Vooraan zitten en goed opletten | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a language classroom, two adults talk about sitting near the front, hearing the teacher clearly, and focusing during class..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Vooraan zitten en goed opletten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Siempre te sientas aquí?

sjempre te sjentas akí Zit je altijd hier?
B

Me gusta sentarme delante.

me goesta sentárme delánte Ik zit graag vooraan.
A

Puedo oír bien al profesor.

pweedo o-ír bjen al profesór Ik kan de leraar goed horen.
B

Aquí es fácil hacer preguntas.

akí es fásil asér pregoentas Het is hier makkelijk om vragen te stellen.
A

La próxima vez, nos sentamos juntos.

la próksima bes, nos sentamos goentos Laten we de volgende keer samen zitten.
B

Me gustaría.

me goestaría Dat zou ik graag willen.
B

Sentarme delante me ayuda a concentrarme.

sentárme delánte me ajoeda a konsentrárme Vooraan zitten helpt mij om me te concentreren.

Woord voor woord

Siempre Siempre betekent hier ‘altijd’ en geeft aan dat de handeling telkens zo is. In de vraag ¿Siempre te sientas aquí? staat het vóór de werkwoordgroep. Je gebruikt het om te vragen of iets een vaste gewoonte is.
te Te betekent hier ‘je’ en hoort bij sientas in de handeling ‘gaan zitten’. In ¿Siempre te sientas aquí? laat te zien dat de aangesprokene zelf gaat zitten. Dit gebruik je wanneer je naar iemands eigen zitplaats of zitgewoonte vraagt.
sientas Sientas betekent hier ‘zit’ of ‘gaat zitten’ in de vraag ¿Siempre te sientas aquí? Het is de vorm die samen met te bij de aangesproken persoon hoort; de basisvorm is sentarse. Gebruik te sientas met een plaatsaanduiding om naar iemands zitgewoonte te vragen.
aquí Aquí betekent hier en verwijst naar de plaats waar de aangesprokene zit. In ¿Siempre te sientas aquí? staat het aan het einde van de vraag. Je gebruikt aquí om een huidige of aangewezen plaats aan te duiden.
Me Me betekent hier ‘mij’ of ‘aan mij’ in Me gusta sentarme delante. Het markeert wie de voorkeur heeft; gusta hoort bij de activiteit sentarme delante. De uitdrukking Me gusta gebruik je om een voorkeur te zeggen.
gusta Gusta draagt in Me gusta sentarme delante de betekenis ‘bevalt mij’ of ‘vind ik leuk’. Het gaat hier om de activiteit sentarme delante, terwijl me aangeeft wie die activiteit prettig vindt. Gebruik Me gusta gevolgd door een infinitief om te zeggen dat je iets graag doet.
sentarme Sentarme betekent hier ‘gaan zitten’ of ‘zitten’. Het is de infinitiefvorm van sentarse met me eraan vast. Na Me gusta benoemt sentarme de activiteit die de spreker prettig vindt, bijvoorbeeld in een voorkeur voor een zitplaats.
delante Delante betekent hier ‘vooraan’ of ‘aan de voorkant’ en geeft de gewenste zitplaats aan. In Me gusta sentarme delante staat het bij de handeling van zitten. Je gebruikt het na een werkwoord van zitten om de plaats aan te duiden.
Puedo Puedo betekent ‘ik kan’ in Puedo oír bien al profesor. Het staat vóór oír en drukt hier de mogelijkheid uit om de leraar te horen. Gebruik Puedo gevolgd door een infinitief om een eigen mogelijkheid of vermogen te noemen.
oír Oír betekent horen en staat als infinitief na Puedo. In Puedo oír bien al profesor is de leraar degene die gehoord wordt. Je gebruikt deze vorm na een vorm van ‘kunnen’ om de mogelijke handeling te noemen.
bien Bien betekent hier ‘goed’ en beschrijft hoe de spreker de leraar kan horen. Het staat direct bij oír in Puedo oír bien al profesor. Je gebruikt bien na een werkwoord om de kwaliteit van de handeling te beschrijven.
al Al is hier de vaste samentrekking van a en el en staat het vóór profesor in al profesor. In deze zin markeert het de mannelijke persoon die de spreker hoort. Je gebruikt al wanneer a vóór el komt.
profesor Profesor betekent ‘leraar’ en verwijst hier naar de persoon voor de klas. Het staat na al in al profesor, als degene die de spreker goed hoort. Je gebruikt dit woord in een klascontext om over de leraar te spreken.
es Es betekent hier ‘is’ en verbindt de situatie met de beoordeling fácil. In Aquí es fácil hacer preguntas staat het vóór fácil. Gebruik Es fácil gevolgd door een infinitief om te zeggen dat een handeling gemakkelijk is.
fácil Fácil betekent ‘makkelijk’ of ‘eenvoudig’ in de beoordeling van vragen stellen. In Aquí es fácil hacer preguntas hoort het bij de hele handeling hacer preguntas. Het patroon Es fácil gevolgd door een infinitief gebruik je om een handeling als eenvoudig te beschrijven.
hacer Hacer betekent hier samen met preguntas ‘vragen stellen’. Het is de infinitief na es fácil in Aquí es fácil hacer preguntas. Je gebruikt hacer preguntas in een klas of gesprek wanneer je vragen wilt stellen.
preguntas Preguntas betekent ‘vragen’, de vragen die je in de les kunt stellen. In hacer preguntas staat het als het object bij hacer en vormt het de combinatie voor ‘vragen stellen’. Je gebruikt het wanneer je iets aan de leraar of een andere gesprekspartner wilt vragen.
La La is hier het lidwoord ‘de’ vóór próxima in La próxima vez. Samen met próxima vez vormt het een tijdsaanduiding. Je gebruikt La próxima vez om naar de volgende gelegenheid te verwijzen.
próxima Próxima betekent ‘volgende’ en staat vóór vez in La próxima vez. Het is de vrouwelijke vorm van próximo, passend bij vez. Je gebruikt La próxima vez om een afspraak of plan voor de volgende gelegenheid te noemen.
vez Vez betekent hier ‘keer’ of ‘gelegenheid’ in La próxima vez. Samen met La próxima vormt het de tijdsaanduiding ‘de volgende keer’. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je een vergelijkbare gelegenheid later bedoelt.
nos Nos betekent hier ‘ons’ en maakt in nos sentamos duidelijk dat de sprekers samen bij de handeling betrokken zijn. Het staat vóór sentamos in nos sentamos juntos. Je gebruikt nos sentamos juntos wanneer je voorstelt of beschrijft dat jullie samen zitten.
sentamos Sentamos betekent hier ‘zitten’ of ‘gaan zitten’ in nos sentamos juntos. Samen met nos en juntos gaat het over beide sprekers; in deze context klinkt de zin als een voorstel voor de volgende keer. Je gebruikt nos sentamos met een tijd- of plaatsaanduiding om samen zitten als plan te noemen.
juntos Juntos betekent ‘samen’ en maakt duidelijk dat de sprekers bij elkaar zitten. Het staat achter nos sentamos in nos sentamos juntos en beschrijft de gezamenlijke uitvoering. Je gebruikt het om te zeggen dat meerdere mensen iets gezamenlijk doen.
gustaría Gustaría betekent hier ‘zou graag willen’ in de beleefde reactie Me gustaría. De vorm komt van gustar en drukt hier een beleefde wens uit; me geeft aan wie die wens heeft. Je gebruikt Me gustaría om met instemming of een beleefde wens op een voorstel te reageren.
ayuda Ayuda betekent ‘helpt’ in Sentarme delante me ayuda a concentrarme. Het onderwerp van ayuda is de hele handeling Sentarme delante; a leidt naar de handeling die geholpen wordt. Gebruik me ayuda a gevolgd door een infinitief om uit te leggen dat iets je bij een activiteit ondersteunt.
a A heeft hier de functie ‘om te’ in me ayuda a concentrarme. Het verbindt ayuda met de infinitief concentrarme en hoort bij het patroon me ayuda a gevolgd door een infinitief. Je gebruikt dit patroon om te zeggen welke activiteit iets voor je gemakkelijker maakt.
concentrarme Concentrarme betekent hier ‘mij concentreren’ en is een infinitief met me eraan vast. In me ayuda a concentrarme is het de activiteit waarbij de spreker focus krijgt. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iets je helpt om je aandacht erbij te houden, bijvoorbeeld tijdens de les.

Grammatica

gustar + me

Me gusta hacer preguntas.

me goesta asér pregoentas

Ik vind het leuk om vragen te stellen.

Bij gustar staat de persoon als me; wat leuk gevonden wordt, is grammaticaal het onderwerp.

me gustaría + infinitivo

Me gustaría ayudar.

me goestaría ajoedár

Ik zou graag willen helpen.

Me gustaría drukt een beleefde wens uit en wordt gevolgd door een infinitief.

Spaans woordenschat

aquí bijwoord
akí hier

¿Siempre te sientas aquí?

bien bijwoord
bjen goed

Puedo oír bien al profesor.

delante bijwoord
delánte vooraan; voor

Me gusta sentarme delante.

fácil bijvoeglijk naamwoord
fásil gemakkelijk

Aquí es fácil hacer preguntas.

gustar werkwoord
goestár leuk vinden Me gusta

Me gusta sentarme delante.

hacer preguntas uitdrukking
asér pregoentas vragen stellen

Aquí es fácil hacer preguntas.

oír werkwoord
o-ír horen

Puedo oír bien al profesor.

profesor zelfstandig naamwoord
profesór leraar; docent al profesor

Puedo oír bien al profesor.

próximo bijvoeglijk naamwoord
próksimo volgend próxima

La próxima vez, nos sentamos juntos.

sentarse werkwoord
sentárse gaan zitten; zitten te sientas

¿Siempre te sientas aquí?

siempre bijwoord
sjempre altijd

¿Siempre te sientas aquí?

vez zelfstandig naamwoord
bes keer la próxima vez

La próxima vez, nos sentamos juntos.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zit je altijd hier?

Antwoord tonen¿Siempre te sientas aquí?

Ik zit graag vooraan.

Antwoord tonenMe gusta sentarme delante.

Ik kan de leraar goed horen.

Antwoord tonenPuedo oír bien al profesor.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hier

Antwoord tonenaquí

altijd

Antwoord tonensiempre

gemakkelijk

Antwoord tonenfácil

vooraan; voor

Antwoord tonendelante