Terug aan het werk na de pauze | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: After a break at work, two adults return to the desk and start the next task with a file..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Terug aan het werk na de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Te sientes listo para volver a trabajar?

Tee sjientes lísto para bolbér a trabagár? Voel je je klaar om weer aan het werk te gaan?
B

Ahora me siento mejor.

A-óra me sjiento megór. Ik voel me nu beter.
A

¿Volvemos al escritorio?

Bolbémos al eskritório? Zullen we teruggaan naar het bureau?
B

La pausa terminó, así que vamos.

La páusa terminó, así ke bámos. De pauze is voorbij, dus laten we aan de slag gaan.
A

Necesito el archivo para la siguiente tarea.

Nesesíto el artsjíbo para la siegjiénte taréa. Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
B

Está en el escritorio.

Está en el eskritório. Het ligt op het bureau.
A

Ahora puedo concentrarme mejor.

A-óra pwédo konsentrárme megór. Ik kan me nu beter concentreren.
B

Entonces empezamos con el archivo.

Entónses empesámos kon el artsjíbo. Dan beginnen we met het bestand.

Woord voor woord

Te In «Te sientes listo», verwijst «Te» naar de persoon die zich klaar voelt: je. Het staat hier samen met «sientes» in de uitdrukking «Te sientes». Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt hoe die zich voelt.
sientes «Sientes» betekent hier voelt in «Te sientes listo»: je voelt je klaar. Het is de vorm die bij «tú» hoort van «sentir» in deze uitdrukking. Gebruik «sentir» bijvoorbeeld met een gevoel of toestand, zoals in «Te sientes bien» als nieuw voorbeeld.
listo «Listo» betekent hier klaar, in «Te sientes listo para volver a trabajar». Het beschrijft de toestand waarin iemand zich voelt en staat na «te sientes». Je kunt «listo para» gebruiken wanneer iemand klaar is om iets te doen.
para «Para» geeft in «listo para volver a trabajar» aan waarvoor iemand klaar is: om weer te werken. Na «para» staat hier het infinitief «volver». Gebruik «para» ook vóór een doel of bestemming, bijvoorbeeld «para la tarea» als nieuw voorbeeld.
volver «Volver» betekent hier terugkeren of weer gaan in «volver a trabajar»: weer gaan werken. Het staat na «para» en vóór «a trabajar». De constructie «volver a» kan aangeven dat iets opnieuw gebeurt, bijvoorbeeld «volver a estudiar» als nieuw voorbeeld.
a In «volver a trabajar» verbindt «a» «volver» met de activiteit die opnieuw begint: weer werken. Het hoort hier bij de vaste constructie «volver a» en is niet het Nederlandse «naar». Gebruik «a» in deze constructie vóór een infinitief.
trabajar «Trabajar» betekent hier werken in «volver a trabajar». Het is de activiteit waarnaar iemand terugkeert na de pauze. Je kunt het na «volver a» gebruiken wanneer iemand een activiteit opnieuw oppakt.
Ahora «Ahora» betekent nu in «Ahora me siento mejor»: op dit moment voelt de spreker zich beter. Het staat aan het begin van de zin en geeft de tijd aan. Gebruik «ahora» bijvoorbeeld om een verandering ten opzichte van eerder te beschrijven.
me In «me siento mejor» verwijst «me» naar de spreker: ik voel me. Het hoort samen met «siento» in deze uitdrukking en laat zien wie de toestand ervaart. Gebruik «me» bijvoorbeeld in «Me siento cansado» als nieuw voorbeeld.
siento «Siento» betekent hier voel in «me siento mejor»: ik voel me beter. Samen met «me» beschrijft het hoe de spreker zich op dit moment voelt. Gebruik «me siento» met een toestand of gevoel, bijvoorbeeld «Me siento bien» als nieuw voorbeeld.
mejor «Mejor» betekent hier beter in «me siento mejor». Het geeft aan dat de toestand van de spreker verbeterd is. Je gebruikt «mejor» bijvoorbeeld na «me siento» om te zeggen dat je je beter voelt.
Volvemos «Volvemos» betekent hier gaan we terug en vormt in «¿Volvemos al escritorio?» een voorstel: zullen we teruggaan naar het bureau? Het is de vorm die bij «wij» hoort in deze zin. Je kunt «¿Volvemos?» gebruiken als voorstel om samen terug te gaan, maar hier staat de bestemming erbij.
al «Al» betekent hier naar het in «al escritorio». Het is de samengevoegde vorm van «a» en «el» vóór «escritorio». Gebruik «ir al» of «volver al» wanneer je naar een bepaalde plaats gaat.
escritorio «Escritorio» betekent hier bureau of schrijftafel in «al escritorio». Het is de bestemming waar de twee mensen na de pauze naartoe teruggaan. Je kunt «en el escritorio» gebruiken om te zeggen dat iets op het bureau ligt.
La «La» is hier het bepaalde lidwoord vóór «pausa» in «La pausa»: de pauze. Het verwijst naar de concrete pauze waar de gesprekspartners net vandaan komen. Gebruik «la» vóór een zelfstandig naamwoord dat in deze vorm met dit lidwoord wordt gebruikt.
pausa «Pausa» betekent hier pauze in «La pausa terminó»: de pauze is afgelopen. Het verwijst naar de onderbreking van het werk. Je kunt «después de la pausa» gebruiken wanneer je iets na een pauze beschrijft.
terminó «Terminó» betekent hier eindigde of is afgelopen in «La pausa terminó». Het zegt dat de pauze voorbij is en dat het werk weer kan beginnen. Je kunt «terminó» gebruiken om te zeggen dat een activiteit of gebeurtenis afgelopen is.
así que «Así que» betekent als gevolg daarvan dus in «La pausa terminó, así que vamos»: de pauze is afgelopen, dus we gaan. «Así» draagt hier het idee van op die manier of zo, en «que» verbindt dit met de gevolgzin; samen vormen ze de uitdrukking «así que». Gebruik «así que» om een gevolg of conclusie aan te kondigen.
vamos «Vamos» betekent hier we gaan en vormt in «así que vamos» een aansporing om in beweging te komen. Het past bij de gezamenlijke situatie waarin de twee mensen weer aan het werk gaan. Je kunt «Vamos» ook gebruiken om iemand aan te moedigen samen te vertrekken.
Necesito «Necesito» betekent hier ik heb nodig in «Necesito el archivo». Het maakt duidelijk dat de spreker het bestand nodig heeft voor de volgende taak. Gebruik «necesito» vóór het voorwerp dat je nodig hebt, zoals «Necesito ayuda» als nieuw voorbeeld.
el «El» is hier het bepaalde lidwoord vóór «archivo» in «el archivo»: het bestand. Het verwijst naar een specifiek bestand dat voor de taak nodig is. Gebruik «el» vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaald mannelijk woord verwijst.
archivo «Archivo» betekent hier bestand in «Necesito el archivo». Het gaat om het concrete bestand waarmee de volgende taak begint. Je kunt «abrir el archivo» gebruiken wanneer je zegt dat je een bestand opent.
siguiente «Siguiente» betekent hier volgende in «la siguiente tarea»: de volgende taak. Het bepaalt welke taak na de pauze aan de beurt is. Gebruik «el siguiente» of «la siguiente» vóór iets dat daarna komt, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord.
tarea «Tarea» betekent hier taak in «la siguiente tarea». Het verwijst naar het werk dat de gesprekspartners nu gaan doen. Je kunt «hacer una tarea» gebruiken wanneer je zegt dat je een taak uitvoert.
Está «Está» betekent hier bevindt zich of ligt in «Está en el escritorio»: het bestand bevindt zich op het bureau. De vorm verwijst in deze zin naar «el archivo». Gebruik «está» met «en» om de plaats van iets aan te geven.
en «En» geeft hier de plaats aan in «en el escritorio»: op het bureau. Het verbindt «está» met de locatie van het bestand. Gebruik «en» vóór een plaats wanneer je zegt waar iets zich bevindt.
puedo «Puedo» betekent hier ik kan in «Ahora puedo concentrarme mejor». Het drukt uit dat de spreker nu in staat is zich beter te concentreren. Gebruik «puedo» vóór een infinitief, zoals «Puedo trabajar» als nieuw voorbeeld.
concentrarme «Concentrarme» betekent hier me concentreren in «puedo concentrarme mejor». Het bevat «concentrar» met «me» eraan vast, zodat duidelijk is dat de spreker zichzelf concentreert. Na «puedo» staat hier deze infinitief; je kunt «puedo concentrarme en la tarea» gebruiken als nieuw voorbeeld.
Entonces «Entonces» betekent hier dan in «Entonces empezamos con el archivo»: als dat zo is, beginnen we met het bestand. Het verbindt de eerdere informatie met de volgende stap. Gebruik «entonces» om een besluit of gevolg op basis van de vorige zin in te leiden.
empezamos «Empezamos» betekent hier we beginnen in «Entonces empezamos con el archivo». In deze context stelt de spreker voor om nu met het bestand te beginnen. Gebruik «empezar con» vóór het onderwerp waarmee je begint.
con «Con» betekent hier met in «empezamos con el archivo»: we beginnen met het bestand. Het geeft aan waarmee de activiteit start. Gebruik «empezar con» bijvoorbeeld met een taak, bestand of ander concreet onderwerp.

Grammatica

sentirse + adjetivo

¿Te sientes listo?

Tee sjientes lísto?

Voel je je er klaar voor?

Bij een wederkerig werkwoord staat het voornaamwoord vóór de vervoegde vorm: te sientes.

así que + gevolg

Terminó la pausa, así que empezamos.

Terminó la páusa, así ke empesámos.

De pauze is afgelopen, dus beginnen we.

Así que verbindt een reden met het gevolg dat erop volgt.

Spaans woordenschat

ahora bijwoord
a-óra nu

Ahora me siento mejor.

así que voegwoord
así ke dus

La pausa terminó, así que vamos.

escritorio zelfstandig naamwoord
eskritório bureau el escritorio

¿Volvemos al escritorio?

ir werkwoord
ír gaan vamos

La pausa terminó, así que vamos.

listo bijvoeglijk naamwoord
lísto klaar

¿Te sientes listo para volver a trabajar?

mejor bijvoeglijk naamwoord
megór beter

Ahora me siento mejor.

necesitar werkwoord
nesesitár nodig hebben necesito

Necesito el archivo para la siguiente tarea.

pausa zelfstandig naamwoord
páusa pauze la pausa

La pausa terminó, así que vamos.

sentirse werkwoord
sentírse zich voelen te sientes

¿Te sientes listo para volver a trabajar?

terminar werkwoord
terminár eindigen terminó

La pausa terminó, así que vamos.

trabajar werkwoord
trabagár werken

¿Te sientes listo para volver a trabajar?

volver werkwoord
bolbér teruggaan

¿Te sientes listo para volver a trabajar?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu beter.

Antwoord tonenAhora me siento mejor.

Zullen we teruggaan naar het bureau?

Antwoord tonen¿Volvemos al escritorio?

De pauze is voorbij, dus laten we aan de slag gaan.

Antwoord tonenLa pausa terminó, así que vamos.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

teruggaan

Antwoord tonenvolver

beter

Antwoord tonenmejor

klaar

Antwoord tonenlisto

nu

Antwoord tonenahora