Klein gereedschap lenen | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a shared space, one person borrows scissors, tape, and a ruler and agrees where to return them..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Klein gereedschap lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Puedo usar las tijeras?

Pweedo oesár las tie-géras? Mag ik de schaar gebruiken?
B

Toma estas y mantén las hojas hacia abajo.

Tóma estas ie mantéén las ógas aas-ja abágo. Pak deze en houd de snijbladen naar beneden gericht.
A

Yo también necesito cinta.

Jo tambjéén nesesíto sínta. Ik heb ook wat tape nodig.
B

La cinta está en el cajón.

La sínta está en el kagón. De tape ligt in de la.
A

¿Tú también tienes una regla?

Toe tambjéén tjéénes oena régla? Heb je ook een liniaal?
B

Sí, está en mi escritorio.

Sie, está en mie eskritór-jo. Ja, hij ligt op mijn bureau.
B

Tú puedes cogerla de allí.

Toe pweedes kogérla de a-jí. Je kunt hem daar pakken.
A

Yo devolveré todo cuando termine.

Jo debolberé tódo kwándo termíne. Ik breng alles terug als ik klaar ben.
B

Deja la regla encima para que yo pueda encontrarla después.

Déga la régla ensíma pára ke jo pweeda enkóntrarla despwéés. Leg de liniaal bovenop, zodat ik hem later kan vinden.

Woord voor woord

Puedo „Puedo” betekent hier ‘mag ik/kan ik’ en is de vorm van poder in de vraag „¿Puedo usar las tijeras?”. Na „Puedo” volgt de infinitief „usar”; gebruik dit patroon om toestemming of mogelijkheid te vragen.
usar „usar” betekent hier ‘gebruiken’ en verwijst naar het gebruik van de schaar. Het staat na „Puedo” in „¿Puedo usar las tijeras?”; gebruik „usar” met een voorwerp wanneer je zegt wat je wilt gebruiken.
las „las” is hier het bepaalde lidwoord vóór het vrouwelijk meervoud „tijeras” in „las tijeras”. Het verwijst naar de bekende schaar en staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in „las hojas”.
tijeras „tijeras” betekent hier ‘schaar’, het hulpmiddel waarnaar gevraagd wordt in „¿Puedo usar las tijeras?”. Het woord staat met „las”; gebruik „usar las tijeras” wanneer je toestemming vraagt om een schaar te gebruiken.
Toma „Toma” betekent hier ‘neem’ of ‘pak’ en geeft een directe instructie aan één persoon. Het staat in „Toma estas y mantén las hojas hacia abajo”; gebruik deze vorm wanneer je iemand een voorwerp aanreikt.
estas „estas” betekent hier ‘deze’ en verwijst zelfstandig naar de aangeboden schaar. Het staat direct na „Toma” in „Toma estas”; gebruik het om naar meerdere vrouwelijke voorwerpen dichtbij te verwijzen.
y „y” betekent ‘en’ en verbindt de twee instructies in „Toma estas y mantén las hojas hacia abajo”. Gebruik „y” om twee handelingen of aanwijzingen achter elkaar te verbinden.
mantén „mantén” betekent hier ‘houd’ en geeft de instructie om een bepaalde positie te behouden. In „mantén las hojas hacia abajo” volgt er een voorwerp en een richtingsaanduiding; gebruik dit bijvoorbeeld bij een veiligheidsinstructie.
hojas „hojas” betekent hier ‘bladen’ en verwijst in deze dialoog naar de snijbladen van de schaar. In „mantén las hojas hacia abajo” staat het als het voorwerp van de instructie; gebruik het hier bij het beschrijven van de positie van de bladen.
hacia „hacia” geeft hier de richting aan in „hacia abajo”: naar beneden. Gebruik „hacia” vóór een richtingsaanduiding om aan te geven waar iets naartoe gericht is.
abajo „abajo” betekent hier ‘beneden’ of ‘omlaag’ en maakt samen met „hacia” de richtingsaanduiding „hacia abajo”. Gebruik deze uitdrukking wanneer je zegt dat iets naar beneden gericht moet zijn.
Yo „Yo” betekent ‘ik’ en maakt in „Yo también necesito cinta” duidelijk wie iets nodig heeft. Gebruik het als expliciet onderwerp vóór een werkwoord wanneer je de spreker wilt verduidelijken.
también „también” betekent hier ‘ook’ en voegt een extra behoefte toe aan de eerdere vraag om de schaar. In „Yo también necesito cinta” staat het tussen het onderwerp en het werkwoord; gebruik het om iets aan een eerdere mededeling toe te voegen.
necesito „necesito” betekent hier ‘ik heb nodig’ en is de vorm van necesitar bij „Yo”. Het staat vóór „cinta” in „Yo también necesito cinta”; gebruik „necesito” met een voorwerp om te zeggen wat je nodig hebt.
cinta „cinta” betekent hier ‘tape’, het tweede hulpmiddel dat de spreker nodig heeft. Het woord staat in „necesito cinta” en later in „La cinta está en el cajón”; gebruik „necesito cinta” om om tape te vragen.
La „La” is hier het bepaalde lidwoord vóór het vrouwelijk enkelvoud „cinta” in „La cinta está en el cajón”. Het verwijst naar de tape die al genoemd is; gebruik het vóór een bekend vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
está „está” betekent hier ‘is’ of ‘bevindt zich’ en is de vorm van estar in een plaatsaanduiding. In „La cinta está en el cajón” verbindt het de tape met haar locatie; gebruik „está en” om te zeggen waar iets zich bevindt.
en „en” geeft hier een plaats aan: „en el cajón” betekent ‘in de lade’ en „en mi escritorio” ‘op mijn bureau’. Gebruik „en” vóór een plaats om de locatie van een voorwerp te beschrijven.
el „el” is hier het bepaalde lidwoord vóór het mannelijk enkelvoud „cajón” in „el cajón”. Het verwijst naar de bekende lade; gebruik het vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer het voorwerp bepaald is.
cajón „cajón” betekent hier ‘lade’ en noemt de plaats waar de tape ligt in „La cinta está en el cajón”. Gebruik „en el cajón” wanneer je zegt dat iets in een lade ligt.
„Tú” betekent ‘jij’ en is het expliciete onderwerp in de vraag „¿Tú también tienes una regla?”. Het staat vóór „tienes”; gebruik het wanneer je de aangesprokene duidelijk wilt benoemen.
tienes „tienes” betekent hier ‘hebt’ of ‘hebt beschikbaar’ en is de vorm van tener bij „Tú”. In „¿Tú también tienes una regla?” wordt ermee gevraagd of iemand een liniaal heeft; gebruik „tienes” met een voorwerp om naar bezit of beschikbaarheid te vragen.
una „una” betekent hier ‘een’ en staat vóór het vrouwelijke enkelvoud „regla” in „una regla”. Gebruik „una” om één niet nader bepaalde vrouwelijke zaak te noemen.
regla „regla” betekent hier ‘liniaal’, het derde hulpmiddel in de dialoog. Het staat in „¿Tú también tienes una regla?”; gebruik „una regla” wanneer je naar een liniaal vraagt.
„Sí” betekent ‘ja’ en is hier een bevestigend antwoord op de vraag naar de liniaal. Gebruik het zelfstandig om een bevestiging te geven, zoals in „Sí, está en mi escritorio”.
mi „mi” betekent ‘mijn’ en geeft in „mi escritorio” aan dat het bureau van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik „mi + zelfstandig naamwoord” om bezit of verbondenheid aan te geven.
escritorio „escritorio” betekent hier ‘bureau’ en noemt de plaats waar de liniaal ligt in „en mi escritorio”. Gebruik „en mi escritorio” om te zeggen dat iets op je bureau ligt.
puedes „puedes” betekent hier ‘je kunt’ en is de vorm van poder bij „Tú”. In „Tú puedes cogerla de allí” geeft het aan dat de aangesprokene de handeling kan uitvoeren; gebruik „puedes + infinitief” om een mogelijkheid of toestemming uit te drukken.
cogerla „cogerla” betekent hier ‘haar pakken’ of ‘het pakken’, waarbij „la” verwijst naar „regla”. Het bestaat in deze vorm uit de handeling „coger” met het aangehechte voornaamwoord „la”; gebruik „puedes cogerla de allí” wanneer je zegt dat iemand iets op een bepaalde plaats kan pakken.
de „de” betekent hier ‘van’ of ‘uit’ in „de allí”: vanaf die plaats. Gebruik „de + plaats” om aan te geven waar iets vandaan komt of vanaf welke plek iemand iets neemt.
allí „allí” betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de eerder genoemde plek waar de liniaal ligt. In „cogerla de allí” specificeert het de plaats vanwaar de liniaal gepakt kan worden; gebruik het om naar een aangewezen plaats te verwijzen.
devolveré „devolveré” betekent hier ‘ik zal terugbrengen’ en is de vorm van devolver waarmee de spreker een belofte over later doet. Het staat vóór „todo” in „Yo devolveré todo”; gebruik dit patroon wanneer je zegt dat je iets later zult terugbrengen.
todo „todo” betekent hier ‘alles’ en verwijst gezamenlijk naar de geleende hulpmiddelen. Het is het voorwerp in „Yo devolveré todo”; gebruik „devolveré todo” om te beloven dat je alle geleende spullen terugbrengt.
cuando „cuando” betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ en leidt de tijdsbepaling „cuando termine” in. Gebruik „cuando + zin” om aan te geven op welk moment een andere handeling gebeurt.
termine „termine” betekent hier ‘klaar ben’ of ‘eindig’ en verwijst naar het moment waarop de spreker klaar is met de activiteit. In „cuando termine” bepaalt het wanneer „Yo devolveré todo” zal gebeuren; gebruik deze combinatie om een handeling aan een eindmoment te koppelen.
Deja „Deja” betekent hier ‘leg’ of ‘laat’ en geeft de instructie om de liniaal op een bepaalde plek achter te laten. Het staat in „Deja la regla encima”; gebruik deze vorm om iemand te zeggen waar die iets moet neerleggen of laten.
encima „encima” betekent hier ‘bovenop’ en beschrijft de gewenste positie van de liniaal. In „Deja la regla encima” staat het na het voorwerp; gebruik „dejar algo encima” om te zeggen dat je iets bovenop moet leggen.
para que „para que” betekent als geheel ‘zodat’ en verbindt de instructie „Deja la regla encima” met het doel „yo pueda encontrarla después”. „Para” geeft het doel aan en „que” leidt de daaropvolgende bijzin in; gebruik „para que + zin” om het doel van een handeling uit te leggen.
pueda „pueda” betekent hier ‘kan’ en is een vorm van poder in de doelzin „para que yo pueda encontrarla después”. Het drukt uit dat de spreker de liniaal later kan vinden; gebruik „para que yo pueda + infinitief” om een gewenst doel te formuleren.
encontrarla „encontrarla” betekent hier ‘haar vinden’ of ‘het vinden’, waarbij „la” naar „regla” verwijst. Het is de infinitief „encontrar” met het aangehechte voornaamwoord „la” in „para que yo pueda encontrarla después”; gebruik deze vorm wanneer je zegt dat je een bepaald voorwerp wilt of kunt vinden.
después „después” betekent hier ‘later’ of ‘daarna’ en geeft aan dat het vinden niet meteen gebeurt. In „encontrarla después” staat het bij de handeling; gebruik het om een later moment in de volgorde aan te geven.

Grammatica

poder + infinitivo

Puedo usar estas tijeras.

Pweedo oesár estas tie-géras.

Ik kan deze schaar gebruiken.

Na een vervoegde vorm van poder volgt een infinitief, zoals usar.

cuando + subjuntivo

Cuando termine, deja todo encima.

Kwándo termíne, déga tódo ensíma.

Als ik klaar ben, leg alles erbovenop.

Na cuando gebruik je bij een nog niet afgeronde toekomstige handeling de subjunctief: termine.

Spaans woordenschat

abajo bijwoord
abágo omlaag, beneden
cinta zelfstandig naamwoord
sínta plakband, tape
estas voornaamwoord
éstas deze
hacia voorzetsel
aas-ja naar
hoja zelfstandig naamwoord
óga blad hojas
mantener werkwoord
mantenér houden mantén
necesitar werkwoord
nesesitár nodig hebben necesito
poder werkwoord
podér kunnen, mogen puedo
también bijwoord
tambjéén ook
tijeras zelfstandig naamwoord
tie-géras schaar
tomar werkwoord
tomár nemen, pakken toma
usar werkwoord
oesár gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik de schaar gebruiken?

Antwoord tonen¿Puedo usar las tijeras?

Ik heb ook wat tape nodig.

Antwoord tonenYo también necesito cinta.

De tape ligt in de la.

Antwoord tonenLa cinta está en el cajón.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

blad

Antwoord tonenhojas

deze

Antwoord tonenestas

naar

Antwoord tonenhacia

gebruiken

Antwoord tonenusar