Een tas controleren voor vertrek | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: Before leaving, two adults check that a bag has the needed phone, keys, and water bottle..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Een tas controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Podemos comprobar si mi bolso está listo?

po-DE-mos kom-proo-BAAR sie mie BOL-so es-TAA LIS-to Kunnen we controleren of mijn tas klaar is?
B

Pon primero las cosas importantes sobre la mesa.

PON prie-ME-ro las KO-sas im-por-TAN-tes SO-bre la ME-sa Leg de belangrijke spullen eerst op tafel.
A

Mi teléfono está en el bolsillo delantero.

mie te-LE-fo-no es-TAA en el bol-SIE-jo de-lan-TE-ro Mijn telefoon zit in het voorvak.
B

¿Dónde pusiste tus llaves?

DON-de poe-SIS-te toes JAA-bes Waar heb je je sleutels gelegd?
A

Están al lado de mi teléfono.

es-TAN al LAA-do de mie te-LE-fo-no Ze liggen naast mijn telefoon.
B

¿También necesitas tu botella de agua?

tam-BJEN ne-se-SIE-tas toe bo-TE-ja de AA-gwa Heb je ook je waterfles nodig?
A

Sí, ya está en el bolsillo principal.

sie ja es-TAA en el bol-SIE-jo prin-si-PAAL Ja, die zit al in het hoofdvak.
B

Entonces tienes lo que necesitas.

en-TON-ses TJE-nes lo ke ne-se-SIE-tas Dan heb je wat je nodig hebt.

Woord voor woord

Podemos In „¿Podemos comprobar si mi bolso está listo?“ betekent „Podemos“: „kunnen we“. Het wordt hier gebruikt om samen iets voor te stellen; een bruikbaar patroon is „¿Podemos + infinitief?“ voor „Kunnen we ...?“.
comprobar „Comprobar“ betekent hier „controleren“ of nagaan of iets in orde is. Het staat na „Podemos“ in „¿Podemos comprobar ...?“; na „poder“ volgt zo’n infinitief. Gebruik het bijvoorbeeld om te vragen of je iets kunt controleren.
si „Si“ betekent in „comprobar si mi bolso está listo“ „of“ in de betekenis van „of iets wel of niet zo is“. Het leidt hier de inhoud van de controle in. Een bruikbaar patroon is „comprobar si + zin“ voor „controleren of ...“.
mi „Mi“ betekent „mijn“ in „mi bolso“ en „Mi teléfono“. Het geeft aan dat de tas en telefoon bij de spreker horen; voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud staat hier „mi“. Gebruik het voor bezit, bijvoorbeeld „mi teléfono“.
bolso „Bolso“ betekent hier „tas“, meer bepaald de tas die vóór vertrek wordt gecontroleerd. In „mi bolso“ is het het voorwerp waar de rest van de dialoog over gaat. Je kunt „bolso“ gebruiken met een bezittelijke vorm, zoals „mi bolso“.
está „Está“ betekent hier „is“ en beschrijft in „mi bolso está listo“ de toestand van de tas. Het hoort bij „listo“ in de uitdrukking „está listo“ voor „is klaar“. Gebruik „estar“ met een toestand of situatie, zoals „está listo“.
listo „Listo“ betekent in „mi bolso está listo“ „klaar“. Het beschrijft hier dat de tas gereed is om te vertrekken en past bij „bolso“. Een bruikbaar patroon is „estar listo“ voor „klaar zijn“.
Pon „Pon“ betekent hier „leg“ of „zet“ in de opdracht „Pon primero las cosas importantes sobre la mesa“. Het vraagt iemand om iets op een bepaalde plaats te leggen of zetten. Gebruik het met een voorwerp en plaats, zoals „Pon las cosas sobre la mesa“.
primero „Primero“ betekent hier „eerst“ en geeft aan dat de belangrijke spullen vóór de andere handelingen op tafel moeten komen. In „Pon primero ...“ staat het bij de opdracht. Gebruik „primero“ om de eerste stap in een reeks aan te geven.
las „Las“ betekent hier „de“ in „las cosas importantes“. Het staat vóór „cosas“ en hoort bij een meervoudige vrouwelijke woordgroep. Gebruik „las“ vóór een meervoudige vrouwelijke woordgroep, zoals „las cosas“.
cosas „Cosas“ betekent „dingen“ of „spullen“ in „las cosas importantes“. Hier verwijst het naar de belangrijke spullen die op tafel moeten worden gelegd. Een bruikbaar patroon is „las cosas + bijvoeglijke bepaling“, zoals „las cosas importantes“.
importantes „Importantes“ betekent hier „belangrijke“ en beschrijft welke spullen op tafel moeten komen. Het staat achter „cosas“ in „las cosas importantes“. Je kunt het gebruiken na een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets belangrijk is.
sobre „Sobre“ betekent hier „op“ in „sobre la mesa“ en geeft de plaats aan waar de spullen moeten liggen. Samen met „la mesa“ vormt het de plaatsbepaling in „Pon ... sobre la mesa“. Gebruik „sobre + plaats“ wanneer iets op een oppervlak wordt gelegd.
la „La“ betekent hier „de“ in „la mesa“. Het staat vóór het enkelvoudige vrouwelijke zelfstandig naamwoord „mesa“. Gebruik „la“ vóór een enkelvoudige vrouwelijke woordgroep, zoals „la mesa“.
mesa „Mesa“ betekent „tafel“ in „sobre la mesa“. Hier is de tafel de plaats waarop de belangrijke spullen moeten worden gelegd. Een bruikbaar patroon is „sobre la mesa“ voor „op de tafel“.
teléfono „Teléfono“ betekent „telefoon“ in „Mi teléfono está en el bolsillo delantero“. Het is het voorwerp dat in het voorvak zit en later als referentiepunt dient. Gebruik het bijvoorbeeld in „mi teléfono“ om „mijn telefoon“ te zeggen.
en „En“ betekent hier „in“ in „en el bolsillo delantero“ en geeft aan waar de telefoon zich bevindt. Het staat vóór de plaats „el bolsillo delantero“. Gebruik „en + plaats“ om een locatie aan te geven.
el „El“ betekent hier „de“ in „el bolsillo delantero“. Het staat vóór het enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord „bolsillo“. Gebruik „el“ vóór een enkelvoudige mannelijke woordgroep, zoals „el bolsillo“.
bolsillo „Bolsillo“ betekent „zak“ of „vak“ in „el bolsillo delantero“. In deze dialoog gaat het om een vak van de tas waarin de telefoon zit. Gebruik het bijvoorbeeld met een plaatsbepaling zoals „en el bolsillo“.
delantero „Delantero“ betekent hier „voorste“ of „voorvak-“ in „el bolsillo delantero“. Het beschrijft welk vak bedoeld wordt: het vak aan de voorkant. Het staat achter „bolsillo“ en past daar in vorm bij.
Dónde „Dónde“ betekent „waar“ in de vraag „¿Dónde pusiste tus llaves?“. Het vraagt naar de plaats waar de sleutels zijn gelegd. Gebruik „¿Dónde ...?“ aan het begin van een vraag naar een locatie.
pusiste „Pusiste“ betekent hier „je hebt gelegd“ of „je legde“ in „¿Dónde pusiste tus llaves?“. De vraag gaat over de plaats waar iemand de sleutels heeft neergelegd. Een bruikbaar patroon is „¿Dónde pusiste + voorwerp?“ voor „Waar heb je ... gelegd?“.
tus „Tus“ betekent „jouw“ in „tus llaves“. Het geeft aan dat de sleutels bij de aangesprokene horen en staat vóór het meervoudige „llaves“. Gebruik „tus“ voor bezit bij een meervoudig zelfstandig naamwoord.
llaves „Llaves“ betekent „sleutels“ in „tus llaves“. In de volgende zin worden deze sleutels aangeduid met „Están“. Een bruikbaar patroon is „tus llaves“ voor „jouw sleutels“.
Están „Están“ betekent hier „ze zijn“ in „Están al lado de mi teléfono“. Het verwijst naar „tus llaves“ en geeft hun plaats aan. Gebruik „estar“ met „al lado de“ om de locatie van iets aan te geven.
al „Al“ betekent in „al lado de mi teléfono“ samen „aan het“ en maakt deel uit van de vaste plaatsaanduiding „al lado de“. Het is de samengevoegde vorm van „a“ en „el“. Leer het hier als onderdeel van „al lado de“ voor „naast“.
lado „Lado“ betekent letterlijk „kant“ of „zijde“, maar in „al lado de mi teléfono“ verwijst de hele uitdrukking naar de plaats „naast mijn telefoon“. „Lado“ staat hier in de vaste combinatie „al lado de“. Gebruik die combinatie met „de“ en daarna het referentiepunt.
de „De“ verbindt in „al lado de mi teléfono“ de uitdrukking „al lado“ met datgene waarnaast iets ligt. Daardoor betekent de hele combinatie „naast mijn telefoon“. Een bruikbaar patroon is „al lado de + plaats of voorwerp“.
También „También“ betekent „ook“ in „¿También necesitas tu botella de agua?“. Het voegt de waterfles toe aan de spullen die mogelijk nodig zijn. Gebruik „también“ om extra informatie of een extra voorwerp toe te voegen.
necesitas „Necesitas“ betekent hier „je hebt nodig“ in „¿También necesitas tu botella de agua?“. Het vraagt of de aangesprokene de waterfles nodig heeft. Een bruikbaar patroon is „necesitas + voorwerp“.
tu „Tu“ betekent „jouw“ in „tu botella de agua“. Het geeft aan dat de waterfles bij de aangesprokene hoort. Gebruik „tu“ vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals „tu botella“; hier heeft het geen accent.
botella „Botella“ betekent „fles“ in „tu botella de agua“. Samen met „de agua“ gaat het specifiek om een waterfles. Een bruikbaar patroon is „botella de + inhoud“, zoals „botella de agua“.
agua „Agua“ betekent „water“ in „botella de agua“. Het benoemt de inhoud van de fles. Gebruik „de agua“ na „botella“ om aan te geven dat het om een waterfles gaat.
„Sí“ betekent „ja“ in het antwoord „Sí, ya está en el bolsillo principal“. Het bevestigt dat de waterfles inderdaad in de tas zit. Gebruik „sí“ als zelfstandig bevestigend antwoord; het accent hoort bij deze betekenis.
ya „Ya“ betekent hier „al“ of „reeds“ in „ya está en el bolsillo principal“. Het benadrukt dat de waterfles daar al ligt en dus niet meer hoeft te worden toegevoegd. Gebruik „ya“ vóór een werkwoordelijke mededeling om aan te geven dat iets inmiddels het geval is.
principal „Principal“ betekent hier „hoofd-“ of „belangrijkste“ in „el bolsillo principal“. Het beschrijft welk vak van de tas bedoeld wordt. Gebruik het achter een zelfstandig naamwoord om het belangrijkste onderdeel aan te duiden, zoals „bolsillo principal“.
Entonces „Entonces“ betekent hier „dan“ of „dus“ in „Entonces tienes lo que necesitas“. Het trekt een conclusie uit het feit dat de telefoon, sleutels en waterfles aanwezig zijn. Gebruik „entonces“ om een gevolgtrekking of volgende stap in te leiden.
tienes „Tienes“ betekent hier „je hebt“ in „tienes lo que necesitas“. Het zegt dat de aangesprokene beschikt over alles wat nodig is. Een bruikbaar patroon is „tienes + voorwerp“ voor „je hebt ...“.
lo „Lo“ verwijst in „lo que necesitas“ naar „datgene“ of „wat“ nodig is. Samen met „que necesitas“ vormt het de uitdrukking „lo que necesitas“: „wat je nodig hebt“. Gebruik „lo que“ om te verwijzen naar datgene wat in de volgende bijzin wordt beschreven.
que „Que“ verbindt in „lo que necesitas“ het verwijzende „lo“ met „necesitas“. De hele combinatie betekent „wat je nodig hebt“, niet alleen „dat“ of „die“ los van de context. Een bruikbaar patroon is „lo que + zin“ voor „wat ...“.

Grammatica

Imperativo afirmativo de tú: pon

Pon el teléfono sobre la mesa.

PON el te-LE-fo-no SO-bre la ME-sa

Leg de telefoon op de tafel.

De bevestigende gebiedende wijs van poner voor tú is pon: een onregelmatige korte vorm.

estar + adjetivo

El bolso está listo.

el BOL-so es-TAA LIS-to

De tas is klaar.

estar + een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een toestand; listo stemt af op het onderwerp.

Spaans woordenschat

bolsillo zelfstandig naamwoord
bol-SIE-jo zak

el bolsillo delantero

bolso zelfstandig naamwoord
BOL-so tas

mi bolso

comprobar werkwoord
kom-proo-BAAR controleren

¿Podemos comprobar si mi bolso está listo?

cosa zelfstandig naamwoord
KO-sa ding cosas

las cosas importantes

estar werkwoord
es-TAAR zijn está

mi bolso está listo

importante bijvoeglijk naamwoord
im-por-TAN-te belangrijk importantes

las cosas importantes

listo bijvoeglijk naamwoord
LIS-to klaar

está listo

mesa zelfstandig naamwoord
ME-sa tafel

la mesa

poner werkwoord
poo-NEER leggen of neerzetten pon

Pon primero las cosas importantes sobre la mesa.

primero bijwoord
prie-ME-ro eerst

Pon primero las cosas importantes

sobre voorzetsel
SO-bre op

sobre la mesa

teléfono zelfstandig naamwoord
te-LE-fo-no telefoon

Mi teléfono está en el bolsillo delantero.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar heb je je sleutels gelegd?

Antwoord tonen¿Dónde pusiste tus llaves?

Ze liggen naast mijn telefoon.

Antwoord tonenEstán al lado de mi teléfono.

Heb je ook je waterfles nodig?

Antwoord tonen¿También necesitas tu botella de agua?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eerst

Antwoord tonenprimero

op

Antwoord tonensobre

zijn

Antwoord tonenestá

klaar

Antwoord tonenlisto