Samen de les herhalen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: After a language lesson, two adults talk about staying in the classroom and reviewing together..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Samen de les herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Qué haces después de la clase?

kee aa-ses des-pwes de la klaa-se Wat doe je na de les?
B

Me quedo aquí y repaso la lección.

mee kee-do aa-kee ie ree-paa-so la lek-sjon Ik blijf hier en herhaal de les.
A

¿Podemos usar esta sala un rato más?

po-de-mos oe-sar es-ta saa-la oen raa-to maas Kunnen we dit lokaal nog een tijdje gebruiken?
B

Podemos quedarnos aquí después de la clase.

po-de-mos ke-dar-nos aa-kee des-pwes de la klaa-se We kunnen na de les hier blijven.
A

Es útil saberlo.

es oe-til saa-ber-lo Dat is handig om te weten.
B

Entonces vamos a repasar aquí juntos.

en-ton-ses baa-mos aa ree-paa-sar aa-kee goen-tos Dan gaan we hier samen de les herhalen.

Woord voor woord

Qué “Qué” betekent hier “wat” en staat aan het begin van de vraag “¿Qué haces después de la clase?”. Het wordt gebruikt om naar de handeling van de ander te vragen, bijvoorbeeld in deze vraag over wat iemand na de les doet.
haces “Haces” betekent hier “doe je” en vraagt welke activiteit de aangesprokene uitvoert. Het staat in de vraag “¿Qué haces después de la clase?”; een bruikbaar patroon is “¿Qué haces...?” om naar iemands activiteit te vragen.
después “Después” betekent hier “na” in de tijd en maakt duidelijk dat het om een moment na de les gaat. In “después de la clase” wordt het gevolgd door “de” en de gebeurtenis die daarna plaatsvindt; je gebruikt het bijvoorbeeld om te vragen of beschrijven wat er na een activiteit gebeurt.
de “De” verbindt in “después de la clase” het woord voor “na” met de gebeurtenis waarvan het tijdstip wordt genoemd. Hier helpt “de” dus om “na de les” te vormen; dit patroon kun je gebruiken met een andere activiteit of gebeurtenis.
la “La” is in “la clase” het lidwoord vóór het woord voor “les”. Samen vormen ze “la clase”, een vaste woordgroep voor “de les”; je gebruikt “la” hier direct vóór “clase”.
clase “Clase” betekent hier “les” in “la clase”. Het verwijst naar de taalles waar de gesprekspartners net vandaan komen; de woordgroep “después de la clase” betekent “na de les”.
Me “Me” draagt in “Me quedo aquí” bij aan de betekenis “ik blijf hier” en verwijst naar de spreker zelf. Het staat vóór “quedo” in deze vorm; je kunt de hele uitdrukking gebruiken om te zeggen dat je ergens blijft.
quedo “Quedo” betekent in “Me quedo aquí” dat de spreker blijft. Samen met “Me” vormt het de handeling “ik blijf hier”; het past bij een situatie waarin je uitlegt dat je niet meteen vertrekt.
aquí “Aquí” betekent “hier” en wijst in “Me quedo aquí” naar de plaats waar de spreker blijft. Het kan na een werkwoord staan om de locatie van de handeling aan te geven, zoals in deze zin over in het lokaal blijven.
y “Y” betekent “en” en verbindt in “Me quedo aquí y repaso la lección” twee handelingen van dezelfde spreker. Je gebruikt het om twee opeenvolgende of samenhangende activiteiten in één zin te verbinden.
repaso “Repaso” betekent hier “ik herhaal” of “ik neem door” in “repaso la lección”. Het krijgt het lijdend voorwerp “la lección”; deze combinatie past bij het opnieuw doornemen van lesstof na de les.
la lección “La lección” betekent “de les” en is in “repaso la lección” datgene wat de spreker opnieuw doorneemt. De woordgroep wordt gebruikt als onderwerp van herhaling of studie, bijvoorbeeld wanneer je na een les de inhoud opnieuw bekijkt.
Podemos “Podemos” betekent “we kunnen” in “Podemos usar esta sala”. Het wordt gevolgd door een infinitief, hier “usar”, en drukt uit dat de sprekers de mogelijkheid hebben om iets te doen; je gebruikt dit patroon om een mogelijkheid of voorstel met “we” te formuleren.
usar “Usar” betekent “gebruiken” in “Podemos usar esta sala”. Na “Podemos” benoemt het de handeling en daarna volgt het gebruikte voorwerp, “esta sala”; dit is een bruikbaar patroon om te zeggen wat je kunt gebruiken.
esta “Esta” betekent “deze” en wijst in “esta sala” naar de specifieke zaal of het lokaal waarin de gesprekspartners zijn. Het staat direct vóór “sala” en maakt duidelijk dat het om deze ruimte gaat, niet om een willekeurige ruimte.
sala “Sala” betekent hier “zaal” of “lokaal” in “esta sala”. In de situatie verwijst het naar de ruimte waar de les plaatsvindt; samen met “esta” vormt het de woordgroep “deze zaal” of “dit lokaal”.
un “Un” betekent “een” in “un rato” en leidt een onbepaalde korte tijdsduur in. Het staat vóór “rato”; je gebruikt deze combinatie om te vragen of zeggen dat iets nog een tijdje duurt.
rato “Rato” betekent in “un rato” “tijdje” of een korte periode. De uitdrukking “un rato más” verwijst hier naar extra tijd in het lokaal; dit patroon is geschikt wanneer je om wat extra tijd vraagt.
más “Más” betekent hier “meer” en geeft in “un rato más” aan dat de periode langer wordt dan eerst verwacht. Het staat na de tijdsuitdrukking en voegt de betekenis “nog wat langer” toe, zoals bij het langer blijven.
quedarnos “Quedarnos” betekent in “Podemos quedarnos aquí” “blijven” met verwijzing naar de sprekers als groep. Het volgt “Podemos” en benoemt wat zij kunnen doen; dit is een bruikbaar patroon van “podemos” gevolgd door een handeling.
Es “Es” betekent “is” in “Es útil saberlo” en vormt de verbinding tussen de situatie en de beoordeling daarvan. Het staat aan het begin van de mededeling dat iets nuttig is om te weten; je gebruikt het bijvoorbeeld om een eigenschap of beoordeling uit te drukken.
útil “Útil” betekent hier “nuttig” of “handig” in “Es útil saberlo”. Het beschrijft het nut van de informatie die zojuist is gegeven; een veelgebruikt patroon is “Es útil...” gevolgd door een handeling of informatie.
saberlo “Saberlo” betekent hier “dat weten” of “het weten”, waarbij “lo” verwijst naar de informatie dat ze hier kunnen blijven. In “Es útil saberlo” wordt het gebruikt om te zeggen dat het nuttig is om die informatie te kennen; je kunt de hele uitdrukking gebruiken als reactie op nuttige informatie.
Entonces “Entonces” betekent hier “dan” of “dus” en leidt de volgende stap in het gesprek in. Na de mededeling dat ze kunnen blijven, maakt “Entonces” duidelijk dat het voorstel om samen te herhalen daaruit volgt; je gebruikt het om van een gegeven situatie naar een gevolg of plan te gaan.
vamos “Vamos” draagt in “vamos a repasar” de betekenis “laten we ...” en introduceert het gezamenlijke plan. Het staat vóór “a” en daarna de infinitief “repasar”; dit patroon gebruik je om een activiteit voor te stellen die de sprekers samen gaan doen.
a “A” is in “vamos a repasar” het verbindingswoord tussen “vamos” en de infinitief “repasar”. Samen maakt deze constructie duidelijk welke activiteit nu gepland of voorgesteld wordt; hier gaat het om samen herhalen.
repasar “Repasar” betekent “herhalen” of “doornemen” in “vamos a repasar aquí juntos”. Het volgt de constructie “vamos a” en benoemt de gezamenlijke activiteit na de les; je gebruikt het bij het opnieuw bekijken van leerstof.
juntos “Juntos” betekent “samen” in “vamos a repasar aquí juntos” en maakt duidelijk dat de deelnemers de les gezamenlijk doornemen. Het staat aan het einde van de zin en benadrukt dat de voorgestelde activiteit niet alleen wordt gedaan.

Grammatica

quedarse + me: Me quedo

Me quedo aquí después de clase.

mee kee-do aa-kee des-pwes de klaa-se

Ik blijf hier na de les.

Bij quedarse hoort een wederkerend voornaamwoord. Bij ik wordt dat me: Me quedo betekent ‘ik blijf’.

poder + infinitivo

Podemos usar la sala.

po-de-mos oe-sar la saa-la

We kunnen de ruimte gebruiken.

Na poder staat het volgende werkwoord in de infinitief: podemos usar, niet een vervoegde vorm.

Spaans woordenschat

aquí bijwoord
aa-kee hier

Me quedo aquí y repaso la lección.

clase zelfstandig naamwoord
klaa-se les

¿Qué haces después de la clase?

después bijwoord
des-pwes na, daarna

¿Qué haces después de la clase?

hacer werkwoord
aa-ser doen haces

¿Qué haces después de la clase?

lección zelfstandig naamwoord
lek-sjon les

Me quedo aquí y repaso la lección.

poder werkwoord
po-der kunnen Podemos

¿Podemos usar esta sala un rato más?

qué voornaamwoord
kee wat

¿Qué haces después de la clase?

quedarse werkwoord
ke-dar-se blijven Me quedo

Me quedo aquí y repaso la lección.

rato zelfstandig naamwoord
raa-to tijdje

¿Podemos usar esta sala un rato más?

repasar werkwoord
ree-paa-sar herhalen repaso

Me quedo aquí y repaso la lección.

sala zelfstandig naamwoord
saa-la ruimte, lokaal

¿Podemos usar esta sala un rato más?

usar werkwoord
oe-sar gebruiken

¿Podemos usar esta sala un rato más?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat doe je na de les?

Antwoord tonen¿Qué haces después de la clase?

Dat is handig om te weten.

Antwoord tonenEs útil saberlo.

Dan gaan we hier samen de les herhalen.

Antwoord tonenEntonces vamos a repasar aquí juntos.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hier

Antwoord tonenaquí

doen

Antwoord tonenhaces

les

Antwoord tonenclase

herhalen

Antwoord tonenrepaso