Een zin opnieuw oefenen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a language classroom, two adults talk about hearing a sentence again and practicing the difficult part slowly..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Een zin opnieuw oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Puedes decir eso otra vez?

pwe-des de-SÍR É-so Ó-tra bés? Kun je dat nog een keer zeggen?
B

Lo diré una vez más.

lo di-RÉ ÓE-na bés MÁS. Ik zeg het nog één keer.
A

Ahora entiendo.

a-Ó-ra en-TJÉN-do. Nu begrijp ik het.
B

Vamos a practicar la frase juntos.

BÁ-mos a prak-ti-KÁR la FRÁ-se GOEN-tos. Laten we de zin samen oefenen.
A

La primera parte todavía es difícil para mí.

la pri-MÉ-ra PÁR-te to-da-BÍ-a es di-FÍ-sil pa-ra MÍ. Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor me.
B

Podemos practicar esa parte despacio.

po-DÉ-mos prak-ti-KÁR É-sa PÁR-te des-PJÁ-sjo. We kunnen dat deel langzaam oefenen.

Woord voor woord

Puedes Puedes betekent hier ‘kun je’ in de vraag «¿Puedes decir eso otra vez?». Het is de vorm die je met tú gebruikt en staat vóór een infinitief. Het patroon Puedes + infinitief gebruik je om te vragen of iemand iets kan doen, bijvoorbeeld bij een verzoek om iets te herhalen.
decir Decir betekent hier ‘zeggen’ en staat na Puedes als infinitief in «¿Puedes decir eso otra vez?». Het patroon Puedes decir + boodschap gebruik je om te vragen of iemand iets wil zeggen. In deze les gaat het om iets opnieuw uitspreken.
eso Eso betekent hier ‘dat’ en verwijst naar wat de ander net heeft gezegd in «decir eso». Het staat als object na decir. Je gebruikt decir eso wanneer je verwijst naar iets dat al genoemd of gezegd is.
otra Otra betekent hier ‘andere’ en vormt samen met vez de uitdrukking «otra vez»: ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. Otra past bij het vrouwelijke woord vez. «Otra vez» is bruikbaar wanneer je iemand vraagt of zegt iets opnieuw te doen.
vez Vez betekent hier ‘keer’, dus een afzonderlijke gelegenheid in «otra vez». Het komt ook voor in «una vez más», ‘nog één keer’. Met una vez of otra vez kun je aangeven hoe vaak iets gebeurt.
Lo Lo betekent hier ‘het’ of ‘datgene’ en verwijst naar de zin of woorden die opnieuw gezegd worden in «Lo diré». Lo staat vóór het vervoegde werkwoord. Het patroon Lo + werkwoord gebruik je om een eerder genoemd mannelijk of onzijdig object opnieuw aan te duiden.
diré Diré betekent hier ‘ik zal zeggen’ in «Lo diré una vez más». Het is de toekomende vorm van decir voor ‘ik’. Met Lo diré + inhoud kun je beloven of aankondigen dat je iets opnieuw zult zeggen.
una Una betekent hier ‘een’ in «una vez más». Het is het vrouwelijke enkelvoudige lidwoord bij vez. De combinatie una vez betekent ‘één keer’ en kan met más worden uitgebreid tot «una vez más».
más Más voegt in «una vez más» het idee van een extra keer toe: ‘nog één keer’. Het staat na una vez en maakt duidelijk dat de handeling opnieuw gebeurt. «Una vez más» gebruik je wanneer je iets nogmaals wilt zeggen of doen.
Ahora Ahora betekent ‘nu’ en geeft in «Ahora entiendo» het moment van begrip aan. Het staat hier vooraan als tijdsaanduiding. Je kunt Ahora vóór een werkwoord gebruiken om te zeggen wat op dit moment gebeurt of duidelijk is.
entiendo Entiendo betekent hier ‘ik begrijp’ in «Ahora entiendo». Het is de ik-vorm van entender in deze zin. «Ahora entiendo» gebruik je wanneer iets na een uitleg of herhaling duidelijk wordt.
Vamos Vamos betekent hier ‘laten we’ in «Vamos a practicar la frase juntos». Samen met a en een infinitief vormt het een voorstel om iets te gaan doen. Het patroon Vamos a + infinitief gebruik je om samen een activiteit voor te stellen.
a A is hier onderdeel van de constructie «Vamos a practicar» en verbindt Vamos met de infinitief practicar. In deze combinatie betekent het niet zelfstandig ‘naar’, maar helpt het een voorstel voor een handeling te vormen. Het patroon Vamos a + infinitief is een gebruikelijke manier om ‘laten we ...’ te zeggen.
practicar Practicar betekent hier ‘oefenen’ en staat na «Vamos a» in «Vamos a practicar la frase juntos». Het kan een object krijgen, zoals «practicar la frase» of «practicar esa parte». Je gebruikt het in een leersituatie om een zin of onderdeel herhaaldelijk te oefenen.
la La is hier het bepaalde lidwoord in «la frase» en «La primera parte». Het staat vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Je gebruikt la wanneer je naar een specifieke zin of een specifiek deel verwijst.
frase Frase betekent hier ‘zin’ in «practicar la frase». Het is datgene wat de twee personen samen oefenen. Het patroon practicar la frase gebruik je in een taalles of bij het oefenen van een concrete zin.
juntos Juntos betekent ‘samen’ in «Vamos a practicar la frase juntos». Het maakt duidelijk dat beide gesprekspartners de activiteit gezamenlijk doen. Je kunt practicar ... juntos gebruiken wanneer mensen samen een taalonderdeel oefenen.
primera Primera betekent ‘eerste’ in «La primera parte». Het geeft aan dat het om het begin van de zin gaat en past bij parte. Het patroon primera + zelfstandig naamwoord gebruik je om het eerste onderdeel van iets aan te wijzen.
parte Parte betekent hier ‘deel’ in «La primera parte» en «esa parte». Het verwijst naar een afzonderlijk onderdeel van de zin dat geoefend kan worden. Met primera parte of esa parte kun je een specifiek segment van een tekst of zin aanduiden.
todavía Todavía betekent hier ‘nog steeds’ in «todavía es difícil». Het laat zien dat de moeilijkheid blijft bestaan. Je kunt todavía gebruiken om aan te geven dat een toestand of probleem op dit moment nog voortduurt.
es Es betekent hier ‘is’ en verbindt «La primera parte» met «difícil» in «La primera parte todavía es difícil para mí». Het is de vorm van ser die bij het onderwerp in deze zin hoort. Het patroon X es difícil gebruik je om te zeggen dat iets moeilijk is.
difícil Difícil betekent ‘moeilijk’ in «es difícil para mí». Het beschrijft hoe de eerste helft van de zin voor de spreker aanvoelt. De combinatie es difícil gebruik je om een taak, onderdeel of situatie als moeilijk te beschrijven.
para Para betekent hier ‘voor’ in «difícil para mí» en markeert voor wie iets moeilijk is. Het staat vóór de persoon die de ervaring heeft. Het patroon difícil para + persoon gebruik je om een persoonlijke moeilijkheid aan te geven.
Mí betekent hier ‘mij’ na para in «para mí». Deze vorm gebruik je in deze combinatie om naar jezelf te verwijzen. «Para mí» is bruikbaar wanneer je zegt dat iets voor jou geldt of voor jou een bepaalde eigenschap heeft.
Podemos Podemos betekent hier ‘we kunnen’ in «Podemos practicar esa parte despacio». Het is de vorm die bij ‘wij’ hoort en staat vóór practicar. Het patroon Podemos + infinitief gebruik je om een mogelijkheid of voorstel voor een gezamenlijke handeling te geven.
esa Esa betekent hier ‘dat’ of ‘die’ in «esa parte» en verwijst naar het deel dat al besproken is. Esa staat vóór parte en past bij dat zelfstandig naamwoord. Je gebruikt esa + zelfstandig naamwoord om naar een specifiek, eerder genoemd onderdeel te wijzen.
despacio Despacio betekent ‘langzaam’ en beschrijft in «practicar esa parte despacio» hoe het oefenen gebeurt. Het staat na de handeling die het tempo bepaalt. Je kunt een werkwoord + despacio gebruiken wanneer je vraagt of voorstelt iets in een lager tempo te doen.

Grammatica

poder + infinitivo

¿Puedes decir eso? Podemos practicar juntos.

pwe-des de-SÍR É-so? po-DÉ-mos prak-ti-KÁR GOEN-tos.

Kun je dat zeggen? We kunnen samen oefenen.

Na puedes en podemos volgt het hele werkwoord: decir of practicar. Het werkwoord poder wordt vervoegd.

Futuro simple: diré

Lo diré una vez más.

lo di-RÉ ÓE-na bés MÁS.

Ik zal het nog één keer zeggen.

diré is de ik-vorm van de eenvoudige toekomende tijd van decir: ‘ik zal zeggen’.

Spaans woordenschat

ahora bijwoord
a-Ó-ra nu

Ahora entiendo.

decir werkwoord
de-SÍR zeggen

¿Puedes decir eso otra vez?

diré werkwoord
di-RÉ ik zal zeggen

Lo diré una vez más.

entiendo werkwoord
en-TJÉN-do ik begrijp

Ahora entiendo.

eso voornaamwoord
É-so dat

¿Puedes decir eso otra vez?

frase zelfstandig naamwoord
FRÁ-se zin

Vamos a practicar la frase juntos.

juntos bijvoeglijk naamwoord
GOEN-tos samen

Vamos a practicar la frase juntos.

otra vez bijwoord
Ó-tra bés opnieuw

¿Puedes decir eso otra vez?

practicar werkwoord
prak-ti-KÁR oefenen

Vamos a practicar la frase juntos.

primera bijvoeglijk naamwoord
pri-MÉ-ra eerste

La primera parte todavía es difícil para mí.

puedes werkwoord
PWE-des kun je

¿Puedes decir eso otra vez?

una vez más bijwoord
ÓE-na bés MÁS nog één keer

Lo diré una vez más.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dat nog een keer zeggen?

Antwoord tonen¿Puedes decir eso otra vez?

Ik zeg het nog één keer.

Antwoord tonenLo diré una vez más.

Nu begrijp ik het.

Antwoord tonenAhora entiendo.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kun je

Antwoord tonenpuedes

ik zal zeggen

Antwoord tonendiré

nu

Antwoord tonenahora

oefenen

Antwoord tonenpracticar