Een nieuw shirt passen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a clothing shop, a customer asks about a shirt, tries it on, and checks the fit..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Een nieuw shirt passen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Necesito una camisa nueva.

nesesíto oena kamísa noéba. Ik heb een nieuw shirt nodig.
B

¿Qué color busca?

kee kolór boeska? Welke kleur zoekt u?
A

Algo azul, si la tiene.

álgo asóel, sie la tjéne. Iets blauws, als u dat heeft.
B

Aquí tiene una de su talla.

akí tjéne oena de soe tája. Hier is er een in uw maat.
A

¿Me la puedo probar?

me la pweédo probár? Kan ik hem passen?
B

El probador está justo aquí.

el probadór está goesto akí. De paskamer is hier vlakbij.
A

Me queda muy bien.

me kéda moei bjén. Hij zit echt goed.
B

Le queda bien.

le kéda bjén. Hij staat u goed.

Woord voor woord

Necesito Necesito betekent hier dat de spreker een shirt nodig heeft. In Necesito una camisa nueva staat het voor het object dat nodig is; na deze vorm volgt dus vaak wat iemand nodig heeft. Je gebruikt het bijvoorbeeld in een winkel wanneer je om een artikel vraagt.
una Una betekent hier één of een en verwijst naar één camisa in una camisa nueva en una de su talla. Het staat bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en kan in una de su talla ook zelfstandig naar één kledingstuk verwijzen. In een kledingwinkel gebruik je deze vorm om één artikel aan te wijzen.
camisa Camisa betekent hier shirt of overhemd: het kledingstuk dat de klant nodig heeft. In camisa nueva staat het samen met het woord voor nieuw. Je gebruikt het in een winkel wanneer je naar dit soort kleding vraagt.
nueva Nueva betekent hier nieuw en beschrijft camisa in camisa nueva. De vorm staat na het zelfstandig naamwoord en past bij dat kledingstuk. Je gebruikt deze combinatie wanneer je naar een nieuw shirt vraagt.
Qué Qué betekent hier welke of wat in de vraag naar de gewenste kleur. In Qué color staat het vóór color om naar een bepaalde kleur te vragen. In een winkel gebruik je dit om te vragen welke variant de klant zoekt.
color Color betekent hier kleur, het kenmerk waarnaar de verkoper vraagt. In Qué color vormt het samen met Qué de vraag naar de gewenste kleur. Je gebruikt het bij kleding en andere artikelen wanneer je naar een kleurkeuze vraagt.
busca Busca betekent hier zoekt u of bent u op zoek naar, in Qué color busca? De vorm staat aan het einde van de vraag en verwijst naar wat de klant wil vinden. Een verkoper gebruikt dit om de gewenste keuze van een klant te achterhalen.
Algo Algo betekent hier iets onbepaalds: de klant wil iets blauws, zonder al een specifiek shirt aan te wijzen. In Algo azul staat het vóór de kleur die het gewenste artikel beschrijft. Je gebruikt het in een winkel wanneer je een niet nader bepaald artikel zoekt.
azul Azul betekent hier blauw en beschrijft het niet nader genoemde artikel in Algo azul. Het geeft de gewenste kleur aan zonder het kledingstuk opnieuw te noemen. Je gebruikt het om een kleurvoorkeur voor een artikel te geven.
si Si betekent hier als of indien en stelt in si la tiene een voorwaarde aan de beschikbaarheid van de camisa. Het staat vóór een volledige voorwaardelijke mededeling. In een winkel gebruik je si la tiene wanneer je beleefd vraagt of iets beschikbaar is.
la La betekent hier het of haar en verwijst naar de camisa in si la tiene. Het staat vóór tiene en is het voornaamwoord voor het kledingstuk dat de winkelier misschien heeft. Je gebruikt zo’n voornaamwoord wanneer het genoemde artikel niet opnieuw wordt herhaald.
tiene Tiene betekent hier heeft, namelijk de gevraagde camisa beschikbaar heeft in si la tiene. De bijbehorende infinitief is tener; tiene is de vorm die in deze dialoog wordt gebruikt. Een klant gebruikt deze uitdrukking om naar de beschikbaarheid van een artikel te vragen.
Aquí Aquí betekent hier en wijst naar de plaats waar de verkoper een kledingstuk aanbiedt in Aquí tiene una de su talla. Het verwijst naar de plek of het artikel dat op dat moment wordt getoond. In een winkel gebruik je het wanneer je iets aan iemand aanwijst of aanreikt.
de De drukt hier de relatie uit in de su talla: het kledingstuk is van of in de maat van de klant. Het verbindt het artikel met talla en vormt samen met su talla de maataanduiding. Je gebruikt de vaak om een relatie tussen een artikel en een kenmerk uit te drukken.
su Su betekent hier uw en verwijst naar de maat van de klant in su talla. Het staat vóór talla en maakt duidelijk van wie de maat is. Een verkoper gebruikt deze vorm wanneer hij beleefd tegen een klant spreekt.
talla Talla betekent hier maat, specifiek de kledingmaat van de klant. In de su talla geeft het aan dat het aangeboden kledingstuk bij die maat hoort. Je gebruikt het in een kledingwinkel om naar een kledingmaat te verwijzen.
Me Me verwijst hier naar de persoon die iets past of bij wie een kledingstuk past: in Me la puedo probar is dat de spreker, en in Me queda muy bien is het de persoon bij wie het shirt goed zit. Het staat vóór de werkwoordsvorm in beide uitdrukkingen. Je gebruikt het wanneer je in een winkel over jezelf zegt dat je iets wilt passen of hoe iets bij je zit.
puedo Puedo betekent hier kan ik in Me la puedo probar en drukt toestemming of mogelijkheid uit. Het vormt samen met het daaropvolgende probar het patroon puedo probar. Een klant gebruikt dit om te vragen of hij of zij een kledingstuk mag passen.
probar Probar betekent hier passen of uitproberen in Me la puedo probar; het gaat om een kledingstuk aantrekken om de pasvorm te controleren. Het staat na puedo in de combinatie puedo probar. Je gebruikt deze vorm wanneer je in een winkel wilt vragen of je iets mag passen.
El El betekent hier de in El probador en staat bij de naam van de paskamer. Het kondigt het specifieke zelfstandig naamwoord probador aan. Een verkoper gebruikt deze combinatie wanneer hij de paskamer aanwijst.
probador Probador betekent hier paskamer of kleedkamer, de ruimte waar de klant de camisa kan passen. In El probador staat het als het aangewezen doel in de winkel. Je gebruikt het wanneer je naar de ruimte verwijst waar kleding wordt gepast.
está Está betekent hier is of bevindt zich en geeft de locatie van El probador aan in El probador está justo aquí. De bijbehorende infinitief is estar; está is de vorm die in deze dialoog wordt gebruikt. Een verkoper gebruikt dit om iemand naar een plaats in de winkel te wijzen.
justo Justo betekent hier precies of net, en versterkt de plaatsaanduiding in justo aquí. Het maakt duidelijk dat de paskamer vlak op de aangewezen plek is. Je gebruikt het bij het geven van een korte, precieze aanwijzing.
queda Queda beschrijft hier hoe een kledingstuk bij iemand zit of staat: in Me queda muy bien past het heel goed, en in Le queda bien staat het goed bij de klant. De bijbehorende infinitief is quedar; queda is de vorm in beide dialoogregels. Je gebruikt deze vorm na een voornaamwoord zoals Me of Le om feedback over de pasvorm of het uiterlijk te geven.
muy Muy betekent hier heel of echt en versterkt bien in Me queda muy bien. Het staat vóór het woord dat de positieve beoordeling uitdrukt. Je gebruikt het om sterker te zeggen dat een kledingstuk goed past of staat.
bien Bien betekent hier goed of mooi, afhankelijk van de combinatie: in Me queda muy bien gaat het om de pasvorm en in Le queda bien om hoe het kledingstuk staat. Het vormt samen met queda de beoordeling van het kledingstuk. Je gebruikt het na queda wanneer je positief reageert op hoe iets bij iemand zit.
Le Le betekent hier aan u of bij u in Le queda bien en verwijst naar de klant bij wie het kledingstuk goed staat. Het staat vóór queda en markeert de persoon die de beoordeling ontvangt. Een verkoper gebruikt deze vorm om beleefd te zeggen dat een kledingstuk de klant goed staat.

Grammatica

puedo + infinitivo

puedo probar

pweédo probár

ik kan passen / proberen

Na puedo volgt het hele werkwoord in de infinitief: puedo probar.

zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord

camisa nueva

kamísa noéba

nieuw shirt

Het bijvoeglijk naamwoord staat meestal na het zelfstandig naamwoord en past zich aan in geslacht en getal.

Spaans woordenschat

algo voornaamwoord
álgo iets

Algo azul, si la tiene.

aquí bijwoord
akí hier

Aquí tiene una de su talla.

azul bijvoeglijk naamwoord
asóel blauw

Algo azul, si la tiene.

busca werkwoord
boeska u zoekt

¿Qué color busca?

camisa zelfstandig naamwoord
kamísa shirt

Necesito una camisa nueva.

color zelfstandig naamwoord
kolór kleur

¿Qué color busca?

necesito werkwoord
nesesíto ik heb nodig

Necesito una camisa nueva.

nueva bijvoeglijk naamwoord
noéba nieuw

Necesito una camisa nueva.

qué bepaler
kee welke / wat voor

¿Qué color busca?

si voegwoord
sie als

Algo azul, si la tiene.

talla zelfstandig naamwoord
tája maat

Aquí tiene una de su talla.

tiene werkwoord
tjéne u heeft

Algo azul, si la tiene.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een nieuw shirt nodig.

Antwoord tonenNecesito una camisa nueva.

Welke kleur zoekt u?

Antwoord tonen¿Qué color busca?

Iets blauws, als u dat heeft.

Antwoord tonenAlgo azul, si la tiene.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

ik heb nodig

Antwoord tonennecesito

u zoekt

Antwoord tonenbusca

nieuw

Antwoord tonennueva

blauw

Antwoord tonenazul