Een kleine vlek schoonmaken | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

Hay una mancha en la mesa.

Ai oena mantja en la mesa. Er zit een vlek op de tafel.
B

Yo la veo cerca de la taza.

Jo la beo serka de la tasa. Ik zie hem bij de kop.
A

¿Tenemos una esponja limpia?

Teememos oena esponha limpia? Hebben we een schone spons?
B

La esponja está junto al fregadero.

La esponha es-TÁ goento al fregadero. De spons ligt bij de gootsteen.
A

¿Debo usar un poco de jabón?

Debo oe-SAR oen poko de habon? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Pon un poco de jabón en la esponja.

Pon oen poko de habon en la esponha. Doe een beetje zeep op de spons.
A

La mancha casi ha desaparecido.

La mantja kasi a desapare-SIE-do. De vlek is bijna weg.
B

La mesa parece limpia.

La mesa pa-RE-se limpia. De tafel ziet er schoon uit.

Woord voor woord

Hay In «Hay una mancha en la mesa.» betekent «Hay» dat er iets aanwezig is: er is een vlek. Het wordt gebruikt in de vaste structuur «Hay» + zelfstandig naamwoord om het bestaan of de aanwezigheid van iets te melden. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld wanneer je een probleem of iets nieuws aanwijst.
una In «una mancha» betekent «una» een niet nader bepaalde vlek: een vlek. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het onbepaalde lidwoord en staat hier vóór «mancha». Gebruik «una» vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je naar één niet-specifiek ding verwijst.
mancha «mancha» betekent hier vlek, namelijk de vlek op de tafel. In «una mancha» staat het woord voor het schoon te maken voorwerp. Je gebruikt «mancha» wanneer je bijvoorbeeld een plek op een tafel of ander oppervlak wilt benoemen.
en In «en la mesa» geeft «en» de plaats aan: op de tafel. Het verbindt iets met de plaats waar het zich bevindt. Gebruik «en» vóór een plaats of oppervlak, zoals in «en la mesa».
la «la» heeft in deze dialoog twee functies. In «Yo la veo» is het een voornaamwoord voor de vrouwelijke «mancha», terwijl het in «La mancha» het bepaalde lidwoord vóór «mancha» is. Gebruik «la» dus vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord of vóór een werkwoord als verwijzing naar zo’n eerder genoemd vrouwelijk ding.
mesa «mesa» betekent tafel. In «en la mesa» is het de plaats waarop de vlek zit, en in «La mesa parece limpia» is het de tafel die schoon lijkt. Je gebruikt «mesa» voor het oppervlak waaraan of waarop je werkt.
Yo «Yo» betekent ik en maakt in «Yo la veo» duidelijk wie de vlek ziet. Het staat vóór de werkwoordsvorm «veo». Gebruik «Yo» wanneer je de handelende persoon wilt benadrukken of duidelijk wilt maken dat jij iets doet.
veo «veo» betekent hier ik zie en hoort bij «Yo» in «Yo la veo». De vorm komt van «ver» en staat vóór het voornaamwoord «la», dat aangeeft wat er gezien wordt. Je gebruikt «veo» om te zeggen dat je iets kunt waarnemen, zoals een vlek bij een kopje.
cerca «cerca» betekent dichtbij of in de buurt, in «cerca de la taza». Samen met «de» vormt het de uitdrukking «cerca de» voor de locatie van iets. Je gebruikt «cerca de» om te zeggen dat iets zich nabij een persoon, voorwerp of plaats bevindt.
de In «cerca de la taza» maakt «de» deel uit van de vaste uitdrukking «cerca de», die nabijheid aangeeft. Het verbindt «cerca» met de plaats of het voorwerp waar iets dichtbij is. Gebruik «cerca de» vóór het genoemde referentiepunt, hier «la taza».
taza «taza» betekent kopje of beker; hier is het het kopje waar de vlek dichtbij ligt. In «cerca de la taza» volgt het op de uitdrukking voor nabijheid. Je gebruikt «taza» voor een kopje waaruit iemand bijvoorbeeld drinkt.
Tenemos «Tenemos» betekent we hebben in de vraag «¿Tenemos una esponja limpia?». Het is de vorm van «tener» voor «we» en vraagt hier of een schoon sponsje beschikbaar is. Gebruik «tenemos» vóór het voorwerp waarvan je de aanwezigheid of beschikbaarheid wilt controleren.
esponja «esponja» betekent spons. In «una esponja limpia» gaat het om de schone spons die nodig is om de vlek schoon te maken. Je gebruikt «esponja» voor het hulpmiddel waarmee je met water of zeep een oppervlak schoonmaakt.
limpia «limpia» betekent schoon en beschrijft in «una esponja limpia» de spons. In «La mesa parece limpia» beschrijft dezelfde vorm de tafel; de vorm past hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord. Je gebruikt «limpia» om de schone toestand van een vrouwelijk voorwerp te beschrijven.
está «está» betekent hier is of bevindt zich, zoals in «La esponja está junto al fregadero». De vorm van «estar» geeft de locatie van de spons aan. Gebruik «está» met een plaatsbepaling om te zeggen waar één ding zich bevindt.
junto «junto» betekent naast of vlak bij in «junto al fregadero». De volledige plaatsaanduiding is «junto a» plus het voorwerp dat ernaast staat. Je gebruikt deze uitdrukking om de nabije positie van een voorwerp ten opzichte van iets anders aan te geven.
al «al» staat in «junto al fregadero» en is de samentrekking van «a» en «el». Hier hoort het bij de plaatsaanduiding «junto a» en leidt het «fregadero» in. Gebruik «al» vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer «a el» samenkomt.
fregadero «fregadero» betekent gootsteen of aanrechtspoelbak. In «junto al fregadero» is het de plaats waar de spons ligt. Je gebruikt «fregadero» om de bak te benoemen waarin je bijvoorbeeld afwast of schoonmaakt.
Debo «Debo» betekent hier moet ik of zou ik moeten in de vraag «¿Debo usar un poco de jabón?». Het komt van «deber» en wordt gevolgd door de infinitief «usar». Je gebruikt «debo» om naar een plicht, noodzaak of passende handeling te vragen of die aan te geven.
usar «usar» betekent gebruiken en staat in «Debo usar un poco de jabón» na «Debo». Als infinitief benoemt het de handeling die iemand zou moeten uitvoeren. Gebruik het patroon «debo» + infinitief wanneer je zegt wat je moet of zou moeten gebruiken of doen.
un In «un poco de jabón» betekent «un» een kleine hoeveelheid binnen de uitdrukking «un poco de». Het staat vóór «poco», dat hier de hoeveelheid bepaalt. Gebruik «un poco de» vóór een stof of hoeveelheid die je niet als afzonderlijke stuks telt.
poco «poco» betekent weinig of een kleine hoeveelheid in «un poco de jabón». Samen met «un» en «de» vormt het de hoeveelheidsaanduiding «un poco de». Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je slechts een kleine hoeveelheid van iets nodig hebt.
jabón «jabón» betekent zeep. In «un poco de jabón» is het de kleine hoeveelheid zeep die op de spons moet komen. Je gebruikt «jabón» voor het schoonmaakmiddel dat je bijvoorbeeld op een spons doet.
Pon «Pon» betekent zet of doe en is in «Pon un poco de jabón en la esponja» een directe instructie. Het hoort bij «poner» en krijgt hier een voorwerp en een bestemming: wat je doet en waar je het doet. Je gebruikt «Pon» wanneer je iemand vraagt iets op een bepaalde plaats te leggen of te doen.
casi «casi» betekent bijna en staat in «La mancha casi ha desaparecido». Het verzacht de uitspraak: de vlek is nog niet helemaal verdwenen. Je gebruikt «casi» vóór een werkwoord of andere uitdrukking om aan te geven dat iets net niet volledig het geval is.
ha «ha» is hier het hulpwerkwoord in «ha desaparecido» en helpt uitdrukken dat de vlek verdwenen is met een resultaat dat nu relevant is. Het staat vóór «desaparecido». Gebruik «ha» in deze constructie samen met een voltooid deelwoord om een voltooide handeling of verandering bij één onderwerp uit te drukken.
desaparecido «desaparecido» betekent verdwenen of weg en staat in «La mancha casi ha desaparecido». Samen met «ha» beschrijft het dat de vlek vrijwel weg is. De vorm komt van «desaparecer» en wordt gebruikt na «ha» om een voltooide verandering aan te geven.
parece «parece» betekent lijkt of ziet eruit als in «La mesa parece limpia». Het drukt een indruk uit, niet noodzakelijk een vaststaand feit, en wordt hier gevolgd door «limpia». Je gebruikt «parece» + een beschrijving wanneer je op basis van wat je waarneemt zegt hoe iets lijkt.

Grammatica

estar + bijvoeglijk naamwoord

La mesa está limpia.

La mesa es-TÁ LIM-pja.

De tafel is schoon.

Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan het vrouwelijke zelfstandig naamwoord mesa aan: limpia.

junto al + zelfstandig naamwoord

La mesa está junto al fregadero.

La mesa es-TÁ GOEN-to al fre-ga-DE-ro.

De tafel staat naast de gootsteen.

junto al is de samentrekking van junto a + el en betekent ‘naast de’.

Spaans woordenschat

desaparecer werkwoord
de-sa-pa-re-SER verdwijnen ha desaparecido
esponja zelfstandig naamwoord
es-PON-ja spons
fregadero zelfstandig naamwoord
fre-ga-DE-ro gootsteen
jabón zelfstandig naamwoord
ha-BON zeep
mancha zelfstandig naamwoord
MANT-ja vlek
mesa zelfstandig naamwoord
ME-sa tafel
parecer werkwoord
pa-re-SER lijken parece
poner werkwoord
po-NER leggen pon
taza zelfstandig naamwoord
TA-sa kopje
tener werkwoord
te-NER hebben tenemos
usar werkwoord
oe-SAR gebruiken
ver werkwoord
ber zien veo

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zit een vlek op de tafel.

Antwoord tonenHay una mancha en la mesa.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonen¿Tenemos una esponja limpia?

De spons ligt bij de gootsteen.

Antwoord tonenLa esponja está junto al fregadero.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vlek

Antwoord tonenmancha

tafel

Antwoord tonenmesa

gootsteen

Antwoord tonenfregadero

kopje

Antwoord tonentaza