Gezin en huisdier | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a language classroom, two adults talk about living with a child and having a pet at home..

NL → ES / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gezin en huisdier oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Vives con tu familia?

bie-bes kon toe fa-mie-lja Woon je met je gezin?
B

Vivo con mi hijo.

bie-bo kon mie ie-go Ik woon met mijn kind.
A

¿También tienes una mascota en casa?

tam-bjen tje-nes oe-na mas-koo-ta en kaa-sa Heb je thuis ook een huisdier?
B

Tenemos un perro pequeño.

te-nee-mos oen pe-rro pe-kee-njo We hebben een kleine hond.
A

¿Cómo se llevan?

koo-mo see jee-ban Hoe kunnen ze met elkaar overweg?
B

Ellos juegan juntos todos los días.

ee-jos gwee-gan goen-tos too-dos los die-as Ze spelen elke dag samen.

Uitleg van de zinnen

  1. ¿Vives con tu familia?

    Woon je met je gezin?

    ¿Vives con tu familia?
    vragen of iemand met zijn of haar gezin woont
    Uitgebreide uitleg

    Betekent: ‘Woon je met je gezin?’ ¿Vives...? is de vraagvorm van ‘wonen’ voor tú (jij), en con betekent ‘met’.

  2. Vivo con mi hijo.

    Ik woon met mijn kind.

    Vivo
    ik woon
    con mi hijo
    met mijn zoon
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: ‘Ik woon met mijn zoon.’ ‘Vivo’ is de ik-vorm van ‘vivir’ (wonen/leven), en ‘con mi hijo’ betekent ‘met mijn zoon’.

  3. ¿También tienes una mascota en casa?

    Heb je thuis ook een huisdier?

    También
    ook
    tienes una mascota
    een huisdier hebben
    en casa
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Betekent: "Heb je thuis ook een huisdier?" De vraag gebruikt "tienes" (jij hebt) en "una mascota" (een huisdier); "también" betekent "ook" en "en casa" betekent "thuis".

  4. Tenemos un perro pequeño.

    We hebben een kleine hond.

    Tenemos
    we have
    un perro pequeño
    a small dog
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: “We hebben een kleine hond.” “Tenemos” is de wij-vorm van tener (“hebben”). “un perro pequeño” betekent “een kleine hond”; pequeño staat na het zelfstandig naamwoord en past zich aan perro aan.

  5. ¿Cómo se llevan?

    Hoe kunnen ze met elkaar overweg?

    ¿Cómo se llevan?
    vragen hoe mensen met elkaar overweg kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Betekent: "Hoe kunnen ze met elkaar overweg?" De wederkerende vorm «se llevan» vraagt hier naar de onderlinge relatie of verstandhouding; «cómo» betekent «hoe».

  6. Ellos juegan juntos todos los días.

    Ze spelen elke dag samen.

    Ellos
    zij
    juegan juntos
    spelen samen
    todos los días.
    elke dag
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: Zij spelen elke dag samen. ‘Ellos’ betekent ‘zij’, ‘juegan’ is de derde persoon meervoud van ‘jugar’ (spelen), en ‘todos los días’ betekent ‘elke dag’.

Grammatica

jugar → juegan

Juegan juntos todos los días.

gwee-gan goen-tos too-dos los die-as

Ze spelen elke dag samen.

Bij jugar verandert de klinker u niet; de vorm voor zij/ze is juegan.

llevarse → se llevan

Se llevan.

see jee-ban

Ze kunnen met elkaar opschieten.

Bij llevarse staat se vóór het vervoegde werkwoord: se llevan.

Spaans woordenschat

casa zelfstandig naamwoord
kaa-sa huis

¿También tienes una mascota en casa?

con voorzetsel
kon met

Vivo con mi hijo.

familia zelfstandig naamwoord
fa-mie-lja gezin

¿Vives con tu familia?

hijo zelfstandig naamwoord
ie-go zoon

Vivo con mi hijo.

jugar werkwoord
goe-gar spelen juegan

Ellos juegan juntos todos los días.

llevarse werkwoord
jee-bar-see met elkaar kunnen opschieten se llevan

¿Cómo se llevan?

mascota zelfstandig naamwoord
mas-koo-ta huisdier

¿También tienes una mascota en casa?

pequeño bijvoeglijk naamwoord
pe-kee-njo klein

Tenemos un perro pequeño.

perro zelfstandig naamwoord
pe-rro hond

Tenemos un perro pequeño.

también bijwoord
tam-bjen ook

¿También tienes una mascota en casa?

tener werkwoord
te-neer hebben tienes

¿También tienes una mascota en casa?

vivir werkwoord
bie-bier wonen vives

¿Vives con tu familia?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Woon je met je gezin?

Antwoord tonen¿Vives con tu familia?

Ik woon met mijn kind.

Antwoord tonenVivo con mi hijo.

Heb je thuis ook een huisdier?

Antwoord tonen¿También tienes una mascota en casa?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hond

Antwoord tonenperro

huisdier

Antwoord tonenmascota

zoon

Antwoord tonenhijo

hebben

Antwoord tonentienes