perspectief van de gesprekspartners. In “from here” betekent het niet noodzakelijk een fysieke plek. Gebruik “here” ook om naar de huidige situatie of het huidige stadium van een proces te verwijzen.
It
“It” verwijst hier naar de voorgestelde manier om suggesties te verzamelen. Het is het onderwerp van “gives people more reason to care”. Gebruik “It” om naar een eerder genoemde actie, situatie of zaak te verwijzen.
also
“also” voegt hier een tweede voordeel toe aan het eerder genoemde praktische voordeel. Het betekent bovendien of ook. Gebruik “also” om extra informatie toe te voegen, meestal vóór het hoofdwerkwoord zoals in “also gives”.
gives
“gives” betekent hier mensen een reden of motivatie geven. Het is de vorm van “give” bij het enkelvoudige onderwerp “It”. Gebruik het patroon “give someone a reason to” wanneer iets iemand motiveert om iets te doen.
reason
“reason” betekent hier een motief om de uitkomst belangrijk te vinden. In “gives people more reason to care” is het wat de motivatie vormt. Gebruik “a reason to” gevolgd door een werkwoord om een aanleiding of motief te beschrijven.
care
“care” betekent hier belang hechten aan of bezorgd zijn over de uitkomst. In “care about the outcome” staat het met het voorzetsel “about”. Gebruik “care about” voor mensen, resultaten of onderwerpen die iemand belangrijk vindt.
about
“about” geeft in “care about the outcome” aan waarop de betrokkenheid gericht is. Het verbindt “care” met het onderwerp van die betrokkenheid. Gebruik “care about” gevolgd door een persoon, zaak of resultaat.
outcome
“outcome” betekent hier het uiteindelijke resultaat van het plan of proces. Het staat als object van “care about”. Gebruik het bijvoorbeeld in “the outcome of” gevolgd door een beslissing, proces of project.
workable
“workable” betekent hier dat een plan in de praktijk uitvoerbaar is. In “A workable plan” beschrijft het de haalbaarheid van het plan. Gebruik “workable” vóór een plan, oplossing of regeling die praktisch kan functioneren.
still
“still” betekent hier toch of desondanks: ook een uitvoerbaar plan heeft betrokken mensen nodig. Het voegt een voorwaarde toe die ondanks het eerdere positieve punt blijft gelden. Gebruik “still” om aan te geven dat iets ondanks andere omstandigheden waar blijft.
needs
“needs” betekent hier vereist of kan niet zonder. Het is de vorm van “need” bij het enkelvoudige onderwerp “A workable plan”. Gebruik “need” of “needs” met een persoon, zaak of handeling die noodzakelijk is.
invested
“invested” betekent hier persoonlijk betrokken en gemotiveerd om het resultaat te steunen. In “feel invested” beschrijft het de betrokken houding van mensen tegenover het plan. Gebruik “feel invested in” met een project, beslissing of resultaat waaraan iemand waarde hecht.
hard
“hard” betekent hier moeilijk. In “The hard part” beschrijft het welk onderdeel van de taak de meeste inspanning vraagt. Gebruik “the hard part is...” om het lastigste aspect van een taak of proces te benoemen.
part
“part” betekent hier een onderdeel of aspect van de hele aanpak. In “The hard part is...” gaat het om het specifieke moeilijke aspect. Gebruik “the ... part” om één onderdeel van een taak, gesprek of proces uit te lichten.
is
“is” koppelt hier “The hard part” aan de beschrijving “keeping the discussion constructive and specific”. Het is de vorm van “be” bij het enkelvoudige onderwerp “part”. Gebruik “is” om een enkelvoudig onderwerp met een uitleg of beschrijving te verbinden.
keeping
“keeping” betekent hier ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft. In “keeping the discussion constructive and specific” gaat het om de discussie constructief en concreet houden. Gebruik “keep” met een object en een bijvoeglijk naamwoord om een toestand te behouden.
discussion
“discussion” betekent hier het gesprek waarin het plan en de suggesties worden besproken. Het is het object van “keeping”. Gebruik het bijvoorbeeld met “have”, “lead” of “keep” wanneer je over een georganiseerde bespreking spreekt.
constructive
“constructive” betekent hier behulpzaam en gericht op verbetering in plaats van alleen kritiek te geven. In “constructive discussion” beschrijft het de gewenste houding van het gesprek. Gebruik het bij feedback, kritiek, gesprekken of voorstellen die tot verbetering moeten leiden.
and
“and” verbindt hier de twee gewenste eigenschappen van de discussie: “constructive” en “specific”. Het geeft aan dat beide eigenschappen samen gelden. Gebruik “and” om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of ideeën te verbinden.
specific
“specific” betekent hier concreet en gericht op bepaalde details. In “constructive and specific” beschrijft het hoe de discussie moet blijven. Gebruik “specific” bij vragen, voorbeelden, doelen of feedback wanneer algemene opmerkingen niet voldoende zijn.
Then
“Then” betekent hier dan, in dat geval: als een constructieve en concrete discussie nodig is. Het leidt de voorgestelde volgende stap in. Gebruik “Then” aan het begin van een zin om een gevolgtrekking of volgende actie aan te kondigen.
should
“should” geeft hier een aanbeveling voor de aanpak: gerichte vragen stellen. Het is minder dwingend dan een directe opdracht. Gebruik “should” gevolgd door een werkwoord om advies of een gewenste handelwijze te formuleren.
ask
“ask” betekent hier informatie of antwoorden vragen. In “ask focused questions” is “focused questions” wat gevraagd wordt. Gebruik “ask” met een persoon, vraag of informatie die je wilt verkrijgen.
focused
“focused” betekent hier gericht op een duidelijk afgebakend onderwerp. In “focused questions” helpen de vragen om concrete feedback te krijgen. Gebruik “focused” bij vragen, gesprekken of aandacht die op één bepaald doel of probleem is gericht.
questions
“questions” verwijst hier naar vragen waarmee specifieke informatie of suggesties worden verzameld. Het is de meervoudsvorm van “question”. Gebruik het bijvoorbeeld na “ask” wanneer je meerdere gerichte antwoorden wilt krijgen.
instead
“instead” betekent hier in plaats daarvan en markeert een alternatief voor een brede feedbackaanvraag. In deze zin staat het in de constructie “instead of”. Gebruik “instead of” om duidelijk te maken welke handeling een andere handeling vervangt.
of
“of” maakt in “instead of making a broad feedback request” deel uit van de vaste constructie “instead of”. Het verbindt het gekozen alternatief met de handeling die wordt vermeden. Gebruik “instead of” gevolgd door een zelfstandig naamwoord of een werkwoord op “-ing”.
making
“making” betekent hier het doen of indienen van een feedbackverzoek. In “instead of making” volgt het op “instead of”, daarom wordt de handeling als een “-ing”-vorm uitgedrukt. Gebruik “instead of” met een “-ing”-vorm wanneer je een activiteit door een andere vervangt.
broad
“broad” betekent hier algemeen en niet beperkt tot één duidelijk onderwerp. In “a broad feedback request” beschrijft het een verzoek dat veel verschillende onderwerpen kan omvatten. Gebruik “broad” bij verzoeken, vragen of onderwerpen die niet sterk zijn afgebakend.
feedback
“feedback” betekent hier reacties, opmerkingen of suggesties over het plan. Het staat in “a broad feedback request” als onderwerp van het verzoek. Gebruik “feedback” bij beoordelingen of reacties op een plan, voorstel, product of werkwijze.
request
“request” betekent hier een formeel of expliciet verzoek om feedback. In “a broad feedback request” benoemt het het soort verzoek dat de gesprekspartners willen vermijden. Gebruik “request” als zelfstandig naamwoord voor een vraag om informatie, hulp of een reactie.