Samen wandelen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: Before a walk, two friends choose where to meet, agree to send a message, and decide to bring water..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Samen wandelen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Vamos a dar un paseo juntos.

Bámos a dar oen pasé-o goentos. Laten we samen gaan wandelen.
B

Un paseo corto suena bien.

Oen pasé-o kórto swéna bjén. Een korte wandeling klinkt leuk.
A

¿Dónde nos encontramos?

Dónde nos en-kontrámos? Waar zullen we elkaar ontmoeten?
B

La entrada del parque me va bien.

La en-trá-da del pár-ke me ba bjén. De ingang van het park is goed voor mij.
A

Te enviaré un mensaje antes de salir.

Te en-bja-ré oen men-sá-ge án-tes de sa-lír. Ik stuur je een bericht voordat ik vertrek.
B

Eso me ayuda a llegar a tiempo.

Éso me a-joeda a je-gár a tjém-po. Dat helpt me om op tijd daar te zijn.
A

¿Llevo agua?

Jé-bo á-gwa? Zal ik water meenemen?
B

Lleva suficiente para ti.

Jé-ba soefi-sjén-te pá-ra tí. Neem genoeg voor jezelf mee.

Woord voor woord

Vamos In „Vamos a dar un paseo juntos” betekent „Vamos” «laten we» en maakt het een voorstel om samen iets te doen. Een bruikbaar patroon is „Vamos a” gevolgd door een infinitief, zoals „dar”.
a In „Vamos a dar un paseo juntos” verbindt „a” het voorstel „Vamos” met de handeling „dar”. De constructie „Vamos a” gevolgd door een infinitief gebruik je om samen een handeling voor te stellen.
dar In „dar un paseo” betekent „dar” niet letterlijk «geven», maar maakt het samen met „un paseo” de uitdrukking «een wandeling maken». Gebruik hiervoor het vaste patroon „dar un paseo” wanneer je over een wandeling spreekt.
un „Un” betekent hier «een» en introduceert „paseo” als een wandeling die nog niet verder bepaald is. Je gebruikt „un” vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in „un paseo”.
paseo „Paseo” betekent in „dar un paseo” «wandeling». Samen met „dar” vormt het de gebruikelijke uitdrukking voor een wandeling maken; in deze dialoog gaat het om een gezamenlijke wandeling.
juntos „Juntos” betekent hier «samen» en geeft aan dat de twee personen de wandeling gezamenlijk maken. Je kunt het gebruiken om aan te geven dat mensen iets gezamenlijk doen, zoals in „dar un paseo juntos”.
corto „Corto” betekent in „Un paseo corto” «kort» en beschrijft de wandeling. In deze woordgroep staat „corto” na „paseo”; zo kun je een wandeling of activiteit nader beschrijven.
suena In „Un paseo corto suena bien” betekent „suena” «klinkt» en beoordeelt het de voorgestelde wandeling. Met „suena bien” reageer je positief op een idee of voorstel.
bien In „suena bien” betekent „bien” «goed» of «fijn». Samen met „suena” vormt het een vaste manier om te zeggen dat een voorstel aantrekkelijk klinkt.
Dónde „Dónde” betekent «waar» en vraagt in „¿Dónde nos encontramos?” naar een plaats. Met „¿Dónde...?” vraag je waar een ontmoeting of andere handeling plaatsvindt.
nos In „¿Dónde nos encontramos?” verwijst „nos” naar de twee gesprekspartners: «elkaar» of «ons». Het maakt duidelijk dat de ontmoeting beide personen betreft, en staat hier vóór „encontramos”.
encontramos In „¿Dónde nos encontramos?” betekent „encontramos” samen met „nos” «spreken we af» of «ontmoeten we elkaar». De hele vraag gebruik je om een ontmoetingsplaats af te spreken.
La „La” betekent hier «de» en introduceert „entrada”, de ingang. Je gebruikt „La” vóór het zelfstandig naamwoord in „La entrada del parque”.
entrada „Entrada” betekent «ingang» in „La entrada del parque”. De combinatie „entrada del” gevolgd door een plaats helpt om een specifieke ingang als ontmoetingspunt aan te wijzen.
del „Del” betekent in „del parque” «van het» en verbindt „entrada” met „parque”. Het is de vaste samengetrokken vorm van „de” en „el”; je gebruikt het vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
parque „Parque” betekent «park» en bepaalt in „La entrada del parque” van welk park de ingang is. Samen met „entrada del” kun je een ontmoetingsplaats in een park benoemen.
me In „La entrada del parque me va bien” betekent „me” «voor mij» en geeft het aan voor wie de plek geschikt is. De combinatie „me va bien” gebruik je om te zeggen dat iets voor jou goed uitkomt.
va In „me va bien” betekent „va” samen met „me” en „bien” dat iets voor iemand goed uitkomt of geschikt is. Gebruik „me va bien” bijvoorbeeld om akkoord te gaan met een voorgestelde plaats of tijd.
Te In „Te enviaré un mensaje” betekent „Te” «jou» of «je» en geeft het aan voor wie het bericht bestemd is. Het staat vóór „enviaré” in de combinatie „Te enviaré”.
enviaré „Enviaré” betekent hier «ik zal sturen» en verwijst naar een toekomstige handeling. Het is de ik-vorm van „enviar”; met „Te enviaré un mensaje” zeg je dat je iemand een bericht zult sturen.
mensaje „Mensaje” betekent «bericht» en is in „Te enviaré un mensaje” hetgeen dat wordt gestuurd. Een bruikbaar patroon is „enviar un mensaje” met daarna eventueel de persoon voor wie het bericht bestemd is.
antes „Antes” betekent in „antes de salir” «voordat» en plaatst de ene handeling vóór de andere. Gebruik „antes de” gevolgd door een infinitief om te zeggen dat iets eerder gebeurt.
de In „antes de salir” is „de” onderdeel van de constructie „antes de” en verbindt het tijdswoord met de handeling „salir”. Het patroon „antes de” gevolgd door een infinitief betekent «voordat iemand iets doet».
salir „Salir” betekent in „antes de salir” «vertrekken» of «weggaan». Samen met „antes de” gebruik je het om te zeggen dat je een bericht stuurt voordat je vertrekt.
Eso „Eso” betekent «dat» en verwijst in „Eso me ayuda a llegar a tiempo” naar wat de andere persoon zojuist heeft genoemd, namelijk het bericht vóór vertrek. Je kunt „Eso me ayuda...” gebruiken om uit te leggen dat iets je helpt.
ayuda In „Eso me ayuda a llegar a tiempo” betekent „ayuda” «helpt» en beschrijft het wat „Eso” voor de spreker doet. De constructie „ayuda a” wordt hier gevolgd door een infinitief, „llegar”.
llegar „Llegar” betekent in „llegar a tiempo” «aankomen». Samen met „a tiempo” gebruik je het om te zeggen dat iemand op tijd aankomt; na „ayuda a” blijft het in deze infinitiefvorm staan.
tiempo In de vaste uitdrukking „a tiempo” betekent „tiempo” «tijd», maar de hele combinatie betekent «op tijd». „Llegar a tiempo” gebruik je wanneer iemand niet te laat aankomt.
Llevo In „¿Llevo agua?” betekent „Llevo” «neem ik mee» en stelt de spreker voor om water mee te nemen. Het patroon „¿Llevo ...?” gebruik je om tijdens het plannen te vragen of je iets moet meenemen.
agua „Agua” betekent «water» en is in „¿Llevo agua?” hetgeen dat de spreker wil meenemen. Je kunt „llevar agua” gebruiken wanneer je zegt dat je water ergens naartoe meeneemt.
Lleva „Lleva” betekent hier «neem mee» en is een directe aansporing aan één persoon. In „Lleva suficiente para ti” volgt erna wat de persoon moet meenemen; de infinitiefvorm is „llevar”.
suficiente „Suficiente” betekent in „Lleva suficiente para ti” «genoeg» of «voldoende» en verwijst hier naar voldoende water. Je kunt „suficiente para” gebruiken om aan te geven hoeveel iets voor een persoon of doel moet zijn.
para In „para ti” betekent „para” «voor» en geeft het aan voor wie het meegenomen water bestemd is. Het patroon „para” gevolgd door een persoon gebruik je om een begunstigde of bestemming aan te wijzen.
ti „Ti” betekent in „para ti” «jou» of «jezelf». Deze vorm staat hier na „para” en maakt duidelijk dat het water voor de aangesprokene zelf is.

Grammatica

me va bien + infinitivo

Me va bien dar un paseo juntos.

Me ba bjén dar oen pasé-o goentos.

Samen een wandeling maken komt mij goed uit.

Bij «me va bien» staat een indirect voornaamwoord: «me» betekent dat iets voor mij goed uitkomt.

antes de + infinitivo

Antes de salir, llevaré agua suficiente para ti.

Án-tes de sa-lír, je-ba-ré á-gwa soefi-sjén-te pá-ra tí.

Voordat ik vertrek, neem ik genoeg water voor je mee.

Na «antes de» volgt in het Spaans een infinitief, ook wanneer het onderwerp hetzelfde blijft.

Spaans woordenschat

bien bijwoord
bjén goed

Un paseo corto suena bien.

corto bijvoeglijk naamwoord
kór-to kort

Un paseo corto suena bien.

dar un paseo uitdrukking
dar oen pasé-o een wandeling maken

Vamos a dar un paseo juntos.

dónde bijwoord
dón-de waar

¿Dónde nos encontramos?

encontrarse werkwoord
en-kon-trár-se elkaar ontmoeten nos encontramos

¿Dónde nos encontramos?

entrada zelfstandig naamwoord
en-trá-da ingang

La entrada del parque me va bien.

enviar werkwoord
en-bjár sturen enviaré

Te enviaré un mensaje antes de salir.

ir bien uitdrukking
ír bjén goed uitkomen me va bien

La entrada del parque me va bien.

juntos bijvoeglijk naamwoord
goentos samen

Vamos a dar un paseo juntos.

mensaje zelfstandig naamwoord
men-sá-ge bericht

Te enviaré un mensaje antes de salir.

parque zelfstandig naamwoord
pár-ke park

La entrada del parque me va bien.

sonar werkwoord
so-nár klinken suena

Un paseo corto suena bien.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we samen gaan wandelen.

Antwoord tonenVamos a dar un paseo juntos.

Een korte wandeling klinkt leuk.

Antwoord tonenUn paseo corto suena bien.

Waar zullen we elkaar ontmoeten?

Antwoord tonen¿Dónde nos encontramos?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

samen

Antwoord tonenjuntos

ingang

Antwoord tonenentrada

kort

Antwoord tonencorto

klinken

Antwoord tonensuena