Vives
“Vives” betekent hier “woon je” in de vraag “¿Vives con tu familia?”. Het is de vorm van vivir die bij tú hoort. Je kunt het hergebruiken in “¿Vives con ...?” wanneer je vraagt met wie iemand woont.
con
“Con” betekent hier “met” en verbindt de persoon of groep met wie iemand woont. Het staat in “Vives con tu familia” en “Vivo con mi hijo”. Gebruik con bijvoorbeeld vóór een persoon of groep: “Vivo con ...”.
tu
“Tu” betekent hier “jouw” en verwijst naar de familie van de aangesproken persoon. Het staat vóór “familia” in “tu familia”. Je kunt “tu” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om bezit of verbondenheid met tú uit te drukken.
familia
“Familia” betekent hier “gezin” of “familie” in “tu familia”. Het woord verwijst in deze dialoog naar de mensen met wie iemand woont. Je kunt het gebruiken in uitdrukkingen zoals “mi familia” of “con mi familia”.
Vivo
“Vivo” betekent hier “ik woon” in “Vivo con mi hijo”. Het is de vorm van vivir die bij de spreker zelf hoort. Gebruik “Vivo con ...” om te zeggen met wie je woont.
mi
“Mi” betekent hier “mijn” en geeft aan dat “hijo” het kind van de spreker is. Het staat vóór “hijo” in “mi hijo”. Je kunt “mi” vóór een zelfstandig naamwoord gebruiken om iets als van jezelf aan te duiden.
hijo
“Hijo” betekent hier “zoon” en verwijst naar het kind met wie de spreker woont. Het staat in de uitdrukking “mi hijo”. Gebruik het bijvoorbeeld na een bezittelijk woord, zoals in “mi hijo”.
También
“También” betekent hier “ook” in de vraag “¿También tienes una mascota en casa?”. Het voegt deze informatie toe aan wat al besproken wordt. Je kunt “también” gebruiken om aan te geven dat iets eveneens geldt; aan het begin van een zin krijgt het hier een hoofdletter.
tienes
“Tienes” betekent hier “heb je” in “¿También tienes una mascota en casa?”. Het is de vorm van tener die bij tú hoort. Gebruik “¿Tienes ...?” om iemand te vragen of die persoon iets heeft.
una
“Una” betekent hier “een” en staat vóór “mascota” in “una mascota”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm die bij “mascota” past. Gebruik “una” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je over één niet nader bepaalde zaak of persoon spreekt.
mascota
“Mascota” betekent hier “huisdier” in “una mascota en casa”. Het woord verwijst naar een dier dat iemand thuis heeft. Je kunt het gebruiken in de vraag “¿Tienes una mascota?” wanneer je naar iemands huisdier vraagt.
en
“En” betekent hier “in” of, in de vaste uitdrukking “en casa”, “thuis”. Het geeft de plaats aan waar de mascota is. Gebruik “en” vóór een plaats, zoals in “en casa”.
casa
“Casa” betekent hier “huis” en vormt samen met “en” de uitdrukking “en casa”, dus “thuis”. In deze dialoog gaat het om de plaats waar de mascota is. Gebruik “en casa” wanneer je zegt dat iets thuis gebeurt of zich thuis bevindt.
Tenemos
“Tenemos” betekent hier “wij hebben” in “Tenemos un perro pequeño”. Het is de vorm van tener die bij wij hoort. Gebruik “Tenemos ...” om te zeggen dat jij en anderen samen iets hebben.
un
“Un” betekent hier “een” en staat vóór “perro” in “un perro pequeño”. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm die bij “perro” past. Gebruik “un” vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer je over één niet nader bepaalde zaak of persoon spreekt.
perro
“Perro” betekent hier “hond” in “un perro pequeño”. Het verwijst naar het huisdier dat de sprekers thuis hebben. Je kunt het gebruiken in een zin als “Tenemos un perro” wanneer je zegt dat jullie een hond hebben.
pequeño
“Pequeño” betekent hier “klein” en beschrijft de hond in “un perro pequeño”. Het staat na “perro” en heeft hier de vorm die bij dit woord past. Je kunt het na een zelfstandig naamwoord gebruiken om de grootte ervan te beschrijven.
Cómo
“Cómo” betekent hier “hoe” in de vraag “¿Cómo se llevan?”. Het vraagt naar de manier waarop de twee met elkaar omgaan. Gebruik “¿Cómo ...?” om naar de manier of toestand van iets te vragen; in deze vraag staat een accent op “Cómo”.
se llevan
“Se llevan” betekent hier als geheel “met elkaar overweg kunnen” in “¿Cómo se llevan?”. “Se” hoort bij deze wederkerige uitdrukking en “llevan” is de meervoudsvorm die bij de twee personen of dieren hoort; samen drukken ze uit hoe zij met elkaar omgaan. Gebruik de volledige vraag “¿Cómo se llevan?” wanneer je wilt weten of twee mensen of dieren goed met elkaar omgaan.
Ellos
“Ellos” betekent hier “zij” en verwijst naar de twee dieren of personen die samen spelen. Het is een expliciet onderwerp in “Ellos juegan juntos todos los días”. Je kunt “ellos” gebruiken om duidelijk naar een meervoudige groep te verwijzen.
juegan
“Juegan” betekent hier “spelen” in “Ellos juegan juntos todos los días”. Het is de meervoudsvorm van jugar die bij “ellos” hoort. Gebruik “juegan” met een meervoudig onderwerp wanneer je zegt wat meerdere personen of dieren doen.
juntos
“Juntos” betekent hier “samen” in “Ellos juegan juntos”. Het benadrukt dat de betrokkenen dezelfde activiteit met elkaar doen. Gebruik “juntos” bijvoorbeeld na een werkwoord om aan te geven dat meerdere personen of dieren iets samen doen.
todos
“Todos” betekent hier “elke” in de vaste tijdsaanduiding “todos los días”. Samen met “los días” betekent dit “elke dag”. Gebruik deze volledige uitdrukking om te zeggen dat iets dagelijks gebeurt.
los
“Los” is hier het meervoudige lidwoord in “los días”. Samen met “todos” vormt het de uitdrukking “todos los días”, dus “elke dag”. Het staat vóór “días” om naar de dagen als geheel te verwijzen.
días
“Días” betekent hier “dagen” in “todos los días”. Samen met “todos los” vormt het de tijdsaanduiding “todos los días”, oftewel “elke dag”. Gebruik deze uitdrukking wanneer je een dagelijkse herhaling beschrijft.