Aanwijzen en bezit | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic pointing and belonging..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Aanwijzen en bezit oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Qué es esto?

kee es es-to Wat is dit?
B

¿Qué es eso?

kee es ee-so Wat is dat?
A

¿Quién es esa persona?

kjèn es ee-sa per-so-na Wie is dat?
B

¿Cuál es el tuyo?

kwal es el toe-jo Welke is van jou?
A

Este es mío.

es-te es mie-o Deze is van mij.
B

Ese es tuyo.

ee-se es toe-jo Die is van jou.

Woord voor woord

Qué «Qué» betekent hier ‘wat’ in de vraag «¿Qué es esto?». Het is het vragende woord waarmee je naar de identiteit of aard van iets vraagt; in een vraag krijgt het een accent. Een nieuw voorbeeld is «¿Qué es eso?» wanneer je naar iets op enige afstand vraagt.
es «es» betekent hier ‘is’ en verbindt het gevraagde of aangewezen voorwerp met zijn identiteit. Het is de vorm die in deze zinnen wordt gebruikt in «¿Qué es esto?» en «¿Quién es esa persona?». Je gebruikt «es» bijvoorbeeld ook om iemand of iets te identificeren: «Es Ana» is een nieuw voorbeeld.
esto «esto» betekent hier ‘dit’ en verwijst naar iets dat wordt aangewezen of dichtbij is in «¿Qué es esto?». Deze vorm staat zelfstandig en verwijst naar het aangewezen ding zonder een zelfstandig naamwoord te noemen. Een nieuw voorbeeld is «Esto es mío» voor ‘Dit is van mij’.
eso «eso» betekent hier ‘dat’ en verwijst in «¿Qué es eso?» naar iets dat niet als dichtbij wordt aangewezen. Het staat zelfstandig als onderwerp van de vraag. Een nieuw voorbeeld is «No quiero eso» wanneer je naar iets verwijst dat je niet wilt.
Quién «Quién» betekent hier ‘wie’ in «¿Quién es esa persona?». Je gebruikt het om naar een persoon te vragen; in een vraag krijgt het een accent. Een nieuw voorbeeld is «¿Quién es él?» wanneer je vraagt wie een man is.
esa «esa» betekent hier ‘die’ en hoort bij «persona» in «esa persona», dus ‘die persoon’. De vorm «esa» past hier bij het vrouwelijke woord «persona» en verwijst naar een persoon die wordt aangewezen. Een nieuw voorbeeld is «esa casa» voor ‘dat huis’.
persona «persona» betekent hier ‘persoon’ in «esa persona». Samen met «esa» vormt het de woordgroep «esa persona», waarmee naar een aangewezen persoon wordt verwezen. Je kunt «persona» bijvoorbeeld gebruiken in «una persona amable», een nieuw voorbeeld voor ‘een vriendelijke persoon’.
Cuál «Cuál» betekent hier ‘welke’ of ‘welke ervan’ in «¿Cuál es el tuyo?». Het vraagt om één keuze uit meerdere mogelijkheden; in een vraag krijgt het een accent. Een nieuw voorbeeld is «¿Cuál prefieres?» wanneer je vraagt welke optie iemand verkiest.
el «el» is hier het mannelijke enkelvoudige lidwoord in de woordgroep «el tuyo». Samen met «tuyo» verwijst «el tuyo» naar het mannelijke ‘exemplaar/de ene die van jou is’, ook als het zelfstandig naamwoord niet opnieuw wordt genoemd. Een nieuw voorbeeld is «el mío» voor ‘de mijne’.
tuyo «tuyo» betekent hier ‘van jou’ in «el tuyo», dus ‘die van jou’ of ‘het exemplaar van jou’. In deze zin staat het samen met «el» en verwijst de hele uitdrukking naar iets dat aan de gesprekspartner toebehoort. Een nieuw voorbeeld is «Este libro es tuyo» voor ‘Dit boek is van jou’.
Este «Este» betekent hier ‘deze’ in «Este es mío» en verwijst naar het aangewezen mannelijke exemplaar. Het staat zelfstandig en vormt met «es mío» de mededeling dat dit exemplaar van de spreker is. Een nieuw voorbeeld is «Este es el correcto» voor ‘Deze is de juiste’.
mío «mío» betekent hier ‘van mij’ in «Este es mío» en geeft bezit aan. Samen met «es» zegt de woordgroep «es mío» dat het aangewezen exemplaar aan de spreker toebehoort. Een nieuw voorbeeld is «El coche es mío» voor ‘De auto is van mij’.
Ese «Ese» betekent hier ‘die’ of ‘dat’ in «Ese es tuyo» en verwijst naar het aangewezen mannelijke exemplaar. Het staat zelfstandig en vormt met «es tuyo» de mededeling dat dit exemplaar van de gesprekspartner is. Een nieuw voorbeeld is «Ese es el mío» voor ‘Die is van mij’.

Grammatica

esto / eso als zelfstandige aanwijzende voornaamwoorden

¿Qué es esto? ¿Y eso?

kee es es-to? ie ee-so?

Wat is dit? En dat?

esto en eso verwijzen zelfstandig naar iets. este en ese kunnen ook vóór een zelfstandig naamwoord staan.

el mío / el tuyo als bezittelijke voornaamwoorden

¿Cuál es el tuyo? El mío.

kwal es el toe-jo? el mie-o.

Welke is van jou? De mijne.

el mío en el tuyo staan zelfstandig en betekenen ‘van mij’ en ‘van jou’; ze gebruiken het lidwoord el.

Spaans woordenschat

cuál voornaamwoord
kwal welke

¿Cuál es el tuyo?

el bepaler
el de

¿Cuál es el tuyo?

es werkwoord
es is

¿Qué es esto?

esa bepaler
ee-sa die

¿Quién es esa persona?

eso voornaamwoord
ee-so dat

¿Qué es eso?

este voornaamwoord
es-te deze

Este es mío.

esto voornaamwoord
es-to dit

¿Qué es esto?

mío voornaamwoord
mie-o van mij

Este es mío.

persona zelfstandig naamwoord
per-so-na persoon

¿Quién es esa persona?

qué voornaamwoord
kee wat

¿Qué es esto?

quién voornaamwoord
kjèn wie

¿Quién es esa persona?

tuyo voornaamwoord
toe-jo van jou

¿Cuál es el tuyo?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat is dit?

Antwoord tonen¿Qué es esto?

Wat is dat?

Antwoord tonen¿Qué es eso?

Wie is dat?

Antwoord tonen¿Quién es esa persona?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonenesto

persoon

Antwoord tonenpersona

wie

Antwoord tonenquién

welke

Antwoord tonencuál