Boodschappen voor het ontbijt | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a grocery shop, two adults decide which breakfast items to buy for tomorrow..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Boodschappen voor het ontbijt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Qué debemos comprar hoy?

kee deh-BEH-mos kom-PRAAR oi? Wat moeten we vandaag kopen?
B

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

neh-seh-see-TA-mos KOH-sas PAA-raa el deh-sa-JOE-no deh ma-NJAA-naa. We hebben spullen nodig voor het ontbijt van morgen.
A

Entonces necesitamos pan y mantequilla.

en-TON-sehs neh-seh-see-TA-mos pan ee man-teh-KEE-ja. Dan hebben we brood en boter nodig.
B

¿También necesitamos yogur?

taam-BJEN neh-seh-see-TA-mos jo-GOER? Hebben we ook yoghurt nodig?
A

Quiero comerlo con mermelada de fresa.

KJEE-ro ko-MEHR-lo kon mehr-meh-LAA-daa deh FREH-saa. Ik wil het met aardbeienjam eten.
B

Entonces, vamos a comprar yogur y mermelada.

en-TON-sehs, BA-mos aa kom-PRAAR jo-GOER ee mehr-meh-LAA-daa. Dan halen we yoghurt en jam.

Woord voor woord

Qué “Qué” betekent hier “wat” in de vraag “¿Qué debemos comprar hoy?”. Het is de vragende vorm aan het begin van deze vraag; gebruik “Qué” om naar een ding of keuze te vragen.
debemos “debemos” betekent hier “moeten we” in “¿Qué debemos comprar hoy?”. Het is een vorm van “deber” en staat samen met “comprar” om te vragen welke actie nodig is. Gebruik “debemos + infinitief” om met iemand te bespreken wat jullie moeten doen.
comprar “comprar” betekent “kopen” in “¿Qué debemos comprar hoy?”. Dit is de vorm die na “debemos” staat. Gebruik “deber + infinitief” om te zeggen wat iemand moet doen.
hoy “hoy” betekent “vandaag” in “¿Qué debemos comprar hoy?”. Het geeft aan wanneer het kopen plaatsvindt en staat hier aan het einde van de vraag. Gebruik “hoy” om naar de huidige dag te verwijzen.
Necesitamos “Necesitamos” betekent “we hebben nodig” in “Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.” Het is een vorm van “necesitar” voor “we”. Gebruik “necesitamos + zelfstandig naamwoord” om te zeggen wat jullie nodig hebben.
cosas “cosas” betekent hier “dingen” of “spullen” in “Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.” Het verwijst naar de boodschappen die nodig zijn. Gebruik “cosas” voor meerdere, niet nader genoemde voorwerpen.
para “para” betekent hier “voor” in “cosas para el desayuno”. Het verbindt de spullen met hun doel: ze zijn bestemd voor het ontbijt. Gebruik “para + zelfstandig naamwoord” om bestemming of doel aan te geven.
el “el” betekent hier “het” in “el desayuno”. Het staat voor “desayuno” en maakt deel uit van de vaste combinatie voor “het ontbijt”. Gebruik “el” voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer dat volgens de context bepaald is.
desayuno “desayuno” betekent “ontbijt” in “el desayuno de mañana”. Samen met “el” verwijst het naar de maaltijd. Gebruik “el desayuno” wanneer je over het ontbijt spreekt.
de “de” betekent hier “van” in “el desayuno de mañana”. Het verbindt “desayuno” met “mañana” en geeft aan wanneer het ontbijt is. Gebruik “de + zelfstandig naamwoord” om een relatie zoals bezit, herkomst of nadere bepaling uit te drukken.
mañana “mañana” betekent hier “morgen” in “el desayuno de mañana”. Door de combinatie “de mañana” wordt duidelijk dat het om de volgende dag gaat. Gebruik “mañana” om naar de volgende dag te verwijzen.
Entonces “Entonces” betekent hier “dan” of “dus” in “Entonces necesitamos pan y mantequilla.” Het verbindt deze beslissing met wat net is gezegd. Gebruik “Entonces” om een gevolgtrekking of volgende stap in een gesprek in te leiden.
pan “pan” betekent “brood” in “pan y mantequilla”. Het is een van de producten die voor het ontbijt nodig zijn. Gebruik “pan” om brood als voedingsmiddel te benoemen.
y “y” betekent “en” in “pan y mantequilla”. Het verbindt de twee producten in de opsomming. Gebruik “y” om woorden of zinsdelen met elkaar te verbinden.
mantequilla “mantequilla” betekent “boter” in “pan y mantequilla”. Het is het tweede product in de opsomming voor het ontbijt. Gebruik “mantequilla” om boter als voedingsmiddel te benoemen.
También “También” betekent “ook” in “¿También necesitamos yogur?”. Het voegt yoghurt toe aan de eerder genoemde dingen die nodig zijn. Gebruik “también” om extra informatie of een extra keuze toe te voegen.
yogur “yogur” betekent “yoghurt” in “¿También necesitamos yogur?”. Het is het product waarnaar in de vraag wordt gevraagd en dat later opnieuw wordt genoemd. Gebruik “yogur” om yoghurt als voedingsmiddel te benoemen.
Quiero “Quiero” betekent “ik wil” in “Quiero comerlo con mermelada de fresa.” Het is een vorm van “querer” voor “ik” en drukt hier een wens uit. Gebruik “quiero + infinitief” om te zeggen welke handeling je wilt doen.
comerlo “comerlo” betekent hier “het eten” in “Quiero comerlo con mermelada de fresa.” Het bestaat uit “comer” en het aangehechte “lo”, dat verwijst naar iets dat al in het gesprek genoemd is. Gebruik “quiero comerlo” wanneer je zegt dat je iets wilt eten zonder het zelfstandig naamwoord opnieuw te herhalen.
con “con” betekent “met” in “comerlo con mermelada de fresa”. Het geeft aan waarmee het gegeten wordt. Gebruik “con + zelfstandig naamwoord” om een begeleidend product of middel te noemen.
mermelada “mermelada” betekent “jam” in “mermelada de fresa”. Het woord benoemt het product dat bij het eten wordt gebruikt. Gebruik “mermelada de + smaak of soort” om het type jam aan te geven.
fresa “fresa” betekent “aardbei” in “mermelada de fresa”. Na “de” specificeert het waarvan of waarvan de smaak de jam is. Gebruik “de + fresa” in een productnaam om aardbei als ingrediënt of smaak aan te geven.
vamos “vamos” betekent hier “laten we gaan” in “Entonces, vamos a comprar yogur y mermelada.” In de combinatie “vamos a comprar” vormt het een voorstel om iets te gaan kopen. Gebruik “vamos a + infinitief” om samen een volgende actie voor te stellen.

Grammatica

vamos a + infinitivo

vamos a comprar

BA-mos aa kom-PRAAR

laten we kopen

Deze vaste constructie drukt een plan of voorstel uit: ‘we gaan kopen’ of ‘laten we kopen’.

infinitivo + lo

comerlo

ko-MEHR-lo

het eten

In het Spaans kan het objectpronomen lo aan het infinitief worden vastgeschreven: comer + lo.

Spaans woordenschat

comprar werkwoord
kom-PRAAR kopen

¿Qué debemos comprar hoy?

cosas zelfstandig naamwoord
KOH-sas dingen

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

desayuno zelfstandig naamwoord
deh-sa-JOE-no ontbijt

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

entonces bijwoord
en-TON-sehs dan

Entonces necesitamos pan y mantequilla.

hoy bijwoord
oi vandaag

¿Qué debemos comprar hoy?

mantequilla zelfstandig naamwoord
man-teh-KEE-ja boter

Entonces necesitamos pan y mantequilla.

mañana bijwoord
ma-NJAA-naa morgen

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

necesitamos werkwoord
neh-seh-see-TA-mos we hebben nodig

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

pan zelfstandig naamwoord
pan brood

Entonces necesitamos pan y mantequilla.

para voorzetsel
PAA-raa voor

Necesitamos cosas para el desayuno de mañana.

qué voornaamwoord
kee wat

¿Qué debemos comprar hoy?

también bijwoord
taam-BJEN ook

¿También necesitamos yogur?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moeten we vandaag kopen?

Antwoord tonen¿Qué debemos comprar hoy?

Dan hebben we brood en boter nodig.

Antwoord tonenEntonces necesitamos pan y mantequilla.

Hebben we ook yoghurt nodig?

Antwoord tonen¿También necesitamos yogur?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

morgen

Antwoord tonenmañana

dan

Antwoord tonenentonces

dingen

Antwoord tonencosas

we hebben nodig

Antwoord tonennecesitamos