Caminar
Caminar betekent hier ‘wandelen’ en benoemt de activiteit in de vraag. Het staat als infinitief aan het begin van Caminar es tu pasatiempo. Je gebruikt deze vorm wanneer je een activiteit als onderwerp of als doel na een ander werkwoord noemt.
es
Es betekent hier ‘is’ en verbindt Caminar met tu pasatiempo. Het is de vorm van ser die in deze zin nodig is. Je gebruikt es ook om iets te identificeren of te beschrijven, bijvoorbeeld in een zin als Es una ruta corta.
tu
Tu betekent hier ‘jouw’ en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In tu pasatiempo staat het direct voor het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt tu om bezit of verbondenheid met één aangesproken persoon aan te geven.
pasatiempo
Pasatiempo betekent hier ‘tijdverdrijf’ of ‘hobby’. In tu pasatiempo gaat het om de activiteit die iemand in zijn vrije tijd doet. Je kunt pasatiempo gebruiken wanneer je naar een hobby of vrijetijdsactiviteit vraagt of verwijst.
Me
Me verwijst hier naar de spreker als degene die iets leuk vindt in Me gusta salir a caminar. Samen met gusta vormt het de constructie ‘ik vind het leuk’, waarbij me aangeeft voor wie iets aangenaam is. Je gebruikt Me gusta vóór een zelfstandig naamwoord of vóór een infinitief.
gusta
Gusta drukt hier uit dat iets de spreker bevalt in Me gusta salir a caminar. De hele constructie Me gusta betekent ‘ik vind het leuk’; gusta staat bij de activiteit die bevalt. Je kunt Me gusta gebruiken vóór een activiteit, zoals salir a caminar.
salir
Salir betekent hier ‘naar buiten gaan’ in de activiteit salir a caminar. Na Me gusta staat het als infinitief en benoemt het wat de spreker graag doet. Je gebruikt salir vaak met een bestemming of met een activiteit na a.
a
A maakt hier deel uit van salir a caminar en verbindt ‘naar buiten gaan’ met de activiteit ‘wandelen’. De combinatie salir a + infinitief geeft aan dat je naar buiten gaat om iets te doen. Je kunt dezelfde woordvolgorde gebruiken met een andere activiteit als nieuw voorbeeld.
en
En betekent hier ‘in’ en geeft in en mi tiempo libre aan wanneer iets gebeurt. Samen met mi tiempo libre betekent het ‘in mijn vrije tijd’. Je gebruikt en om een tijdsperiode of plaats in te leiden.
mi
Mi betekent hier ‘mijn’ en verwijst naar de vrije tijd van de spreker in mi tiempo libre. Het staat direct vóór tiempo. Je gebruikt mi om bezit of verbondenheid met de spreker aan te geven.
tiempo
Tiempo betekent hier ‘tijd’ in mi tiempo libre. In deze uitdrukking verwijst het naar de periode waarin iemand niet werkt of andere verplichtingen heeft. Je kunt tiempo gebruiken in combinaties die een tijdsperiode benoemen.
libre
Libre betekent hier ‘vrij’ en beschrijft tiempo in mi tiempo libre. Samen betekent mi tiempo libre ‘mijn vrije tijd’. Je gebruikt libre hier om aan te geven dat de tijd beschikbaar is voor eigen activiteiten.
Adónde
Adónde betekent hier ‘waarheen’ en vraagt naar de bestemming in ¿Adónde vas normalmente? Het vraagt dus naar de plaats waar iemand naartoe gaat, niet alleen naar een locatie. Je gebruikt ¿Adónde ...? wanneer je naar een bestemming vraagt.
vas
Vas betekent hier ‘ga je’ in ¿Adónde vas normalmente? Het is de vorm van ir die bij de aangesproken persoon hoort. Je gebruikt vas met een bestemming, zoals in de vraag ¿Adónde vas?
normalmente
Normalmente betekent hier ‘normaal gesproken’ of ‘meestal’ en vraagt naar een gewoonte. In ¿Adónde vas normalmente? staat het bij de vraag over waar iemand gewoonlijk naartoe gaat. Je kunt normalmente gebruiken om aan te geven dat iets regelmatig gebeurt.
Camino
Camino betekent hier ‘ik wandel’ in Camino en el parque. In deze context is het de werkwoordsvorm van caminar voor de spreker. Je gebruikt camino om te zeggen dat je zelf ergens wandelt, bijvoorbeeld met en el parque.
el
El betekent hier ‘het’ en hoort bij parque in el parque. Samen geeft el parque de plaats aan waar de spreker wandelt. Je gebruikt el vóór een zelfstandig naamwoord wanneer deze bepaalde vorm in de zin nodig is.
parque
Parque betekent hier ‘park’ en is de plaats in Camino en el parque. Het woord staat na el in de vaste plaatsaanduiding el parque. Je kunt parque gebruiken wanneer je over wandelen, afspreken of activiteiten in een park praat.
larga
Larga betekent hier ‘lang’ en beschrijft ruta in ¿Es larga la ruta? De vorm larga sluit aan bij het zelfstandig naamwoord ruta. Je gebruikt larga om de lengte van een route of vergelijkbaar vrouwelijk woord te beschrijven.
la
La betekent hier ‘de’ en hoort bij ruta in la ruta. In ¿Es larga la ruta? verwijst la ruta naar de specifieke route waarover men spreekt. Je gebruikt la vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaalde vrouwelijke zaak verwijst.
ruta
Ruta betekent hier ‘route’ en verwijst naar het traject van de wandeling. In la ruta is het de route waarvan de lengte wordt besproken. Je kunt ruta gebruiken om een wandeltraject of andere afgelegde weg aan te duiden.
un
Un betekent hier ‘een’ en leidt paseo in un paseo corto y fácil in. Het maakt van paseo een niet nader bepaalde wandeling. Je gebruikt un vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud wanneer je één exemplaar bedoelt zonder het als specifiek aan te wijzen.
paseo
Paseo betekent hier ‘wandeling’ of ‘wandelingetje’ in un paseo corto y fácil. Het verwijst naar de concrete wandelactiviteit die kort en gemakkelijk is. Je kunt paseo gebruiken om een wandeling als activiteit of uitstapje te benoemen.
corto
Corto betekent hier ‘kort’ en beschrijft paseo in un paseo corto y fácil. Het geeft aan dat de wandeling weinig tijd of afstand vraagt. Je gebruikt corto vóór of naast een zelfstandig naamwoord om een beperkte lengte of duur aan te geven.
y
Y betekent hier ‘en’ en verbindt corto y fácil als twee beschrijvingen van dezelfde wandeling. Het voegt de tweede eigenschap toe zonder een nieuw onderwerp te introduceren. Je gebruikt y om woorden of zinsdelen met een vergelijkbare functie te verbinden.
fácil
Fácil betekent hier ‘gemakkelijk’ en beschrijft paseo in un paseo corto y fácil. Het geeft aan dat de wandeling weinig inspanning of moeilijkheid vraagt. Je kunt fácil gebruiken om een activiteit, taak of route als niet moeilijk te beschrijven.
Eso
Eso betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist beschreven wandeling. In Eso suena relajante is het hele voorafgaande idee het onderwerp van de reactie. Je gebruikt eso om naar iets eerder genoemde of aangewezen te verwijzen.
suena
Suena betekent hier ‘klinkt’ in Eso suena relajante. Samen met relajante geeft de uitdrukking de indruk weer die de beschreven wandeling bij de spreker oproept. Je gebruikt suena met een beschrijving wanneer iets een bepaalde indruk of klank geeft.
relajante
Relajante betekent hier ‘ontspannend’ en beschrijft hoe de wandeling klinkt voor de spreker. In Eso suena relajante gaat het om een positieve indruk van de activiteit. Je kunt relajante gebruiken voor activiteiten, plaatsen of momenten die rust geven.
Podemos
Podemos betekent hier ‘we kunnen’ en drukt in Podemos ir allí juntos een mogelijkheid of voorstel uit. Het is de vorm van poder die bij we hoort. Je gebruikt podemos vóór een infinitief om te zeggen wat jullie samen kunnen doen.
ir
Ir betekent hier ‘gaan’ in Podemos ir allí juntos. Na podemos staat het als infinitief en benoemt het de voorgestelde handeling. Je gebruikt podemos + ir om een mogelijkheid of voorstel om ergens heen te gaan uit te drukken.
allí
Allí betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plaats waarover in het gesprek wordt gesproken. In Podemos ir allí juntos geeft het de bestemming van ir aan. Je gebruikt allí om naar een plaats op enige afstand of een eerder genoemde plaats te verwijzen.
juntos
Juntos betekent hier ‘samen’ en geeft aan dat de sprekers gezamenlijk gaan. In Podemos ir allí juntos staat het bij de handeling ir. Je gebruikt juntos wanneer meerdere personen iets gezamenlijk doen.