Samen een tas controleren | Leer spaans in het Nederlands

Spanish lesson set in a contemporary Madrid everyday setting: In a daily life setting, two adults check a bag together and find a small notebook under a jacket..

NL → ES / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen een tas controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het spaans.

Dialoog

A

¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

Pwee-des ajoe-DAR-me a ree-bie-SAR mie BOL-so? Kun je me helpen mijn tas te controleren?
B

Puedo revisarlo contigo.

PWE-do ree-bie-SAR-lo kon-TIE-go. Ik kan er samen met jou in kijken.
A

¿Ves si falta algo?

Bees sie FAL-ta AL-go? Zie je of er iets ontbreekt?
B

Tu cartera y tu teléfono están los dos aquí.

Toe kar-TE-ra ie toe te-LE-fo-no es-TAN los dos a-KIE. Je portemonnee en je telefoon zijn allebei hier.
A

¿Dónde está mi cuaderno pequeño?

DON-de es-TA mie kwa-DER-no pe-KÉ-njo? Waar is mijn kleine notitieboekje?
B

Está debajo de tu chaqueta.

Es-TA de-BA-go de toe tsja-KÉ-ta. Het ligt onder je jas.
A

Entonces lo tengo todo.

En-TON-ses lo TEN-go TO-do. Dan heb ik alles.
B

Puedes cerrar el bolso ahora.

PWE-des se-RAR el BOL-so a-O-ra. Je kunt de tas nu sluiten.

Uitleg van de zinnen

  1. ¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

    Kun je me helpen mijn tas te controleren?

    ¿Puedes
    Kun je …?
    ayudarme
    me helpen
    revisar
    controleren
    mi
    mijn
    bolso
    tas
    Uitgebreide uitleg

    ¿Puedes komt van poder («kunnen») en is de tegenwoordige tijd voor tú, dus voor één aangesproken persoon. De vorm betekent hier «kun je …?». Het onderwerp tú hoeft in het Spaans niet apart te staan. Voorbeeld: ¿Puedes venir? — «Kun je komen?» ayudarme bestaat uit het infinitief ayudar («helpen») en de aangehechte persoonlijke vorm me («mij»). Na poder staat het volgende werkwoord in het infinitief: puedes ayudar — «je kunt helpen». Met me wordt dat puedes ayudarme — «je kunt me helpen». me verwijst hier naar de spreker; voor de aangesproken persoon staat bijvoorbeeld te: puedes ayudarte — «je kunt jezelf helpen» of, afhankelijk van de context, «je kunt jou helpen». revisar is een infinitief: «controleren» of, bij een tas, «erin kijken». De constructie ayudar a + infinitief geeft aan waarbij iemand helpt: ayudarme a revisar betekent «me helpen controleren». Voorbeeld: ¿Me ayudas a buscar las llaves? — «Help je me de sleutels zoeken?» mi is het bezittelijk woord voor een bezitter in de eerste persoon enkelvoud en een enkelvoudig bezeten zelfstandig naamwoord: «mijn». Het verandert niet met het grammaticale geslacht van dat zelfstandig naamwoord. Bij een meervoudig bezeten zelfstandig naamwoord wordt het mis: mi llave — «mijn sleutel», maar mis llaves — «mijn sleutels». bolso is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor een tas, vaak een handtas of draagtas. Het meervoud is bolsos. Het grammaticale geslacht zie je bijvoorbeeld in un bolso negro — «een zwarte tas», waar un en negro bij bolso aansluiten. Samen vormt ¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso? een beleefd geformuleerde vraag aan één persoon: «Kun je me helpen mijn tas te controleren?» puedes drukt de mogelijkheid of bereidheid van de aangesprokene uit, ayudarme a revisar benoemt de hulp bij het controleren, en mi bolso is de tas die de spreker als de eigen tas aanduidt.

  2. Puedo revisarlo contigo.

    Ik kan er samen met jou in kijken.

    Puedo
    ik kan
    revisarlo
    het controleren
    contigo
    met jou
    Uitgebreide uitleg

    Puedo komt van poder en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: “ik kan”. Het is de vorm die je gebruikt met yo; bijvoorbeeld: Puedo ayudarte. — “Ik kan je helpen.” Na poder volgt doorgaans een infinitief. revisarlo bestaat uit revisar (“controleren, nakijken”) en het aangehechte voornaamwoord lo. Revisar is hier een infinitief, omdat het volgt op puedo. Lo is een mannelijk enkelvoudig lijdend-voorwerpsvoornaamwoord. In de gegeven context verwijst het naar het eerder genoemde voorwerp, de tas: “die/het nakijken”. Bij een vrouwelijk enkelvoudig voorwerp zou je bijvoorbeeld revisarla gebruiken: Puedo revisarla. — “Ik kan haar/het nakijken.” Het voornaamwoord staat hier achter de infinitief en wordt eraan vast geschreven. contigo betekent “met jou”. Het is de samengevoegde vorm van con (“met”) en ti (“jou” na een voorzetsel). Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld conmigo — “met mij”. Voorbeeld: Voy contigo. — “Ik ga met je mee.” Samen vormt puedo + infinitief de betekenis “ik kan [iets doen]”. Revisarlo benoemt wat er gecontroleerd kan worden, en contigo wie daarbij samen is. De hele zin betekent daarom: “Ik kan het samen met jou nakijken.”

  3. ¿Ves si falta algo?

    Zie je of er iets ontbreekt?

    Ves
    zie je
    si
    of
    falta
    ontbreekt
    algo
    iets
    Uitgebreide uitleg

    Ves is hier de tegenwoordige tijd van ver voor tú: “je ziet”. In een vraag kan ¿Ves ...? letterlijk “zie je ...?” betekenen. Vergelijk: veo = ik zie, ves = je ziet, ve = hij/zij ziet of “zie!” als bevel voor tú; die laatste functie is hier niet aan de orde. si leidt hier een indirecte ja/nee-vraag in en betekent “of”: ver si ... = “kijken of ...”. Het betekent in deze zin niet “als”. Voorbeeld: Voy a mirar si está aquí. — “Ik ga kijken of het hier is.” Falta is de derde persoon enkelvoud van faltar, hier met de betekenis “ontbreekt”. Het ontbrekende ding is in deze zin algo (“iets”), zodat falta algo betekent: “er ontbreekt iets”. De vorm falta past bij het enkelvoudige algo; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld faltan dos documentos — “er ontbreken twee documenten”. Algo is een onbepaald voornaamwoord en betekent “iets”. Het verwijst hier naar een niet nader genoemd ding, niet naar een specifiek benoemd voorwerp. Het staat als onderwerp bij falta in falta algo. Samen vormt ¿Ves si falta algo? de herbruikbare structuur ¿Ves si + zin?: “Zie je of ...?” De ingebedde zin falta algo betekent “er ontbreekt iets”, waardoor de volledige vraag “Zie je of er iets ontbreekt?” betekent.

  4. Tu cartera y tu teléfono están los dos aquí.

    Je portemonnee en je telefoon zijn allebei hier.

    cartera
    portemonnee
    teléfono
    telefoon
    están
    zijn; zich bevinden
    los dos
    allebei
    aquí
    hier
    Uitgebreide uitleg

    cartera betekent hier “portemonnee”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is carteras. In deze zin staat het bezittelijk woord tu ervoor: “je portemonnee”. teléfono betekent “telefoon”. Het meervoud is teléfonos; het accent blijft behouden. Samen met cartera vormt het met y een meervoudig onderwerp: “je portemonnee en je telefoon”. tu betekent hier “je” en verandert niet omdat het onderwerp uit twee zaken bestaat. están is de vorm van estar voor de derde persoon meervoud in de tegenwoordige tijd. De combinatie cartera y teléfono is meervoud, daarom staat hier están, niet het enkelvoud está. Estar wordt gebruikt om een plaats of toestand aan te geven. Voorbeeld: Los libros están aquí. — “De boeken zijn hier.” los dos betekent hier “allebei” of letterlijk “de twee”. Het verwijst naar de twee genoemde zaken samen. Los en dos staan in het meervoud; bij een gemengde groep kan het Spaanse mannelijke meervoud als groepsvorm worden gebruikt. Dit is geen extra zelfstandig naamwoord, maar een benadrukking dat beide genoemde dingen erbij zijn. Voorbeeld: Los dos están listos. — “Ze zijn allebei klaar.” aquí betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet voor enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Mi cuaderno está aquí. — “Mijn notitieboekje is hier.” Gecombineerd betekent Tu cartera y tu teléfono “je portemonnee en je telefoon”. Omdat dit onderwerp uit twee zaken bestaat, gebruikt de zin están; los dos benadrukt dat beide aanwezig zijn, en aquí geeft de plaats aan. De volledige betekenis is: “Je portemonnee en je telefoon zijn allebei hier.”

  5. ¿Dónde está mi cuaderno pequeño?

    Waar is mijn kleine notitieboekje?

    Dónde
    waar
    está
    is; bevindt zich
    mi
    mijn
    cuaderno
    notitieboekje
    pequeño
    klein
    Uitgebreide uitleg

    Dónde betekent hier “waar” en heeft in een directe vraag een accent. Het vraagt naar een plaats of locatie. Vergelijk in een korte voorbeeldvraag: ¿Dónde está la llave? — “Waar is de sleutel?” está is de vorm van estar voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin beschrijft estar de locatie van het notitieboekje: “zich bevinden” of “zijn”. Voor een blijvende eigenschap gebruikt Spaans vaak ser, maar voor een plaats gebruikt het hier estar. mi betekent “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Deze vorm verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk: mi cuaderno en bijvoorbeeld mi llave. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt het mis, zoals in mis cuadernos. Het accentloze mi is het bezittelijke woord; mí met accent is een andere vorm, namelijk “mij” na bepaalde voorzetsels. cuaderno betekent “notitieboekje” of “schrift”. Het is hier enkelvoud; het meervoud is cuadernos. Het woord is mannelijk, wat zichtbaar wordt in de vorm van het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt. pequeño betekent hier “klein”. Deze vorm is mannelijk enkelvoud en stemt af op cuaderno: cuaderno pequeño. De basisvorm is pequeño; bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de overeenkomstige vorm pequeña, bijvoorbeeld in una mochila pequeña — “een kleine rugzak”. Samen vormt ¿Dónde está mi cuaderno pequeño? de vraag “Waar is mijn kleine notitieboekje?” De vraagwoordgroep dónde vraagt naar de locatie, está geeft de locatieconstructie met estar, en mi cuaderno pequeño benoemt het bezit en het notitieboekje met de bijbehorende beschrijving.

  6. Está debajo de tu chaqueta.

    Het ligt onder je jas.

    Está
    ligt; bevindt zich
    debajo de
    onder
    tu
    je; jouw
    chaqueta
    jas
    Uitgebreide uitleg

    Está is de derde persoon enkelvoud van estar in de tegenwoordige tijd. Hier beschrijft het de plaats van het bedoelde voorwerp: “ligt/is”. Estar gebruik je onder andere voor tijdelijke toestanden en locaties; ser gebruik je niet voor deze plaatsbepaling. Voorbeeld: El libro está aquí. — “Het boek ligt hier.” debajo de is een vaste plaatsconstructie met de betekenis “onder”. Het zelfstandig naamwoord na de geeft aan waar iets zich onder bevindt. Voorbeeld: Las llaves están debajo de la mesa. — “De sleutels liggen onder de tafel.” tu is een bezittelijk woord bij een enkelvoudige bezitter: “je/jouw”. Het krijgt hier geen accent. Vergelijk tu chaqueta — “je jas” met tú — “jij”; tú is een persoonlijk voornaamwoord en tu drukt bezit uit. chaqueta is een zelfstandig naamwoord voor “jas” en is vrouwelijk: la chaqueta. Het meervoud is chaquetas. In tu chaqueta staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, omdat naar één jas wordt verwezen. Voorbeeld: Mi chaqueta está debajo de la cama. — “Mijn jas ligt onder het bed.” Samen betekent Está debajo de tu chaqueta: “Het ligt onder je jas.” In de gegeven context verwijst “het” naar het kleine notitieboekje waarnaar in de vorige vraag wordt gevraagd. De zinsbouw is: estar voor de locatie + debajo de voor “onder” + tu chaqueta voor “je jas”.

  7. Entonces lo tengo todo.

    Dan heb ik alles.

    Entonces
    dan
    lo
    het
    tengo
    ik heb
    todo
    alles
    Uitgebreide uitleg

    Entonces betekent hier “dan” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. Het kan ook “toen” betekenen, maar die tijdsbetekenis past hier niet bij de vaste vertaling. lo is een onbeklemtoond Spaans lijdendvoorwerpspronomen. Het staat vóór de vervoegde vorm tengo. In deze zin draagt het samen met todo de betekenis van “alles”; het verwijst hier niet naar één specifiek genoemd zelfstandig naamwoord. In andere contexten kan lo wel naar een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp verwijzen, bijvoorbeeld lo veo = “ik zie hem/het”. tengo is de tegenwoordige tijd van tener (“hebben”) in de eerste persoon enkelvoud: yo tengo = “ik heb”. Andere nuttige vormen zijn tienes = “jij hebt” en tiene = “hij/zij/u heeft”. De vorm tengo maakt dus duidelijk dat de spreker degene is die iets heeft. todo betekent hier “alles” en geeft de volledige omvang aan van wat de spreker heeft. Als bijvoeglijk woord stemt todo wel af met een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld todo el libro = “het hele boek” en todas las cosas = “alle dingen”. In de vaste zin staat het zelfstandig gebruikt in de constructie lo tengo todo. Samen vormen lo + tengo + todo de herbruikbare Spaanse volgorde lo tengo todo: letterlijk ongeveer “ik heb het allemaal”, met de natuurlijke betekenis “ik heb alles”. Met entonces ervoor wordt de volledige zin Entonces lo tengo todo. = “Dan heb ik alles.”

  8. Puedes cerrar el bolso ahora.

    Je kunt de tas nu sluiten.

    Puedes
    je kunt
    cerrar
    sluiten
    bolso
    tas
    ahora
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Puedes komt van poder en is hier de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud: “je kunt”. Na poder volgt een infinitief: puedes cerrar = “je kunt sluiten”. Het onderwerp tú staat niet apart in de zin; de persoonsvorm maakt duidelijk dat de aangesprokene bedoeld is. Vergelijk: Puedo cerrar = “ik kan sluiten” en Puedes cerrar = “je kunt sluiten”. cerrar is het infinitief “sluiten”. Na werkwoorden zoals poder blijft het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Puedes abrir la ventana. = “Je kunt het raam openen.” bolso betekent hier “tas”, meer bepaald een handtas of kleine tas. Het is een zelfstandig naamwoord van het mannelijke grammaticale geslacht: el bolso. Het meervoud is los bolsos. Het geslacht van bolso volgt dus niet uit de Nederlandse vertaling, maar uit het Spaanse gebruik. ahora is een bijwoord dat “nu” betekent en het tijdstip van de handeling aangeeft. Voorbeeld: Cierro la puerta ahora. = “Ik sluit de deur nu.” Samen vormen puedes cerrar en el bolso de kern: “je kunt de tas sluiten”. Ahora voegt het tijdstip toe. De volledige betekenis is daarom: “Je kunt de tas nu sluiten.”

Grammatica

infinitivo + pronombre

Puedes ayudarme.

PWE-des ajoe-DAR-me.

Kun je me helpen?

In het Spaans wordt een objectpronomen aan een infinitief vastgeschreven: ayudar + me = ayudarme.

¿Dónde está ...?

¿Dónde está tu cuaderno?

DON-de es-TA toe kwa-DER-no?

Waar is je notitieboekje?

Bij een vraag naar een plaats staat dónde vóór está; tu staat vóór het zelfstandig naamwoord.

Spaans woordenschat

algo voornaamwoord
AL-go iets

¿Ves si falta algo?

ayudarme werkwoord
ajoe-DAR-me me helpen

¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

bolso zelfstandig naamwoord
BOL-so tas

mi bolso

cartera zelfstandig naamwoord
kar-TE-ra portemonnee

Tu cartera y tu teléfono están los dos aquí.

contigo voornaamwoord
kon-TIE-go met jou

Puedo revisarlo contigo.

falta werkwoord
FAL-ta ontbreekt

¿Ves si falta algo?

puedes werkwoord
PWE-des kun je / kunt

¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

puedo werkwoord
PWE-do ik kan

Puedo revisarlo contigo.

revisar werkwoord
ree-bie-SAR controleren / nakijken

¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

revisarlo werkwoord
ree-bie-SAR-lo het nakijken

Puedo revisarlo contigo.

teléfono zelfstandig naamwoord
te-LE-fo-no telefoon

Tu cartera y tu teléfono están los dos aquí.

ves werkwoord
bees zie je

¿Ves si falta algo?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je me helpen mijn tas te controleren?

Antwoord tonen¿Puedes ayudarme a revisar mi bolso?

Ik kan er samen met jou in kijken.

Antwoord tonenPuedo revisarlo contigo.

Zie je of er iets ontbreekt?

Antwoord tonen¿Ves si falta algo?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

me helpen

Antwoord tonenayudarme

tas

Antwoord tonenbolso

het nakijken

Antwoord tonenrevisarlo

met jou

Antwoord tonencontigo