Woorden herhalen met kaarten | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a language classroom, two adults use word cards and example sentences to review words they need to remember..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Woorden herhalen met kaarten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Quiero repasar estas palabras.

kjèro repasár estas palábras. Ik wil deze woorden herhalen.
B

Vamos a usar estas tarjetas de palabras.

bámos a oesár estas targétas de palábras. Laten we deze woordkaarten gebruiken.
A

No puedo recordar esta palabra.

no pwédo rekordár esta palábra. Ik kan dit woord niet onthouden.
B

Mira la frase de ejemplo.

míra la fráse dee egémplo. Kijk naar de voorbeeldzin.
A

La frase me ayuda a recordarla.

la fráse mee ajóeda a rekordárla. De zin helpt me het te onthouden.
B

Prueba otra tarjeta y mira primero la frase de ejemplo.

prwéba ótra targéta i míra priméro la fráse dee egémplo. Probeer een andere kaart en bekijk eerst de voorbeeldzin.
A

Ahora voy a probar la siguiente tarjeta.

aóra bói a probár la sigjiénte targéta. Ik ga nu de volgende kaart proberen.
B

Lee primero la frase y luego di la palabra.

lé-ee priméro la fráse i lwégo di la palábra. Lees eerst de zin en zeg dan het woord.

Woord voor woord

Quiero «Quiero» betekent hier “ik wil” en drukt de wens uit om iets te doen. Het is de vorm die je gebruikt in «Quiero» + een infinitief, zoals «Quiero repasar». Je gebruikt dit bijvoorbeeld om in een les te zeggen wat je wilt oefenen.
repasar «repasar» betekent hier “herhalen” of “doornemen”, namelijk de woorden opnieuw bekijken. Het staat na «Quiero» als infinitief en krijgt het object «estas palabras». Je gebruikt «repasar» bijvoorbeeld voor woorden, regels of lesstof die je opnieuw wilt oefenen.
estas «estas» betekent hier “deze” en verwijst naar de woorden die in de situatie aanwezig zijn. De vorm hoort bij het meervoudige vrouwelijke woord «palabras». Je gebruikt «estas» vóór een zelfstandig naamwoord voor meerdere dingen die je aanwijst of dichtbij de gesprekssituatie plaatst.
palabras «palabras» betekent hier “woorden” en verwijst naar de woordenschat die de spreker wil herhalen. Het is de meervoudsvorm die hoort bij het enkelvoud «palabra». Je gebruikt «palabras» bijvoorbeeld voor afzonderlijke woorden die je leert, leest of onthoudt.
Vamos In «Vamos a usar» betekent «Vamos» hier samen met de rest “laten we gebruiken” of “we gaan gebruiken”. Met «a» en een infinitief vormt het een voorstel of geplande actie. Je gebruikt «Vamos a» bijvoorbeeld om samen een volgende stap voor te stellen.
a In «Vamos a usar» is «a» geen zelfstandig “naar”, maar onderdeel van de constructie «ir a» + infinitief voor een voorgenomen actie. Hier verbindt het «Vamos» met «usar». Je gebruikt dezelfde constructie om te zeggen wat iemand of een groep gaat doen.
usar «usar» betekent hier “gebruiken”, namelijk de woordkaarten inzetten bij het herhalen. Het is de infinitief na «Vamos a». Je gebruikt «usar» met een voorwerp dat je gebruikt, zoals «tarjetas de palabras».
tarjetas «tarjetas» betekent hier “kaarten” en verwijst naar de woordkaarten in de taalles. Het is het meervoud van «tarjeta» en wordt verbonden met «de palabras» om het soort kaarten te benoemen. Je gebruikt «tarjetas de» + een zelfstandig naamwoord om kaarten naar hun inhoud of doel te beschrijven.
de In «tarjetas de palabras» verbindt «de» «tarjetas» met «palabras»: het gaat om kaarten met of voor woorden. Hier geeft «de» dus de inhoud of het doel van de kaarten aan. Je gebruikt «de» vaak tussen twee zelfstandige naamwoorden om hun relatie te verduidelijken.
No «No» ontkent hier de handeling «puedo recordar»: de spreker kan het woord niet onthouden. Het staat vóór de werkwoordelijke uitdrukking. Je gebruikt «No» vóór een werkwoord om een ontkenning te maken.
puedo «puedo» betekent hier “ik kan” of “ik ben in staat”, in «No puedo recordar». Het is de eerste persoonsvorm van «poder» in deze zin en wordt gevolgd door een infinitief. Je gebruikt «puedo» + infinitief om te zeggen wat je wel of niet kunt doen.
recordar «recordar» betekent hier “zich herinneren” of “onthouden”, namelijk de betreffende woordkaart kunnen onthouden. Het staat na «puedo» als infinitief. Je gebruikt «recordar» met het ding of de informatie die je je herinnert.
esta «esta» betekent hier “deze” en verwijst naar één specifieke woordkaart of één specifiek woord in de situatie. De vorm hoort bij het vrouwelijke enkelvoudige woord «palabra». Je gebruikt «esta» vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor iets dat je aanwijst of dichtbij plaatst.
palabra «palabra» betekent hier “woord” en verwijst naar het ene woord dat de spreker niet kan onthouden. Het is de enkelvoudsvorm; het meervoud staat als «palabras» in de eerste zin. Je gebruikt «palabra» bijvoorbeeld voor een afzonderlijk woord dat je leest, zegt of leert.
Mira «Mira» betekent hier “kijk” en is een directe instructie om aandacht te geven aan de voorbeeldzin. Het wordt gevolgd door «la frase» als datgene waarnaar gekeken moet worden. Je gebruikt «Mira» bijvoorbeeld wanneer je iemand naar een tekst, kaart of ander zichtbaar detail wilt laten kijken.
la «la» is hier het bepaalde lidwoord bij «frase» en verwijst naar de specifieke zin die in de les bekeken wordt. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt «la» vóór een specifiek vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
frase «frase» betekent hier “zin” en verwijst naar de voorbeeldzin op de kaart. In «la frase de ejemplo» wordt de zin nader omschreven als een voorbeeld. Je gebruikt «frase» voor een zin of formulering die je leest, bekijkt of gebruikt.
ejemplo «ejemplo» betekent hier “voorbeeld” en maakt in «la frase de ejemplo» duidelijk dat het om een voorbeeldzin gaat. «De ejemplo» beschrijft het doel of de functie van «frase». Je gebruikt «de ejemplo» om iets als voorbeeldmateriaal te benoemen.
me «me» verwijst hier naar de persoon die geholpen wordt: de zin helpt mij de woordbetekenis te onthouden. Het staat in «me ayuda» vóór de werkwoordsvorm «ayuda». Je gebruikt «me» bijvoorbeeld in «me ayuda a» wanneer iets jou bij een handeling ondersteunt.
ayuda «ayuda» betekent hier “helpt”: de zin maakt het voor de spreker makkelijker om het woord te onthouden. Het onderwerp is «La frase», en «me» geeft aan wie hulp krijgt. Je gebruikt «X me ayuda a» + infinitief om te zeggen dat iets jou helpt om iets te doen.
recordarla «recordarla» betekent hier “het zich herinneren” of “het onthouden”, waarbij «la» verwijst naar «palabra». De vorm bestaat uit «recordar» en het eraan vastgeschreven voornaamwoord «la». Je gebruikt een infinitief met «la» eraan vast wanneer je een vrouwelijk enkelvoudig object noemt dat je je wilt herinneren.
Prueba «Prueba» betekent hier “probeer” en is een instructie om een andere kaart te proberen. Het staat vóór «otra tarjeta» als het object van de handeling. Je gebruikt «Prueba» bijvoorbeeld wanneer je iemand aanmoedigt een andere optie of aanpak te testen.
otra «otra» betekent hier “een andere” en verwijst naar een kaart die niet dezelfde is als de vorige. De vorm staat vóór «tarjeta» en past bij dat vrouwelijke enkelvoudige woord. Je gebruikt «otra» + zelfstandig naamwoord om een alternatief of een volgend exemplaar aan te wijzen.
tarjeta «tarjeta» betekent hier “kaart” en verwijst naar één woordkaart die de leerling moet proberen. Het woord staat in «otra tarjeta», dus het gaat om een andere kaart dan de eerdere. Je gebruikt «tarjeta» bijvoorbeeld voor een kaart met een woord of oefenopdracht.
y «y» betekent hier “en” en verbindt twee instructies: probeer een andere kaart en bekijk eerst de voorbeeldzin. Het maakt van beide handelingen één opeenvolgende opdracht. Je gebruikt «y» om woorden, zinsdelen of handelingen met elkaar te verbinden.
primero «primero» betekent hier “eerst” en geeft aan dat de voorbeeldzin vóór de volgende stap bekeken moet worden. Het ordent de handelingen in de opdracht. Je gebruikt «primero» bijvoorbeeld vóór een werkwoord om de eerste stap van een reeks aan te geven.
Ahora «Ahora» betekent hier “nu” en plaatst het proberen van de volgende kaart op het huidige moment. Het is een tijdsaanduiding bij «voy a probar». Je gebruikt «Ahora» wanneer je zegt wat op dit moment gebeurt of meteen gaat gebeuren.
voy In «voy a probar» betekent «voy» samen met de constructie “ik ga proberen”. Het is de eerste persoonsvorm van «ir» en met «a» + infinitief drukt het een voorgenomen actie uit. Je gebruikt «voy a» + infinitief om te zeggen wat je van plan bent te doen.
probar «probar» betekent hier “proberen”, namelijk de volgende kaart uitproberen. Het staat als infinitief na «voy a». Je gebruikt «probar» met het voorwerp of de handeling die je wilt testen of proberen.
siguiente «siguiente» betekent hier “volgende” en geeft aan dat het om de kaart na de huidige kaart gaat. Het staat vóór «tarjeta» en beschrijft haar plaats in de reeks. Je gebruikt «siguiente» + zelfstandig naamwoord om het volgende onderdeel of exemplaar aan te wijzen.
Lee «Lee» betekent hier “lees” en is een instructie om de zin eerst te lezen. Het wordt gevolgd door «la frase», de tekst die gelezen moet worden. Je gebruikt «Lee» bijvoorbeeld om iemand opdracht te geven een tekst of voorbeeldzin te lezen.
luego «luego» betekent hier “daarna” en geeft aan dat het woord pas na het lezen van de zin gezegd moet worden. Samen met «primero» ordent het de twee stappen. Je gebruikt «primero ..., luego ...» om een eenvoudige volgorde uit te leggen.
di «di» betekent hier “zeg” en is een instructie om het woord hardop te zeggen. Het staat vóór «la palabra», wat aangeeft wat er gezegd moet worden. Je gebruikt «di» + een object bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een woord of antwoord te zeggen.

Grammatica

vamos a + infinitivo

Vamos a usar tarjetas.

bámos a oesár targétas.

We gaan kaartjes gebruiken.

Met vamos a + infinitief druk je een plan of nabije toekomst uit.

infinitivo + -la

Ayuda a recordarla.

ajóeda a rekordárla.

Het helpt om het te onthouden.

Het voornaamwoord la wordt aan een infinitief vastgeschreven en verwijst naar een vrouwelijk woord.

Spaans woordenschat

esta bepaler
esta deze
estas bepaler
estas deze
mira werkwoord
míra kijk
palabra zelfstandig naamwoord
palábra woord
palabras zelfstandig naamwoord
palábras woorden
puedo werkwoord
pwédo ik kan
quiero werkwoord
kjèro ik wil
recordar werkwoord
rekordár onthouden
repasar werkwoord
repasár herhalen
tarjetas zelfstandig naamwoord
targétas kaartjes
usar werkwoord
oesár gebruiken
vamos a usar uitdrukking
bámos a oesár laten we gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze woorden herhalen.

Antwoord tonenQuiero repasar estas palabras.

Ik kan dit woord niet onthouden.

Antwoord tonenNo puedo recordar esta palabra.

Kijk naar de voorbeeldzin.

Antwoord tonenMira la frase de ejemplo.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onthouden

Antwoord tonenrecordar

ik kan

Antwoord tonenpuedo

gebruiken

Antwoord tonenusar

deze

Antwoord tonenestas