Wachten op je beurt | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: At a counter line, two adults check where the line starts, take a ticket, and wait for the next turn..

NL → ES / Niveau: A1

Over deze les

Met Wachten op je beurt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Esta fila es para el mostrador?

esta fíela es pára el mostradór Is deze rij voor de balie?
B

Aquí empieza la fila.

akí empiésa la fíela Hier begint de rij.
A

¿Necesito un ticket?

nesesíto un tíket Heb ik een kaartje nodig?
B

Toma uno de esta caja.

tóma óeno de ésta kága Neem er een uit deze doos.
A

¿Cuándo es mi turno?

kwándo es mi túrno Wanneer ben ik aan de beurt?
B

Vas después de esa persona.

bas deswés de ésa persóna Je bent na die persoon aan de beurt.
A

Yo voy a esperar aquí.

jo boj a esperár akí Ik wacht hier.
B

La persona de delante casi ha terminado.

la persóna de delánte kási a terminádo De persoon vooraan is bijna klaar.

Woord voor woord

Esta “Esta” betekent hier “deze” in “Esta fila” en verwijst naar de rij die de spreker aanwijst. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “esta caja” (“deze doos”).
fila “Fila” betekent hier “rij”, de rij mensen bij de balie. Je gebruikt het bijvoorbeeld in “esta fila” (“deze rij”) of “la fila” (“de rij”).
es “Es” betekent hier “is” en koppelt de rij aan de balie in “Esta fila es para el mostrador”. Je kunt dezelfde structuur gebruiken in een nieuw voorbeeld als “La fila es para la entrada” (“De rij is voor de ingang”).
para “Para” geeft hier aan waarvoor iets bedoeld is: “para el mostrador” betekent “voor de balie”. Een veelgebruikt patroon is para + zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “para la entrada” (“voor de ingang”).
el “El” is hier het bepaalde lidwoord vóór “mostrador” in “el mostrador”, dus “de balie”. Je gebruikt het vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “el banco” (“de bank”).
mostrador “Mostrador” betekent hier “balie”, de plek waar je wordt geholpen. Je kunt het gebruiken met “el”, zoals in “el mostrador” of in het nieuwe voorbeeld “Estoy en el mostrador” (“Ik ben bij de balie”).
Aquí “Aquí” betekent hier “hier” en wijst de plaats aan waar de rij begint in “Aquí empieza la fila”. Je gebruikt het om een nabije plaats aan te wijzen, zoals in het nieuwe voorbeeld “Aquí está la caja” (“Hier is de doos”).
empieza “Empieza” betekent hier “begint”: “Aquí empieza la fila” betekent “Hier begint de rij”. Het is de vorm die je gebruikt wanneer iets begint, zoals in het nieuwe voorbeeld “La película empieza aquí” (“De film begint hier”).
la “La” is hier het bepaalde lidwoord vóór “fila” in “la fila”, dus “de rij”. Je gebruikt het vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “la caja” (“de doos”).
Necesito “Necesito” betekent hier “ik heb nodig” in “Necesito un ticket”. Je gebruikt het vóór datgene wat je nodig hebt, zoals in het nieuwe voorbeeld “Necesito agua” (“Ik heb water nodig”).
un “Un” betekent hier “een” vóór “ticket” in “un ticket”. Het introduceert één niet nader bepaald mannelijk zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “un número” (“een nummer”).
ticket “Ticket” betekent hier “kaartje” of “ticket”, het kaartje dat je uit de doos neemt. Je kunt het gebruiken in “Necesito un ticket” of “Toma un ticket” in een nieuw voorbeeld (“Neem een kaartje”).
Toma “Toma” is hier een directe instructie met de betekenis “neem” in “Toma uno”. Je gebruikt het vóór wat iemand moet nemen, zoals in het nieuwe voorbeeld “Toma el ticket” (“Neem het kaartje”).
uno “Uno” betekent hier “één” en staat zelfstandig voor één ticket in “Toma uno”. Je kunt het gebruiken wanneer het bedoelde voorwerp al duidelijk is, zoals in het nieuwe voorbeeld “Quiero uno” (“Ik wil er één”).
de “De” geeft hier de herkomst aan in “de esta caja”: neem er één uit deze doos. Een veelgebruikt patroon is de + plaats of voorwerp, zoals in het nieuwe voorbeeld “de la mesa” (“van de tafel” of “uit de tafelomgeving”, afhankelijk van de context).
Cuándo “Cuándo” betekent “wanneer” en vraagt in “¿Cuándo es mi turno?” naar het moment van de beurt. Je gebruikt het aan het begin van een vraag naar tijd, zoals in het nieuwe voorbeeld “¿Cuándo empieza?” (“Wanneer begint het?”).
mi “Mi” betekent hier “mijn” in “mi turno” en geeft aan van wie de beurt is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “mi ticket” (“mijn kaartje”).
turno “Turno” betekent hier “beurt”, dus het moment waarop de spreker aan de beurt is in “mi turno”. Je gebruikt het vaak met een bezittelijk woord, zoals in “tu turno” (“jouw beurt”) in een nieuw voorbeeld.
Vas “Vas” betekent letterlijk “je gaat”, maar in “Vas después de esa persona” plaatst het iemand na die persoon in de volgorde. Het is de vorm die je met “tú” gebruikt bij ir, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld “Vas primero” (“Je gaat eerst”).
después “Después” betekent hier “na” in de constructie “después de esa persona”. Het geeft een volgorde aan en staat in dit patroon vóór de persoon of gebeurtenis die volgt, zoals in het nieuwe voorbeeld “después de la comida” (“na het eten”).
esa “Esa” betekent hier “die” in “esa persona” en verwijst naar een vrouwelijke persoon die al in de situatie zichtbaar of bekend is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in het nieuwe voorbeeld “esa caja” (“die doos”).
persona “Persona” betekent hier “persoon” in “esa persona”. Je kunt het combineren met een aanwijzend woord, zoals “esa persona”, of in het nieuwe voorbeeld “la persona de delante” (“de persoon vooraan”).
Yo “Yo” betekent “ik” en wordt hier expliciet genoemd in “Yo voy a esperar aquí”. Het maakt duidelijk wie gaat wachten; in het Spaans kan zo’n persoonlijk voornaamwoord worden toegevoegd voor nadruk of duidelijkheid.
voy “Voy” betekent hier “ik ga” in “Yo voy a esperar aquí”. Samen met a en een infinitief vormt het “voy a esperar”, waarmee de spreker zegt wat hij of zij gaat doen; een nieuw voorbeeld is “Voy a tomar uno” (“Ik ga er één nemen”).
a “A” is hier onderdeel van de constructie “voy a esperar”: het verbindt “voy” met de handeling die gaat gebeuren. Het patroon is voy a + infinitief, zoals in het nieuwe voorbeeld “Voy a esperar” (“Ik ga wachten”).
esperar “Esperar” betekent hier “wachten” in “voy a esperar aquí”. Het blijft na “voy a” in deze onbepaalde vorm staan; een nieuw voorbeeld is “Voy a esperar mi turno” (“Ik ga op mijn beurt wachten”).
delante “Delante” betekent hier “vooraan” of “ervoor” in de uitdrukking “la persona de delante”, de persoon die vóór je staat. De volledige uitdrukking “de delante” geeft aan welke persoon vooraan staat; een nieuw voorbeeld is “Está delante” (“Hij of zij staat ervoor”).
casi “Casi” betekent “bijna” en geeft in “casi ha terminado” aan dat iets nog net niet helemaal klaar is. Het staat vóór de werkwoordelijke uitdrukking, zoals in het nieuwe voorbeeld “casi listo” (“bijna klaar”).
ha “Ha” is hier het hulpwerkwoord in “ha terminado” en draagt samen met “terminado” de betekenis “is klaar met” of “heeft beëindigd”. Deze vorm hoort bij één persoon; een nieuw voorbeeld met dezelfde constructie is “Ha llegado” (“Hij of zij is aangekomen”).
terminado “Terminado” betekent hier “klaar” of “afgemaakt” in “ha terminado”. Samen met “ha” beschrijft het dat de persoon de handeling heeft voltooid; een nieuw voorbeeld is “He terminado” (“Ik ben klaar”).

Grammatica

después de + infinitivo

Después de esperar.

deswés de esperár

Na het wachten.

Na después de volgt een werkwoord in de infinitief, zoals esperar.

casi + werkwoord

La fila casi ha terminado.

la fíela kási a terminádo

De rij is bijna klaar.

casi staat vóór de werkwoordsvorm en betekent ‘bijna’.

Spaans woordenschat

aquí bijwoord
akí hier

Aquí empieza la fila.

caja zelfstandig naamwoord
kága doos

Toma uno de esta caja.

cuándo bijwoord
kwándo wanneer

¿Cuándo es mi turno?

empieza werkwoord
empiésa begint

Aquí empieza la fila.

fila zelfstandig naamwoord
fíela rij

¿Esta fila es para el mostrador?

mostrador zelfstandig naamwoord
mostradór balie

¿Esta fila es para el mostrador?

necesito werkwoord
nesesíto heb nodig

¿Necesito un ticket?

ticket zelfstandig naamwoord
tíket kaartje

¿Necesito un ticket?

toma werkwoord
tóma neem

Toma uno de esta caja.

turno zelfstandig naamwoord
túrno beurt

¿Cuándo es mi turno?

uno voornaamwoord
óeno één

Toma uno de esta caja.

vas werkwoord
bas je gaat

Vas después de esa persona.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is deze rij voor de balie?

Antwoord tonen¿Esta fila es para el mostrador?

Hier begint de rij.

Antwoord tonenAquí empieza la fila.

Heb ik een kaartje nodig?

Antwoord tonen¿Necesito un ticket?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

begint

Antwoord tonenempieza

doos

Antwoord tonencaja

balie

Antwoord tonenmostrador

kaartje

Antwoord tonenticket