Naar huiswerk vragen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a language classroom, one adult asks what homework to complete and when to bring the answers back..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Naar huiswerk vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Qué tengo que hacer de tarea?

Kee tengo kee asér de taréa? Wat moet ik voor huiswerk doen?
B

Empieza por completar este ejercicio.

Empjéssa por kompletár éste echerísio. Begin met het maken van deze oefening.
A

¿Qué página tengo que usar?

Kee páchina tengo kee usár? Welke bladzijde moet ik gebruiken?
B

Usa la página con las preguntas cortas.

Oesa la páchina kon de pregoéntas kortas. Gebruik de pagina met de korte vragen.
A

¿Cuándo tengo que terminarlo?

Kwándo tengo kee terminárlo? Wanneer moet ik het afmaken?
B

Termínalo antes de clase.

Termínalo ántes de kláse. Maak het af vóór de les.
A

¿Puedes mirar mis respuestas más tarde?

Poeédes mirár mis respoéstas mas tárde? Kun je later naar mijn antwoorden kijken?
B

Tráemelas cuando termines.

Tráé-melas kwándo termínes. Breng ze naar me toe als je klaar bent.

Woord voor woord

Qué Qué betekent hier ‘wat’ in de vraag ¿Qué tengo que hacer de tarea? Het accent geeft aan dat het om een vraagwoord gaat. Je gebruikt qué om naar een ding, taak of activiteit te vragen.
tengo Tengo drukt hier uit dat de spreker iets moet doen, in de constructie tengo que hacer. Het is de vorm van tener die bij de spreker hoort; samen met que betekent de constructie ‘moeten’. Een bruikbaar patroon is tener que + infinitief voor een verplichting.
que Que vormt hier samen met tengo de constructie tengo que, waarmee de spreker een verplichting uitdrukt. Het betekent in deze combinatie niet zelfstandig ‘dat’. Na tengo que volgt de infinitief hacer.
hacer Hacer betekent hier ‘doen’ of ‘maken’ en staat na tengo que in de vraag tengo que hacer. Het benoemt de activiteit die de spreker moet uitvoeren. Je kunt hacer gebruiken vóór een taak, oefening of andere activiteit.
de De maakt in de uitdrukking de tarea duidelijk dat iets als huiswerk bedoeld is: ¿Qué tengo que hacer de tarea? Hier vertaal je de hele uitdrukking de tarea als ‘voor huiswerk’ of ‘als huiswerk’. De betekenis hangt dus samen met tarea.
tarea Tarea betekent hier ‘huiswerk’ in de uitdrukking de tarea. De spreker vraagt welke taak als huiswerk moet worden gedaan. In deze les verwijst tarea naar het werk dat voor de les moet worden gemaakt.
Empieza Empieza betekent hier ‘begin’ en is een directe aansporing aan één persoon. Het is de gebiedende vorm van empezar; het onderwerp wordt niet apart genoemd. In Empieza por completar este ejercicio geeft het aan met welke activiteit je moet starten.
por Por hoort hier bij de constructie Empieza por completar en betekent in deze combinatie ‘met’ of ‘door’. Het markeert de eerste activiteit waarmee iemand begint. Een bruikbaar patroon is empezar por + infinitief.
completar Completar betekent hier ‘voltooien’ of ‘afmaken’ en benoemt wat de leerling eerst moet doen. Het staat als infinitief na Empieza por. Je gebruikt completar met wat je volledig moet maken, hier este ejercicio.
este Este betekent hier ‘deze’ en verwijst naar het oefenmateriaal dat dichtbij of in de gegeven situatie aanwezig is. Het hoort bij het mannelijke enkelvoudige woord ejercicio in este ejercicio. De combinatie este + zelfstandig naamwoord wijst een specifiek ding aan.
ejercicio Ejercicio betekent hier ‘oefening’. In este ejercicio verwijst het naar de oefening die de leerling moet voltooien. Het woord kan in een klascontext gebruikt worden voor een concrete leer- of schrijftaak.
página Página betekent ‘pagina’ en staat in ¿Qué página tengo que usar? De spreker vraagt welke pagina gebruikt moet worden. In la página verwijst het naar een specifieke pagina in het lesmateriaal.
usar Usar betekent hier ‘gebruiken’ en staat als infinitief na tengo que in tengo que usar. Het beschrijft wat de spreker met de gekozen pagina moet doen. Een bruikbaar patroon is usar + voorwerp, bijvoorbeeld een pagina of document.
Usa Usa betekent hier ‘gebruik’ en is een directe instructie aan één persoon. Het is de gebiedende vorm van usar. In Usa la página geeft het aan welk materiaal de leerling moet gebruiken.
la La is hier het bepaalde lidwoord bij pagina in la página en betekent ‘de’. Het staat voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De hele combinatie la página verwijst naar een bepaalde pagina.
con Con betekent hier ‘met’ en verbindt la página met de inhoud ervan: de pagina met de korte vragen. Het geeft aan wat er op of bij de pagina staat. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + con + zelfstandig naamwoord.
las Las is hier het bepaalde lidwoord bij preguntas en betekent ‘de’. Het staat voor een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord in las preguntas cortas. Het helpt om naar specifieke vragen te verwijzen.
preguntas Preguntas betekent hier ‘vragen’ en is het meervoud van pregunta. In las preguntas cortas gaat het om de korte vragen op de pagina. Het woord past in een klascontext bij schriftelijke of mondelinge vragen.
cortas Cortas betekent hier ‘korte’ en beschrijft preguntas. De vorm is meervoudig en vrouwelijk, zodat zij overeenkomt met las preguntas. In las preguntas cortas staat het bijvoeglijk naamwoord na het zelfstandig naamwoord.
Cuándo Cuándo betekent hier ‘wanneer’ en vraagt naar het tijdstip waarop de spreker de taak moet afmaken. Het accent laat zien dat het een vraagwoord is in ¿Cuándo tengo que terminarlo? Je gebruikt cuándo aan het begin van een vraag naar tijd.
terminarlo Terminarlo betekent hier ‘het afmaken’. Het bestaat uit terminar, ‘afmaken’, en lo, dat verwijst naar de taak of het werk dat eerder is genoemd. In tengo que terminarlo staat het als de handeling die de spreker moet uitvoeren.
Termínalo Termínalo betekent hier ‘maak het af’ en is een directe instructie aan één persoon. Het bestaat uit de gebiedende vorm van terminar en lo, dat verwijst naar het werk. In Termínalo antes de clase wordt de instructie aangevuld met een tijdslimiet.
antes Antes betekent hier ‘voor’ in de tijdsuitdrukking antes de clase: vóór de les. Het geeft aan dat iets eerder moet gebeuren dan het genoemde moment. Een bruikbaar patroon is antes de + zelfstandig naamwoord.
clase Clase betekent hier ‘les’ of ‘klas’ in antes de clase. Het verwijst naar de les waarvoor het huiswerk klaar moet zijn. De uitdrukking antes de clase betekent ‘voor de les’.
Puedes Puedes betekent hier ‘kun je’ en drukt uit dat de aangesprokene iets kan doen. Het is de vorm van poder die bij één aangesproken persoon hoort en staat voor de infinitief mirar. Een bruikbaar vraagpatroon is ¿Puedes + infinitief?
mirar Mirar betekent hier ‘kijken naar’ en staat als infinitief na Puedes. Het voorwerp van het kijken is mis respuestas. Je gebruikt mirar met datgene waarnaar iemand kijkt, hier de antwoorden.
mis Mis betekent hier ‘mijn’ en staat voor het meervoudige woord respuestas in mis respuestas. Deze vorm laat zien dat de antwoorden van de spreker zijn. Een bruikbaar patroon is mis + meervoudig zelfstandig naamwoord.
respuestas Respuestas betekent hier ‘antwoorden’ en is het meervoud van respuesta. In mis respuestas verwijst het naar de antwoorden die de leerling heeft opgeschreven. Het woord past hier bij een oefening of huiswerktaak.
más Más betekent hier samen met tarde ‘later’ in más tarde. Het voegt aan tarde het idee toe dat het moment verder in de tijd ligt. Gebruik de vaste tijdsuitdrukking más tarde om naar een later moment te verwijzen.
tarde Tarde betekent hier samen met más ‘later’ in más tarde. De uitdrukking verwijst naar een moment na nu, wanneer de docent naar de antwoorden kan kijken. Een bruikbaar patroon voor tijd is más tarde.
Tráemelas Tráemelas betekent hier ‘breng ze naar mij’. De vorm combineert de instructie van traer met me, ‘naar mij’, en las, ‘ze’, dat naar mis respuestas verwijst. In Tráemelas cuando termines vraagt de spreker om de antwoorden na het afmaken te brengen.
cuando Cuando betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en leidt de bijzin cuando termines in. Die bijzin geeft aan op welk moment de antwoorden gebracht moeten worden. Een bruikbaar patroon is cuando + een bijzin voor een tijdstip of voorwaarde.
termines Termines betekent hier ‘je klaar bent’ of ‘je afmaakt’ in cuando termines. Deze vorm staat na cuando en verwijst naar de handeling van de aangesproken persoon die eerst voltooid moet zijn. Samen met Tráemelas maakt het de volgorde duidelijk: eerst afmaken, daarna brengen.

Grammatica

tengo que + infinitivo

Tengo que hacer.

Tengo kee asér.

Ik moet het doen.

Gebruik tengo que + een infinitief om een verplichting uit te drukken: ‘moeten’.

cuando + subjuntivo

Cuando termines.

Kwándo termínes.

Wanneer je klaar bent.

Na cuando gebruik je hier de subjuntivo als de handeling nog moet plaatsvinden.

Spaans woordenschat

completar werkwoord
kompletár voltooien; afmaken

Empieza por completar este ejercicio.

cortas bijvoeglijk naamwoord
kortas korte

Usa la página con las preguntas cortas.

de tarea uitdrukking
de taréa als huiswerk

¿Qué tengo que hacer de tarea?

ejercicio zelfstandig naamwoord
echerísio oefening

Empieza por completar este ejercicio.

empieza werkwoord
empjéssa begin

Empieza por completar este ejercicio.

hacer werkwoord
asér doen; maken

¿Qué tengo que hacer de tarea?

página zelfstandig naamwoord
páchina bladzijde; pagina

¿Qué página tengo que usar?

preguntas zelfstandig naamwoord
pregoéntas vragen

Usa la página con las preguntas cortas.

qué voornaamwoord
kee wat; welke

¿Qué tengo que hacer de tarea?

tengo que uitdrukking
tengo kee moeten

¿Qué tengo que hacer de tarea?

usa werkwoord
oesa gebruik

Usa la página con las preguntas cortas.

usar werkwoord
usár gebruiken

¿Qué página tengo que usar?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik voor huiswerk doen?

Antwoord tonen¿Qué tengo que hacer de tarea?

Begin met het maken van deze oefening.

Antwoord tonenEmpieza por completar este ejercicio.

Welke bladzijde moet ik gebruiken?

Antwoord tonen¿Qué página tengo que usar?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebruiken

Antwoord tonenusar

oefening

Antwoord tonenejercicio

doen; maken

Antwoord tonenhacer

begin

Antwoord tonenempieza