Een treinkaartje kopen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At a station entrance, two adults coordinate buying a train ticket and meeting again near the ticket machines..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Een treinkaartje kopen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Ya tienes un billete de tren?

ja TJEE-nes oem BIE-JEE-te de tren Heb je al een treinkaartje?
B

Todavía no. Necesito comprar uno.

to-da-BIE-ja no. ne-se-SIE-to kom-PRAR OEN-o. Nog niet. Ik moet er een kopen.
A

Hay máquinas para comprar billetes junto a la entrada.

aai MÁ-kie-nas PA-ra kom-PRAR bie-JEE-tes GOEN-to a la en-TRA-da. Bij de ingang staan kaartjesautomaten.
B

Yo compraré el mío allí.

jo kom-pra-RÉ el MÍ-o a-JIE. Daar koop ik het mijne.
A

Tengo mi billete en mi teléfono.

TENG-go mie bie-JEE-te en mie te-LÉ-fo-no. Ik heb mijn kaartje op mijn telefoon.
B

Entonces me reuniré contigo aquí después de comprar el mío.

en-TON-ses me re-oe-nie-RÉ kon-TIE-go a-KIE des-PWÉS de kom-PRAR el MÍ-o. Dan zie ik je hier weer nadat ik het mijne heb gekocht.
A

Esperaré cerca de las máquinas.

es-pe-ra-RÉ SER-ka de las MÁ-kie-nas. Ik wacht bij de automaten.
B

Búscame junto a las máquinas.

BOES-ka-me GOEN-to a las MÁ-kie-nas. Zoek me naast de automaten.

Woord voor woord

Ya In deze vraag betekent „Ya” ‘al’ of ‘reeds’: er wordt gevraagd of iemand het treinkaartje al heeft. Het staat in het veelgebruikte patroon „¿Ya tienes ...?”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld om te vragen of iets al geregeld of beschikbaar is.
tienes „tienes” betekent hier ‘heb je’ en drukt bezit uit in de vraag „¿Ya tienes un billete de tren?”. Het past in het patroon „¿Tienes ...?” voor vragen over wat iemand heeft. Je kunt dit gebruiken wanneer je iemand naar een ticket, voorwerp of andere beschikbare zaak vraagt.
un „un” betekent hier ‘een’ en staat voor het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord „billete”. De combinatie „un billete” betekent ‘een kaartje’. Gebruik „un” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je één niet-bepaald exemplaar bedoelt.
billete „billete” betekent hier ‘kaartje’, meer bepaald binnen „billete de tren”: een treinkaartje. De combinatie „billete de + soort” benoemt waarvoor het kaartje dient. Je gebruikt het in een station wanneer je naar een ticket verwijst of erom vraagt.
de In „billete de tren” verbindt „de” het kaartje met het soort of doel ervan: een kaartje voor de trein. Het patroon „zelfstandig naamwoord + de + zelfstandig naamwoord” geeft vaak een relatie of type aan. Hier maakt „de tren” duidelijk om welk kaartje het gaat.
tren „tren” betekent ‘trein’ in de woordgroep „billete de tren”. Het woord specificeert waarvoor het kaartje is. Je gebruikt „tren” bijvoorbeeld wanneer je over reizen, een station of een treinkaartje praat.
Todavía „Todavía” betekent hier ‘nog’ in het antwoord „Todavía no”: de aankoop is op dit moment nog niet gebeurd. Samen met „no” vormt het de vaste uitdrukking ‘nog niet’. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer iets nog niet is gebeurd, maar later wel kan gebeuren.
no „no” ontkent hier de mededeling in „Todavía no” en betekent ‘niet’. In deze combinatie geeft het aan dat de spreker het kaartje nog niet heeft gekocht. Zet „no” vóór het werkwoord of de ontkende uitdrukking om een ontkenning te maken.
Necesito „Necesito” betekent hier ‘ik heb nodig’ en geeft aan wat de spreker nodig heeft: „Necesito comprar uno”. Het staat hier vóór een infinitief om een noodzakelijke handeling uit te drukken. Je kunt het patroon „Necesito + infinitief” gebruiken om te zeggen dat je iets moet doen.
comprar „comprar” betekent ‘kopen’ en staat na „Necesito” in „Necesito comprar uno”. De vorm benoemt de handeling die de spreker nodig vindt. Gebruik „comprar + voorwerp” wanneer je zegt wat je wilt of moet kopen.
uno „uno” betekent hier ‘één’ of ‘eentje’ en verwijst naar het eerder genoemde kaartje. In „Necesito comprar uno” voorkomt het dat „billete” opnieuw wordt herhaald. Je gebruikt zo’n vervangend woord wanneer uit de context duidelijk is welk mannelijk enkelvoudig voorwerp bedoeld wordt.
Hay „Hay” betekent hier ‘er zijn’ en introduceert de beschikbare kaartautomaten in „Hay máquinas para comprar billetes”. Het patroon „Hay + zelfstandig naamwoord” zegt dat iets ergens aanwezig of beschikbaar is. Je gebruikt het bijvoorbeeld om iemand op een plaats op een voorziening of voorwerp te wijzen.
máquinas „máquinas” betekent hier ‘machines’ en verwijst naar de automaten in het station. In „máquinas para comprar billetes” wordt uitgelegd waarvoor ze dienen. Je kunt „máquinas para + infinitief” gebruiken om machines naar hun functie te beschrijven.
para „para” geeft hier het doel aan in „máquinas para comprar billetes”: machines om kaartjes te kopen. Het patroon „para + infinitief” benoemt waarvoor iets dient. Je gebruikt het bijvoorbeeld om het doel van een apparaat, plaats of handeling uit te leggen.
billetes „billetes” betekent hier ‘kaartjes’ in „comprar billetes”, dus kaartjes kopen. De vorm verwijst naar kaartjes in het algemeen en niet naar één specifiek kaartje. Je gebruikt het na „comprar” om aan te geven wat iemand koopt.
junto „junto” draagt in „junto a la entrada” de betekenis ‘dicht bij’ of ‘naast’. De volledige plaatsaanduiding gebruikt het patroon „junto a + plaats of voorwerp”. Je kunt dit gebruiken om iemand te vertellen dat iets vlak naast een herkenningspunt is.
a „a” maakt in „junto a la entrada” deel uit van de plaatsaanduiding en verbindt „junto” met de ingang. Samen betekent de uitdrukking ‘naast de ingang’ of ‘vlak bij de ingang’. Gebruik „junto a” vóór de plaats of het voorwerp waar iets naast is.
la „la” betekent hier ‘de’ en staat vóór „entrada” in „la entrada”. Het verwijst naar de specifieke ingang van het station. Je gebruikt „la” vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
entrada „entrada” betekent hier ‘ingang’ in „junto a la entrada”. Het woord benoemt de plaats waar de kaartautomaten bij staan. Je gebruikt het bijvoorbeeld om in een gebouw of station een toegangspunt aan te wijzen.
Yo „Yo” betekent ‘ik’ en maakt in „Yo compraré el mío allí” expliciet wie het kaartje zal kopen. In het Spaans kan het onderwerp vaak worden weggelaten, maar hier wordt „Yo” wel uitgesproken. Je gebruikt het wanneer je de handelende persoon duidelijk wilt aanwijzen.
compraré „compraré” betekent hier ‘ik zal kopen’ in „Yo compraré el mío allí”. De vorm kondigt aan wat de spreker daarna van plan is te doen. Je kunt het patroon „compraré + voorwerp + plaats” gebruiken om een toekomstige aankoop te beschrijven.
el „el” betekent hier ‘het’ of ‘de’ en vormt samen met „mío” de uitdrukking „el mío”: ‘het mijne’. Het verwijst naar het eerder genoemde mannelijke kaartje zonder „billete” te herhalen. Je gebruikt „el” in zo’n woordgroep vóór een bezittelijke vorm die naar een mannelijk enkelvoudig voorwerp verwijst.
mío „mío” betekent hier ‘het mijne’ in „el mío” en verwijst naar het kaartje van de spreker. De combinatie „el mío” vervangt het eerder genoemde „billete”. Je kunt deze vorm gebruiken wanneer uit de context duidelijk is welk bezit van de spreker bedoeld wordt.
allí „allí” betekent ‘daar’ en verwijst hier naar de plek bij de kaartautomaten. In „compraré el mío allí” geeft het aan waar de aankoop zal plaatsvinden. Je gebruikt het om naar een plaats te verwijzen die niet precies bij de spreker is, maar wel uit de context bekend is.
Tengo „Tengo” betekent hier ‘ik heb’ in „Tengo mi billete en mi teléfono”. Het beschrijft dat de spreker het kaartje op zijn telefoon beschikbaar heeft. Je kunt „Tengo + voorwerp + en + plaats of medium” gebruiken om te zeggen waar iets van jou zich bevindt.
mi „mi” betekent ‘mijn’ en staat vóór „billete” in „mi billete”. Het geeft aan dat het kaartje van de spreker is. Gebruik „mi” vóór een zelfstandig naamwoord om bezit van één zaak aan te geven.
en „en” geeft in „en mi teléfono” aan waar het kaartje zich bevindt: op of in de telefoon. Het verbindt „mi billete” met de plaats of het medium waarin het staat. Je gebruikt „en” bijvoorbeeld voor een voorwerp dat zich in een apparaat, tas of andere plaats bevindt.
teléfono „teléfono” betekent ‘telefoon’ in „mi teléfono”. Hier is de telefoon de plaats waarop de spreker het kaartje heeft. Je gebruikt het woord wanneer je naar een telefoon verwijst als apparaat of als plaats waar digitale informatie staat.
Entonces „Entonces” betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’ en leidt een gevolgtrekking in: omdat de ander zijn kaartje al op de telefoon heeft, zal de spreker hem later ontmoeten. Het staat aan het begin van „Entonces me reuniré contigo aquí”. Je gebruikt het om een gevolg of volgende stap op een eerdere mededeling aan te sluiten.
me „me” maakt in „me reuniré contigo” deel uit van de uitdrukking voor ‘ik zal met jou afspreken’ en verwijst naar de spreker als deelnemer aan de ontmoeting. De combinatie „me reuniré contigo” drukt uit dat de spreker iemand ontmoet. Je gebruikt dit in een afspraak wanneer je zegt met wie je elkaar zult treffen.
reuniré „reuniré” betekent hier ‘ik zal afspreken’ in de combinatie „me reuniré contigo”. Het kondigt een toekomstige ontmoeting aan na het kopen van het kaartje. Gebruik „me reuniré con + persoon” om een toekomstige afspraak of ontmoeting te beschrijven.
contigo „contigo” betekent ‘met jou’ in „me reuniré contigo”. Het noemt de persoon met wie de spreker zal afspreken. Je gebruikt het wanneer je rechtstreeks tegen iemand zegt dat je samen met die persoon iets zult doen of hem zult ontmoeten.
aquí „aquí” betekent ‘hier’ en verwijst naar de huidige plek bij het station. In „me reuniré contigo aquí” geeft het aan waar de ontmoeting opnieuw zal plaatsvinden. Je gebruikt het om de plaats van een handeling aan te wijzen als die bij de spreker bekend of dichtbij is.
después „después” betekent hier ‘na’ in de uitdrukking „después de comprar el mío”: na het kopen van het kaartje. Het patroon „después de + infinitief” geeft aan dat één handeling later plaatsvindt dan een andere. Je gebruikt het om de volgorde van twee handelingen te beschrijven.
Esperaré „Esperaré” betekent ‘ik zal wachten’ in „Esperaré cerca de las máquinas”. De spreker kondigt aan waar hij zal blijven totdat de ander terugkomt. Je kunt het patroon „Esperaré + plaatsaanduiding” gebruiken om te zeggen waar je op iemand of iets zult wachten.
cerca „cerca” betekent hier ‘dicht bij’ in „cerca de las máquinas”. Samen met „de” geeft het de nabijheid van de automaten aan. Je gebruikt het patroon „cerca de + plaats of voorwerp” om te zeggen dat iets niet ver van een herkenningspunt is.
las „las” betekent hier ‘de’ en staat vóór „máquinas” in „las máquinas”. Het verwijst naar de specifieke automaten die eerder zijn genoemd. Je gebruikt „las” vóór een bepaald vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord.
Búscame „Búscame” betekent hier ‘zoek me’ en is een directe instructie aan de andere persoon. De vorm bevat de opdracht om te zoeken en „me”, dat verwijst naar de persoon die gezocht moet worden. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt je op een afgesproken plek te vinden; „Búscame junto a las máquinas” geeft daarbij de plaats aan.

Grammatica

hay + zelfstandig naamwoord

Hay máquinas junto a la entrada.

aai MÁ-kie-nas GOEN-to a la en-TRA-da

Er zijn automaten naast de ingang.

Gebruik hay om aan te geven dat iets aanwezig is. Het betekent zowel ‘er is’ als ‘er zijn’.

futuro: compraré

Compraré un billete de tren allí.

kom-pra-RÉ oen BIE-JEE-te de tren a-JIE

Ik zal daar een treinkaartje kopen.

De uitgang -é bij comprar geeft de toekomende tijd aan: ‘ik zal kopen’.

Spaans woordenschat

billete zelfstandig naamwoord
BIE-JEE-te kaartje
comprar werkwoord
kom-PRAR kopen
compraré werkwoord
kom-pra-RÉ zal kopen
entrada zelfstandig naamwoord
en-TRA-da ingang
hay werkwoord
aai er zijn
máquinas zelfstandig naamwoord
MÁ-kie-nas automaten
necesito werkwoord
ne-se-SIE-to heb nodig
tienes werkwoord
TJEE-nes hebt
todavía bijwoord
to-da-BIE-ja nog
tren zelfstandig naamwoord
tren trein
uno voornaamwoord
OEN-o één
ya bijwoord
ja al

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je al een treinkaartje?

Antwoord tonen¿Ya tienes un billete de tren?

Nog niet. Ik moet er een kopen.

Antwoord tonenTodavía no. Necesito comprar uno.

Daar koop ik het mijne.

Antwoord tonenYo compraré el mío allí.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kopen

Antwoord tonencomprar

heb nodig

Antwoord tonennecesito

ingang

Antwoord tonenentrada

nog

Antwoord tonentodavía